De bodemschuiven zijn vorige week verwijderd onder alle kasten. Ze zitten bijna het ganse jaar onder de bodems, maar dan in omgekeerde stand. Er is dan aan de achterkant nog een grote luchtspleet om een goede ventilatie te voorzien. Nu haal ik ze begin november weg om de kast iets sneller af te koelen. Het is namelijk de bedoeling dat de kast in december even broedloos is om de winterbehandeling te kunnen doen. Pas na nieuwjaar krijgen ze de bodemschuif terug. Dan begint de koningin stilletjes terug te leggen en kunnen ze wat extra warmte gebruiken. Ook het dak wordt pas na nieuwjaar opgevuld met isolatie. De bodemschuiven heb ik dus nu van een nieuwe verflaag voorzien. Een nieuwe laag witte verf om de mijten volgend jaar weer goed te kunnen tellen.
Deze namiddag heb ik nog enkele grote hibiscusstruiken geplant. Ze moesten uit de tuin bij een kennis. Hopelijk zijn het enkele bloemen, maar dat wist de man niet te vertellen. We zullen wel zien.
Categorie: Bijenteelt
American Bee Journal
Vorig weekend enkele jaargangen opgehaald van het American Bee Journal. Ik hoop veel te leren van deze oude magazines. Bedankt meneer Schotanus! De actualiteiten in oude maandbladen zijn weliswaar verouderd en soms zelfs lachwekkend, maar de echte tips and tricks blijven het natuurlijk doen. Ik heb momenteel de eerste jaargang doorgenomen, het jaar 1993. De interessante weetjes worden genoteerd om later snel terug te vinden. Wat heb ik zoal gevonden? De tips uit 1993 die ik ga onthouden:
Tip 1: Een klein vlieggat bij een jongvolk is snel gemaakt met een stuk karton dat de ganse vliegopening afsluit op een klein gaatje na. Met een paar duimspijkers wordt het op zijn plaats gehouden. Naarmate het volk groter wordt en zich beter kan verdedigen, knagen ze de opening zelf zo breed als ze willen.
Tip 2: Zelfbouwers kunnen gemakkelijk een dak voorzien van een gegalvaniseerde plaat. Een stuk schoorsteenpijp van de juiste diameter doorzagen en platslagen, is zelfs met twee linkerhanden goed te doen.
Tip 3: Als de dag voor het slingeren, eventueel bij het plaatsen van de bijenuitlaat, de honingzolder over 180° wordt gedraaid, ruimen de bijen alle wasbruggen op en is er veel minder gesmos met honingdruppen op de stand bij het afnemen van de honingzolders.
Tip 4: Een compressor met spuitpistool maakt minder lawaai dan een bladblazer om honingzolders leeg te blazen. De tipgever plaatste de honingzolder voor de bijenstand op een speciale bak. De bodem liep schuin van achter naar voor en de voorkant bleef open. De bijen werden simpel naar beneden geblazen en konden via de schuine bodem en de open voorkant terug naar de kast vliegen. Dit systeem met mijn generator, compressor en een lange luchtdarm ga ik zeker proberen volgend jaar. Ik wil de motor zo ver mogelijk van de bijenstal kunnen plaatsen. De honingoogst is zo al stresserend genoeg voor de bijen. Mensen met hun bijenkasten aan huis hebben natuurlijk geen problemen met stroomvoorziening en hoeven geen lawaaierige generator mee te sleuren.
De demonstratiekast is klaar voor volgend jaar. De verwijderbare zijpanelen kunnen dienen als reclameborden aan een honingkraampje. En ik hou duidelijk niet van camouflagekleuren. Bijen zijn namelijk niet agressief en hoeven dus niet te worden weggestopt. Een kast in barbie-roze vind ik er toch wat vriendelijker uit zien dan in GI-Joe-groen. En vermits de leeftijd van de gemiddelde imker best wat lager mag, is dit misschien ook een manier om kinderen nog meer te inspireren.

More than honey
Stoomwassmelter
Om ramen te smelten zijn er meerdere mogelijkheden. Ik heb ze regelmatig uitgesneden om de brokken dan te smelten in de stoomwassmelter op een gasbek. Deze stoomwassmelter is eigenlijk een stoomontsapper voor fruit.

Het grootste nadeel hiervan is het doorknippen van de draad. Het raam dient weer te worden bedraad alvorens nieuwe raat in te smelten. Dit wordt voorkomen in de zonnewassmelter, waar het raam in zijn geheel wordt in geplaatst.

Het nadeel van deze methode is dan weer dat ik tijdens de hoogdagen van de zon weinig ramen heb om te smelten. Ik heb er meer in het voorjaar en die moet ik dan zien te bewaren tot in de volle zomer. Mijn nieuwste methode is uitsmelten door stoom, maar dan in de broedbak zelf. Een volle broedbak plaats ik op deze bodem.

De stoom wordt geleverd door mijn stoomreiniger. De bodem is nu volledig klaar, het deksel moet ik nog maken. Tijdens de test bleek dat dit deksel minstens van betonplex moet zijn om niet te vervormen. Ook bleek dat er tussen de broedbak, de bodem en het deksel tochtstrips moeten worden geplaatst om teveel stoomverlies te vermijden.

Op een uurtje had ik bij de test wel 12 ramen zuiver. Een ander voordeel is volgens mij dat ook de broedbak degelijk is ontsmet. Het hout voelde echt heet aan tot buiten. Dit is dus niet geschikt voor een kunststofkast. Maar de oude broedbakken die in het voorjaar worden opgeruimd, laten zich op deze manier wel vlot verwerken. De broedbak is direct zuiver en de ramen kunnen bijna dadelijk weer worden ingesmolten met waswafels. Ze moeten alleen nog even worden gekookt met 6% soda om mooi zuiver te zijn.

Demonstratiekast







Nu nog slechts enkele slotjes op het bovendeksel en een mooi kleurtje geven. Het is de bedoeling dat ik een volk hou in deze zesramer als reserve en ter demonstratie. Boven zit een enkel raam boven een koninginnenrooster. Hier kan indien gewenst het honingraam worden uitgehaald en gewisseld met het broedraam waar de koningin op zit. Langs beide zijden is dit raam dan door het glas te bekijken.
Nazomer
Gisteren leek het weer even zomer. De bijenvolken vlogen druk af en aan en velen kwamen terug met stuifmeel. In de namiddag heb ik dan even de resterende apideakastjes bekeken en die zagen er nog goed uit. Vorige week had ik ze nog wat voerraampjes van andere apideakastjes gegeven. Ze zitten nu beide op 2 kastjes. De koningin is in beide volkjes nog aan de leg. Het is de bedoeling dat ik er straks eentje meegeef voor een moerloos volk van een collega-imker. Hopelijk krijgt ze met deze late invoer het volk nog door de winter, maar de bijen verbazen ons wel meer met hun mogelijkheden.
Ondertussen zijn nu bijna alle apideakastjes in de verf gezet. Dit had ik nog niet eerder gedaan en de kastjes die ondertussen al twee seizoenen in gebruik waren, had toch al wat UV-schade opgelopen. De vliegopeningen ga ik wel nog allemaal een ander patroon geven met een contrasterende kleur.
Deze winter plan ik ook de bouw van een demonstratiekast. De bouwtekeningen zijn nu juist klaar en ik kan beginnen aan het snijden van de glasplaten. Sommige maatvoeringen zijn nog niet ingevuld omdat ik de glasdikte nog moet bepalen. Deze is namelijk afhankelijk van de voorraad oud glas die ik nog heb liggen. De oude fotokaders die nog her en der rondslingeren, kunnen hier nog goed van pas komen. Dus straks even op zoek.
Uitrijking diploma’s nieuwe imker
Vanavond naar de diplomauitrijking geweest van de nieuwe imkers. Ik wens de nieuwe imkers alvast veel succes in de komende jaren met hun nieuwe hobby. Of wellicht passie. Een beter bewustzijn in verband met de ons omringende natuur is steeds meegenomen. Spijtig genoeg waren er ook weer enkele nadelen aan dit gezellig samenzijn. Als dierenarts weet men u snel te vinden als het gaat over behandelingen tegen varroamijten. En het was deze keer weer raak. Het nieuwe wondermiddel tegen varroa bleek deze keer ‘baytico’ of iets dergelijks. Het werd toegepast op een stokje of iets dergelijks. Enfin, hoe het juist zat, wisten ze niet, maar het was volgens hen wel het beste dat momenteel verkrijgbaar was. Natuurlijk ging het hier om flumethrine dat door Bayer in sommige landen legaal mag worden gebruikt tegen varroa’s, maar dan in het produkt bayvarol. Vermits dit in Belgie niet verkrijgbaar is, gebruiken ze het maar via een ander produkt: een insecticide uit de rundveehouderij. Flumethrine zal vermoedelijk wel werken, maar of een imker met een ander handelsprodukt de juiste concentratie gebruikt, ga ik hier toch openlijk betwijfelen. Men moest het op een stokje doen, maar men wist niet hoeveel en hoe groot dat stokje moest zijn, wist men evenmin. Mensen alstublieft, een geneesmiddelenfirma spendeert een fortuin aan onderzoeken hoe een bepaald produkt moet worden toegediend en u zou dit zomaar op een stokje kunnen doen. En absorbeert een eikehouten stokje dan exact evenveel actief produkt als een berkenhouten stokje? En hoeveel druppels worden dan gebruikt, of doet men er maar een goeie ‘scheut’ op? Ik zeg natuurlijk zo maar wat. Vermoedelijk gaat dit verhaal weer dezelfde richting uit als in het verleden al zo vaak is gebeurt. Het actief produkt werkt dan namelijk niet meer door de opkomende resistentie van de varroamijt en dit is dan weer compleet te wijten aan een onoordeelkundig gebruik ervan door leken. Blijf alstublieft van deze produkten af als je niet weet waarover het gaat en voor de dierenartsen: schrijf alsublieft niks voor als je niet weet wat dit produkt doet bij een voor u onbekende diersoort! Vertrouw niet op het woord van de imker die je een beetje van een bepaald produkt komt vragen. Een legaal geneesmiddel wordt steeds afgeleverd met een bijsluiter en in een veilige, aangepaste toedieningsvorm en je gaat zeker niet zelf experimenteren met doseringen. Ik zou het niet in mijn hoofd durven halen om honing te produceren met mogelijke restanten van chemische stoffen om die dan aan nietsvermoedende klanten te verkopen.
Een ander verhaal dat me werd verteld, deed me eveneens kippenvel krijgen: niettegenstaande alle lectuur en wetgeving in verband met bestrijding van de varroamijt, had ook deze imker een eigen oplossing gevonden: in de wintermaanden ging hij niet meer druppelen met oxaalzuur. Dit was namelijk bij hem niet efficiënt gebleken!? Dit najaar had hij nu alle ramen uitgehaald en de opzittende bijen besproeid met oxaalzuur. Of er onder de bijen nog verzegeld broed aanwezig was, wist hij wel niet te vertellen. Maar hij geloofde wel rotsvast in de effectiviteit van zijn behandeling. In godsnaam, waar zijn we mee bezig? Hopelijk laten de kersverse imkers zich niet vangen aan deze ‘cowboyverhalen’ en gaan ze imkeren volgens de hedendaagse kennis. En volgens de hedendaagse wetgeving! Want ik heb het als dierenarts al meerdere malen meegemaakt dat de enkele cowboys het ganse verhaal naar de knoppen helpen voor henzelf en tegelijkertijd voor de goedmenende liefhebbers. Imkeren mag niet handelen over de erradicatie van een vuile parasiet, maar wel over de produktie van een hoogwaardige, veilige voedingsstof voor onze medemensen en zelfs voor onze eigen kinderen.
nieuwe strips
Enkele nieuwe strips in de verzameling en een nieuw boek over bijen.


Mijn imkerlokaal heb ik weer opgeruimd.
Zo kan ik tijdens de donkere maanden beginnen met het gieten van waswafels en insmelten van de raampjes. Het is nu koud genoeg en ik heb de diepvrieskist stilgezet. Ze blijft nu dicht tot ik de honingramen volgend jaar weer nodig heb. In het lokaal ga ik wel nog waterleiding aanleggen. Dit zal vlotter gaan bij het wasgieten en is ook gemakkelijker als het in de zomer weer wordt omgezet tot een slingerlokaal. De nieuwe kastonderdelen staan nog opgestapeld in de serre
en de reeds geverfde kastdelen staan in een stalletje op de overwinteringsstand. De bijenstand in Gerhagen herbergt nu het grootste deel van de volken tijdens de overwintering.
In het drachtseizoen is er echter niet veel meer te halen dan voor een tweetal produktievolken. Daarom noem ik hem maar mijn overwinteringsstand. De volken staan er onder toezicht van mijn vader en er staan genoeg lege stallingen om de lege kasten te stockeren. Op de andere stand staan nog enkele volken, die in het voorjaar worden vervangen door nieuwe, jonge produktievolken. Vermits de twee standen voldoende ver van elkaar zijn verwijderd, kan ik ze makkelijk verhuizen als dat nodig is. In februari worden ze verhuisd naar de stand waar ze dienen te blijven of vanwaar ze weer verder kunnen in april. Er zou bijvoorbeeld in april een kast kunnen worden geplaatst bij een buur nadat die in februari naar de verste stand is verhuisd. De stand van het waterbroek is de natste en het moeilijkst te bereiken in de winter, maar heeft wel een gigantisch wilgenaanbod in het voorjaar. De stand in Gerhagen staat droog in de winter, is onder toezicht en heeft dan weer een groot aanbod klimop in het najaar. De ideale stand die het jaar rond voldoet zal wellicht niet bestaan, maar op deze manier kan ik wel meerdere volken aanhouden.
Leuk weetje over honing
voorjaarsbollen
Vandaag heb ik nog 425 bollen geplant voor de bijenhal. Scilla’s, winterakonieten, blauwe druifjes en sneeuwklokjes. Met een sluier op mijn hoofd en op mijn knieen voor de kasten. Ze vlogen alsof het hoogzomer was. Bij de segebergerkast heb ik op deze manier weer een nadeel ontdekt. Om roverij te vermijden had ik alle schuifjes op een tweetal centimeter stsan. Vermits de volken de laatste dagen zeer sterk vlogen, hebben de dames er niets beter op gevonden dan onder de schuif door te knagen. Ze hebben nu weer een vliegopening over de ganse breedte. Geef mij toch maar een houten kast.
De serre dient momenteel om de was te zuiveren. Terwijl ik in de stoomsapketel de was nog eens smelt voor een extra zuivering kan ik er de lege kasten nazien en verven. De lege apideakastjes hebben al een mooi kleurtje gekregen. Morgen begin ik aan de nieuwe daken en bodems.