17 september 2018

De bijenvolken zijn bijgevoerd en hebben nu het gewenste inwinteringsgewicht. De huidige week voorspelt nog zeer mooi te worden met temperaturen tot 30 °C. Hier ga ik toch nog gebruik van maken om de broednesten te bekijken. En wellicht ga ik ook nog enkele jongvolkjes die ik te klein vind, verenigen om hun kansen drastisch te verhogen. Elk volk heeft wel een koningin, maar als het volk te klein is om te overleven, zal de koningin het natuurlijk ook niet halen. Dan offer ik ze liever nu nog op. Ik hoef geen twee volkjes die in het voorjaar maar wat kwakkelen. Liever een groot bijenvolk dat dadelijk mee is met de wilgenbloei.

Het huidige jaar was extreem droog en het gras was praktisch volledig verdwenen. Maar even wat frissere temperaturen en een beetje regen bleek voldoende voor het herstel. Toch wonderbaarlijk hoe de natuur dit aanpakt. Tijdens het voorbije weekend heb ik toch weer gras gemaaid. De aanschaf van de Honda Ultra Mower is een prima zet geweest. Met de zitmaaier had ik dit lange, dauwnatte gras nooit kunnen maaien. De hoogte van het gras is voor deze maaier duidelijk niet van tel. Zelfs manshoge brandnetels kan hij aan. Hij reed moeiteloos door de uitgebloeide Canadese Guldenroede. Ik zocht naar een handzame grasmaaier die een woeste boomgaard met bijvoorbeeld nog wat snoeihout in het gras de baas kan en ik heb hem dus gevonden.dsc_2111

10 september 2018

Momenteel ben ik bezig met het inwinteren van de bijenvolken. Ze krijgen nu dagelijks een vol bakje suikersiroop tot ze op het gewenste gewicht zijn. Er is me bij het wegen van de kasten alvast iets opgevallen. De bijenstand aan het waterbroek doet het elk jaar weer zeer goed. Na enkele testjaren heb ik uit ervaring geleerd dat vier bijenvolken hier optimaal leven. Deze volken zijn nu al bijna op gewicht. Slechts 4 kg te gaan. In Gerhagen, droge zandgrond met veel dennen en eikenbossen, is het verhaal anders. Hier zijn twee productievolken meer dan genoeg. Deze stand heeft echter enkele voordelen. Tijdens de winter is er geen wateroverlast en blijft dus goed bereikbaar. Achter in mijn vaders tuin is er ook een beter toezicht mogelijk. Daarom plaats ik hier tevens de jonge volken. De twaalf volken hier hebben echter elk minstens nog 10 kg nodig. Dat is dus een enorm verschil. De twee volken die ik nog elders naast een vochtig natuurgebied heb staan, waren ook op 4 kg na op gewicht. En het ene volk dat bij mij in de tuin staat tussen de bewoning, heeft al voldoende wintervoorraad zonder bijvoeren.

Dat een locatie met voldoende dracht van het allergrootste belang is, wisten we al. Maar daarnaast dient de imker ook rekening te houden met het maximale aantal volken dat zijn bijenstand aan kan. Er blijft echter een factor die we helemaal niet kunnen beïnvloeden. De volken van naburige imkers bezetten namelijk ook het beschikbare areaal. Ik probeer nog steeds om meer mensen warm te krijgen voor de imkerij, maar tevens blijf ik mensen aanzetten om het areaal aan bloeiende planten te vergroten. Als we een beetje groen willen behouden, zal het nodig zijn.

7 september 2019

Momenteel zijn alle Liebigverdampers terug opgeborgen tot volgend jaar. Slechts 5 volken hadden een mijtenval van enkele tientallen. Vandaag ben ik dan begonnen met het inwinteren door middel van invertsiroop. Een voerbakje van 2 liter, elke dag tot ze op gewicht zijn. Voor dit seizoen had ik mezelf nieuwe voerbakjes gekocht. De ronde met een omgekeerd bekertje in het midden. Dit ter vervanging van de vierkante bakjes met 2 klepdeksels. Van deze klepjes moest ik er elk seizoen wel enkele vervangen. Het plastic is veel breekbaarder dan van de ronde voerbakjes. De ronde zijn ook veel makkelijker proper te krijgen. Maar het grootste voordeel is totaal onverwacht gebleken. In de ronde bakjes vind ik nooit mieren die mee aan tafel gaan. De kleppenbakjes zitten steeds vol mieren en in de ronde kom je ze simpelweg niet tegen. Voor mij dus nooit nog de kleppenbakjes.

28 augustus 2018

‘Behandelen of niet tegen de varroamijt? Ik zie weinig mijten vallen, is een behandeling dan wel nodig? Het is nu te warm voor een behandeling of het is te koud voor een behandeling.’ Ik lees dit zeer vaak op op forums en sociale media. Zowel uit binnen- als buitenland.

Voor mij is het simpel. Ik behandel mijn volken op het gepaste moment met een gepast product. Heeft dat volk weinig of veel mijten is niet van tel. Ook niet of het weer tegenvalt en ik hierdoor misschien geen efficiëntie van 90% haal. Een dode mijt is de enige goede mijt en daar hou ik me aan.

Na de honingoogst, begin juli, waren de temperaturen dit jaar zeer lang boven de 30°C en ondanks de nadelen, heb ik toch behandeld met thymovarstrips. Er waren zelfs dagen van 39°C bij. Heeft dat een nadelig effect gehad? Misschien wel, misschien niet. De dode mijten blijven echter dood en de overlevende bijen zorgden voor nieuw broed. Op dit moment zijn alle 20 volken actief met een mooi gesloten broednest en ze dragen nog veel stuifmeel binnen. Ondanks de droogte is bijvoorbeeld de klimop prachtig hersteld en weldra begint deze te bloeien. Net zoals de natuur zullen ook mijn bijenvolken zich weer herstellen.

Al meerdere jaren behandel ik in augustus-september nog een keer met mierenzuur. Ik las vorige week dat het hiervoor nu te koud is. En inderdaad gaat de verdamping trager bij lagere temperaturen en een hoge luchtvochtigheid. Is de Liebigverdamper niet leeg na 5 dagen? Dan laat ik hem toch enkele dagen langer in het volk. Er zal nog geen koningin zijn gestorven van een te traag verdampende mierenzuurbehandeling. En wat dan nog als er minder mijten vallen? Niet behandelen is als niet schieten. Dat is namelijk altijd mis.

Ook voor de winterbehandeling met oxaalzuur volg ik dezelfde redenering. Begin december zijn mijn volken broedloos. Of laat ik stellen: ze bevatten dan het minste broed. En het is op dat moment dat ik behandel. Vermits 100% niet bestaat in efficiëntie, speelt het weinig rol of het uiteindelijk gaat om 90% of 95%. Er blijven altíjd wel mijten over. En hier zal een gezond volk mee leren omgaan. Bijenvolken zullen nooit door selectie resistent worden tegen varroa. Dat is een illusie. Door selectie zullen ze slechts leren om er mee samen te leven. Dat wij als imkers ondertussen helpen met het afdoden van te grote aantallen mijten, zal deze selectie niet in de weg staan.

Ik behandel mijn volken al jaren volgens hetzelfde stramien dat voor mij zijn waarde heeft bevestigd. In het voorjaar snij ik darrenraat. In mei maak ik broedafleggers. Vanaf juni vervang ik mijn koninginnen. Ik behandel broedloze volken met oxaalzuur. Ik behandel na de honingoogst in juli met mierenzuur of thymol. Als ze op dat moment echter broedloos zijn, gebruik ik oxaalzuur. In augustus-september geef ik nog een behandeling met mierenzuur en in december behandel ik met oxaalzuur.

Mijn gebruikte bestrijdingsmiddelen stapelen zich niet op in de was, maar toch vervang ik alle ramen na maximaal één jaar. Zowel de honingramen als de broedramen die tijdens het jaar in gebruik zijn, werden hoogstens in het voorgaande jaar uitgebouwd. Want naast bestrijdingsmiddelen, stapelen zich nog andere zaken op in de was. Bestrijdingsproducten uit de landbouw en natuurlijk ook virussen. Het is niet zonder reden dat onze honingbijen in hun evolutie het zwermen hebben uitgevonden. Hierdoor laten ze namelijk AL hun was met de daarin opgeslagen viezigheden in de steek om elders met een propere lei (waslei?) te herbeginnen. Misschien zijn de problemen van de laatste jaren een teken aan de wand. En is het de hoogste tijd om de moderne kastimkerij aan te passen aan de honingbijen in plaats van te proberen bijen aan te passen aan onze imkerij. De natuur moet zich toch niet aan passen aan ons, maar wij wellicht wel aan de natuur.

23 augustus 2018

De bijen komen nog steeds met stuifmeel naar huis. De doorbloeiende wilg heeft nog steeds katjes en zelfs de klimop lijkt zich te herstellen. De bloemknoppen verdikken zichtbaar. De verschrompeling door de droogte, die 2 weken geleden nog opviel, is grotendeels verdwenen. Binnen korte tijd vliegen de bijen dus toch nog op de klimop. De zonnebloemen en het boekweit trekken het ondertussen nog wel even.

Het perceeltje mosterd zie ik dagelijks veranderen, maar zelfs de phacelia is al ontkiemt.dsc_2065

De volken krijgen nog steeds 2 x per week een liter suikersiroop 1:1 en dit weekend ga ik voor de laatste keer een waswafel toevoegen aan de jonge volkjes die het nog nodig hebben. Ze zijn dan voldoende uitgebouwd in september om de winter door te komen. Het kleinste volk zit nu zelfs al op 6 ramen en is dus groot genoeg.

Bezoek opendeur Bijenhof

Vandaag heb ik de open deur dag bezocht van het Bijenhof te Bissegem. Elk jaar op 21 juli is dit, maar ik was er nooit geraakt. Tot voor 2 jaar was 21 juli de vrije dag die werd gereserveerd voor de laatste zomeroogst van de bijenvolken. Vermits het werk aan de bijen nu toch al even stil ligt, had ik de kans om dit bedrijf eens te bezoeken. Natuurlijk had ik wel weer wat materiaal in mijn camionette geladen voor de terugkeer. 10% korting is immers mooi meegenomen. Een nieuwe dathepijp, rookblokjes, flesjes voor propolistinctuur, een paar potten bloemenzaad, een  mooie keramieken honingpot en 350 kg voedersiroop. Ik was eerst niet van plan om dit jaar invertsiroop te gebruiken, maar ik was nu toch daar. Mocht ik in juli al inwinteren, deed ik het met zelfgemaakte suikersiroop. Maar vermits ik pas in september inwinter, bespaar ik de bijen misschien wel wat tijd en werk door reeds geinverteerde siroop te geven. Vermoedelijk maakt het voor de bijen echter niet veel uit en is het eerder een gevoelskwestie van de imker. Alle voeding die de bijen in de cellen proppen wordt namelijk gemengd met hun ‘speekselenzymen’. Of de suikers meervoudig of enkelvoudig zijn,  geinverteerd of niet, de enzymen worden toch toegevoegd.

 

 

 

Honingoogst

We zijn nu volop bezig aan de laatste honingoogst van het jaar. Alle productievolken zijn moerloos gemaakt en dus ook de varroabehandeling kan aangevat worden. Drie van de tien zijn echter al enige tijd geleden al voorzien van een leggende moer en deze heb ik toen niet behandeld met oxaalzuur. Ik doe dit liever niet als er nog honing moet worden geoogst. Deze drie worden volgende maand dan maar behandeld met mierenzuur. Vier zijn momenteel zonder verzegeld broed en die kan ik nu wel behandelen met oxaalzuur. De laatste drie kan ik pas volgende week behandelen. Want pas 24 dagen na het verwijderen van de oude koningin is alle broed uitgelopen en zitten alle mijten op de bijen. De nieuwe koningin wacht tot dat moment om haar eerste eitjes te leggen en die cellen worden pas na 9 dagen verzegeld. Er kan dus worden verneveld met oxaalzuur tussen dag 24 en dag 33 na het afvangen van de moer.

Vandaag heb ik de eerste stand geoogst. Na het slingeren, heb ik de beste honingramen opzij gezet voor volgend jaar. Mooie jonge wasraat, volledig uitgebouwd en niet beschadigd. De ramen die niet volledig waren uitgebouwd en de ramen die niet waren verzegeld, heb ik vanavond terug gegeven. De enkele verzegelde cellen in die ramen heb ik opengekrabd. Hiermee vul ik dan een honingzolder die onder het volk wordt geplaatst. De bijen maken de cellen proper en slaan alles op in hun broedbak. De honingzolder geeft hierna ruimte om door te hangen, om eventueel nog een deel van het broednest te huisvesten en het zorgt ook voor een kleinere stapel honingzolders tijdens de winter. Tevens zit de wintertros dan ook verder van het koude vlieggat. Deze honingbakken haal ik in maart weg en de ramen worden dan gesmolten. Deze ramen zijn op dat moment volledig leeg. Ze bevatten geen voer, geen broed en ook geen bijen.

Na het geven van wat rook, plaats ik de broedbak op het omgekeerde dak en plaats het kleine vlieggat in de bodem. Ik zet dan een honingzolder op de bodem en deze ontvangt alvast de thuiskomende haalbijen. Dan begin ik met het uithalen van elk raam van de broedbak en dit te besproeien met oxaalzuur. Een 3% oplossing in water. Na enkele ramen heb ik al eitjes gezien en zodra ik de jonge koningin ontmoet, wordt ze gemerkt en geknipt. Terwijl haar merk droogt, besproei ik de resterende ramen. Ik sproei nog even tussen de honingramen van de nieuwe onderbak, op de thuisgekomen bijen en plaats dan de broedbak bovenop. Honingoogst, varroabehandeling en controle van de nieuwe koningin in 1 beurt.

Morgenvroeg omstreeks 5 u bij het eerste licht, begin ik aan de tweede stand.