Mijn koningin is geknipt voor de job…

Ik zoek nooit actief naar de koningin in een volk. Als ze niet wil gevonden worden, laat ik dat aan haar. Is het een fiere dame zal ze zich wel tonen. Als ik haar tegenkom, zet ik haar alvast even opzij in een kooitje. Ze kan dan niet meer worden gekwetst tijdens de verdere kastcontrole. Is ze nog niet gemerkt, kan ik dat alsnog doen. Elk jaar krijgt een koningin een nieuwe kleur. Dit jaar is het weer wit. Ik heb al enkele cycli doorlopen en telkens blijkt weer dat wit de meest opvallende kleur is om de koningin te merken. Vanaf dit jaar ga ik dus elke koningin steeds merken met een witte kleur. Vermits ik toch een kastnotitie gebruik, weet ik perfect of in dat volk een gemerkte koningin zit. Kom ik dan een ongemerkte tegen weet ik steeds dat het een jonge is. Ik vervang elk jaar al mijn koninginnen en hoef dus niet via de kleur te weten hoe oud ze is.

Maar naast het merken met een kleurstip op het borststuk, knip ik ook steeds een vleugel weg. Dit stuk is bij een insect compleet gevoelloos. Het is als wijzelf onze nagels knippen. Als de koningin dan wil vertrekken met een zwerm, valt ze enkele meters voor de kast op de grond. De zwerm die zich ondertussen heeft neergezet, merkt vrij snel dat ze niet is gevolgd en de bijen gaan allemaal terug naar hun kast.

Vandaag is dit gebeurd. Ergens in een zeer groot volk heb ik een belegde zwermdop gemist. Op de negende dag na de eileg, wordt de moerdop verzegeld en de volgende dag, bij mooi weer, vertrekt de oude koningin met een groot deel van het volk. Ze weet dat er dan een week later, op dag 16 een nieuwe koningin wordt geboren. Ik kreeg dus een telefoontje dat er een zwerm begon uit te vliegen aan een van mijn kasten. De lucht is dan compleet gevuld met rondvliegende bijen. Fantastisch mooi om te bekijken. Ik heb de man gerust gesteld en gezegd om ervan te genieten. Na enige tijd zouden de bijen zich ergens in een bol verenigen om nog even later terug naar de kast te vliegen. Ik kwam wel eens langs tijdens mijn drukbezette dag.

Toen ik dan een uur later arriveerde, werd me verteld dat ik alles juist had voorspeld. De bijen waren ondertussen allemaal al terug in hun kast getrokken. Tijdens het gesprek had ik echter al een klein trosje bijen opgemerkt een tweetal meter voor de bewuste kast. Hierop vertelde ik tegen de man dat we nu de koningin gingen zoeken. En ondertussen greep ik haar uit het trosje van een tiental bijen. Alsof er een wonder was gebeurd, werd ik aangestaard.

De koningin is ondertussen in de bijenhemel en binnen zes of zeven dagen, bij het horen van een tuter, ga ik alle overige zwermcellen weghalen. De bij die het tutend geluid produceert, is de nieuwe, pas geboren koningin.

En dat is de reden waarom ik mijn koninginnen knip. De bijenvolken mogen af en toe wel eens zwermen, maar ze veroorzaken geen overlast in de buurt. En mijn volken verjongen zichzelf zonder zich te verzwakken.

Controle afleggers

Het is momenteel even rustig bij de bijen. Het slechte weer heeft plaats geruimd voor zomerse omstandigheden. De bijen kunnen weer volop hun reserves opbouwen uit de schatkamers van de natuur. Ze vliegen waar ze maar kunnen. De acacia laat het bij mij dit jaar wat hangen. Maar de vele vuilbomen of sporkehout gonzen van de bezoekers. Ook de bramen komen al in bloei. ’s Avonds zit elke lege cel in de onderste broedbak dan ook barstensvol nectar. Tijdens de nachtelijke uren sleuren ze die nectar naar boven om de volgende dag weer plaats te hebben voor nieuwe aanbreng. En tussen al die wriemelende werksterlijven paradeert de koningin, op zoek naar eveneens een lege cel om haar eitjes af te zetten. Volgende week slinger ik weer de verzegelde ramen. Ik heb namelijk niet genoeg honingbakken om op elke kast een derde bak te plaatsen. De toren zou dan ook veel te zwaar zijn om een wekelijkse controle door te voeren. Elk verzegeld raam wordt vervangen door een nieuwe waswafel en ze zijn dan klaar voor de lindedracht binnen tien tot veertien dagen.

Momenteel zijn de afleggers allemaal gecontroleerd en heb ik de eerste resultaten genoteerd. Van de 12 broedafleggers zijn 7 koninginnen aan de leg. Ze zijn ondertussen gemerkt en de volkjes zijn behandeld tegen varroa. Ze kregen allemaal een potje honing bijgevoerd toen het te koud was om te fourageren. Momenteel halen ze echter zelf voldoende op en het honingpotje blijft bijgevolg verder onaangeroerd. De ramen uit de 5 ‘mislukte’ broedafleggers heb ik verdeeld over de 7 ‘gelukte’.

Vermits er nog steeds zwermneiging kan optreden, blijf ik wekelijks de productievolken controleren en haal geregeld enkele ramen verzegeld broed weg. Wel opletten dat het volk niet verzwakt en bijgevolg te weinig honing zou halen. Eén raam per week volstaat ruimschoots. Op te merken valt dat ik imker met 12 Kempische ramen in een enkele broedbak. Ik maak nu geen volkjes meer van slechts één broedraam, maar maak verzamelbroedafleggers. Meerdere ramen uit de verschillende volken hang ik zo samen in één bak. Momenteel heb ik zo al drie afleggers gemaakt. Als alle broedcellen na 9 dagen zijn gesloten, zijn er geen eitjes of larven meer om moerdoppen op te trekken en zijn de bijen compleet moerloos. Op dat moment zijn er al zeer veel broedcellen uitgelopen en barst de kast bijna uit haar voegen van de jonge bijen. Ik controleer dan alle ramen op moerdoppen en laat alleen het raam van de beste moederkast haar doppen behouden. Ik zet er op dat moment een honingbak op zonder moerrooster met slechts waswafels. De bijen hebben geen broed meer te verzorgen, werken de honingbak uit en denken er meestal niet aan om te zwermen met slechts een paar doppen. De eerste koningin loopt uit en de andere doppen worden langs de zijkant open geknaagd.

Zeer veel imkers gebruiken de verzamelbroedaflegger om koninginnen te kweken. Ik gebruik ze slechts om een enkele reservekoningin te bezitten, maar de mooi uitgewerkte ramen en de bijen kunnen altijd dienen om de andere jonge volkjes te versterken.

De koninginnen uit de productievolken worden elk jaar vanaf half juni vervangen waarna ik het volk zelf een nieuwe koningin laat optrekken. Ze hebben 9 dagen later geen broed meer te verzorgen tijdens de lindedracht die ze dan ook optimaal kunnen benutten. Deze broedloze periode beperkt ook de varroabesmetting aanzienlijk. Door de koningin te verwijderen, boots ik de broedloze periode na die volgt op het zwermen. Het volk behoudt in dit geval echter zijn bijen en zijn honingvoorraad. Tot 21 dagen na het verwijderen van de koningin worden er nog nieuwe werksters geboren en dat volstaat ruimschoots voor de lindedracht. Vanaf half juli kan de jonge koningin dan zorgen voor een mooi najaarsvolk dat vlot inwintert. Normalerwijze heb ik dan ook de honing al geslingerd en kunnen de volken behandeld worden tegen de varroamijt op het moment dat ze nog geen nieuw verzegeld broed hebben.

In het najaar verenig ik dan alles tot 20 mooie volken en in het vroege voorjaar bouw ik hiermee mijn 15 productievolken.

Ontzegelmachine

Het mag ondertussen wel duidelijk zijn dat ik elke euro van de honingverkoop terug in de imkerij steek. Dit jaar heb ik ervoor gekozen om een ontzegelmachine aan te schaffen. Een machine waarbij de messen via stoom worden verwarmd, leek me niet praktisch in het kleine slingerlokaal. Dat zou veel te veel warmte genereren. Het werd dus een elektrisch verhit mes en dat vond ik bij de firma Lyson. De Lyson ontzegelmachine Speedcut. Alleen is dit toestel alleen te verkrijgen voor het ontzegelen van een dadantraam. Mijn veel smallere Kempische ramen zouden hier dus niet in passen en ik zou er vermoedelijk mijn vingers bij inschieten. Een houten mal die ik over de toplat van de Kempische ramen schuif zou dit moeten oplossen. De foto’s moeten een en ander verduidelijken. Bij de volgende slingerbeurt zal ik een filmpje plaatsen over het gebruik.

Ik plaats het toestel hier boven mijn ontzegelstand/stoomwassmelter.
De ontzegelmessen worden verhit door eenzelfde heat-controller van Lyson als op mijn Lyson roermachine.
Een eerste prototype van de mal om mijn Kempische raammaat te kunnen ontzegelen.

Het ECOvolk krijgt een uitbreiding

Na mijn nevenstap naar het eco-imkeren, had ik nog één kast behouden. De eco-kast is eigenlijk een aangepaste Warrékast. Ze wordt niet meer behandeld en ik heb de voorbije jaren op geen enkel moment de kast nog geopend. Vorig jaar is ze na de winter afgestorven. Het volk verdween in het vroege voorjaar. Door varroa of moerloos geworden? In het vroege voorjaar werd de kast bezocht door allerlei insecten die weghaalden wat ze konden gebruiken. Maar tegen mei trok er een zwerm in en ze ontwikkelden tot twee volle bakken voor de winter. Zonder varroabehandeling zijn ze dit voorjaar uitgewinterd en momenteel zijn de twee bakken volledig volgebouwd. Ik heb dan toch maar een derde bak onder geplaatst. Vermoedelijk te laat om een zwerm te voorkomen, maar ik hoop dat een zwerm met de daarop volgende broedstop voldoende remmend werkt tegen de varroamijt. We zullen afwachten wat er dit jaar verder gebeurt.

De nieuwe bak heeft slechts 8 toplatten met een klein strookje was. Voldoende om de bijen aan te zetten om zelf 8 mooie raten uit te bouwen.

Sommige volkjes hebben honger

De voorbije twee weken waren zo slecht dat de bijen niet buiten kwamen. Te koud en te nat. Maar een volk dat broedt, heeft wel voedingsstoffen nodig. Als ze dit niet vinden, elimineren ze het broed. Ze trekken een aantal larven uit hun cel waardoor de voedingsbehoefte van het volk voor een stuk daalt. Gisteren zag ik bij de jonge volkjes, de broedafleggers, dat er een aantal larven op de gaasbodem lagen tussen de vier ramen. Ze hadden nochtans vorige week nog een nieuw voerraam bijgekregen. Normaal is dit niet nodig in de maand mei. Maar ook dit voerraam was al leeggehaald. Ik heb dus nu in allerijl een pot honing bijgegeven. En binnen twee dagen zal ik de volkjes nogmaals controleren.

Ik zet de honingpot simpel naast de ramen in de kast. Vermits het vlieggat slechts een bij breed is, is er weinig kans op roverij door grotere volken.

Varroabehandeling jongvolken

Vandaag heb ik de eerste jonge volkjes een varroabehandeling gegeven. De volkjes zijn gemaakt als éénraams-broedafleggers op 24 en 25 april. Nu na een maand, eigenlijk al na 24 dagen, is alle broed uitgelopen. De vrouwelijke werksters lopen uit na 21 dagen en de mannelijke darren na 24 dagen. Elke levende varroamijt zit nu op de bijen. Het ideale moment om ze te behandelen met een oxaalzuurspray. Ik gebruik hiervoor 3 % oxaalzuur in zuiver water. Dus 3 gram oxaalzuur in 100 gram water.

Het sproeien doe ik met een kleine handsproeier van het tuincentrum. De drie of vier ramen van het volk worden even uit de kast gelicht en beneveld met een fijne mist waardoor elke opzittende bij behandeld wordt. De bijen zelf hebben hier geen last van, doch de varroamijten leggen het loodje. Het kleine volkje kan nu varroa-arm groeien tijdens de zomer en nazomer om sterk de winter in te kunnen gaan.

Normaal is het de bedoeling om op het zelfde moment ook de koningin te merken. Als ze aan de leg is, kan ze eventueel ook geknipt worden. Door het slechte weer van de voorbije weken heb ik slechts één volk gezien met eitjes. Maar in alle volkjes waren de bijen druk bezig om centraal op het eerste raam een deel van de cellen zuiver te poetsen. Binnen 2 weken ga ik nogmaals kijken en dan zou in elke kast wat verzegeld broed moeten aanwezig zijn. Aan het ei of de larve kan een imker niet zien of de koningin bevrucht is. Maar als het broed is verzegeld, kan dit wel. Alleen als de koningin bevrucht is, legt ze werkstereitjes. En werksterbroed wordt plat verzegeld. Vermits een mannelijke dar veel groter is dan de vrouwelijke werkster, wordt het darrenbroed als bultjes verzegeld. Alleen zo past de grotere larve in de cel. Als ze grotere cellen aanmaken voor het darrenbroed, darrenraat, valt dat niet zo fel op, maar in de normale cellen is het bultbroed zeer simpel te onderscheiden van plat verzegeld broed.

Vermits de cellen worden verzegeld op de negende dag na de eileg en de nieuwe koningin normaal pas begint te leggen als alle werksterbroed van de vorige koningin is uitgelopen, op dag 21, moet de varroabehandeling ergens gebeuren tussen dag 24 en dag 30. Alleen zijn de jonge koninginnen door het slechte weer van de voorbije weken wellicht laat op bruidsvlucht geweest. En wellicht daarom is er nu na 28 dagen nog maar één aan de leg. Binnen 14 dagen dus een update te verwachten. Pas als ik zeker weet dat de koningin bevrucht is, wordt ze gemerkt en geknipt. Anders verenig ik het volkje met het volkje ernaast. Dan hang ik de ramen simpel in de volgende kast.

De ideale zwerm scheppen

Deze zwerm hangt aan een enkel takje van de linde dat doorbuigt onder het gewicht.
De zwermemmer hou ik onder de zwerm en knip het takje af. Klaar!
De zwermemmer heb ik gemaakt van een honingemmer en er is verluchting voorzien van de bodem.
Zodra de zwerm is geschept, plaats ik het deksel. Dat heeft aan de binnenkant een stukje koninginnenrooster om haar binnen te houden. Het gaas dient om de emmer te sluiten als de laatste bijen binnen zijn.
Volledig bijendicht gesloten en klaar om te vervoeren met voldoende verluchting in bodem en deksel.

Moerloos volk

Het volk dat ik voor 14 dagen per ongeluk had moerloos gemaakt, heb ik gisteren nagekeken. Na 14 dagen was er nog geen tuten of kwaken te horen. Ik vond bij de controle echter een rustig volk en de doppen die ik had laten staan op twee ramen, waren allemaal mooi opengemaakt langs de zijkant.

De aflegger zelf waar de koningin in terecht kwam, doet het prima en kreeg al nieuwe wasramen. De andere afleggers kan ik binnen een tiental dagen controleren en behandelen tegen de varroamijt. Ik heb er dit weekend wel een nieuw voerraam bijgehangen. Door het koude weer de voorbije periode was het meegegeven voerraam bijna leeg.

De bijen hebben besloten om tevreden te zijn en geen nazwermen te produceren.

Snelle controle afleggers

Na een week heb ik toch even een snelle controle gedaan van de afleggers. Even gluren of ze allemaal doppen hebben.

Drie ramen in de kast en het voerraam is nog zwaar.
Het middelste raam, de waswafel, wordt al een beetje uitgebouwd.
Er is al veel broed uitgelopen en er zijn enkele doppen te zien.
Hier vond ik de koningin terug. Ze was niet gemerkt. Het donorvolk dien ik nu natuurlijk te controleren en doppen te breken op dag twaalf.

Vermits ik nooit bewust zoek naar de koningin, wordt ze vaak niet gemerkt. Door deze snelle controle kan ik dit natuurlijk wel oplossen.

De uitgesneden darrenraten worden gesmolten in mijn stoomontsapper. Een pantybroek in het reservoir zorgt voor de eerste filtering.

De bekomen was laat ik afkoelen in lege brikdozen brikdozen

De gestoomde maden zijn een lekkernij voor de kippen.