Drooglikken geslingerde honingramen

Gisteren en vandaag ben ik begonnen met het opzetten van de honingbakken om de ramen te laten drooglikken door de bijen. Ik gebruik alle productievolken van een stand waardoor ze minder neigen tot roven. Ze krijgen namelijk allemaal tegelijk enkele honingbakken. Ze krijgen deze ook pas ’s avonds als ze allemaal rustig binnen zitten. Mijn dertien productievolken hebben allemaal nog een honingzolder behouden die ze mogen voldragen in juli. De vier volken in Gerhagen kregen boven deze honingbak een voederplank met voedergat. Daar bovenop een lege honingbak en dan nog drie honingbakken vol leeg geslingerde ramen.Door de voederplank en de lege honingbak beschouwen ze dit niet meer als hun eigen nest en dragen ze hier geen nectar naartoe. Ze beschouwen het eerder als een verlaten nest dat ze kunnen leegroven. Maar dat doende, likken ze wel de ramen droog. Na twee dagen verwijder ik deze honingramen en hang er weer andere in voor twee dagen. De droog gelikte ramen zet ik nog even terug in mijn plastic bakken. Ze moeten na het drooglikken eigenlijk nog even ingevroren worden om wasmotvrij te worden. Maar mijn vriezer zit nog volledig vol met alle uitgesneden darrenraat die ik dit jaar heb uitgesneden. Darrenraat is net als zegelwas door de bijen volledig nieuw aangemaakt en dus vrij van bezoedeling. Bezoedeling van pesticiden uit de natuur of varroabestrijdingsmiddelen van de imker. Ik smelt deze was dus samen om hier volgend jaar de nieuwe honingwaswafels mee te gieten. Vermits de zegelwas nu pas is uitgelekt (nog eens 17 kg honing), kan ik morgen deze was smelten en is de vriezer leeg om honingramen in te vriezen.

Een honingbak, daarbovenop een lege en dan nog drie om leeg te likken.

Ik vries alleen de mooiste honingramen in. Ongeveer 150 stuks. Deze heb ik volgend jaar nodig. De iets slechtere gaan eind juli onder de volken en worden pas in maart gesmolten. De slechtste, met darrencellen, met stuifmeelopslag, of beschadigde ramen worden dadelijk gesmolten. Gesmolten honingramen leveren was voor de broedramen van volgend jaar.

Gesmolten broedramen leveren dan weer de was voor kaarsen of als tweede keus voor nieuwe broedramen. Want ik verkies nog steeds de was van mijn eigen broedramen boven aangekochte waswafels. Ik weet van mijn eigen broedramen tenminste met welke producten de was in contact is geweest.

Ik ben vandaag ook begonnen met het afschuimen van de honing in de rijpervaten. Na afschuimen tap ik de honing in zakken van 15-17 kg die ik met een afsluit met een strap en de zak gaat in een gesloten honingemmer. Deze emmers staan dan in de kelder gestapeld om één voor één te worden opgepot. Telkens weer slechts een dertigtal glazen potten tegelijk.

Honingoogst

Dit weekend de grote honingoogst gedaan. De lindes zijn op de meeste plaatsen zo goed als uitgebloeid. Er zitten nog wel enkele bloemetjes op de bomen. Ook op de kastanjes staan maar enkele bloemaren meer. Om de volken toch nog voldoende ruimte te geven, heb ik een bak met de slecht verzegelde ramen laten staan. Enkele volken hadden de drie bakken volledig verzegeld en die heb

ik pas een bak leeg geslingerde ramen gegeven. Deze enkele honingbak mogen ze nu houden tot 21 juli. Zijn de ramen dan verzegeld, worden ze geslingerd. Ze krijgen dan de lege of niet verzegelde ramen in een bak onder de broedbak. Eind juli is ook het moment om de zomerbehandeling tegen de varroamijt te starten.

Gisteren heb ik op vier uur alle ramen afgehaald. Dankzij de beesweeper gaat dit zeer vlot. Vandaag had ik zeven uur nodig om alle ramen te slingeren. Resultaat is nog niet allemaal gewogen, maar ligt toch boven de 250 kg. Het vochtgehalte is naar mijn mening spectaculair: 16 %RV.

Binnen twee dagen kan ik de vaten afschuimen. Alle deeltjes die niet zijn tegengehouden door de dubbele zeef, komen langzaam boven drijven. Dan kan dit witte schuim gemakkelijk worden verwijderd. Ik giet dan een deel in de automatische roerder en na enkele dagen kan ik dan de eerste potten vullen.

Enkele emmers met ca. 17 kg honing elk. Elk recipiënt wordt voorzien van een lotnummer. Ik gebruik hiervoor de datum van het slingeren. Dit nummer komt later ook op elke honingpot.

De mierenleeuw is weer actief

<a href="http://”&gt;https://player.ntr.nl/index.php?id=WO_NTR_429305

In mijn bijeenhal staan de kasten op een hoogte van 40-50 cm boven de grond. Toch slagen er nog steeds veel mieren in om de kasten te bereiken. Als we volgende maand beginnen met het geven van wintervoer, kunnen ze meesnoepen van de suikeroplossing. Sommige imkers proberen op alle mogelijke manieren deze snoepers te bestrijden. Zelf hou ik me daar niet mee bezig. De natuur voorziet zelf in allerlei oplossingen. De kasten staan onder een afdak en de bodem bestaat uit los zand. Dat is de perfecte plaats voor de mierenleeuw om zijn vallen op te zetten. Onder mijn kasten zijn honderden valkuiltjes van de mierenleeuw. Volgens mij is dit weer een perfect voorbeeld van de natuur die streeft naar een evenwicht. Als er veel voedsel is voor de mier, verschijnt deze bijna automatisch. Maar als er veel mieren zijn, zullen ook de predatoren verschijnen die op de mieren jagen.

15 juni 2020

De lindebomen staan nu volledig in bloei. Nog  een tweetal weken en het is weer voorbij. Als de zilverlinde in mijn straat is uitgebloeid, dat is de laatste hier in de buurt, wacht ik nog een week en dan wordt er voor de laatste keer honing geoogst. Nu de corona-lockdown achter de rug is, werd het echter zo druk in de praktijk dat ik het even niet zag zitten om tussentijds wat honing te oogsten. Normaal geef ik de volken hiermee voldoende ruimte. Nu heb ik echter vorig weekend alle volken een derde honingzolder gegeven en ze hebben nu de ruimte om de lindenhoning op te slaan. De meeste volken hebben ondertussen ook al een nieuwe koningin of ze zijn er mee bezig. Een vliegbij die nectar ophaalt, is al een drietal weken oud en sinds de leg van het eitje zijn er dan al zes weken verstreken. Na half juli was vroeger de lindebloei voorbij en er werd geslingerd op 21 juli, onze nationale feestdag. De werkmens had dan een extra vrije dag om zich hier op toe te leggen. Daarom verwijder ik systematisch elke koningin die ik tegenkom vanaf begin juni. Haar nageslacht kan dan tot half juli zorgen voor de honingopbrengst en in de tweede helft van juni tot half juli hebben ze ook nog eens weinig broed te verzorgen en kunnen ze zich meer bezig houden met de opbouw van hun voorraden. Ik ga niet op zoek naar de koningin voor half juli. Pas dan wordt ze actief gezocht en verwijderd.De meeste van mijn volken hebben dan echter al een jonge koningin aan de leg. Via deze koninginnenkweek uit redcellen en standbevruchting zorg ik sinds 2004 jaarlijks voor nieuwe koninginnen. Via broedafleggers verdubbel ik zo sinds 2009 ongeveer elk jaar het aantal volken die ik inwinter. De volken komen op een enkel na prima uit de winter en alleen de beste hou ik aan als productievolk. Volken die het voorbije jaar goed hebben gepresteerd. Als productievolk heel rustig waren, veel honing haalden en sterk uit de winter kwamen. Of als jongvolk snel opgroeien met mooie volle platen plat verzegeld broed en dan sterk uitwinteren. Af en toe haalde ik ergens een zwerm op en die werd op dezelfde manier aangehouden. Ook enkele zwarte koninginnen heb ik vorig jaar binnengehaald. Volgend voorjaar krijgen ze alleen een honingzolder als ze sterk uitwinteren en dit jaar voldoen. Door alleen de 50% beste aan te houden, voel ik het tenminste aan alsof mijn bijenstand steeds verbeterd en de bijen ook prima zijn aangepast aan de plaatselijke omstandigheden. Ik ga niet op reis met de bijen, maar pas de plaatselijke fauna zoveel mogelijk aan. Ook dit jaar zal de honingproductie per kast gemiddeld 40 kg bedragen. De uitschieter van 60 kg zit op rozen en de achterblijver met 20 kg mag zich al zorgen maken voor volgend jaar.

Ook vandaag weer waren op de twaalfde dag enkele doppen uitgelopen in een te controleren volk en alle andere doppen open geknaagd. Het volk is dus tevreden met haar toestand en hoe zou ik trouwens een betere koningin kunnen herkennen? Laat staan ze een beter larfje of eitje geven. Zij zelf selecteren al veel langer dan 2004.

Crème honing

Toen ik jaren geleden begon met imkeren, werd me geleerd om de honing dagelijks te roeren met een houten stok tot de honing begon te kristalliseren. Hard worden, zeg maar. Als je maar genoeg en intens genoeg roerde, was de honing wel hard maar smeerbaar. Zonder scherpe kristallen dus. Die houten stok werd op een bepaald moment vervangen door een RVS roerstaaf. De hygiëne ging er duidelijk op vooruit. Maar het stootte me tegen de borst dat het rijpervat zolang slecht was gesloten en dat er dagelijks lucht werd ondergeroerd terwijl de vluchtige aromatische stoffen ontsnapten. Vaak werd de zomerhoning geroerd van juli tot een stuk in september. Ondertussen stond het rijpervat wel in een koele kelder maar ging er toch veel goeds van de honing verloren volgens mij.

Ik heb dan ook lang geijverd om de honing zo weinig mogelijk aan de lucht bloot te stellen en hem nog vloeibaar in de potten te doen. En werd hij vast, diende je er de kristallen maar bij te nemen. De kwaliteit van de honing was dan tenminste nog steeds even hoog.

Onlangs heb ik echter besloten om een creaming toestel aan te schaffen. Dit toestel roert de honing automatisch in een afgesloten RVSvat. Computergestuurd roert het de honingmassa 15 minuten waarna er 60 minuten wordt gerust. En dit gedurende twee of drie dagen. Het toestel roert rustig door de honingmassa en het vat blijft ondertussen gesloten. Ik heb de voorbije drie dagen mijn eerste lot laten roeren en nu ingepot. De honing is enorm smeuïg. Ik heb nog geen idee waar de voorkeur van de kopers naar uit zal gaan. Maar ik bied vanaf heden dus ook een hoogwaardige crème honing aan naast de vloeibare. Ieder zijn meug dus.

10 mei 2020

Pompoenen geplant en de bonen ingelegd.
De aardappelplanten staan al mooi.
In de Warrekast is een vreemde zwerm gearriveerd.
De oude raten zijn opnieuw in gebruik genomen.

Vorig jaar had ik een zwerm in de kast gezet. Ik had de zwerm behandeld met oxaalzuur en in december nogmaals. Maar in januari verdween de laatste bij uit de kast. In de maand maart was er veel verkeer aan de kast. De laatste voorraad werd blijkbaar geroofd. En twee weken geleden zag ik geregeld speurbijen aan de kast. Nu is er dus een nieuwe zwerm ingetrokken. Geen idee vanwaar hij is gekomen.

De schaapjes zijn weer aan de imkerij. Ik heb ze weer gewisseld met de bok. Deze is nu met een castraatmaatje naar hun aflammerweide. Pas op 1 november mag hij weer naar de dames.

Honingoogst

Later dan vorig jaar maar vooral door tijdsgebrek. Momenteel ben ik begonnen met de eerste honingoogst van 2020. Uit drie kasten heb ik 25 volledig verzegelde ramen gehaald. Halve Kempische maat. Ongeveer 1,4 kg per raam. De volgende dagen heb ik nog minstens zes volken te doen. Vier hebben nog maar 1 honingbak en die oogst ik dus nog niet. Maar negen van de dertien vind ik niet slecht. Van deze volken heb ik dus ook al een broedaflegger gemaakt.

Ik kom thuis met 25 ramen en ik heb een radiaalslinger voor 9 ramen. Ik laat mijn honingramen niet graag enkele dagen in de slingerruimte staan, tot ik op alle standen ben geweest. Een uurtje en het is achter de rug. Maar hoe verdeel ik dan de balans in mijn slinger? Eerst en vooral, als de balans niet perfect is, begin ik aan zeer lage snelheid te slingeren en na een tijd komt alles van zelf in balans.

Negen, zes en drie ramen zijn dus perfect te slingeren. Maar ik had er zeven over. Zes ging, maar dat ene resterende is dan hopeloos. Dus slingerde ik er drie en probeerde de laatste vier tegelijk. Die waren per twee bijna perfect tegenover elkaar te plaatsen en door traag te beginnen, is dit mooi gelukt.

Het grote voordeel van de radiaalslinger is natuurlijk het feit dat je de ramen niet hoeft om te draaien. Je moet ook maar in één richting slingeren en het maakt niet uit in welke richting. Bovendien gaat het wasraam niet zo snel stuk vermits de krachten op de toplat inwerken in plaats van op de wasraat zelf.

Broedafleggers

De voorbije dagen heb ik broedafleggers gemaakt van de productievolken. Ik gebruik hiervoor twee ramen broed om hieruit een nieuw volk te starten. Ik vervang de twee broedramen met een waswafel en neem ook twee ramen opzittende bijen mee. Door deze aderlating van het volk wordt een eventuele zwermneiging onderdrukt. En het volk krijgt weer nieuwe was aangereikt. Ik kies twee ramen van het voorbije jaar met veel verzegeld broed, een stuifmeelrand als het kan en zeker ook een deel cellen waarin duidelijk eitjes zijn te zien. Liever veel verzegeld broed en niet te veel larven. Verzegeld broed heeft namelijk minder zorg nodig en levert sneller nieuwe bijen aan het jonge volkje. En hoe minder eitjes, hoe minder doppen ze aanzetten. Niet dat dit een probleem is. Zelfs als er tien doppen worden aangezet, gaat dit kleine volkje niet zwermen. Zodra een koningin uitloopt, worden de andere doppen door de bijen zelf vernietigd. De ongeduldige imker kan na 12 dagen luisteren of er een tuter rondloopt. Zelf controleer ik de ramen pas als ik na dag 24 behandel met oxaalzuur. Op dat moment vind ik ook de koningin snel om haar te merken en te knippen. Ze kan in de moerkooi blijven en haar merk laten opdrogen terwijl ik het volkje besproei met oxaalzuur. Na een maand controleer ik dan of het nieuwe werksterbroed mooi is aangesloten. Elke week open ik wel even de kast om het voeder bij te vullen en eventueel een nieuwe waswafel bij te hangen. Zodra er voldoende ramen zijn uitgebouwd en er geen ruimte meer is voor de honingpot met deeg, stop ik met bijvoeren.

Om de aflegger te maken gebruik ik twee manieren. Als luie imker zoek ik niet graag naar een koningin. Vermits ik toch controleer op belegde zwermdoppen, kom ik haar soms wel tegen. In dat geval sluit ik haar even op in een moerklemmetje. Als ik haar heb gevonden, neem ik simpelweg de twee gekozen broedramen met opzittende bijen en vul hiermee de broedaflegger. Kom ik haar niet tegen dan kies ik de twee ramen en hang ze in de afleggerbak nadat ik ze volledig heb afgeveegd van alle opzittende bijen. Ik plaats deze afleggerbak op de honingzolder en laat ze de juiste broedverzorgende bijen aantrekken, aanzuigen, zonder dat de koningin door het moerroster naar boven kan. Een zuigeling dus. Na een uurtje kan ik de aflegger op haar eigen bodem zetten.

Indien de broedaflegger op dezelfde locatie blijft, veeg ik nog enkele honingramen af om de aflegger groter te maken. Kan hij naar een andere locatie zijn de opzittende bijen voldoende. Het voerraam had ik bewaard van mijn voorjaarscontrole. Het vulblok is wellicht niet essentieel en kan eventueel worden weggelaten. Het uitbouwen van de buitenste waswafel gaat volgens mij toch wel iets vlotter naast een vulblok.

De broedzuigeling in schema.
De broedaflegger op zijn eigen bodem en met een pot voerdeeg.
Het voerdeeg doe ik in honingpotten en is afkomstig van de restanten uit de overwinterde volken.
De afleggers staan verdeeld over het terrein om vervliegen van de koninginnen te voorkomen als ze terugkomen van hun bruidsvlucht.

Bijenvolken eind april

Na de wilg en het fruit, staat nu de paardenkastanje in volle bloei. Hierna is het even wachten op de acacia. Maar natuurlijk zijn dit slechts de opvallende bomen. Met bloesem die we boven onze hoofden duidelijk waarnemen. Dichter bij de grond gebeurt er ondertussen ook veel. En dat wordt vaak niet opgemerkt. Er kwamen al enkele honden op de praktijk met een insectensteek in de snuit. Ook zij merken deze kleine stekertjes ook vaak te laat op. Voor mij is dit het signaal dat de bijen nu de hoge bomen ruilen voor lagere bloesems. Voor de imker en natuurliefhebber is het nu het moment om plat op de grond te gaan. Maar de bijen, hoe is het daar nu mee?

Tweede helft april en de meeste volken hebben hun tweede honingzolder gekregen. Wellicht kan er volgende week al een deel voorjaarshoning worden afgenomen. Maar evenzeer heb ik een volk dat nog steeds niet bezig is in de honingzolder. Nu had ik er voor kunnen kiezen om even het koninginnenrooster te verwijderen. Dan gaan ze meestal snel naar boven. Maar broedrestanten in de honingramen probeer ik ten allen tijde te vermijden. Het broednest heb ik even beter bestudeerd en het viel op dat ze een verzegelde voerrand hadden aangelegd boven het nest, bovenaan de broedramen. Eigenlijk perfect normaal maar niet naar de zin van een honingimker. Die wil zijn honing graag apart in een honingkamer. Vermits bijen niet graag over een verzegelde honingrand gaan, heb ik dan de zegels van de voederrand gebroken, platgedrukt met de raambeitel. Het is nu de bedoeling dat de bijen deze honingcellen ruimen en hierbij de honing verder naar boven, dus boven het koninginnenrooster gaan opslaan. Ze gaan er in elk geval ergens mee moeten blijven, want in de broedruimte zelf is geen plaats meer. Dit is blijkbaar een volk dat al lang blij is met een kastruimte van 1 Kempische broedbak. We zullen volgende week nog eens controleren, maar een volk met vertraagde voorjaarsontwikkeling is voor mij een negatief selectiecriterium.

De volken die momenteel al druk bezig zijn met verzegelen in de eerste, bovenste honingbak en de tweede, onderste bak, al uitbouwen, geef ik een pluspunt voor de selectie. Vier volken hebben momenteel zelfs de broedbak compleet in gebruik voor het broed. Ze hebben zelfs de twee buitenste voerramen al geruimd en voorzien van verzegeld broed. Deze vier zijn momenteel mijn eerste keuze voor verdere selectie. Selectie die weldra begint, want volgende week, begin mei, begin ik aan de productie van de broedafleggers. En deze volken die nu met 11 ramen broed en een darrenraam overvol gaan raken, geven me dan twee ramen broed in plaats van slechts één.

Een voerraam, een broedraam (moet ook eitjes bevatten) een waswafel en een sluitblok worden in een broedbak gehangen en enkele uren op de honingzolders gezet. Dit broed trekt de jonge, broedverzorgende bijen onvermijdelijk naar boven. Daarom noemen we deze broedaflegger ook vaak een zuigeling. De juiste bijen worden naar boven ‘gezogen’. Hierna wordt de broedbak op een bodem gezet, de vliegspleet op één bijbreedte afgesloten met een schuimstofstrip en naar de andere bijenstand vervoerd. Na 24 dagen behandel ik dit volkje met oxaalzuur. Op drie ramen is de koningin dan zeer gemakkelijk te vinden. Ze is al op bruidsvlucht geweest en bijgevolg wordt ze gemerkt en geknipt. Een week later kan ik dan controleren of ze een mooi broednest heeft. Ik geef deze jonge volkjes telkens een nieuwe waswafel als de vorige is uitgewerkt en plaats een voerbakje onder het dak waar ik regelmatig een litertje siroop in voorzie.