Crème honing

Toen ik jaren geleden begon met imkeren, werd me geleerd om de honing dagelijks te roeren met een houten stok tot de honing begon te kristalliseren. Hard worden, zeg maar. Als je maar genoeg en intens genoeg roerde, was de honing wel hard maar smeerbaar. Zonder scherpe kristallen dus. Die houten stok werd op een bepaald moment vervangen door een RVS roerstaaf. De hygiëne ging er duidelijk op vooruit. Maar het stootte me tegen de borst dat het rijpervat zolang slecht was gesloten en dat er dagelijks lucht werd ondergeroerd terwijl de vluchtige aromatische stoffen ontsnapten. Vaak werd de zomerhoning geroerd van juli tot een stuk in september. Ondertussen stond het rijpervat wel in een koele kelder maar ging er toch veel goeds van de honing verloren volgens mij.

Ik heb dan ook lang geijverd om de honing zo weinig mogelijk aan de lucht bloot te stellen en hem nog vloeibaar in de potten te doen. En werd hij vast, diende je er de kristallen maar bij te nemen. De kwaliteit van de honing was dan tenminste nog steeds even hoog.

Onlangs heb ik echter besloten om een creaming toestel aan te schaffen. Dit toestel roert de honing automatisch in een afgesloten RVSvat. Computergestuurd roert het de honingmassa 15 minuten waarna er 60 minuten wordt gerust. En dit gedurende twee of drie dagen. Het toestel roert rustig door de honingmassa en het vat blijft ondertussen gesloten. Ik heb de voorbije drie dagen mijn eerste lot laten roeren en nu ingepot. De honing is enorm smeuïg. Ik heb nog geen idee waar de voorkeur van de kopers naar uit zal gaan. Maar ik bied vanaf heden dus ook een hoogwaardige crème honing aan naast de vloeibare. Ieder zijn meug dus.

10 mei 2020

Pompoenen geplant en de bonen ingelegd.
De aardappelplanten staan al mooi.
In de Warrekast is een vreemde zwerm gearriveerd.
De oude raten zijn opnieuw in gebruik genomen.

Vorig jaar had ik een zwerm in de kast gezet. Ik had de zwerm behandeld met oxaalzuur en in december nogmaals. Maar in januari verdween de laatste bij uit de kast. In de maand maart was er veel verkeer aan de kast. De laatste voorraad werd blijkbaar geroofd. En twee weken geleden zag ik geregeld speurbijen aan de kast. Nu is er dus een nieuwe zwerm ingetrokken. Geen idee vanwaar hij is gekomen.

De schaapjes zijn weer aan de imkerij. Ik heb ze weer gewisseld met de bok. Deze is nu met een castraatmaatje naar hun aflammerweide. Pas op 1 november mag hij weer naar de dames.

Honingoogst

Later dan vorig jaar maar vooral door tijdsgebrek. Momenteel ben ik begonnen met de eerste honingoogst van 2020. Uit drie kasten heb ik 25 volledig verzegelde ramen gehaald. Halve Kempische maat. Ongeveer 1,4 kg per raam. De volgende dagen heb ik nog minstens zes volken te doen. Vier hebben nog maar 1 honingbak en die oogst ik dus nog niet. Maar negen van de dertien vind ik niet slecht. Van deze volken heb ik dus ook al een broedaflegger gemaakt.

Ik kom thuis met 25 ramen en ik heb een radiaalslinger voor 9 ramen. Ik laat mijn honingramen niet graag enkele dagen in de slingerruimte staan, tot ik op alle standen ben geweest. Een uurtje en het is achter de rug. Maar hoe verdeel ik dan de balans in mijn slinger? Eerst en vooral, als de balans niet perfect is, begin ik aan zeer lage snelheid te slingeren en na een tijd komt alles van zelf in balans.

Negen, zes en drie ramen zijn dus perfect te slingeren. Maar ik had er zeven over. Zes ging, maar dat ene resterende is dan hopeloos. Dus slingerde ik er drie en probeerde de laatste vier tegelijk. Die waren per twee bijna perfect tegenover elkaar te plaatsen en door traag te beginnen, is dit mooi gelukt.

Het grote voordeel van de radiaalslinger is natuurlijk het feit dat je de ramen niet hoeft om te draaien. Je moet ook maar in één richting slingeren en het maakt niet uit in welke richting. Bovendien gaat het wasraam niet zo snel stuk vermits de krachten op de toplat inwerken in plaats van op de wasraat zelf.

Broedafleggers

De voorbije dagen heb ik broedafleggers gemaakt van de productievolken. Ik gebruik hiervoor twee ramen broed om hieruit een nieuw volk te starten. Ik vervang de twee broedramen met een waswafel en neem ook twee ramen opzittende bijen mee. Door deze aderlating van het volk wordt een eventuele zwermneiging onderdrukt. En het volk krijgt weer nieuwe was aangereikt. Ik kies twee ramen van het voorbije jaar met veel verzegeld broed, een stuifmeelrand als het kan en zeker ook een deel cellen waarin duidelijk eitjes zijn te zien. Liever veel verzegeld broed en niet te veel larven. Verzegeld broed heeft namelijk minder zorg nodig en levert sneller nieuwe bijen aan het jonge volkje. En hoe minder eitjes, hoe minder doppen ze aanzetten. Niet dat dit een probleem is. Zelfs als er tien doppen worden aangezet, gaat dit kleine volkje niet zwermen. Zodra een koningin uitloopt, worden de andere doppen door de bijen zelf vernietigd. De ongeduldige imker kan na 12 dagen luisteren of er een tuter rondloopt. Zelf controleer ik de ramen pas als ik na dag 24 behandel met oxaalzuur. Op dat moment vind ik ook de koningin snel om haar te merken en te knippen. Ze kan in de moerkooi blijven en haar merk laten opdrogen terwijl ik het volkje besproei met oxaalzuur. Na een maand controleer ik dan of het nieuwe werksterbroed mooi is aangesloten. Elke week open ik wel even de kast om het voeder bij te vullen en eventueel een nieuwe waswafel bij te hangen. Zodra er voldoende ramen zijn uitgebouwd en er geen ruimte meer is voor de honingpot met deeg, stop ik met bijvoeren.

Om de aflegger te maken gebruik ik twee manieren. Als luie imker zoek ik niet graag naar een koningin. Vermits ik toch controleer op belegde zwermdoppen, kom ik haar soms wel tegen. In dat geval sluit ik haar even op in een moerklemmetje. Als ik haar heb gevonden, neem ik simpelweg de twee gekozen broedramen met opzittende bijen en vul hiermee de broedaflegger. Kom ik haar niet tegen dan kies ik de twee ramen en hang ze in de afleggerbak nadat ik ze volledig heb afgeveegd van alle opzittende bijen. Ik plaats deze afleggerbak op de honingzolder en laat ze de juiste broedverzorgende bijen aantrekken, aanzuigen, zonder dat de koningin door het moerroster naar boven kan. Een zuigeling dus. Na een uurtje kan ik de aflegger op haar eigen bodem zetten.

Indien de broedaflegger op dezelfde locatie blijft, veeg ik nog enkele honingramen af om de aflegger groter te maken. Kan hij naar een andere locatie zijn de opzittende bijen voldoende. Het voerraam had ik bewaard van mijn voorjaarscontrole. Het vulblok is wellicht niet essentieel en kan eventueel worden weggelaten. Het uitbouwen van de buitenste waswafel gaat volgens mij toch wel iets vlotter naast een vulblok.

De broedzuigeling in schema.
De broedaflegger op zijn eigen bodem en met een pot voerdeeg.
Het voerdeeg doe ik in honingpotten en is afkomstig van de restanten uit de overwinterde volken.
De afleggers staan verdeeld over het terrein om vervliegen van de koninginnen te voorkomen als ze terugkomen van hun bruidsvlucht.

Bijenvolken eind april

Na de wilg en het fruit, staat nu de paardenkastanje in volle bloei. Hierna is het even wachten op de acacia. Maar natuurlijk zijn dit slechts de opvallende bomen. Met bloesem die we boven onze hoofden duidelijk waarnemen. Dichter bij de grond gebeurt er ondertussen ook veel. En dat wordt vaak niet opgemerkt. Er kwamen al enkele honden op de praktijk met een insectensteek in de snuit. Ook zij merken deze kleine stekertjes ook vaak te laat op. Voor mij is dit het signaal dat de bijen nu de hoge bomen ruilen voor lagere bloesems. Voor de imker en natuurliefhebber is het nu het moment om plat op de grond te gaan. Maar de bijen, hoe is het daar nu mee?

Tweede helft april en de meeste volken hebben hun tweede honingzolder gekregen. Wellicht kan er volgende week al een deel voorjaarshoning worden afgenomen. Maar evenzeer heb ik een volk dat nog steeds niet bezig is in de honingzolder. Nu had ik er voor kunnen kiezen om even het koninginnenrooster te verwijderen. Dan gaan ze meestal snel naar boven. Maar broedrestanten in de honingramen probeer ik ten allen tijde te vermijden. Het broednest heb ik even beter bestudeerd en het viel op dat ze een verzegelde voerrand hadden aangelegd boven het nest, bovenaan de broedramen. Eigenlijk perfect normaal maar niet naar de zin van een honingimker. Die wil zijn honing graag apart in een honingkamer. Vermits bijen niet graag over een verzegelde honingrand gaan, heb ik dan de zegels van de voederrand gebroken, platgedrukt met de raambeitel. Het is nu de bedoeling dat de bijen deze honingcellen ruimen en hierbij de honing verder naar boven, dus boven het koninginnenrooster gaan opslaan. Ze gaan er in elk geval ergens mee moeten blijven, want in de broedruimte zelf is geen plaats meer. Dit is blijkbaar een volk dat al lang blij is met een kastruimte van 1 Kempische broedbak. We zullen volgende week nog eens controleren, maar een volk met vertraagde voorjaarsontwikkeling is voor mij een negatief selectiecriterium.

De volken die momenteel al druk bezig zijn met verzegelen in de eerste, bovenste honingbak en de tweede, onderste bak, al uitbouwen, geef ik een pluspunt voor de selectie. Vier volken hebben momenteel zelfs de broedbak compleet in gebruik voor het broed. Ze hebben zelfs de twee buitenste voerramen al geruimd en voorzien van verzegeld broed. Deze vier zijn momenteel mijn eerste keuze voor verdere selectie. Selectie die weldra begint, want volgende week, begin mei, begin ik aan de productie van de broedafleggers. En deze volken die nu met 11 ramen broed en een darrenraam overvol gaan raken, geven me dan twee ramen broed in plaats van slechts één.

Een voerraam, een broedraam (moet ook eitjes bevatten) een waswafel en een sluitblok worden in een broedbak gehangen en enkele uren op de honingzolders gezet. Dit broed trekt de jonge, broedverzorgende bijen onvermijdelijk naar boven. Daarom noemen we deze broedaflegger ook vaak een zuigeling. De juiste bijen worden naar boven ‘gezogen’. Hierna wordt de broedbak op een bodem gezet, de vliegspleet op één bijbreedte afgesloten met een schuimstofstrip en naar de andere bijenstand vervoerd. Na 24 dagen behandel ik dit volkje met oxaalzuur. Op drie ramen is de koningin dan zeer gemakkelijk te vinden. Ze is al op bruidsvlucht geweest en bijgevolg wordt ze gemerkt en geknipt. Een week later kan ik dan controleren of ze een mooi broednest heeft. Ik geef deze jonge volkjes telkens een nieuwe waswafel als de vorige is uitgewerkt en plaats een voerbakje onder het dak waar ik regelmatig een litertje siroop in voorzie.

 

Controle bijenvolken half april

Vandaag heb ik ondanks de lagere temperatuur van 13 graden toch zes volken nagekeken. Na weghalen van het koninginnenrooster leg ik een handdoek over de ramen die ik dan wat terugplooi om een raam uit te halen. Bij twee volken heb ik een bijna compleet verzegeld darrenraam uitgesneden. Bij één volk vond ik een belegde moerdop. Vermits er veel eitjes waren, heb ik de dop weggebroken. Ik heb ook vier lelijke ramen vervangen door een waswafel. Bij drie volken moet ik morgen dringend een tweede honingzolder plaatsen. De andere volken zijn nog nauwelijks bezig in de honingbak. Ik heb in totaal twee koninginnen gezien en een tiental darren. De andere volken worden deze week ook gecontroleerd. Vroeger begonnen de imkers met de volkscontrole bij de bloei van de kruisbessen. En blijkbaar is dat heden ten dage nog steeds een goede aanwijzing. Alleen denk ik dat ze het toen hadden over de eerste voorjaarscontrole terwijl we nu al bijzonder alert moeten zijn om niet te laat te komen.