Herfstcontrole bijenvolken

Eind september en de volken worden nu klaargemaakt voor de winter. Ze zijn natuurlijk al op gewicht bijgevoerd met suikersiroop. Maar ik kijk toch nog graag even naar het broednest. Hiervoor hoef ik slechts een centraal raam iets op te lichten. Onder de voedselkrans bevind zich dan nog een broednest met mooi aaneengesloten plat verzegelde broedcellen. De voederbak wordt verwijderd en onder de voederplank komt een nieuw vel plastiek. Hierdoor is het straks in december iets gemakkelijker om het volk te openen zonder veel onrust te veroorzaken. Het loswrikken van een vastgekitte dekplank maakt het volk veel onrustiger dan het lostrekken van een vel plastiek. De houten dekplank blijft op het plastiek liggen tot half januari als ik een stuk voederdeeg geef aan de lichtere kasten. De isolatie met schapenwol gaat ook dan pas op het plastiek. Het is nu nog niet de bedoeling om de kasten te isoleren. De volken moeten nu stilaan stoppen met aanzet van broed en dat gaat beter als ze wat meer koude ervaren.

Bloempercelen in najaar

Ik ben ondertussen begonnen aan de nazomerwerkjes voor de bijen. De bloemenweides heb ik gemaaid. Na een tiental dagen wordt dan het hooi verwijderd om de bodem schraal te houden. Ik gooi er nog even wat zaad over van allerlei bloemen dat ik overal verzamel en dan mag het najaar komen. Op het natste perceel waar ik zeer veel last heb van kweekgras, heb ik mosterd en phacelia gezaaid. Hopelijk hebben de bijen er dit najaar nog iets aan.

In het wilgenbosje heb ik de onderliggende bramen en netels nog eens gesnoeid. Ook hier verwijder ik na een week alle opgedroogde plantenresten om de bodem voldoende schraal te houden.

Propolistinctuur

Eerst weeg ik een hoeveelheid propolis af. In dit geval 36,25g.

Ik wens mijn tinctuur te maken met 70 graden alcohol. Ik heb alcohol van 96 graden en dien hier dus water aan toe te voegen. Hoeveel bereken ik met een Andrieskruis.

Ik heb dus 74ml alcohol nodig van 96 graden en 26ml water.

Ik wens een tinctuur van 30%, zijnde 30g in 100g alcohol van 70 graden. Mijn 36g moet ik dus oplossen in 120g alcohol.

Propolis, water en alcohol
Deze pot nu 14dagen schudden als ik passeer.

Kweekgras

Het kweekgras neemt op sommige plaatsen de overhand. Het perceel zonnebloemen is dit jaar compleet mislukt. Ik wijt het aan het droge voorjaar. Het zaad is praktisch niet gekiemd. En dan nam het kweekgras over. Daarom heb ik gisteren het perceel omgeploegd. Hopelijk kan de hittegolf tegen het einde van de week de wortels wat uitdrogen. Ik hoop het stukje grond dan wat gezuiverd te krijgen om phacelia en mosterd te zaaien.

Inwinteren

Stilaan beginnen we aan de inwintering van de bijenvolken. Vermits we van de bijen een deel honing hebben afgenomen, geven we ze een suikeroplossing terug. Hiermee komen ze dan vlot de winter door. Maar de laatste jaren is het najaar nog interessant vliegweer voor de bijen. Als ik ze momenteel al een volledige portie wintervoer zou geven, raakt dat opgegeten voor de winter. Bijen die actief zijn, verbruiken meer. En vermits er in onze streken weinig te halen valt in het najaar, klopt hun verhaal niet meer.

Om dit enigszins op te lossen, geef ik ze nu nog maar mondjesmaat suiker. Te weinig om als wintervoer op te slaan, maar genoeg om actief te blijven. Pas eind september geef ik dan dagelijks suiker tot de kasten op gewicht zijn. Nu geef ik slechts tweemaal per week een half voerbakje of één liter.

Om de suiker op te lossen in water gebruikte ik vroeger een honingroerder. Deze inox staaf zat in een goedkope betonmixer van Hubo. Ik roerde zo 30 liter tegelijk. Maar vermits ik nu een automatische honingroerder heb aangeschaft, probeer ik deze even om de suiker op te lossen. De verwarming op 35 graden en 24 u roeren zou moeten volstaan. 25 kg suiker en 25 liter water voor een 1:1 oplossing. Later bij de echte inwintering gebruik ik een 3:2 oplossing.

Honing op de fopspeen

Terwijl tegenwoordig vaak wordt vermeld op het honingpotetiket dat men best geen honing geeft aan kleine kinderen, was dat vroeger wel anders. Een fopspeen werd in honing gedoopt alvorens je hem in je mond kreeg. Instant-geluk werd je deel, je werd rustig en viel in slaap. Niet dat ik me daar nog iets van herinner, maar ik paste het eind jaren tachtig nog zelf toe bij mijn kinderen. Op dat moment woonde ons jong gezin bij mijn grootvader, waar ik ook de dierenartspraktijk opstartte. Er hadden altijd al bijenkasten gestaan in de boomgaard en mijn moeder was er doodsbenauwd van. Ondertussen werden de bijenvolken wel beheerd door de zoon van Charel: ‘Jef de bieboer’. Jos Jannes, werd bijgevolg dwingend verzocht zijn kasten elders te plaatsen. Zijn bijen zouden haar kleinkinderen dan geen steek kunnen bezorgen. De kasten werden honderd meter verder verplaatst naar een braakliggend stuk grond. Ze zouden de bloesems van daar ook wel vinden, vond mijn moeder.

Op een warme namiddag werd Evelien weer te slapen gelegd op haar kamertje. Naast het bedje, op de vensterbank stond het potje honing. Zoals steeds kreeg ze een lekkere tut met honing en ze zou wel in slaap vallen terwijl wij buiten in de boomgaard zaten. Het was nog niet zo veel later als ik een massa bijen opmerkte aan haar slaapkamerraam. Ik ging wat dichterbij en zag dat het raam zelfs langs de binnenkant zwart zag van de bijen. Als door een bij gestoken, renden we beide naar haar kamertje. We stonden letterlijk aan de grond genageld. De ganse kamer zat vol bijen. Blijkbaar hadden ze een opening gevonden in de vliegenhor van het open raam. Het honingpotje bevatte alleen nog bijen. De honing was bijna allemaal verdwenen. Uit de pot, maar niet uit de kamer. De honing hing overal. Aan de vensterbank, aan de gordijnen, het kinderbedje plakte helemaal van de honing. En overal zaten massa’s bijen zich te laven aan het goudgele goedje.

En in het midden van deze apocalyps stond Evelien, breed glimlachend, rechtop in haar bedje. Haar handjes en haar gezicht glommen van de honing. Ze heeft er geen enkele steek en zeker geen trauma aan over gehouden. Ik zou de waarschuwing op het etiket nog willen uitbreiden: ‘BUITEN BEREIK VAN KINDEREN HOUDEN!’

Imker in spe

Het zal in de zomer van 1964 of 1965 geweest zijn. Gust van Janen had me pas het verschil geleerd tussen een hemelbieke en een ander bieke. De biekes die in zijn boomgaard stonden, konden steken maar een hemelbieke had geen angel. Die hingen stil te zweven boven een bloem en als je snel was, kon je die met je hand vangen. Mijn grootvader, Gust Jannes, had in zijn boomgaard enkele bijenkasten staan. De kasten waren van zijn neef Charel Jannes. En mijn moeder was er als de dood voor. Ze moest niks hebben van die steekbeesten en zorgde er voor dat haar kinderen er zeker uit de buurt bleven. De angst voor bijen werd er bij mij als het ware met de paplepel ingegoten. Maar onze va was een plaaggeest en greep regelmatig een hemelbieke om ons de stuipen op het lijf te jagen. Een hemelbieke of blinde bij is eigenlijk een zweefvlieg. Ze waant zich veiliger door zich voor te doen als een echte bij. Dit noemt men mimicry. Deze zweefvlieg is natuurlijk niet echt blind maar de term werd vroeger gebruikt om aan te geven dat ze niet stak. Zoiets als een granaat die niet ontploft, een blindganger dus. De blinde bij heeft net als de honingbij ook gele en zwarte banden op haar achterlijf die elkaar afwisselen. Maar ze lopen niet volledig door en daardoor kon je ze herkennen. Tellen van de vleugels kon ook maar was wat moeilijker als ze niet stil zaten. Telkens ik er in slaagde om er eentje te vangen in mijn kleuterhandjes rende ik er mee naar mijn moeder om haar te doen schrikken. Va vond het schitterend maar vond het al snel te simpel. Hij leerde me dan als volgende stap ook het verschil tussen een dar en een werksterbij. De mannelijke honingbij, de dar, heeft namelijk ook geen angel en kan bijgevolg ook niet steken. De dar heeft hele grote ogen die elkaar boven op de kop zelfs raken. Daar moest ik het dus mee doen. Gewapend met die nieuwe wijsheid, trok ik naar de tuin. Ik zag inderdaad bijen met opvallend grotere ogen en probeerde er zo eentje te grijpen. Raakten de oogjes van die ene bij nu elkaar of niet? Ik was ze ondertussen al zeer dicht genaderd. Het was nu of nooit. Ik sloeg toe en had beet. Maar blijkbaar stonden de oogjes van dit exemplaar toch wat verder uit elkaar. Een vlammende pijn schoot door mijn handje. Een pijn die ik me vandaag nog kan herinneren. Huilend van de pijn liep ik naar mijn moeder die nu blijkbaar gerustgesteld was. Ik zou in het vervolg wel wegblijven van die bijenkasten.

Weekendje op de imkerij

Ik had de kids een weekendje beloofd in de caravan en nu was het zover. Op zaterdag heb ik de aardappelen gerooid terwijl de kinderen konden ravotten. Tegen de avond hielden we een kleine barbecue en als het begon donker te worden, snoepten we nog wat marshmallows.

Wachten op de marshmallows…

Tijdens de zondag heb ik dan de honingzolders van de volken weggehaald en verplaatst naar onder. Ik plaats ze op de bodem en zet de broedbak er op. Enkele honingramen die waren verzegeld, heb ik vervangen door leeg geslingerde ramen. De rest mogen ze nu verder naar boven dragen. Boven en rond hun broednest. Ik heb vroeger al aangegeven dat ik geen vliegplank meer gebruik. Ik heb ze namelijk allemaal omgebouwd tot een ‘muilkorf’ voor de bijenkast. Dit zou kunnen helpen tegen roverij. Roverij door andere bijenvolken, maar zeker ook tegen de hoornaars die gewoonweg te groot zijn voor de maasgrootte van 6 mm. Darren kunnen de kast nog wel verlaten langs de iets bredere spleet tegen de voorwand. Na de laatste honingoogst tot eind oktober blijven deze ter plaatsen. Het was tevens het moment om de strips Apivar te plaatsen in het broednest. Deze strips blijven gedurende tien weken ter plaats. Vorig jaar gaf deze varroabehandeling goede resultaten. Door de lange behandelingsduur ben ik weinig tot niet afhankelijk van de zomerse klimaatsomstandigheden en dat is wel anders bij veel andere zomerbehandelingen.