De bijenvolken voorzien van noodvoer

Momenteel is er dan toch nog een winterprik bezig met temperaturen rond het vriespunt. De voorbije weken waren echter zo zacht dat er geregeld bijen uitvlogen. Dan zitten de bijen natuurlijk niet op tros en zijn ze vrij actief in de kast. Op zulke momenten verbruikt een bijenvolk extra energie.En dan zou het zo wel eens kunnen dat ze binnen enkele weken met een voedseltekort zitten. Bij mooi droog weer gaat de hazelaar nu volop in bloei maar die levert voor onze bijen alleen wat stuifmeel en geen nectar. Het moet dan ook tegelijk warm genoeg zijn voor de bijen om uit te vliegen en dat stuifmeel te gaan halen. De vroegste wilg bij mij in de buurt bloeit rond 20 maart. Pas dan kunnen de bijenvolken zelf voldoende nectar ophalen. Maar ook dan moet het weer meewerken. Meer dan 12 graden en niet teveel regen. Er zijn heel wat voorwaarden te voldoen om een bijenvolk goed door de winter te halen. Bij lange strenge winters zal hun voorraad wel volstaan maar de voorbije winters met slechts enkele korte winterprikken worden anders ervaren. De bijentros wordt geregeld wakker en verbruikt dan teveel energie.

Ik los dit probleem op door vanaf januari bij te voeren met suikerdeeg. Zolang het volk genoeg eigen voorraad heeft zal het dit suikerdeeg niet snel aanspreken, maar bij een dreigend tekort beginnen ze er wel aan. Ik voorzie dus elk bijenvolk van een half pak suikerdeeg. Dat is dus 1,25 kg. Door regelmatig even het deksel op te heffen kan ik het verbruik dan inschatten. Is het pak leeg, geef ik gewoon een nieuw. Als ik begin april de honingzolders plaats, gaan de restjes gewoon weg. Sommige volken zullen dan nog steeds bezig zijn aan dat eerste pak, maar andere hebben er al enkele leeg gegeten. Mij geeft het in elk geval de zekerheid dat ze niks tekort zullen komen.

Winterbehandeling tegen varroamijt

Het heeft een beetje geduurd maar vandaag ben ik toch begonnen aan de winterbehandeling. Normaal doe ik deze al in de eerste helft van december. De methode die ik gebruik hangt natuurlijk af van de omgevingstemperatuur op het moment. Diergeneeskundig kan de winterbehandeling niet meer na december en de volken laten sterven door niet of verkeerd te behandelen is vanuit het standpunt van dierenwelzijn zeker niet te verantwoorden.

Vandaag was de temperatuur 10 graden en de bijen zaten zeker niet in een vaste tros. Ook de volgende week is er geen lagere temperatuur te verwachten en daarom heb ik de behandeling via sublimatie doorgevoerd. Druppelen werkt niet goed als de tros niet dicht genoeg is. De bijen geven dan het oxaalzuur slecht door naar elkaar en veel valt zelfs door de tros op de bodem. 5 ml per straat is ook totaal anders als de bijen los zitten op 9 straten of dicht op elkaar in 5 straten. Daarom is er bij deze temperaturen geen degelijk resultaat te verwachten van een druppelbehandeling.

De sublimatie daarentegen werkt anders. Het oxaalzuur wordt onder vorm van een fijne nevel in de kast gebracht en dringt daarentegen zeer goed door een loszittende tros. Er is geen suiker toegevoegd en de bijen geven dit dus niet aan elkaar door. De oxaalzuurkristallen dienen elke bij zelf te bereiken. Bij temperaturen boven 5 graden is de sublimatie veel efficiënter dan de duppelmethode. Spijtig genoeg is deze methode niet toegestaan in vele landen maar dierenziektes niet bestrijden is eveneens verboden.

Natuurlijk moet er veilig worden gewerkt. En met de juiste doseringen. Ik ga dus hier ook geen reclame maken voor de sublimatie maar nood breekt wet.

De bodemschuif gaat dicht. Wel proper vegen om de mijtenval te kunnen tellen na een drietal dagen.
Vermits ik geen vliegplanken gebruik, heb ik er altijd op overschot. Hier heb ik een mousse op geniet. Vliegplank insteken en de vliegopening is afgedicht. Simpel en snel.
De oxamat, een autobatterij, handschoenen, bril en masker.
Gedurende 5’30” wordt het oxaalzuur gesublimeerd. Rood lampje brandt dan. Hierna laat ik de ventilator nog 3’ draaien om de kristallen goed te verdelen in de kast. Ik wacht dan nog 3’ om de kristallen te laten neerslaan alvorens de kap te verwijderen. Mijn gasmasker en bril hou ik gedurende de ganse tijd op en ik blijf op afstand.
Tijdens de verdamping ziet men de mist van kristallen door de plexikap. Pas als deze volledig weg is wordt de kap verwijderd.

Broedloze volken of nog niet?

In normale -vroegere- tijden hield ik de eerste vriesdagen nauwlettend in de gaten. Meestal ergens half november. Deze datum werd dan genoteerd want drie weken later waren de bijenvolken broedloos. De koningin was dan namelijk gestopt met de eileg en de laatste bijen van dat jaar waren dan uitgelopen. De voorbije 13 jaar heb ik steeds een varroabehandeling kunnen doen tussen 5 en 10 december. Zeg maar rond de naamdag van Sint Ambrosius, de patroonheilige van de imkers.

Maar hoe is de situatie momenteel? Het najaar is abnormaal warm. Gisteren vlogen de bijen nog volop. Althans bij de kasten wiens vlieggat een streepje zon kreeg. Er komt vermoedelijk weinig nectar en stuifmeel binnen terwijl de bijen volop energie verbruiken. Hebben ze nog wel voldoende wintervoer en broeden ze nu niet te lang door? Hoe moet dat dan met de varroabehandeling en wanneer moet ik voederdeeg gaan bijgeven?

Reeds meerdere jaren controleer ik de temperatuur van de wintertros om eventueel broed vast te stellen. Met een infraroodmeter uit de bouwmarkt meet ik de temperatuur in de kasten. Eigenlijk meet ik de temperatuur boven de wintertros. Ik hou nog altijd vast aan de belangrijkste les van mijn schoonvader-imker. “Blijf uit de kast als je er niet echt moet in zijn!” En in de winter laat ik ze zeker gerust. Ik ben daarom ook geen voorstander van meetsondes in een tros bijen. Al die elektronische toestanden in de kasten hebben bijen niet nodig. Natuurlijk is meten ook weten, maar er zijn vaak niet-invasieve manieren hiervoor. Net zoals ik langs buiten het gewicht kan meten, meet ik ook langs buiten de temperatuur.

Ik weet uit al mijn vroegere metingen dat de temperatuur in een bijenstraat, tussen twee raten, afhankelijk is van wat er in die ruimte gebeurt. Dat is namelijk omdat geproduceerde warmte stijgt. Tot tegen de dekfolie. Tijdens de winter is een onbezette straat aan de zijkanten in de kast slechts een graadje warmer dan de buitentemperatuur. Deze straatjes worden niet verwarmd en ook daar vriest het. Maar boven de wintertros meet ik steevast een hogere temperatuur. Natuurlijk niet de temperatuur van de troskern vermits de buitenste laag bijen die warmte juist probeert tegen te houden. Maar het is boven die straatjes wel beduidend warmer. Ik heb ondervonden dat de broedloze, met bijen bezette, straatjes een temperatuur boven de tien graden aangeven. Zodra er echter broed aanwezig is, stijgt de meting tot ruim boven de 20 graden. Zelfs 25 graden bij vriestemperaturen.

Vermits ik een beetje ongerust werd over de huidige situatie ging ik vandaag op onderzoek uit. Let wel: dit is op mijn bijenstand en zeker niet overal in Vlaanderen gelijk. Ook de soort kasten zal variaties laten optekenen. Mijn Kempische kasten staan in een vochtig laag gelegen perceel. De buitentemperatuur is er gemiddeld een vijftal graden kouder dan bij mij thuis in de bebouwde kom. Terwijl deze locaties maar drie kilometer in vogelvlucht van elkaar zijn verwijderd.

Buitenkant van de kast omstreeks 9 u vanmorgen: het vriest!
Buitenste straatjes langs de kant: ook vriestemperaturen .
Boven de bijentros, centrale straatjes. Maar ik had dit jaar dikkere plasticfolie gebruikt. Geknipt van dik tafelplastiek. Isoleert dit niet teveel om nauwkeurig te meten?
Plastiek even opgelicht: blijkbaar weinig isolerend.
Het zenuwachtig rondlopend individu op de ramen blijkt een wesp te zijn. Blijkbaar binnengedrongen en nu vrezend voor haar leven. Ik heb ze maar gelaten.

Ik voel me momenteel vrij gerustgesteld. Geen enkele wintertros vertoonde een verhoogde broedtemperatuur. En als ik nog drie weken wacht tot half december ben ik zelfs vrij zeker dat al mijn volken broedloos zijn tijdens de varroabehandeling. Maar ik heb nu ook kunnen vaststellen dat de meeste trossen vooraan zitten en nog tien centimeter onder de toplat. Dit betekent dat ze nog een mooie voederkrans boven zich hebben. Ik kan dus nog wel wachten met het aanbieden van wat voederdeeg tot na nieuwjaar.

Waszuivering

Volgende week kan ik weer was aanleveren om waswafels te laten gieten. Maar hiervoor moet de was wel volledig zuiver zijn. De blokken mogen ook niet te groot zijn om snel te kunnen smelten en zo vlot te kunnen werken. Elke imker krijgt namelijk waswafels van zijn eigen aangeleverde was.

Als ik mijn oude raten smelt, bekom ik vrij grote schijven die nog veel onzuiverheden bevatten. Ik stockeer ze wel op deze manier.

Deze stukken ruwe was smelt ik nogmaals au-bain-Marie en bekom zo zuivere was. De onzuiverheden bezinken namelijk in de gesmolten was.

De vloeibare hete was giet ik door een panty in verzamelde yoghurtbekertjes om weer te laten afkoelen.

Het resultaat zijn kleine blokjes zuivere was.

Één november

Vandaag was de grote dag voor de schaapjes. De ooien verhuisden naar de bok en lieten de lammeren van het voorbije jaar achter. Deze zijn ondertussen wel zes maanden oud en bijna even groot als hun moeders. Vijf gecastreerde bokjes en drie ooitjes die dit jaar nog niet worden gedekt. En al zeker niet door hun vader. Tegen de avond ben ik ze nog even gaan bekijken en ze leken wel rustig. Ze waren wel wat terughoudend om in de stal te komen eten. Enkele uren vroeger had ik ze daar ook allemaal opgesloten en dat zal wel een vrij traumatische ervaring geweest zijn.

Rond nieuwjaar gaan de drie ooitjes naar hun moeders en komt hun vader naar zijn zonen. Op deze manier voorkom ik inteelt en beperk ik ook de geboorteperiode tot twee maanden in april en mei.

Oktober 2022

Eind oktober en de nazomer blijft nog even bij ons. Fantastisch toch! Maar de natuur doet gewoon verder zijn ding. Weliswaar niet elk facet maar toch. De groei van het gras is absoluut nog niet gestopt. De boeren maaien nog volop. De moestuin echter is bijna klaar om in te slapen. Het is wel een beetje apart dat ik de dahlia’s reeds heb gerooid terwijl ze nog volop bloeien. Ook de afrikaantjes of Tagetes heb ik moeten verwijderen. Rond het kolenbed en tussen de rijen winterwortelen en prei had ik Tagetes op rij gezaaid. Hierdoor was er weliswaar weinig tot geen aantasting door schadelijke insecten, maar met dit warm en nat najaar ontstond een nieuw probleem. De Tagetes kregen een tweede groeischeut en torenden hoog boven de kolen, wortelen en prei uit. Hierdoor begonnen deze groenten te verpieteren en vreesde ik voor schimmelaantasting. Reeds enkele dagen na het verwijderen van de Tagetes, zien de groenten er al veel beter uit. In dit vochtig jaargetijde moeten de planten natuurlijk goed kunnen doorluchten en opdrogen.

De tuin ziet er nu natuurlijk niet uit, maar de wintergroenten kunnen ons nog veel lekkers leveren. Warmoes, krulkolen, prei, wortelen, schorseneren, rapen en pastinaak kunnen nog lang in de grond blijven. De knolselderij en de witlofwortelen haal ik weldra naar huis. Ik heb zo voor twee weken al een deel van de witlofwortelen opgepot en die zijn al voorzichtig kropjes aan het maken. Ik verheug me er nu al op.

Volgende week gaan de schaapjes weer worden verenigd met de pater familias. Wel ga ik het dekseizoen dit jaar iets anders aanpakken. De ooien gaan naar de bok in plaats van andersom. Ze zijn zo toch weer meerdere kilometers verder verwijderd van het wolvengebied. Want daar ben ik van overtuigd: komen doen ze. Ooit op een kwade dag… En voorlopig ligt Tessenderlo nog niet in het wolvengebied en kan ik nog geen gebruik maken van de subsidies voor een wolfproof omheining. Nu zaterdag ga ik toch alvast poolshoogte nemen op de praktijkdag in Helchteren. Ik hoop er toch iets op te steken over deze nieuwe invasie. Weliswaar geen exoot maar toch een probleem. Wespen die het leven van onze bijen verzuren en wolven die het op onze schapen hebben voorzien. Spijtig genoeg is mijn tuintje thuis veel te klein en moet ik ze op enige afstand huisvesten. Zou er een omheining bestaan die ook werkt in de natuur zonder electriciteitsaansluiting, tussen de bramen en de netels kan staan en die als het even kan ook de Aziatische hoornaar tegenhoudt?

September 2022

Vandaag heb ik de bijenvolken gecontroleerd. Het was mooi vliegweer bij 20°C. De meeste volken brengen veel stuifmeel thuis en dat is altijd een goed teken. Maar ik wou het broed eens zien en ook de hoeveelheid wintervoer inschatten. Voor de ingang van de kasten heb ik nog steeds de muilkorven om invallen van hoornaars te voorkomen. De bijen voelen zich veel veiliger volgens mij. En het beschermt tevens tegen roverij door andere bijenvolken en het verspert tevens de ingang voor slakken en muizen. Er zijn momenteel 17 volken met een mooi broednest, 4 zijn vrij klein en 1 is darrenbroedig. Allemaal zijn ze zwaar van het wintervoer en bijvoeren is nu dus niet meer nodig. IK streef er steeds naar om in het voorjaar met 15 mooie volken op te starten en dat zou dus kunnen lukken. Eind oktober verwijder ik pas de muilkorven en begin december behandel ik nogmaals tegen de varroamijt. Sublimeren of druppelen is voor mij afhankelijk van de temperatuur op dat moment.

In de draadserre waar ik dit jaar aardappelen had geteeld, heb ik momenteel bessenstruiken aangeplant. Jostabessen, aalbessen, rode bessen en kruisbessen. Op deze manier hoop ik iets meer kleinfruit te kunnen oogsten. Er hoeft dan niet te worden gedeeld met de gevleugelde vrienden. Naast de bessenstruiken blijft er voldoende ruimte over voor enkele rijen winterkolen en/of aardappelen. De ganse bodem is enkele weken geleden nog ingezaaid met phacelia. Deze zal niet meer bloeien maar bevriest in de winter en kan dan met zijn organisch materiaal de grond bemesten. In tegenstelling tot mosterd geeft het geen risico op knolvoet en kan het dus op een toekomstig kolenbed worden gebruikt.