23 september 2018

Gisteren is hij drie jaar geworden. ’s Avonds heb ik even een taartje gebakken.dsc_2119

Het deeg bestond uit  450 g lamsgehakt, 2 wortels, 250 g spinazie en 200 g gekookte rijst, gebonden met een losgeklopt ei. De helft hiervan werd in een ingevette bakvorm gedrukt en dan belegd met schijfjes van 2 hardgekookte eieren. Hierop dan de andere helft van het deeg gedrukt en gedurende 50 minuten bij 180°C gebakken in de oven. Ondertussen en portie aardappelpuree gemaakt om de taart te bestrijken en roosjes mee te spuiten. Dit feestmaal is ruim voldoende voor enkele dagen mits bewaring in de koelkast. Maar zijn moeder en beide zusjes hebben ook een portie gekregen.

20 september 2018

Ik heb de voorbije dagen van het mooie weer geprofiteerd en alle bijenvolken gecontroleerd. In het midden hef ik een eerste raam deels omhoog. Vaak tref ik hier al een broednest. Aan de bovenkant van het raam bevind zich een ruime handhoogte verzegeld voer. Ik laat dan het raam terug zakken en sluit de kast. Controle gedaan. Soms tref ik op dat raam geen broednest, maar slechts verzegeld voer. Ik hef dan telkens het raam ernaast tot ik het broednest tegenkom. Zodra ik een voerraam hef met aan één zijde stuifmeelopslag, weet ik dat het volgende raam langs die zijde het broednest bevat. Deze kastcontrole duurt maar enkele seconden. Ik gebruik dit moment ook om de voerbak te verwijderen en om onder de voerplank een vel plastic te leggen. Als ik in december de kast open om oxaal te druppelen, gaat dit veel vlotter en met minder lawaai gepaard. Een dekplank is veelal stevig dichtgeplakt met propolis. De krak die de bijen dan horen bij het openen van de kast lijkt mij een enorme verstoring. En het lostrekken van een stuk plastic verontrust slechts een enkele bij in de wintertros.

Niet alles bleek in orde. Eén volk had slechts een paar cellen gesloten broed. Deze bevonden zich wel aan de buitenkant van een cirkel, waarbinnen alle cellen mooi gepoetst waren. Alsof het volk deze plaats al had voorzien voor hun leggende koningin. Op het volgende raam trof ik twee deels weggeknaagde moerdoppen. Dit volk heeft dus sinds enkele dagen een nieuwe koningin. Hoe weet ik dit?

Er is nog een beetje verzegeld werksterbroed. Minder dan 21 dagen geleden was er dus nog een leggende koningin. Bij een stille moerwissel beginnen de bijen een moerdop met een eitje en wordt de nieuwe koningin geboren na 16 dagen. Als de oude koningin is gesneuveld, maakt het volk een redcel van een ééndagslarve. Deze wordt dan 12 dagen later geboren. De nieuwe koningin zou dus tussen de 5 en 9 dagen oud kunnen zijn. Er is mooi weer geweest de voorbije dagen voor een succesvolle bruidsvlucht en we wachten dus af. Vermits de bijen al een aantal cellen hebben gepoetst, zijn ze zelf ook optimistisch in een goede afloop.

Bij een stille moerwissel kan de oude koningin nog aanwezig zijn, maar ik doorzoek de kast niet naar haar of haar eitjes. Mijn bijenvolken verstoor ik steeds zo weinig mogelijk. De twee ramen die ik heb bekeken, geven me momenteel voldoende info. Binnen 2-3 dagen is al het oude broed uitgelopen en pas dan gaat de nieuwe koningin aan de leg. Negen dagen later is haar eerste broed verzegeld. Ik wacht nu ongeveer 14 dagen en hef dat ene raam met het gepoetste broednest dan even op om te controleren op verzegeld broed. Dat is het enige volk dat ik nog open tot de oxaaldruppeling in december.

Het kleinste volk, een jongvolk, heeft momenteel zeven uitgewerkte ramen met volop bijen in alle gangen. Er zijn vier verzegelde ramen voer en de andere ramen bevatten een broednest met daarrond een voederkrans en stuifmeel. Voldoende om de winter door te kunnen. Als kleinste volk heb ik hier alle ramen van bekeken. Het stelt me dan gerust voor de andere volken. Geen enkel volk lijkt me nu te klein om door de winter te komen en bijgevolg wordt er niet verenigd.

17 september 2018

De bijenvolken zijn bijgevoerd en hebben nu het gewenste inwinteringsgewicht. De huidige week voorspelt nog zeer mooi te worden met temperaturen tot 30 °C. Hier ga ik toch nog gebruik van maken om de broednesten te bekijken. En wellicht ga ik ook nog enkele jongvolkjes die ik te klein vind, verenigen om hun kansen drastisch te verhogen. Elk volk heeft wel een koningin, maar als het volk te klein is om te overleven, zal de koningin het natuurlijk ook niet halen. Dan offer ik ze liever nu nog op. Ik hoef geen twee volkjes die in het voorjaar maar wat kwakkelen. Liever een groot bijenvolk dat dadelijk mee is met de wilgenbloei.

Het huidige jaar was extreem droog en het gras was praktisch volledig verdwenen. Maar even wat frissere temperaturen en een beetje regen bleek voldoende voor het herstel. Toch wonderbaarlijk hoe de natuur dit aanpakt. Tijdens het voorbije weekend heb ik toch weer gras gemaaid. De aanschaf van de Honda Ultra Mower is een prima zet geweest. Met de zitmaaier had ik dit lange, dauwnatte gras nooit kunnen maaien. De hoogte van het gras is voor deze maaier duidelijk niet van tel. Zelfs manshoge brandnetels kan hij aan. Hij reed moeiteloos door de uitgebloeide Canadese Guldenroede. Ik zocht naar een handzame grasmaaier die een woeste boomgaard met bijvoorbeeld nog wat snoeihout in het gras de baas kan en ik heb hem dus gevonden.dsc_2111

10 september 2018

Momenteel ben ik bezig met het inwinteren van de bijenvolken. Ze krijgen nu dagelijks een vol bakje suikersiroop tot ze op het gewenste gewicht zijn. Er is me bij het wegen van de kasten alvast iets opgevallen. De bijenstand aan het waterbroek doet het elk jaar weer zeer goed. Na enkele testjaren heb ik uit ervaring geleerd dat vier bijenvolken hier optimaal leven. Deze volken zijn nu al bijna op gewicht. Slechts 4 kg te gaan. In Gerhagen, droge zandgrond met veel dennen en eikenbossen, is het verhaal anders. Hier zijn twee productievolken meer dan genoeg. Deze stand heeft echter enkele voordelen. Tijdens de winter is er geen wateroverlast en blijft dus goed bereikbaar. Achter in mijn vaders tuin is er ook een beter toezicht mogelijk. Daarom plaats ik hier tevens de jonge volken. De twaalf volken hier hebben echter elk minstens nog 10 kg nodig. Dat is dus een enorm verschil. De twee volken die ik nog elders naast een vochtig natuurgebied heb staan, waren ook op 4 kg na op gewicht. En het ene volk dat bij mij in de tuin staat tussen de bewoning, heeft al voldoende wintervoorraad zonder bijvoeren.

Dat een locatie met voldoende dracht van het allergrootste belang is, wisten we al. Maar daarnaast dient de imker ook rekening te houden met het maximale aantal volken dat zijn bijenstand aan kan. Er blijft echter een factor die we helemaal niet kunnen beïnvloeden. De volken van naburige imkers bezetten namelijk ook het beschikbare areaal. Ik probeer nog steeds om meer mensen warm te krijgen voor de imkerij, maar tevens blijf ik mensen aanzetten om het areaal aan bloeiende planten te vergroten. Als we een beetje groen willen behouden, zal het nodig zijn.

7 september 2019

Momenteel zijn alle Liebigverdampers terug opgeborgen tot volgend jaar. Slechts 5 volken hadden een mijtenval van enkele tientallen. Vandaag ben ik dan begonnen met het inwinteren door middel van invertsiroop. Een voerbakje van 2 liter, elke dag tot ze op gewicht zijn. Voor dit seizoen had ik mezelf nieuwe voerbakjes gekocht. De ronde met een omgekeerd bekertje in het midden. Dit ter vervanging van de vierkante bakjes met 2 klepdeksels. Van deze klepjes moest ik er elk seizoen wel enkele vervangen. Het plastic is veel breekbaarder dan van de ronde voerbakjes. De ronde zijn ook veel makkelijker proper te krijgen. Maar het grootste voordeel is totaal onverwacht gebleken. In de ronde bakjes vind ik nooit mieren die mee aan tafel gaan. De kleppenbakjes zitten steeds vol mieren en in de ronde kom je ze simpelweg niet tegen. Voor mij dus nooit nog de kleppenbakjes.

31 augustus 2018

08dcb-liebigverdamper-thumb

De eerste 12 kasten hebben hun behandeling met mierenzuur gekregen. Op 7 dagen waren alle papiertjes droog en was er 100 ml verdampt. Normaal dient dit te verdampen op 3-5 dagen maar het was de voorbije dagen niet te warm. De volgende week zal het warmer worden en de kasten die morgen starten, zullen dus wel sneller klaar zijn. Er zijn in de behandelde volken zeer weinig mijten gevallen tijdens de verdamping, maar de mijtenval houdt nog wel even aan. De meeste mijten, een tiental, lagen onder de broedafleggers die al in mei waren bedruppeld met oxaalzuur. Deze jonge volken, momenteel op 7-9 ramen, onbehandeld laten tot december zou onverantwoord zijn.

Terwijl volgende week de andere stand wordt behandeld, blijf ik mijten tellen. Tijdens de tweede week van september kan ik dan alle volken op inwinteringsgewicht brengen met invertsiroop.

28 augustus 2018

‘Behandelen of niet tegen de varroamijt? Ik zie weinig mijten vallen, is een behandeling dan wel nodig? Het is nu te warm voor een behandeling of het is te koud voor een behandeling.’ Ik lees dit zeer vaak op op forums en sociale media. Zowel uit binnen- als buitenland.

Voor mij is het simpel. Ik behandel mijn volken op het gepaste moment met een gepast product. Heeft dat volk weinig of veel mijten is niet van tel. Ook niet of het weer tegenvalt en ik hierdoor misschien geen efficiëntie van 90% haal. Een dode mijt is de enige goede mijt en daar hou ik me aan.

Na de honingoogst, begin juli, waren de temperaturen dit jaar zeer lang boven de 30°C en ondanks de nadelen, heb ik toch behandeld met thymovarstrips. Er waren zelfs dagen van 39°C bij. Heeft dat een nadelig effect gehad? Misschien wel, misschien niet. De dode mijten blijven echter dood en de overlevende bijen zorgden voor nieuw broed. Op dit moment zijn alle 20 volken actief met een mooi gesloten broednest en ze dragen nog veel stuifmeel binnen. Ondanks de droogte is bijvoorbeeld de klimop prachtig hersteld en weldra begint deze te bloeien. Net zoals de natuur zullen ook mijn bijenvolken zich weer herstellen.

Al meerdere jaren behandel ik in augustus-september nog een keer met mierenzuur. Ik las vorige week dat het hiervoor nu te koud is. En inderdaad gaat de verdamping trager bij lagere temperaturen en een hoge luchtvochtigheid. Is de Liebigverdamper niet leeg na 5 dagen? Dan laat ik hem toch enkele dagen langer in het volk. Er zal nog geen koningin zijn gestorven van een te traag verdampende mierenzuurbehandeling. En wat dan nog als er minder mijten vallen? Niet behandelen is als niet schieten. Dat is namelijk altijd mis.

Ook voor de winterbehandeling met oxaalzuur volg ik dezelfde redenering. Begin december zijn mijn volken broedloos. Of laat ik stellen: ze bevatten dan het minste broed. En het is op dat moment dat ik behandel. Vermits 100% niet bestaat in efficiëntie, speelt het weinig rol of het uiteindelijk gaat om 90% of 95%. Er blijven altíjd wel mijten over. En hier zal een gezond volk mee leren omgaan. Bijenvolken zullen nooit door selectie resistent worden tegen varroa. Dat is een illusie. Door selectie zullen ze slechts leren om er mee samen te leven. Dat wij als imkers ondertussen helpen met het afdoden van te grote aantallen mijten, zal deze selectie niet in de weg staan.

Ik behandel mijn volken al jaren volgens hetzelfde stramien dat voor mij zijn waarde heeft bevestigd. In het voorjaar snij ik darrenraat. In mei maak ik broedafleggers. Vanaf juni vervang ik mijn koninginnen. Ik behandel broedloze volken met oxaalzuur. Ik behandel na de honingoogst in juli met mierenzuur of thymol. Als ze op dat moment echter broedloos zijn, gebruik ik oxaalzuur. In augustus-september geef ik nog een behandeling met mierenzuur en in december behandel ik met oxaalzuur.

Mijn gebruikte bestrijdingsmiddelen stapelen zich niet op in de was, maar toch vervang ik alle ramen na maximaal één jaar. Zowel de honingramen als de broedramen die tijdens het jaar in gebruik zijn, werden hoogstens in het voorgaande jaar uitgebouwd. Want naast bestrijdingsmiddelen, stapelen zich nog andere zaken op in de was. Bestrijdingsproducten uit de landbouw en natuurlijk ook virussen. Het is niet zonder reden dat onze honingbijen in hun evolutie het zwermen hebben uitgevonden. Hierdoor laten ze namelijk AL hun was met de daarin opgeslagen viezigheden in de steek om elders met een propere lei (waslei?) te herbeginnen. Misschien zijn de problemen van de laatste jaren een teken aan de wand. En is het de hoogste tijd om de moderne kastimkerij aan te passen aan de honingbijen in plaats van te proberen bijen aan te passen aan onze imkerij. De natuur moet zich toch niet aan passen aan ons, maar wij wellicht wel aan de natuur.