Solitaire bijen

Vandaag kreeg ik weer het bekende telefoontje. ‘Hallo, er zit een bijennest in ons tuinhuis.’ Ik vraag dan hoe de insecten er uitzien en waar ze zitten. ‘Ze zijn met zeer veel en het zijn zeker bijen.’ Dan wil ik natuurlijk wel komen zien. Al is het maar om de mensen wat insectenkennis bij te brengen. Vaak zijn het wespennesten, soms een hommelnest. Dit jaar al twee keer voor rosse metselbijen opgedraafd. Ik vind ze zelf zo fantastisch dat ik hier graag wat tijd voor maak. Vandaag heb ik de bijen zelf niet gezien. Ik had pas een vrij momentje om 21 uur en ik kon bijgevolg nog alleen ‘het nest’ bewonderen. In het plastic omhulsel van een waterslang waren alle schroefgaatjes opgevuld met grijs cement. Toch weer leuk om te zien. En de bewoners kijken in de toekomst met andere ogen naar dit natuurwonder. Ze zien nu een interessant levend wezen en geen steekduivel meer.

Schapen naar winterweide

Vandaag heb ik de schapen naar de droge winterweide gebracht. De bok blijft met zijn twee gecastreerde maten aan het Waterbroek. Momenteel is de weg ernaartoe al een serieuze modderpoel en daarom heb ik de aanhanger maar niet gebruikt. De laadruimte van de Jumpy is groot genoeg voor negen schaapjes. En met het differentieel op de stand modder is er geen enkel probleem. Op de droge zandgronden van Gerhagen blijven ze nu tot begin mei om af te lammeren.

Ik heb mijn verlof ook gebruikt om de laatste knotwilgen te knotten. Er blijven een dertigtal ongeknotten dit jaar voor de bijen. Als de stam dik genoeg is, laat ik ze tot vier jaar ongeknot. Ze leveren dan flink wat brandhout. Als de stam nog te dun is, knot ik ze zelfs jaarlijks om afscheuren van de takken te voorkomen.

Dit is van de oostkant van het perceel.
En dit van de rechterkant.
De tenen die te dun zijn, worden verwerkt in een takkenwal en de rest verhakseld.

Dekseizoen voor de schapen

Vandaag heb ik de bok weer naar de ooien gebracht. Misschien wat laat maar op deze manier heb ik pas lammetjes na 25 maart en dan is de winter toch voorbij. Vader krijgt nu tijd om zijn harem te plezieren tot nieuwjaar. Op die manier heb ik ook geen geboorte meer na 31 mei. Ik kan de kudde dan scheren in juni zonder de complicerende factor van een hoogdrachtige ooi.

Hij had maar een uurtje nodig om ze samen te drijven. Zijn zomervet zal nu wel snel wegsmelten.

De mierenleeuw is weer actief

<a href="http://”&gt;https://player.ntr.nl/index.php?id=WO_NTR_429305

In mijn bijeenhal staan de kasten op een hoogte van 40-50 cm boven de grond. Toch slagen er nog steeds veel mieren in om de kasten te bereiken. Als we volgende maand beginnen met het geven van wintervoer, kunnen ze meesnoepen van de suikeroplossing. Sommige imkers proberen op alle mogelijke manieren deze snoepers te bestrijden. Zelf hou ik me daar niet mee bezig. De natuur voorziet zelf in allerlei oplossingen. De kasten staan onder een afdak en de bodem bestaat uit los zand. Dat is de perfecte plaats voor de mierenleeuw om zijn vallen op te zetten. Onder mijn kasten zijn honderden valkuiltjes van de mierenleeuw. Volgens mij is dit weer een perfect voorbeeld van de natuur die streeft naar een evenwicht. Als er veel voedsel is voor de mier, verschijnt deze bijna automatisch. Maar als er veel mieren zijn, zullen ook de predatoren verschijnen die op de mieren jagen.

10 mei 2020

Pompoenen geplant en de bonen ingelegd.
De aardappelplanten staan al mooi.
In de Warrekast is een vreemde zwerm gearriveerd.
De oude raten zijn opnieuw in gebruik genomen.

Vorig jaar had ik een zwerm in de kast gezet. Ik had de zwerm behandeld met oxaalzuur en in december nogmaals. Maar in januari verdween de laatste bij uit de kast. In de maand maart was er veel verkeer aan de kast. De laatste voorraad werd blijkbaar geroofd. En twee weken geleden zag ik geregeld speurbijen aan de kast. Nu is er dus een nieuwe zwerm ingetrokken. Geen idee vanwaar hij is gekomen.

De schaapjes zijn weer aan de imkerij. Ik heb ze weer gewisseld met de bok. Deze is nu met een castraatmaatje naar hun aflammerweide. Pas op 1 november mag hij weer naar de dames.