Vandaag heb ik de eerste koningin gevangen.

Verhaaltjes over de vrijetijdsbesteding van een gepensioneerde imker-dierenarts met veel liefde voor bijna alles wat groen is. KBO0637510922
Vandaag heb ik de eerste koningin gevangen.

Fantastisch weertje, eerste helft van maart. Even rustig genieten, wegduiken in een stukje natuur. Geen tweede woning in het zuiden, geen treinabonnement voor 65-plussers naar Blankenberge voor mij.
De kristallisatie van honing
Toen ik als imkershulpje begon bij mijn schoonvader, werd er slechts éénmaal per jaar honing geoogst. Op 21 juli, een vrije dag in België. De honing werd na slingeren in grote rijpervaten gegoten en naar de kelder gebracht. Na een tweetal dagen werd deze dan ‘afgeschuimd’. Het schuim met alle kleine restjes van het slingeren kwam bovendrijven op de vloeibare honing en dat werd minutieus met een lepel weggenomen. Hierna begaf mijn schoonvader zich tweemaal per dag naar de kelder om daar met een beukenhouten stok gedurende een tiental minuten de honing te roeren. Door de actie van het roeren werden de kristallisatiekernen klein gehouden en als de honing dan uiteindelijk kristalliseerde, waren de kristallen zo klein dat de honing zacht smeerbaar was. Smeuïg op de tong. Maar vooraleer het ganse vat te ver was gekristalliseerd, werd de honing in glazen potten gedaan. Dan ging de kristallisatie nog enkele dagen door in de potten waarna ze klaar waren om te verdelen onder zijn afnemers. De jaaroogst was meestal al volledig weg rond nieuwjaar.
Toen ik mijn eigen imkerij uit passie uitbouwde met meer volken, bekwam ik ook jaarlijks meer honing. De grote hoeveelheid glazen potten in mijn kelder hadden een beduidend groter gewicht en dat bleef niet zonder gevolgen. Op een bepaald moment heeft een rek in de kelder het begeven en het opruimen van alle scherven en weggooien van de verspilde honing deed me besluiten om het anders aan te pakken.
De honing zou, zoals bij beroepsimkers, in grotere vaten worden bewaard. Ik kocht plastic honingemmers van 20 liter die ik kon opstapelen.


Maar na verloop van tijd kristalliseert ook deze honing en kan hij dus nog alleen in potten worden gedaan door de emmer honing gedurende een tweetal dagen bij 38 graden in een warmwaterbad te zetten en de honing dan vloeibaar in potten te doen. Mijn hoeveelheid glazen, gevuld met honing, bleef vanaf dat moment beperkt tot een veertigtal potten. Het rek kan deze hoeveelheid wel aan. Maar ik verkoop dus momenteel bijna uitsluitend vloeibare honing. Klanten die een pot aanschaffen, merken soms wel dat deze na een tijd terug kristalliseert. En zeker als ze deze wat langer in gebruik hebben. Soms beweert men dan dat de honing niet goed meer is. Of men denkt dat er suiker is toegevoegd aan de honing. Of de bijen werden gevoerd met kristalsuiker die ze onder de honing hebben verwerkt. Dit is echter helemaal niet het geval. Elke honing kristalliseert vroeg of laat en wordt dus vast. Wat is nu eigenlijk de wetenschap hierachter?
De kristallisatie van honing is volledig natuurlijk en verandert de kwaliteit en de smaak van de honing helemaal niet. Natuurlijk geeft elke textuur een ander mondgevoel wat aan onze hersenen een andere smaakbeleving kan opleveren.
Honing is een oververzadigde suikeroplossing. Het bevat meer dan 80% suikers en minder dan 20% water. Eigenlijk zit er meer suiker in het water dan het water kan vasthouden. Dit maakt honing onstabiel maar de natuur streeft telkens naar een evenwicht of stabiliteit. Als resultaat worden er kristallen in de honing gevormd. De honing wordt dikker en uiteindelijk ontstaat een vaste toestand. Nu gebeurt dat geleidelijk waardoor de honing er tijdelijk bewolkt kan uitzien of gemarmerd. Dit begint meestal bij de onderkant van het glas en langs de zijkanten. Het werkt zo naar boven en naar binnen. Maar niet elke honing kristalliseert even snel en bekomt niet dezelfde textuur. Als er kleinere kristallen worden gevormd, voelt de honing veel zachter aan op de tong. Grotere kristallen voelen ruwer aan. Daarenboven gaat honing die sneller kristalliseert ook kleinere kristallen maken en dus eerder zacht aanvoelen.
Het kristallisatieproces
Er zijn vier omstandigheden die bepalen hoe snel honing kristalliseert. De eerste en belangrijkste is de verhouding tussen glucose en fructose. De samenstelling dus. Hier kan de imker niets aan veranderen. Een imker zou alleen maar zijn bijenstand kunnen verplaatsen bij een gewenste dracht.Maar vermits bijen niet achter een omheining blijven is dat niet sluitend. De bijen bezoeken bijvoorbeeld ook paardenbloemen in een kersenplantage. De andere drie condities zijn de temperatuur, de aanwezigheid van een katalysator en beweging kunnen wel voor een deel worden beïnvloed door de imker bij de oogst, de extractie en de bewaring van de honing.
1: De samenstelling:
Deze bepaalt vooral of de honing kristalliseert of niet. De verhouding tussen de twee belangrijkste suikers, glucose en fructose, gaat de snelheid van kristallisatie bepalen.
Glucose is minder oplosbaar in water dan fructose. In 100g water kan 375g fructose worden opgelost en slechts 68g glucose. Hoe meer glucose de honing bevat, hoe sneller deze dus gaat kristalliseren. Hoe meer fructose hoe langer de honing vloeibaar blijft. Maar honing is bijna altijd afkomstig van meerdere bloemsoorten en het is dus het uiteindelijke glucosegehalte in de geoogste honing dat bepaalt hoe snel de kristallisatie doorgaat. Van monoflorale honing weten we uit ondervinding dat honing van klaver, zonnebloemen en koolzaad snel kristalliseert. Van acaciahoning weten we dat deze zeer traag kristalliseert. Mengsels van meerdere bloesems zoals voorjaars- of zomerhoning kunnen bijgevolg alle kanten op.
2: Temperatuur:
Bij zeer hoge temperatuur en bij zeer lage, verloopt de kristallisatie zeer traag of helemaal niet. De ideale temperatuur voor kristallisatie is 14°C. Hoger of lager vertraagt de kristallisatie.
3: Katalysatoren:
Om kristallen te vormen moet er kleine kernen in de honing aanwezig zijn waaromheen deze kristallen zich kunnen vormen. Dit zijn microscopische stukjes pollen, bijenwas, propolis of luchtbelletjes. Ook stofdeeltjes in de glazen of tijdens het oogsten van de honing kan zo de kristallisatie beïnvloeden.
4: Beweging:
Beweging in de honing doet sneller kristalliseren. Daarom gaat geslingerde honing al sneller kristalliseren dan honing die in de raten blijft. Alleen al het slingeren, zeven en in emmers gieten doet sneller kristalliseren.
Hoe hoger het watergehalte in de honing, hoe trager de kristallisatie. Maar hier zit een addertje onder het gras. Honig met een vochtgehalte hoger dan 18,5% zal uiteindelijk gaan fermenteren. Bedenk ook dat honing hygroscopisch is en dus water aantrekt. Als honing te lang wordt opengesteld aan de lucht, trekt deze water aan en stijgt het vochtgehalte soms tot boven 18,5% en kan hij gaan gisten.
Wat als mijn honingpot nu gekristalliseerd is?
Deze kristallisatie is dus natuurlijk en deze honing is helemaal niet slecht geworden. De hard geworden honing is volledig veilig om te consumeren en sommige mensen hebben deze ook het liefst. Het is in elke geval properder om mee te werken. Maar bij gebruik in keukenrecepten is vloeibare honing vaak te prefereren. En ook bij gebruik in drank is het handiger. Alleen bij gebruik in warme dranken is harde honing even handig. Het gezondheidsaspect van honing verdwijnt wel als honing wordt verhit boven 38°C of als de honing wordt opgelost in een kopje hete thee. Het is dan slechts een zoetstof. Men mag ook nooit honing opwarmen in een microgolfoven vermits daar de temperatuur veel te snel, veel te hoog oploopt. Een warmwaterbad is veel effectiever. Een ketel water opwarmen, van het vuur nemen en dan het glazen honingpotje hierin zetten volstaat. Denk er wel aan dat de honing later toch terug zal kristalliseren.

De laatste tomaten zijn naar binnen gehaald om verder te rijpen. De folie heb ik vandaag verwijderd en die wordt op zolder bewaard tot volgend jaar. Er staan nog wat boontjes, selder, rode bietjes en natuurlijk ook nog pompoenen, pastinaken, spruitkolen, rode kolen, boerenkolen, warmoes en winterprei. Tijdens de volgende maanden kan hier nog wel worden geoogst maar het moestuinseizoen voelt aan als voorbij. Ik plan zelfs al de indeling voor volgend jaar. En met de droge zomer nog in gedachten, heb ik alvast het aantal IBCcontainers verhoogd van drie naar zes. Elke container volstaat ongeveer voor een week droogte. Maar dit jaar volstond 3000 liter dus niet. Ik koppel ze nu één voor één aan de dakgoot van de schapenstal en zo raken ze wel vol tijdens de wintermaanden.
Met de geelpoothoornaar zijn we ondertussen in de volgende fase beland. Ik heb vandaag de Koreaanse vallen aangevuld met stukken pangasiusfilet. De hoornaars zijn nu volop op zoek naar eiwitten en in Azië zouden ze altijd al overlast hebben bezorgd aan marktkraampjes met vis. Pangasiusfilet koop ik in de supermarkt tijdens een reclamecampagne en bewaar ik in de vriezer.

De selectieve voorjaarsvallen krijgen ook weer nut als de jonge koninginnen weldra het nest verlaten. Na hun bevruchting gaan die op zoek naar een overwinteringsplekje maar ondertussen moeten ze natuurlijk ook nog energie opdoen. In het voorjaar heeft deze selectieve val zijn nut als voedingsbron bij hun ontwaken. Maar er zijn in het voorjaar al zoveel planten die nectar geven en er vliegen al zoveel insecten waarmee de voorjaarsvallen dan moeten concurreren. In het najaar, en zeker als het fruit is geoogst, zijn er veel minder suikers te vinden en dan zou een selectieve hoornaarval wel eens heel aantrekkelijk kunnen zijn. En als er de volgende maanden na het vallen van de bladeren ergens een nest zichtbaar wordt, is dat misschien een niet verdelgd nest. In die buurt is het dan zeker aangeraden om een paar vallen op te stellen.
Momenteel zijn de zonnebloemen bijna allemaal uitgebloeid. De bijen hebben er volop van kunnen genieten. Ik had vorig jaar van een tiental planten zaad genomen en dit jaar uitgezaaid. Het veld was echt een pareltje om te zien.
Aan de rand van de moestuin had ik weer een tiental zaadjes geplant en deze waren natuurlijk veel groter geworden vermits ze verder van elkaar stonden en geen concurrentie hadden. Ze kregen ook dagelijks water zoals de rest van de moestuin. Van deze zonnebloemen heb ik nu weer zaad genomen voor volgend jaar. Nog even profiteren van de warme najaarszon om ze goed te laten drogen en dan kunnen we er volgend jaar weer tegenaan.





Al een hele tijd maak ik geen gebruik meer van de open bodem in mijn Kempische kasten. De bodemschuif laat ik het ganse jaar insteken. Warme lucht stijgt en daarom dacht men vroeger dat het geen kwaad kon om de bodemschuif open te laten. En als de varroamijt door het gaas viel, kon ze niet meer in de broedbak terugkruipen. Een tijdje dacht men zelfs dat de mijtenpopulatie hierdoor kleiner zou zijn in het volk.
Maar dat verhaal gaat niet langer meer op. Onderzoek leert dat bijen het klimaat in hun kast veel beter kunnen controleren en beheersen als de bodem gesloten is. Ze doen dit trouwens al miljoenen jaren in holle bomen. Via een enkel invoergat regelen ze zowel de temperatuur als de luchtvochtigheid in hun woning. Maar een gesloten bodem met een varroagaas laat wel nog steeds toe om de vrije varroaval te meten. We kunnen de mijten die van nature op de bodem vallen gedurende drie dagen tellen en daaruit een besmettingsgraad van het volk berekenen. Maar meer en meer imkers wereldwijd gebruiken gewoon een simpele gesloten houten bodem zonder varroagaas. En tegelijk ging het dan over een hoge bodem. Een veel diepere bodem dus waardoor de bijen onder de ramen wat kunnen doorhangen. Ook in een holle boom hangen de bijen vaak wat door aan de honingraten. Ze zouden zo ook de ruimte tussen de raten, de zogenaamde straatjes beter kunnen regelen naar warmte en vochtigheid. Ik ging op zoek maar vond geen diepe bodem voor de Kempische kast. Maar dan maak je dat toch zelf.
De bodem is gemaakt met vuren planken van 10 cm en 2 cm dik. Met een watervaste multiplex bodem in een gefreesde geul gelijmd, is de bodem nu 8 cm diep. Aan de voorzijde heb ik geen vliegspleet voorzien maar wel 2 gaten geboord van 16 mm met draaischijven om de opening te regelen. Aan de achterzijde heb ik een deurtje voorzien van 4 cm met pianoscharnier en wervel. Langs deze toegang kan ik een plaat schuiven om de varroamijten te tellen die vallen gedurende 3 dagen. Zelfs water of voedersiroop kan hierlangs worden gegeven.
Er zijn nu 10 bodems klaar voor de praktijktest volgend jaar. Tijdens de winter bevestig ik ook nog een permanente muilkorf aan elke bodem maar die zijn momenteel nog in gebruik op de standen.
Vorige week zijn alle bijenvolken een beetje geëgaliseerd. De productievolken zijn op 10 ramen en de jonge volken op 8 ramen gezet. Het gaat wel om het Kempisch formaat. Morgen wordt er voor de laatste keer gevoerd en dan heeft elk volk 14 kg suikersiroop opgeslagen. Dat levert ongeveer 12 kg wintervoer op. Ik gebruik de Sint ambrosiussiroop van het Bijenhof en elk volk krijgt hiervan gedurende 5 dagen 2 liter per dag. Om de laatste restjes siroop uit de voerbakjes te likken, verwijder ik overmorgen het bekertje of het tussenplaatje. Dan kunnen de bijen gedurende een paar dagen vrij in het ganse voerbakje voor ik ze weer opberg tot volgend jaar. Na het voeren vervang ik de dekplank ook door een katoenen theedoek en een kussen met schapenwol. Het schapenwol geeft een zeer goede isolatie en laat lucht door. Het kan vocht opnemen en terug afgeven. Ook de theedoek zorgt ervoor dat er geen condensatie optreedt in de kast met vochtproblemen. Dat was met een plastic zeil vroeger nog wel eens een probleem. Sommige bijenvolken knagen gaten in de theedoek en dan krijgen ze daar simpel een tweede bovenop.
Vandaag en gisteren heb ik de volken allemaal gecontroleerd op de aanwezigheid van broed en voer. De productievolken zijn van 12 op 10 ramen gezet met aan elke kant een isolerend sluitblok. De twee darrenbroedige volken zijn afgeslagen en de voerramen opzij gehouden. Hierdoor had ik voldoende uitgewerkte broedramen met voer om de afleggers aan te vullen tot 8 ramen. Ook weer tussen twee sluitblokken. De productievolken zaten nog met vijf tot zes ramen broed en de afleggers hadden drie tot vijf ramen broed.
De voorbije week had ik zoals elke maand de vrije varroaval geteld op de bodemschuif en die lag nu, eind augustus, tussen 0 en 7 op drie dagen. Enkele kasten heb ik nu terug gecontroleerd door een telling op 300 bijen met CO2-verdoving. De maximale besmettingsgraad was hier 1,3%. De telling op levende bijen komt dus blijkbaar goed overeen met een telling op de bodemschuif. Een najaarsbehandeling is dus niet nodig en pas in december ga nog éénmaal doseren met oxaalzuur als ze volledig broedloos zijn.
Er staan nu 26 bijenvolken met zeer weinig varroabesmetting die de volgende week worden ingewinterd met voedersiroop om op gewicht te komen.
De druk van de hoornaars is op dit moment nog zeer laag, maar de klimop is nog niet in volle bloei en pas dan verwacht ik ook de hoornaars in grotere aantallen voor de kasten.
Om de bijen een beetje te helpen hun wintertros op temperatuur te houden, kunnen we het broednest, de ramen met broed dus, opsluiten tussen twee sluitblokken. In mijn Kempische kasten bevat elk raam 6400 cellen. Zeven ramen leveren 40320 cellen en dat zou moeten volstaan voor een koningin. Eind oktober sluit ik de ramen met broed tussen twee sluitblokken en volgend seizoen krijgen ze ook maar maximaal 7 ramen om te bebroeden. Maar daarvoor heb ik natuurlijk wel voldoende sluitblokken nodig en dus heb ik er een paar bijgemaakt.
En dan begin ik weer waswafels te gieten. En met de nieuwe siliconemal in mijn toestel zijn de wafels weer optimaal. Dit jaar heb ik mijn ganse voorraad bijna opgebruikt maar ook veel ramen terug uitgesmolten. De voorraad wasblokken is zo toch weer aangevuld.


De wasblokken smelt ik in de soepketel die bijna 10 liter kan bevatten. Waterkoeling gebeurt met een aquariumpompje en ik hou het water extra koud met koelelementen uit de vriezer. Het waswafeltoestel is op dadantformaat en de raat wordt dan op kempisch formaat gesneden terwijl de volgende al afkoelt. Ik reken op een raat per minuut.
Momenteel wordt er dagelijks geoogst. Niet alleen sla en tomaten uit de moestuin. Ook de courgettes en de boontjes leveren nu dagelijks wat om mee te brengen. Maar gisteren hebben we de appels, de peren en de pruimen ook meegebracht. De inmaak werkt nu op volle toeren.




