Broedloze volken of nog niet?

In normale -vroegere- tijden hield ik de eerste vriesdagen nauwlettend in de gaten. Meestal ergens half november. Deze datum werd dan genoteerd want drie weken later waren de bijenvolken broedloos. De koningin was dan namelijk gestopt met de eileg en de laatste bijen van dat jaar waren dan uitgelopen. De voorbije 13 jaar heb ik steeds een varroabehandeling kunnen doen tussen 5 en 10 december. Zeg maar rond de naamdag van Sint Ambrosius, de patroonheilige van de imkers.

Maar hoe is de situatie momenteel? Het najaar is abnormaal warm. Gisteren vlogen de bijen nog volop. Althans bij de kasten wiens vlieggat een streepje zon kreeg. Er komt vermoedelijk weinig nectar en stuifmeel binnen terwijl de bijen volop energie verbruiken. Hebben ze nog wel voldoende wintervoer en broeden ze nu niet te lang door? Hoe moet dat dan met de varroabehandeling en wanneer moet ik voederdeeg gaan bijgeven?

Reeds meerdere jaren controleer ik de temperatuur van de wintertros om eventueel broed vast te stellen. Met een infraroodmeter uit de bouwmarkt meet ik de temperatuur in de kasten. Eigenlijk meet ik de temperatuur boven de wintertros. Ik hou nog altijd vast aan de belangrijkste les van mijn schoonvader-imker. “Blijf uit de kast als je er niet echt moet in zijn!” En in de winter laat ik ze zeker gerust. Ik ben daarom ook geen voorstander van meetsondes in een tros bijen. Al die elektronische toestanden in de kasten hebben bijen niet nodig. Natuurlijk is meten ook weten, maar er zijn vaak niet-invasieve manieren hiervoor. Net zoals ik langs buiten het gewicht kan meten, meet ik ook langs buiten de temperatuur.

Ik weet uit al mijn vroegere metingen dat de temperatuur in een bijenstraat, tussen twee raten, afhankelijk is van wat er in die ruimte gebeurt. Dat is namelijk omdat geproduceerde warmte stijgt. Tot tegen de dekfolie. Tijdens de winter is een onbezette straat aan de zijkanten in de kast slechts een graadje warmer dan de buitentemperatuur. Deze straatjes worden niet verwarmd en ook daar vriest het. Maar boven de wintertros meet ik steevast een hogere temperatuur. Natuurlijk niet de temperatuur van de troskern vermits de buitenste laag bijen die warmte juist probeert tegen te houden. Maar het is boven die straatjes wel beduidend warmer. Ik heb ondervonden dat de broedloze, met bijen bezette, straatjes een temperatuur boven de tien graden aangeven. Zodra er echter broed aanwezig is, stijgt de meting tot ruim boven de 20 graden. Zelfs 25 graden bij vriestemperaturen.

Vermits ik een beetje ongerust werd over de huidige situatie ging ik vandaag op onderzoek uit. Let wel: dit is op mijn bijenstand en zeker niet overal in Vlaanderen gelijk. Ook de soort kasten zal variaties laten optekenen. Mijn Kempische kasten staan in een vochtig laag gelegen perceel. De buitentemperatuur is er gemiddeld een vijftal graden kouder dan bij mij thuis in de bebouwde kom. Terwijl deze locaties maar drie kilometer in vogelvlucht van elkaar zijn verwijderd.

Buitenkant van de kast omstreeks 9 u vanmorgen: het vriest!
Buitenste straatjes langs de kant: ook vriestemperaturen .
Boven de bijentros, centrale straatjes. Maar ik had dit jaar dikkere plasticfolie gebruikt. Geknipt van dik tafelplastiek. Isoleert dit niet teveel om nauwkeurig te meten?
Plastiek even opgelicht: blijkbaar weinig isolerend.
Het zenuwachtig rondlopend individu op de ramen blijkt een wesp te zijn. Blijkbaar binnengedrongen en nu vrezend voor haar leven. Ik heb ze maar gelaten.

Ik voel me momenteel vrij gerustgesteld. Geen enkele wintertros vertoonde een verhoogde broedtemperatuur. En als ik nog drie weken wacht tot half december ben ik zelfs vrij zeker dat al mijn volken broedloos zijn tijdens de varroabehandeling. Maar ik heb nu ook kunnen vaststellen dat de meeste trossen vooraan zitten en nog tien centimeter onder de toplat. Dit betekent dat ze nog een mooie voederkrans boven zich hebben. Ik kan dus nog wel wachten met het aanbieden van wat voederdeeg tot na nieuwjaar.

Waszuivering

Volgende week kan ik weer was aanleveren om waswafels te laten gieten. Maar hiervoor moet de was wel volledig zuiver zijn. De blokken mogen ook niet te groot zijn om snel te kunnen smelten en zo vlot te kunnen werken. Elke imker krijgt namelijk waswafels van zijn eigen aangeleverde was.

Als ik mijn oude raten smelt, bekom ik vrij grote schijven die nog veel onzuiverheden bevatten. Ik stockeer ze wel op deze manier.

Deze stukken ruwe was smelt ik nogmaals au-bain-Marie en bekom zo zuivere was. De onzuiverheden bezinken namelijk in de gesmolten was.

De vloeibare hete was giet ik door een panty in verzamelde yoghurtbekertjes om weer te laten afkoelen.

Het resultaat zijn kleine blokjes zuivere was.

Één november

Vandaag was de grote dag voor de schaapjes. De ooien verhuisden naar de bok en lieten de lammeren van het voorbije jaar achter. Deze zijn ondertussen wel zes maanden oud en bijna even groot als hun moeders. Vijf gecastreerde bokjes en drie ooitjes die dit jaar nog niet worden gedekt. En al zeker niet door hun vader. Tegen de avond ben ik ze nog even gaan bekijken en ze leken wel rustig. Ze waren wel wat terughoudend om in de stal te komen eten. Enkele uren vroeger had ik ze daar ook allemaal opgesloten en dat zal wel een vrij traumatische ervaring geweest zijn.

Rond nieuwjaar gaan de drie ooitjes naar hun moeders en komt hun vader naar zijn zonen. Op deze manier voorkom ik inteelt en beperk ik ook de geboorteperiode tot twee maanden in april en mei.

Oktober 2022

Eind oktober en de nazomer blijft nog even bij ons. Fantastisch toch! Maar de natuur doet gewoon verder zijn ding. Weliswaar niet elk facet maar toch. De groei van het gras is absoluut nog niet gestopt. De boeren maaien nog volop. De moestuin echter is bijna klaar om in te slapen. Het is wel een beetje apart dat ik de dahlia’s reeds heb gerooid terwijl ze nog volop bloeien. Ook de afrikaantjes of Tagetes heb ik moeten verwijderen. Rond het kolenbed en tussen de rijen winterwortelen en prei had ik Tagetes op rij gezaaid. Hierdoor was er weliswaar weinig tot geen aantasting door schadelijke insecten, maar met dit warm en nat najaar ontstond een nieuw probleem. De Tagetes kregen een tweede groeischeut en torenden hoog boven de kolen, wortelen en prei uit. Hierdoor begonnen deze groenten te verpieteren en vreesde ik voor schimmelaantasting. Reeds enkele dagen na het verwijderen van de Tagetes, zien de groenten er al veel beter uit. In dit vochtig jaargetijde moeten de planten natuurlijk goed kunnen doorluchten en opdrogen.

De tuin ziet er nu natuurlijk niet uit, maar de wintergroenten kunnen ons nog veel lekkers leveren. Warmoes, krulkolen, prei, wortelen, schorseneren, rapen en pastinaak kunnen nog lang in de grond blijven. De knolselderij en de witlofwortelen haal ik weldra naar huis. Ik heb zo voor twee weken al een deel van de witlofwortelen opgepot en die zijn al voorzichtig kropjes aan het maken. Ik verheug me er nu al op.

Volgende week gaan de schaapjes weer worden verenigd met de pater familias. Wel ga ik het dekseizoen dit jaar iets anders aanpakken. De ooien gaan naar de bok in plaats van andersom. Ze zijn zo toch weer meerdere kilometers verder verwijderd van het wolvengebied. Want daar ben ik van overtuigd: komen doen ze. Ooit op een kwade dag… En voorlopig ligt Tessenderlo nog niet in het wolvengebied en kan ik nog geen gebruik maken van de subsidies voor een wolfproof omheining. Nu zaterdag ga ik toch alvast poolshoogte nemen op de praktijkdag in Helchteren. Ik hoop er toch iets op te steken over deze nieuwe invasie. Weliswaar geen exoot maar toch een probleem. Wespen die het leven van onze bijen verzuren en wolven die het op onze schapen hebben voorzien. Spijtig genoeg is mijn tuintje thuis veel te klein en moet ik ze op enige afstand huisvesten. Zou er een omheining bestaan die ook werkt in de natuur zonder electriciteitsaansluiting, tussen de bramen en de netels kan staan en die als het even kan ook de Aziatische hoornaar tegenhoudt?

September 2022

Vandaag heb ik de bijenvolken gecontroleerd. Het was mooi vliegweer bij 20°C. De meeste volken brengen veel stuifmeel thuis en dat is altijd een goed teken. Maar ik wou het broed eens zien en ook de hoeveelheid wintervoer inschatten. Voor de ingang van de kasten heb ik nog steeds de muilkorven om invallen van hoornaars te voorkomen. De bijen voelen zich veel veiliger volgens mij. En het beschermt tevens tegen roverij door andere bijenvolken en het verspert tevens de ingang voor slakken en muizen. Er zijn momenteel 17 volken met een mooi broednest, 4 zijn vrij klein en 1 is darrenbroedig. Allemaal zijn ze zwaar van het wintervoer en bijvoeren is nu dus niet meer nodig. IK streef er steeds naar om in het voorjaar met 15 mooie volken op te starten en dat zou dus kunnen lukken. Eind oktober verwijder ik pas de muilkorven en begin december behandel ik nogmaals tegen de varroamijt. Sublimeren of druppelen is voor mij afhankelijk van de temperatuur op dat moment.

In de draadserre waar ik dit jaar aardappelen had geteeld, heb ik momenteel bessenstruiken aangeplant. Jostabessen, aalbessen, rode bessen en kruisbessen. Op deze manier hoop ik iets meer kleinfruit te kunnen oogsten. Er hoeft dan niet te worden gedeeld met de gevleugelde vrienden. Naast de bessenstruiken blijft er voldoende ruimte over voor enkele rijen winterkolen en/of aardappelen. De ganse bodem is enkele weken geleden nog ingezaaid met phacelia. Deze zal niet meer bloeien maar bevriest in de winter en kan dan met zijn organisch materiaal de grond bemesten. In tegenstelling tot mosterd geeft het geen risico op knolvoet en kan het dus op een toekomstig kolenbed worden gebruikt.

Varroabestrijding

Volgende week temperaturen rond 25 graden en droog. Ideaal voor de tweede ronde met de Liebigverdamper. De behandeling eind augustus, begin september doe ik bij alle volken. Ook de jonge volken die bij de start een oxaalzuurbehandeling kregen. En ook de productievolken die oxaalzuur kregen tijdens een broedloze fase in juli. Voor de anderen is het de tweede keer met mierenzuur. De eerste behandeling deed ik met 75 ml en de tweede nu met 150 ml. Die hoeveelheid is natuurlijk afhankelijk van het volume van de kasten. En de verdamping wordt verder nog gefinetuned door de grootte van het verdampingspapier aan te passen aan de grootte maar ook aan de omgevingstemperatuur die de volgende week wordt voorspeld.

Ik heb vandaag 22 volken een liebigverdamper gegeven tot volgend weekend. De bodem is gesloten en de vliegspleet volledig open. Ik heb wel bij alle volken een snelle controle gedaan naar de toestand van het broednest. Één was moerloos en die kreeg een raam met eitjes van het buurvolk. Een tweede had een paar rijpe doppen, Deze twee volken heb ik geen vliegplank met muilkorf gegeven. Hun nieuwe koningin moet nog op bruidsvlucht en dat lukt niet door gaas van 6 mm. Maar eind september worden alle volken toch nog gecontroleerd op hun moergoedheid en tegelijk op hun inwinteringsgewicht.

Update Europese hoornaar

De kolonie boven mijn bijenkasten groeit gestaag. Voorlopig merk ik nog geen stress bij mijn bijen. De ganse dag komen ze volgeladen met stuifmeel naar huis. Wel mep ik elke dag wel een of twee Aziatische hoornaars naar de hoornaarhemel. Gisteren was ik in de mogelijkheid om een levende aziaat en een Europeaan samen in een honingpot te stoppen. Na een kwartier lag de aziaat te zieltogen op de bodem van de pot. Maar de Europeaan was natuurlijk wel van een hogere gewichtscategorie.😀😂

De eerste kolonie Europese hoornaars die ik vond op 11 augustus…
Dezelfde kolonie op 27 augustus.💪💪💪

De Europese hoornaar

Het is een goed jaar voor de wespen. Goed voor veel insecten. En dus ook goed voor de Europese hoornaar. De voorbije dagen heb ik zelfs twee nesten gevonden aan de bijenstand. Allebei in verlaten nestkastjes. Vermits ze veel insecten verorberen en ook andere wespen laat ik ze maar begaan. De honingbij weet dat dit een vijand is en weet er mee om te gaan. Af en toe zullen de hoornaars wel eens een bij verschalken, maar dat blijft normaal binnen de perken. Ook spinnen vangen verscheidene honingbijen zonder problemen te veroorzaken. En hopelijk vangen de hoornaars ook wat van hun Aziatische neefjes.🤞

Deze hangt zelfs vlak boven de bijenkasten.
We zullen wel even afwachten of deze mij aan de bijen laten werken. Dat is namelijk minder dan de steeds aangeraden vijf meter perimeter.

Voorlopig laat ik het laatste nest ongemoeid. Als ze mij toelaten om aan de onderstaande kasten te imkeren. En zolang de hoornaars hun maaltje niet vlak onder hun nest gaan zoeken.

De ree is terug

Dit jaar kreeg ik telkens maar één ree te zien aan de bijenstand. Enkele jaren geleden waren ze nog met zeven. En ik werd al een beetje ongerust hoewel de jagers me garandeerden dat ze er nog steeds waren.

Gisteren heb ik dan toch een groepje van drie mogen aanschouwen. Ze zijn er dan toch nog.