14 juni 2018

Gisteren bij drie moerloos gemaakte kasten een controle gedaan na 12 dagen. Blijkbaar hebben ook deze bijen begrepen dat het seizoen dit jaar kort en krachtig is en dan vooral kort. In elke kast vonden we een uitgelopen dop, maar de overige doppen waren allemaal ofwel opengebeten, ofwel bevatten ze een dode larve. De bijen waren dus niet meer van plan om zich op te delen in kleinere nazwermen. Natuurlijk is dit niet betrouwbaar en ga ik ook de volgende kasten op de twaalfde dag nakijken. Niet elk volk reageert hetzelfde en ook per stand zou dit wel eens verschillend kunnen zijn. Binnen 14 dagen worden de honingzolders weggenomen bij de laatste oogst van dit jaar en dit valt dan perfect samen met de varroabehandeling.

Ik ben nu ook bezig met het verplaatsen van de jonge volken naar hun winterstand. Deze volken zijn ontstaan uit de broedafleggers en staan momenteel op 4 – 6 uitgewerkte ramen. De moeren zijn aan de leg, geknipt en gemerkt en weldra loopt hun eerste eigen broed uit. Ik probeer vaak iets uit om bij te leren en zo heb ik dit keer gemerkt dat de broedafleggers die in een zesramer gezet zijn én van een andere stand kwamen, nu op 6 ramen zitten. De broedafleggers in een normale Kempische kast zitten slechts op 5 ramen en de broedafleggers die bovendien op dezelfde stand zijn gebleven, zitten slechts op 4 ramen. De bijvoedering was dezelfde. Ze zijn ook gelijktijdig gemaakt. Het verschil zit blijkbaar in de warmtehuishouding en het verplaatsen naar een andere stand. Ik heb geen aparte bevruchtingsstand en niet voldoende zesramers.  Maar de kleinere volken zijn voldoende sterk op dit moment en bijgevolg hoef ik mijn methode niet aan te passen. Maar toch goed om weten.

Zaterdagavond bakavond

Op zaterdagavond maak ik meestal de broodjes voor zondag. En als het niet lukt, sta ik er zondagmorgen vroeger voor op. Ik vind brood bakken enorm rustgevend.

Deze avond heb ik ook de barbecue opgewarmd om enkele spelt-boekweitbroden te bakken.

Tegelijkertijd rook ik dan nog wat schapen ribbetjes voor vanavond. Mijn lieve vrouwtje lust geen schaap, maar vermits ze dit weekend aan teambuilding doet met haar collega’s vond ik het moment geschikt om samen met de hond en de poes buiten te genieten van een lekker stukje vlees.

8 juni 2018

Zojuist heb ik de cameraval weer even gecontroleerd. Het geheugenkaartje vervangen en de foto’s van de voorbije maand bekeken. Ik veronderstel dat het koolmeesje op zoek is naar insecten voor zijn nageslacht. Hij is zeer dikwijls ‘gevangen’ op beeld. De spreeuw lijkt toch eerder de rijpheid van de kersen te controleren. Maar ook andere foto’s worden gemaakt. Bijvoorbeeld als ik met de zitmaaier over het perceel daver om de netels en distels onder controle te krijgen.WGI_0029

Het is niet de bedoeling om dit wekelijks te doen. Daar is de weide met boomgaard te groot voor. Maar toch als de netels en distels het gras en de andere planten dreigen te overwoekeren.

Ik was naar de bijenstand gegaan om daar het laatste volk moerloos te maken. Aan het waterbroek zijn ze nu alle vier klaar. Twee ervan hebben al een jonge moer. Nog twee van de tien te gaan. Maar vermits mijn volken over vier standen staan verdeeld, doe ik ze niet allemaal tegelijk. Eén stand per avond om doppen te breken is voldoende.

Toen ik vanavond naar huis kwam, heb ik mijn eerste reehinde met kalfje gespot. Ze stonden niet ver van de rijweg en hoop maar dat ze deze niet te vaak moeten oversteken. Er is daar vrij veel verkeer waardoor ik ook niet kon stoppen om een foto te maken.

Voorjaarshoning

De oogst van voorjaarshoning is voorbij. Vier keer heb ik telkens bij de wekelijkse controles de verzegelde ramen uitgehaald. De opbrengst hiervan is hoger dan de volledige oogst van vorig jaar. Als juni ook nog goed drachtweer brengt voor de linde, halen we een recordjaar.

Dit weekend had ik twee tuters bij de productievolken en heb ik vier moeren van vorig jaar verwijderd uit de kasten. Er zijn dus nog vier kasten te gaan om van een jonge moer te voorzien.

De eerste acht broedafleggers zijn gecontroleerd en zeven zijn in goede doen en hebben een leggende moer. Het broed was nog niet verzegeld en ik heb ze behandeld met oxaalzuur. Binnenkort nog drie latere broedafleggers te controleren. Deze broedafleggers worden de reservevolken voor volgend jaar.

Onweer en tuter

Vandaag zijn de hemelsluizen de ganse dag opengebleven. Geen enkele bij die bij zinnen was, zal de kast hebben verlaten. Geen enkele imker die bij zinnen is, opent dan zijn volk. Maar ik moest vandaag een tuter controleren. En niet alleen de tuter, ook een kwaker manifesteerde zich. Er was dus een jonge koningin, pas uit de dop en minstens een andere rijpe dop met een koningin die ook klaar was. Vermits ik geen zin had om morgen een nazwerm te verliezen, moest ik alle doppen opzoeken en openen. Ik vond de open dop en liet nog 2 doppen uitlopen. De andere doppen met onrijpe moeren, heb ik allemaal vernietigd. Elk raam afslaan als elke bij thuis is bij een temperatuur van 22 °C en onweersdreiging, is geen pretje. Het volk werd enorm zenuwachtig, maar het is me gelukt. Nu kunnen de moertjes vannacht de angels kruisen. Er zal dan slechts 1 moer overblijven die binnen enkele dagen op bruidsvlucht vertrekt. Vermits de oude moer al 12 dagen weg is, zal het laatste broed, darrenbroed, uitgelopen zijn binnen 12 dagen. Dan is de jonge moer wellicht al aan de leg, maar er is dan nog geen verzegeld broed. Het ideale moment om een behandeling te doen met oxaalzuur. De honingzolders worden dan weliswaar eerst afgenomen.

Ik verwacht binnen drie weken het einde van de lindebloei en bijgevolg eind juni de laatste honingoogst. Vanaf dit weekend wordt elke moer die ik tegenkom, verwijderd uit het volk. Elke bij die nog van tel is om lindehoning te produceren, is al geboren. Zonder moer is er ook geen larve meer te voeden binnen 9 dagen. Het volk kan zich dan concentreren op de dracht. En vanaf begin juli, is de jonge moer aan de leg en kan  het volk  behandeld worden tegen varroa. Ideaal voor de productie van een gezond volk met een goede kans op uitwinteren volgend seizoen.

Vlierbloesemsiroop

Dit weekend is er weer een voorraadje vlierbloesemsiroop gemaakt. Een ganse emmer bloesems hebben 24 uur onder water gestaan. Hierna heb ik het aftreksel gezeefd door een kaasdoek. Per liter heb ik een kilo suiker toegevoegd en opgekookt. Zodra de siroop kookt, doe ik er een soeplepel citroenzuur bij per liter. Dadelijk in zuivere flessen gieten en dopjes opschroeven. Zestien flessen lekkere siroop voor het komende jaar.

Honingoogst

Voor de derde keer heb ik honing geoogst dit voorjaar. Eerst dacht ik een week over te slaan en heb mijn laatste honingkamers in gebruik genomen. Enkele volken staan nu met drie honingkamers. Maar ik kwam te veel verzegelde ramen tegen en heb ze maar vervangen door leeggeslingerde ramen van de vorige keer. Weer 62 kg opgehaald. Een drachtpauze in afwachting van de lindebloei is er dit jaar toch niet. Binnen drie weken is het allemaal voorbij. De linde is namelijk al begonnen en dan is drie weken later ook de laatste zilverlinde hier uitgebloeid.

Vorig jaar was ik veertien dagen vroeger klaar en nu zou het nog eens veertien dagen vervroegen. Enfin, afwachten maar.