Vandaag heb ik de eerste koningin gevangen.

Verhaaltjes over de vrijetijdsbesteding van een gepensioneerde imker-dierenarts met veel liefde voor bijna alles wat groen is. KBO0637510922
Vandaag heb ik de eerste koningin gevangen.

Fantastisch weertje, eerste helft van maart. Even rustig genieten, wegduiken in een stukje natuur. Geen tweede woning in het zuiden, geen treinabonnement voor 65-plussers naar Blankenberge voor mij.
Eindelijk terrasjesweer deze week. Als imker heb ik het dan niet over de vele mensen die nu weer buiten komen. Ik bedoel dat ook de bijen nu volop buitenkomen om van de eerste zonnestralen te genieten. Ook voor hun is het terrasjesweer. Schuchter komen ze buiten tot ze het ideale ‘terras’ hebben gevonden. Een slokje water, een druppel nectar in een krokus of lenteklokje, maar vooral veel stuifmeel van de hazelaar en de els. Stuifmeel dat het kleine grut zo hard nodig heeft. Want moeder-koningin is thuisgebleven. Die doet nu niks anders meer dan eitjes leggen terwijl een massa nanny’s nodig zijn om haar beginnend broed te voeden en warm te houden. Ook deze werksters blijven binnen in het beginnend broednest. Want werksters zijn het. De koningin voeren. Haar voortdurend volgen en zorgen dat ze propere cellen te zien krijgt, waarin ze haar eitjes kan deponeren. Na vier dagen terug komen bij die cellen en de pas geboren larfjes voeren. En ondertussen het water, stuifmeel en nectar van de buitenvliegers in ontvangst nemen en gebruiken of stockeren. Stockeren in zuiver gepoetste cellen. Wie zou het gelukkigst zijn? De binnenblijvers die nog een half leven voor de boeg hebben of de terrashoppers die rondvliegen in het zachte voorjaarszonnetje maar misschien wel weten dat ze aan hun laatste weken bezig zijn. Gelukkig is het bijenvolk zeer goed georganiseerd en wordt het werk prima verdeeld. Daarom beschouwen we het bijenvolk ook als één geheel, één organisme. Want terwijl één bij een koudbloedig dier is, is een gans bijenvolk eerder te beschouwen als een warmbloedig organisme.
Ik heb er van geprofiteerd om de bodems van de bijenkasten proper te maken en de onderstaande honingzolders weg te nemen. Onder de broedbak plaats ik tijdens de winter namelijk een honingzolder. Hierdoor zit het volk toch wat hoger en verder weg van het koude vlieggat. Door nu de kast voor een deel te verkleinen, is de warmtehuishouding voor de bijen ook iets gemakkelijker. De gesloten bodemplaat heb ik op een kier geopend om condensatie en schimmel langs de koude kanten te voorkomen. Ook weer minder werk voor de bijtjes. Het kussen met schapenwol, onder het dak, blijft in de kast om de opstijgende warmte van het broednest niet verloren te laten gaan. En elke kast heeft ook nog een half pak voederdeeg op de raten voor de dagen dat ze dat extraatje zouden nodig hebben. Pas vanaf half maart krijgen ze dan die honingzolder terug maar boven op een moerrooster op de broedbak. Want vanaf half maart komt het eerste nectar in grotere hoeveelheden binnen. Rond die periode hangen de wilgen vol katjes en beginnen ook de eerste bloesembomen er aan. Met de sleepruim vaak als eerste.
Om de elektrische harpen van 12V stroom te voorzien, gebruik ik een autobatterij. Deze kan gemakkelijk een week worden gebruikt alvorens terug op te moeten laden. Maar vorig jaar heb ik op de stand in Gerhagen de batterij aangesloten op een zonnepaneel met mppt-omvormer die de batterij opgeladen houdt.




Dit systeem werkte zo goed dat ik dit jaar ook op de andere stand met elektrische harpen ga werken. De harpen zijn ondertussen al klaar en nu heb ik ook de rest klaargemaakt. De omvormer en de batterij zijn weer in een kist gemonteerd. Het zonnepaneel wordt later in het seizoen op een rek geschroefd en de kist kan daar dan onder.

Deze tweede box is dus beter bestand tegen nat weer en indringende insecten.
Vandaag weer een rustige dag, niet te koud en ook niet te nat. Ideaal om nog eens buiten bezig te zijn. De nestkastjes zijn nog niet proper gemaakt en dat wordt nu toch echt wel tijd. Ik heb ze allemaal even leeggemaakt en diegene die zijn beschadigd door de spechten, worden verder gebruikt als brandstof. Een viertal moet ik zo vernieuwen dit jaar. Misschien heb ik de nestkastjes te dicht op elkaar hangen, maar de helft is toch altijd wel bewoond. De vogeltjes hebben zo zelf maar te kiezen.


Door mijn mobiliteitsprobleem kan ik deze winter weinig snoeionderhoud doen aan de bomen en blijft het gereedschap ongebruikt. Maar dat is dan weer het ideale moment om het gereedschap zelf te onderhouden. Staand en zittend aan een werkbank kan ik me wel wat bezig houden. Zo heb ik vandaag de bosmaaier een grote beurt gegeven. Ook het multisysteem en de kettingzagen kregen een volledig onderhoud. De kettingen zijn weer allemaal geslepen. De kloof- en hakbijlen werden geslepen en met een laagje wd40 zijn ze opgeborgen tot betere tijden.


Het is nog niet veel en je moet er bijna naar zoeken met een vergrootglas, maar de natuur begint toch wakker te worden.









12 graden en de bijen zijn zeer actief. Het stuifmeel van de hazelaar komt ook vlot binnen. Deze windbestuiver geeft dan wel geen nectar maar het stuifmeel hebben de bijen broodnodig om hun prille broednest te voeden.
Vandaag de laatste prei en pastinaken uit de moestuin gehaald. Kon nog wel even wachten maar bij vorst en/of veel regen, kunnen we er moeilijk bij. En ondertussen is er toch al wat plaats vrij in de groentendiepvriezer.

Maar de voorbereidingen voor dit jaar zijn ook al begonnen. Mijn schema voor de vruchtwisseling is uitgetekend en gisteren is ook het zaai-en pootgoed aangekomen.


Eindelijk ben ik weer begonnen aan het gieten van de waswafels. Elke dag een tweetal uurtjes en telkens een 50-tal wafels kan mijn rechterheup nog wel verdragen. Na drie dagen heb ik nu voldoende broedwafels klaar. Als ik nu nog een tweetal dagen honingraten kan maken, voldoet mijn voorraad weer voor een jaar.


Het waswafeltoestel heb ik in 2011 aangekocht en dit voorjaar zou ik het graag even terugsturen om van nieuwe silicone te voorzien. Het heeft zeer goed dienst gedaan tijdens al die jaren en ik zou niet graag meemaken dat de matten volledig verslijten en doorscheuren tijdens het waswafelen. Tijdens de zomerperiode kan ik het wel voor een langere periode missen. Kostprijs van een herstelling zou 675 euro bedragen. Een nieuw toestel kost momenteel 1500 euro tegenover 800 euro 15 jaar geleden. Maar ongeveer 200 waswafels per jaar geeft dan wel 3000 wafels op 15 jaar. Als het hersteld toestel dan weer 15 jaar meegaat, kost een waswafel eigenlijk 0,225 euro. Ik reken dan wel niet de elektriciteit voor verwarming van de wasketel en het waterpompje. Maar aan 0,3 euro per KWh momenteel komt dat slechts op 1,5 euro voor de jaarlijkse 200 wafels.
Ik geef deze prijzen maar even mee om kritiek voor te blijven, maar het allerbelangrijkste is toch het plezier van het tijdsverdrijf zelf tijdens de winter en de voldoening die je krijgt van je eigen waskringloop.
Gisteren hadden we temperaturen boven de 10°C en de bijen hielden dus hun reinigingsvlucht. Eindelijk konden ze zich nog eens ontlasten. Ik heb de kasten toen natuurlijk allemaal gerust gelaten. Op zo’n moment gaan we ze niet extra verstoren.
Maar vandaag was het weer wat kouder (8°C) en geen enkele bij vloog uit. Daarom vond ik het nu wel het moment om de voedervoorraad te controleren. Even het dak en isolatiekussen wegnemen en door het plastic kijken naar het opgelegde pak voederdeeg. Enkele volken hadden al een nieuw pak nodig, maar de meesten hadden nog voldoende voor de volgende 14 dagen.
Terwijl ik dit controleer, check ik ook even de temperatuur in de kast. Ik meet hiervoor de opstijgende warmte tussen de raten. Zodra deze boven de 25°C komt, weet ik zeker dat ze een broednest hebben . In een broednest houden de bijen namelijk een temperatuur aan van ongeveer 35°C. Boven dit nest kan je dan makkelijk deze temperatuurstijging waarnemen. De buitenste ramen geven steeds dezelfde temperatuur weer als buiten de kast, maar meer naar het midden toe waar de bijen zich ophouden is de temperatuur veel hoger. Ik meet dan steeds temperaturen boven de 10°C en zodra er broed is, meet ik waarden rond 25°C. En dat is vaak maar in één enkel straatje (de ruimte tussen twee ramen). In februari is deze temperatuursverhoging dan al boven meerdere straatjes te meten. De temperatuur in de kast geeft op deze manier voldoende informatie en geruststelling zonder de bijen te verstoren.

De winter is het ideale moment voor veel bomen en struiken om te worden aangeplant. Elk jaar probeer ik zo wel iets te verbeteren aan het nectaraanbod voor de bijen. In november heb ik zo bij Natuurpunt weer enkele planten aangekocht. Dit jaar ging ik voor Cornus mas (rode kornoelje), Euonymus europaeus (wilde kardinaalsmuts) en Tilia cordata (winterlinde).
Vandaag ben ik weer wat gaan ophalen. Deze keer gevonden op tweedehands. Heptacodium miconioides (zevenzonenboom) en Tetradium daniellii (bijenboom). Deze bloeien allebei wat later in de zomer en zijn bijgevolg een goede aanvulling in het bijendieet.

Het was vandaag weer een dag met temperaturen boven 10°C en de bijen vlogen mooi uit. En de hazelaars laten nu bij dit droog, zonnig weer ook hun eerste stuifmeel los.
