Najaarscontrole

Eind september, begin oktober. De bijenvolken moeten nu echt klaar zijn voor de winter. Vandaag was een mooie dag voor een laatste check- up. Zeventwintig volken heb ik ingewinterd. Het was het moment om de voerbakjes te verwijderen en terug een plasticvel te leggen. Tegelijkertijd controleer ik op enkele ramen het aanwezige broed en de voedselkrans erboven. De volken die niet behandeld zijn met oxaalzuur in juli wegens niet broedloos, hadden twee strips Apivar gekregen gedurende 10 weken en die heb ik eveneens verwijderd.

Het voerbakje wordt verwijderd en het plasticvel gaat terug onder de vloerplank.
De bovenliggende was en propolis wordt verwijderd.
Eventueel aanwezige Apivarstrips worden verwijderd.
Broednest en voederkrans wordt even gecontroleerd.
En het ziet er soms erg mooi uit. Vooral in de jonge volkjes op slechts zeven tot negen broedramen.
Plastic er op en afblijven tot december.

Van de zeventwintig volken zijn er vijfentwintig prima. Bij twee volken vond ik open belegde moerdoppen naast verzegeld broed. Deze waren dus nog bezig aan een late moerwissel. In deze volken waren ook nog veel darren aanwezig. Ze hebben dit dus duidelijk voorzien. En in de maand oktober zijn er vermoedelijk nog voldoende mooie dagen voor een late bruidsvlucht. Deze volken zijn dus zeker nog niet verloren. Ik heb ze wel gemerkt op de achterkant van de kast. We zien wel in december of maart volgend jaar.

Suikersiroop

Momenteel ben ik nog steeds bezig om de bijenvolken elke week een liter suikersiroop te geven. Simpel om ze aan de gang te houden. Pas rond half september geef ik dagelijks een vol voerbakje van twee liter tot ze op gewicht zijn.

Elke ton bevat ongeveer 30 liter suikersiroop.
Met een maatbeker kan ik twee volken voeren.
Ze krijgen een liter per week.

Ik zet het deksel rechtop aan de voorkant. Op deze manier komt er slechts uiterst zelden een bij kijken wat die imker aan het doen is. Het plastic gaat terug onder de voederplank als het voeren gedaan is begin oktober. Daarboven komt dan terug een kussensloop gevuld met schapenwol.

Moestuin 2021

Eind augustus en de ganse moestuin is opgeruimd. Wegens wateroverlast en bijgevolg geen opbrengst. Maar niet getreurd. Er komen ooit nog wel betere tijden. Ga even terug in de tijd en deze blog en toen diende ik tijdens de zomermaanden dagelijks 100 liter water op te pompen om de droogte te overwinnen. Groenten zijn er nog steeds genoeg in de winkelrekken. En zelfs na de voorspelde prijsstijgingen blijven de groenten uit het rek goedkoper dan eigen gewin. Eigen gewin van steeds duurder geworden zaaigoed. Maar dat eigen gewin heeft meer smaak en geeft meer plezier. Daarom spijtig dat ik dit jaar die smaak moet ontberen. Het tuinplezier heb ik evenwel gehad. Grond voorbereiden. Zaaien en planten. Wieden. Nu weer de grond voorbereiden. Voor een late bloemenpracht. Phacelia inzaaien kan nog in augustus. Ik gebruik in een moestuin liever geen mosterd of koolzaad wegens gevaar op knolvoet als ik later koolsoorten wil zaaien. Laat ons hopen op een mooi zacht najaar.

Het aardbeibed en de twee courgetteplanten lijken de wateroverlast te hebben overleefd.

Ook de bijen hebben dit jaar een zeer speciaal jaar te verwerken. Nooit eerder oogstte ik zo weinig honing. Maar nooit eerder waren mijn volken in zo een goede doen. Alle volken zijn mooi in ontwikkeling. Er kwam en komt dan ook steeds zeer veel stuifmeel binnen. En honing is eigenlijk slechts een bijproduct. We nemen de overmaat weg en geven wat suikersiroop in de plaats. Momenteel gaat het nog zeer goed met de balsemienen en dan moet het najaar nog beginnen met de klimopbloesem.

Nieuwe kasten

Deze keer niet over bijenkasten, maar een berichtje over nestkastjes. Vermits ik nog wat cederhout op overschot had en vele kastjes versleten waren, heb ik enkele nieuwe gemaakt.

Mezenkastje in multiplex is op het einde van zijn loopbaan.
Boomkleverkastje is bewerkt door een specht.
Nieuw mezenkastje in red cedar.
Nieuw boomkleverkastje in red cedar. Het mezenkastje op de achtergrond was nog degelijk.
Vermits de bosuilkast ook was uiteengevallen heb ik deze cederhouten kast gehangen. Deze is wel aangekocht.
Tegelijkertijd heb ik ook een kast aangeschaft voor een eventuele steenuil.

De meeste van de tientallen kastjes worden bewoond door meesjes, maar de boomklever had het zijne in gebruik en ook de roodborstjes gebruikten hun kastje. De bosuil is dit jaar niet teruggekeerd maar de kast was al beschadigd aan het dak. Daarom nu een nieuwe.

Het roodborstkastje.

Ik zie tegenwoordig ook eekhoorntjes. Waarschijnlijk komen ze af op de tientallen hazelaars die ik heb aangeplant. Daarom maak ik deze week ook nog een kastje voor deze rode noteneters.

Maar naast vogels verschaf ik ook nestgelegenheid aan andere insecten dan bijen. Maar zelfs een merel gebruikt jaarlijks dit insectenhotel. Een echte all-in dus.
De Warrekast is voor mij ook een insectenhotel. De zwerm die er vorig jaar introk, had dit jaar wel nood aan uitbreiding. En achter de deurtjes van de kijkglazen woont een mierenkolonie. Vorige week werd de ingang nog verkend door een doodshoofdvlinder. Spijtig genoeg sloeg hij op de vlucht toen ik hem wou fotograferen.

Nieuwe kasten bouwen

De bijen krijgen op dit moment slechts eenmaal per week suikersiroop om ze aan de gang te houden. Pas in de tweede helft van september voer ik ze op gewicht. Daarom heb ik nu wat vrije tijd. Vorige week heb ik zo vier nieuwe broedkamers gemaakt van red cedar.

Hout is de laatste jaren vrij duur geworden en red cedar sowieso. Voor de grote broedkamer is dit lichtgewichthout gewoon super en bijgevolg zijn geld waard. Voor de honingkamers op halve hoogte vond ik echter een alternatief. Twintig jaar geleden heb ik hout gekocht voor de binnenkant van een buitensauna. Ik had planken laten maken van 22 mm dik met tand en groef uit eerste keus grenenhout. Dit jaar heb ik het saunagebouw afgebroken en ik ga het hout hergebruiken. Door telkens drie planken aan elkaar te lijmen, kan ik mooie planken maken om mijn honingkamers op te bouwen. Het prototype is alvast klaar.

Laatste honingoogst in juli

Vandaag heb ik de laatste honingzolders weggenomen. Twee volken hadden nu ook een behandeling nodig tegen de varroamijt. Ze waren nu juist broedloos en dus kon ik de broedramen besproeien met oxaalzuur. De honingramen veeg ik af met mijn beesweeper en vooraleer ik die bijen terug in het volk giet, besproei ik die natuurlijk ook met oxaalzuur. Op deze manier is de laatste honingoogst perfect samengevallen met de zomerbehandeling tegen varroa.

Dit jaar haal ik ongeveer 300 kilo honing en dat is de helft van twee jaar geleden. Maar volgend jaar zal zeker weer anders zijn en andere uitdagingen voortbrengen. Dat is nu juist zo leuk aan de natuur. De mensheid kan de natuur wel ontregelen, maar ik ben er van overtuigd dat de natuur de mens wel zal overleven. Misschien een ander soort natuur, maar het zal zonder ons zijn.

Na het afhalen van de honingbakken, plaats ik een honingbak met uitgeslingerde ramen op de bodem. Het is ook het ideale moment om de vlieggatvernauwing terug te plaatsen. Dit helpt ook tegen roverij na de honingoogst. In de plaats van het dekplastiek leg ik een vloerplank en plaats een voerbakje. Tweemaal per week geef ik nu een liter suikersiroop. Het volk kan dan zonder dracht toch verder ontwikkelen.

Ook de jonge volken, de broedafleggers, kregen een honingbak onder en een vlieggatvernauwing in plaats van de schuimstofstrip. Ook zij krijgen een voerbakje met hetzelfde dieet. Ze zien er nu exact hetzelfde uit als de productievolken. In hun broedbak hebben ze echter nog maar acht uitgewerkte broedramen. Ze bouwen wel nog steeds waswafels uit. Bij de inwintering in oktober zijn ze meestal gelijkwaardig aan de oude volken.