Herfstcontrole bijenvolken

Eind september en de volken worden nu klaargemaakt voor de winter. Ze zijn natuurlijk al op gewicht bijgevoerd met suikersiroop. Maar ik kijk toch nog graag even naar het broednest. Hiervoor hoef ik slechts een centraal raam iets op te lichten. Onder de voedselkrans bevind zich dan nog een broednest met mooi aaneengesloten plat verzegelde broedcellen. De voederbak wordt verwijderd en onder de voederplank komt een nieuw vel plastiek. Hierdoor is het straks in december iets gemakkelijker om het volk te openen zonder veel onrust te veroorzaken. Het loswrikken van een vastgekitte dekplank maakt het volk veel onrustiger dan het lostrekken van een vel plastiek. De houten dekplank blijft op het plastiek liggen tot half januari als ik een stuk voederdeeg geef aan de lichtere kasten. De isolatie met schapenwol gaat ook dan pas op het plastiek. Het is nu nog niet de bedoeling om de kasten te isoleren. De volken moeten nu stilaan stoppen met aanzet van broed en dat gaat beter als ze wat meer koude ervaren.

Propolistinctuur

Eerst weeg ik een hoeveelheid propolis af. In dit geval 36,25g.

Ik wens mijn tinctuur te maken met 70 graden alcohol. Ik heb alcohol van 96 graden en dien hier dus water aan toe te voegen. Hoeveel bereken ik met een Andrieskruis.

Ik heb dus 74ml alcohol nodig van 96 graden en 26ml water.

Ik wens een tinctuur van 30%, zijnde 30g in 100g alcohol van 70 graden. Mijn 36g moet ik dus oplossen in 120g alcohol.

Propolis, water en alcohol
Deze pot nu 14dagen schudden als ik passeer.

Honing op de fopspeen

Terwijl tegenwoordig vaak wordt vermeld op het honingpotetiket dat men best geen honing geeft aan kleine kinderen, was dat vroeger wel anders. Een fopspeen werd in honing gedoopt alvorens je hem in je mond kreeg. Instant-geluk werd je deel, je werd rustig en viel in slaap. Niet dat ik me daar nog iets van herinner, maar ik paste het eind jaren tachtig nog zelf toe bij mijn kinderen. Op dat moment woonde ons jong gezin bij mijn grootvader, waar ik ook de dierenartspraktijk opstartte. Er hadden altijd al bijenkasten gestaan in de boomgaard en mijn moeder was er doodsbenauwd van. Ondertussen werden de bijenvolken wel beheerd door de zoon van Charel: ‘Jef de bieboer’. Jos Jannes, werd bijgevolg dwingend verzocht zijn kasten elders te plaatsen. Zijn bijen zouden haar kleinkinderen dan geen steek kunnen bezorgen. De kasten werden honderd meter verder verplaatst naar een braakliggend stuk grond. Ze zouden de bloesems van daar ook wel vinden, vond mijn moeder.

Op een warme namiddag werd Evelien weer te slapen gelegd op haar kamertje. Naast het bedje, op de vensterbank stond het potje honing. Zoals steeds kreeg ze een lekkere tut met honing en ze zou wel in slaap vallen terwijl wij buiten in de boomgaard zaten. Het was nog niet zo veel later als ik een massa bijen opmerkte aan haar slaapkamerraam. Ik ging wat dichterbij en zag dat het raam zelfs langs de binnenkant zwart zag van de bijen. Als door een bij gestoken, renden we beide naar haar kamertje. We stonden letterlijk aan de grond genageld. De ganse kamer zat vol bijen. Blijkbaar hadden ze een opening gevonden in de vliegenhor van het open raam. Het honingpotje bevatte alleen nog bijen. De honing was bijna allemaal verdwenen. Uit de pot, maar niet uit de kamer. De honing hing overal. Aan de vensterbank, aan de gordijnen, het kinderbedje plakte helemaal van de honing. En overal zaten massa’s bijen zich te laven aan het goudgele goedje.

En in het midden van deze apocalyps stond Evelien, breed glimlachend, rechtop in haar bedje. Haar handjes en haar gezicht glommen van de honing. Ze heeft er geen enkele steek en zeker geen trauma aan over gehouden. Ik zou de waarschuwing op het etiket nog willen uitbreiden: ‘BUITEN BEREIK VAN KINDEREN HOUDEN!’

Weekendje op de imkerij

Ik had de kids een weekendje beloofd in de caravan en nu was het zover. Op zaterdag heb ik de aardappelen gerooid terwijl de kinderen konden ravotten. Tegen de avond hielden we een kleine barbecue en als het begon donker te worden, snoepten we nog wat marshmallows.

Wachten op de marshmallows…

Tijdens de zondag heb ik dan de honingzolders van de volken weggehaald en verplaatst naar onder. Ik plaats ze op de bodem en zet de broedbak er op. Enkele honingramen die waren verzegeld, heb ik vervangen door leeg geslingerde ramen. De rest mogen ze nu verder naar boven dragen. Boven en rond hun broednest. Ik heb vroeger al aangegeven dat ik geen vliegplank meer gebruik. Ik heb ze namelijk allemaal omgebouwd tot een ‘muilkorf’ voor de bijenkast. Dit zou kunnen helpen tegen roverij. Roverij door andere bijenvolken, maar zeker ook tegen de hoornaars die gewoonweg te groot zijn voor de maasgrootte van 6 mm. Darren kunnen de kast nog wel verlaten langs de iets bredere spleet tegen de voorwand. Na de laatste honingoogst tot eind oktober blijven deze ter plaatsen. Het was tevens het moment om de strips Apivar te plaatsen in het broednest. Deze strips blijven gedurende tien weken ter plaats. Vorig jaar gaf deze varroabehandeling goede resultaten. Door de lange behandelingsduur ben ik weinig tot niet afhankelijk van de zomerse klimaatsomstandigheden en dat is wel anders bij veel andere zomerbehandelingen.

Drooglikken geslingerde honingramen

Gisteren en vandaag ben ik begonnen met het opzetten van de honingbakken om de ramen te laten drooglikken door de bijen. Ik gebruik alle productievolken van een stand waardoor ze minder neigen tot roven. Ze krijgen namelijk allemaal tegelijk enkele honingbakken. Ze krijgen deze ook pas ’s avonds als ze allemaal rustig binnen zitten. Mijn dertien productievolken hebben allemaal nog een honingzolder behouden die ze mogen voldragen in juli. De vier volken in Gerhagen kregen boven deze honingbak een voederplank met voedergat. Daar bovenop een lege honingbak en dan nog drie honingbakken vol leeg geslingerde ramen.Door de voederplank en de lege honingbak beschouwen ze dit niet meer als hun eigen nest en dragen ze hier geen nectar naartoe. Ze beschouwen het eerder als een verlaten nest dat ze kunnen leegroven. Maar dat doende, likken ze wel de ramen droog. Na twee dagen verwijder ik deze honingramen en hang er weer andere in voor twee dagen. De droog gelikte ramen zet ik nog even terug in mijn plastic bakken. Ze moeten na het drooglikken eigenlijk nog even ingevroren worden om wasmotvrij te worden. Maar mijn vriezer zit nog volledig vol met alle uitgesneden darrenraat die ik dit jaar heb uitgesneden. Darrenraat is net als zegelwas door de bijen volledig nieuw aangemaakt en dus vrij van bezoedeling. Bezoedeling van pesticiden uit de natuur of varroabestrijdingsmiddelen van de imker. Ik smelt deze was dus samen om hier volgend jaar de nieuwe honingwaswafels mee te gieten. Vermits de zegelwas nu pas is uitgelekt (nog eens 17 kg honing), kan ik morgen deze was smelten en is de vriezer leeg om honingramen in te vriezen.

Een honingbak, daarbovenop een lege en dan nog drie om leeg te likken.

Ik vries alleen de mooiste honingramen in. Ongeveer 150 stuks. Deze heb ik volgend jaar nodig. De iets slechtere gaan eind juli onder de volken en worden pas in maart gesmolten. De slechtste, met darrencellen, met stuifmeelopslag, of beschadigde ramen worden dadelijk gesmolten. Gesmolten honingramen leveren was voor de broedramen van volgend jaar.

Gesmolten broedramen leveren dan weer de was voor kaarsen of als tweede keus voor nieuwe broedramen. Want ik verkies nog steeds de was van mijn eigen broedramen boven aangekochte waswafels. Ik weet van mijn eigen broedramen tenminste met welke producten de was in contact is geweest.

Ik ben vandaag ook begonnen met het afschuimen van de honing in de rijpervaten. Na afschuimen tap ik de honing in zakken van 15-17 kg die ik met een afsluit met een strap en de zak gaat in een gesloten honingemmer. Deze emmers staan dan in de kelder gestapeld om één voor één te worden opgepot. Telkens weer slechts een dertigtal glazen potten tegelijk.

15 juni 2020

De lindebomen staan nu volledig in bloei. Nog  een tweetal weken en het is weer voorbij. Als de zilverlinde in mijn straat is uitgebloeid, dat is de laatste hier in de buurt, wacht ik nog een week en dan wordt er voor de laatste keer honing geoogst. Nu de corona-lockdown achter de rug is, werd het echter zo druk in de praktijk dat ik het even niet zag zitten om tussentijds wat honing te oogsten. Normaal geef ik de volken hiermee voldoende ruimte. Nu heb ik echter vorig weekend alle volken een derde honingzolder gegeven en ze hebben nu de ruimte om de lindenhoning op te slaan. De meeste volken hebben ondertussen ook al een nieuwe koningin of ze zijn er mee bezig. Een vliegbij die nectar ophaalt, is al een drietal weken oud en sinds de leg van het eitje zijn er dan al zes weken verstreken. Na half juli was vroeger de lindebloei voorbij en er werd geslingerd op 21 juli, onze nationale feestdag. De werkmens had dan een extra vrije dag om zich hier op toe te leggen. Daarom verwijder ik systematisch elke koningin die ik tegenkom vanaf begin juni. Haar nageslacht kan dan tot half juli zorgen voor de honingopbrengst en in de tweede helft van juni tot half juli hebben ze ook nog eens weinig broed te verzorgen en kunnen ze zich meer bezig houden met de opbouw van hun voorraden. Ik ga niet op zoek naar de koningin voor half juli. Pas dan wordt ze actief gezocht en verwijderd.De meeste van mijn volken hebben dan echter al een jonge koningin aan de leg. Via deze koninginnenkweek uit redcellen en standbevruchting zorg ik sinds 2004 jaarlijks voor nieuwe koninginnen. Via broedafleggers verdubbel ik zo sinds 2009 ongeveer elk jaar het aantal volken die ik inwinter. De volken komen op een enkel na prima uit de winter en alleen de beste hou ik aan als productievolk. Volken die het voorbije jaar goed hebben gepresteerd. Als productievolk heel rustig waren, veel honing haalden en sterk uit de winter kwamen. Of als jongvolk snel opgroeien met mooie volle platen plat verzegeld broed en dan sterk uitwinteren. Af en toe haalde ik ergens een zwerm op en die werd op dezelfde manier aangehouden. Ook enkele zwarte koninginnen heb ik vorig jaar binnengehaald. Volgend voorjaar krijgen ze alleen een honingzolder als ze sterk uitwinteren en dit jaar voldoen. Door alleen de 50% beste aan te houden, voel ik het tenminste aan alsof mijn bijenstand steeds verbeterd en de bijen ook prima zijn aangepast aan de plaatselijke omstandigheden. Ik ga niet op reis met de bijen, maar pas de plaatselijke fauna zoveel mogelijk aan. Ook dit jaar zal de honingproductie per kast gemiddeld 40 kg bedragen. De uitschieter van 60 kg zit op rozen en de achterblijver met 20 kg mag zich al zorgen maken voor volgend jaar.

Ook vandaag weer waren op de twaalfde dag enkele doppen uitgelopen in een te controleren volk en alle andere doppen open geknaagd. Het volk is dus tevreden met haar toestand en hoe zou ik trouwens een betere koningin kunnen herkennen? Laat staan ze een beter larfje of eitje geven. Zij zelf selecteren al veel langer dan 2004.

Moerloos

Op 14 mei vond ik gesloten doppen in een volk en vond de koningin niet. Echt zoeken naar een koningin doe ik eigenlijk nooit. Als ik ze tegen kom bij een controle wordt ze gemerkt en geknipt. Maar nu met die gesloten doppen? Dit volk was al geen hoogvlieger geweest bij de voorjaarsontwikkeling en daarom brak ik alle doppen. Vijf dagen later keek ik nog eens en de bijen hadden toch nog op enkele larven geprobeerd om nieuwe redcellen op te trekken. Ik heb dan ook deze doppen gebroken en gaf het volk een raam uit een ander volk dat wel een ‘drieplus’ had gekregen bij zijn voorjaarsontwikkeling. Alleen op dit raam vond het volk dus eitjes om nieuwe doppen op te trekken. Dit was op 19 mei en op 21 mei hadden ze inderdaad meerdere redcellen aangemaakt op dit raam. Ik had het raam trouwens gemerkt met een punaise op de toplat. Dit is ‘het’ bewijs dat een volk moerloos is. 12 dagen na het inhangen van een raam met eitjes en larven kan er dus een koningin geboren zijn en die loopt dan tutend door de kast. Op zoek naar andere koninginnen om te vechten op leven en dood. De prijs voor de overwinning is een gans volk dat je de rest van je leven dagelijks dient te voorzien van nieuw broed. Eieren leggen tot je er bij neervalt dus. Gisteren op 31 mei opende ik na 16 u de kast. Na 16 u om te voorkomen dat de jonge koningin met een deel van het volk ‘nazwermd’ en het resterende volk achterlaat met nog enkele gesloten doppen. Om dit voorkomen worden na 12 dagen de nog gesloten doppen geopend en vernietigd. Er waren op het gemerkte raam twee doppen uitgelopen en de andere waren langs de zijkanten weggeknaagd. De bijen waren dus tevreden en hebben besloten om geen ‘nazwermen’ te produceren. Ik heb de kast gesloten en zal het broednest pas binnen drie weken weer openen. Kom ik de nieuwe koningin in de volgende maanden ooit tegen wordt ze gemerkt en geknipt.

Van de uitgelopen dop in het midden is alleen het dekseltje verdwenen terwijl de zijkanten rondom wat zijn gerafeld. Hier is een koningin geboren! Hoera!

10 mei 2020

Pompoenen geplant en de bonen ingelegd.
De aardappelplanten staan al mooi.
In de Warrekast is een vreemde zwerm gearriveerd.
De oude raten zijn opnieuw in gebruik genomen.

Vorig jaar had ik een zwerm in de kast gezet. Ik had de zwerm behandeld met oxaalzuur en in december nogmaals. Maar in januari verdween de laatste bij uit de kast. In de maand maart was er veel verkeer aan de kast. De laatste voorraad werd blijkbaar geroofd. En twee weken geleden zag ik geregeld speurbijen aan de kast. Nu is er dus een nieuwe zwerm ingetrokken. Geen idee vanwaar hij is gekomen.

De schaapjes zijn weer aan de imkerij. Ik heb ze weer gewisseld met de bok. Deze is nu met een castraatmaatje naar hun aflammerweide. Pas op 1 november mag hij weer naar de dames.

Bijenvolken eind april

Na de wilg en het fruit, staat nu de paardenkastanje in volle bloei. Hierna is het even wachten op de acacia. Maar natuurlijk zijn dit slechts de opvallende bomen. Met bloesem die we boven onze hoofden duidelijk waarnemen. Dichter bij de grond gebeurt er ondertussen ook veel. En dat wordt vaak niet opgemerkt. Er kwamen al enkele honden op de praktijk met een insectensteek in de snuit. Ook zij merken deze kleine stekertjes ook vaak te laat op. Voor mij is dit het signaal dat de bijen nu de hoge bomen ruilen voor lagere bloesems. Voor de imker en natuurliefhebber is het nu het moment om plat op de grond te gaan. Maar de bijen, hoe is het daar nu mee?

Tweede helft april en de meeste volken hebben hun tweede honingzolder gekregen. Wellicht kan er volgende week al een deel voorjaarshoning worden afgenomen. Maar evenzeer heb ik een volk dat nog steeds niet bezig is in de honingzolder. Nu had ik er voor kunnen kiezen om even het koninginnenrooster te verwijderen. Dan gaan ze meestal snel naar boven. Maar broedrestanten in de honingramen probeer ik ten allen tijde te vermijden. Het broednest heb ik even beter bestudeerd en het viel op dat ze een verzegelde voerrand hadden aangelegd boven het nest, bovenaan de broedramen. Eigenlijk perfect normaal maar niet naar de zin van een honingimker. Die wil zijn honing graag apart in een honingkamer. Vermits bijen niet graag over een verzegelde honingrand gaan, heb ik dan de zegels van de voederrand gebroken, platgedrukt met de raambeitel. Het is nu de bedoeling dat de bijen deze honingcellen ruimen en hierbij de honing verder naar boven, dus boven het koninginnenrooster gaan opslaan. Ze gaan er in elk geval ergens mee moeten blijven, want in de broedruimte zelf is geen plaats meer. Dit is blijkbaar een volk dat al lang blij is met een kastruimte van 1 Kempische broedbak. We zullen volgende week nog eens controleren, maar een volk met vertraagde voorjaarsontwikkeling is voor mij een negatief selectiecriterium.

De volken die momenteel al druk bezig zijn met verzegelen in de eerste, bovenste honingbak en de tweede, onderste bak, al uitbouwen, geef ik een pluspunt voor de selectie. Vier volken hebben momenteel zelfs de broedbak compleet in gebruik voor het broed. Ze hebben zelfs de twee buitenste voerramen al geruimd en voorzien van verzegeld broed. Deze vier zijn momenteel mijn eerste keuze voor verdere selectie. Selectie die weldra begint, want volgende week, begin mei, begin ik aan de productie van de broedafleggers. En deze volken die nu met 11 ramen broed en een darrenraam overvol gaan raken, geven me dan twee ramen broed in plaats van slechts één.

Een voerraam, een broedraam (moet ook eitjes bevatten) een waswafel en een sluitblok worden in een broedbak gehangen en enkele uren op de honingzolders gezet. Dit broed trekt de jonge, broedverzorgende bijen onvermijdelijk naar boven. Daarom noemen we deze broedaflegger ook vaak een zuigeling. De juiste bijen worden naar boven ‘gezogen’. Hierna wordt de broedbak op een bodem gezet, de vliegspleet op één bijbreedte afgesloten met een schuimstofstrip en naar de andere bijenstand vervoerd. Na 24 dagen behandel ik dit volkje met oxaalzuur. Op drie ramen is de koningin dan zeer gemakkelijk te vinden. Ze is al op bruidsvlucht geweest en bijgevolg wordt ze gemerkt en geknipt. Een week later kan ik dan controleren of ze een mooi broednest heeft. Ik geef deze jonge volkjes telkens een nieuwe waswafel als de vorige is uitgewerkt en plaats een voerbakje onder het dak waar ik regelmatig een litertje siroop in voorzie.

 

Verplaatsen bijenkasten ten tijde van lockdown

Vermits er de voorbije dagen wat duidelijkheid is gecreëerd omtrent het verplaatsen van bijenkasten, heb ik dat toch nog kunnen doen. Ik heb gisteren omstreeks 8.00u twee kasten verplaatst van de winterstand naar de zomerstand. Dit was altijd al het plan geweest, maar blijkbaar mocht dit niet tot nu. In het kader van de normale bedrijfsvoering van een imkerij mag men zijn kasten verplaatsen naar een andere stand. Ik heb nu zes volken op de stand aan het Waterbroek. Dit beschouw ik als het maximum op die locatie.

Ik heb ook de drie perceeltjes gemaaid waar ik dit jaar een wilde bloemenweide wens in te zaaien. Als alles volgens plan verloopt ga ik morgen ploegen en frezen. Volgende week krijgen we dan wat mooi weer en kan ik inzaaien. Het zaadmengsel komt van DCM en wordt aangeboden op hun professionele site. wilde bloemenmix Ik ga het proberen in plaats van elk jaar weer mosterd en phacelia te gebruiken.