Koningin invoeren in apidea

Vandaag heb ik weer zes moertjes ingevoerd in apideakastjes. Vermits de dames onverwacht ter beschikking kwamen, heb ik nog snel even zes apidea’s gevuld met een koffiebekertje bijen. Ik heb uit drie volken drie honingramen afgeklopt in een emmer en ze licht beneveld met oxaalzuur tegen de varroamijten. De bijen uit de honingzolders zijn de jonge bijen die we nodig hebben in bevruchtingskastjes. Er zitten ook geen darren bij. De kistjes stonden al even klaar met een wasstripje en een portie voederdeeg. De bijen zelf doe ik er pas op het laatste moment in. Wel wacht ik een paar uur vooraleer ik een moer toe toevoeg. De bijen moeten zich best eerst moerloos voelen. En om helemaal zeker te zijn van de vlotte aanvaarding, voer ik soms de moer in via een kunstdop. Dit is een wasdop die ik zelf maak met een houten stokje. Het ene uiteinde van de kunstdop is open en aan de andere kant maak ik met een naald een klein gaatje. Langs hier wordt de moer bevrijd door de bijen en de veronderstelling is dat de bijen elke moer aanvaarden als ze uit een wasdop is gekomen. Al zijn er zelfs imkers die de moer gewoon langs de vliegopening naar binnen laten wandelen. Vermits in dit geval de jonge bijen en de moeren niet uit hetzelfde volk kwamen en dus niet dezelfde geur hebben, verkoos ik nu de wasdop. Als het  moertje in de dop is gekropen, plet ik voorzichtig de achterkant dicht en hang hem tussen de raampjes via de invoeropening in het plastic deksel.dsc_2470dsc_2471dsc_2469dsc_2472

Tweede volk met rijpe doppen

Vandaag ook weer op dag 12 en dit keer vond ik 2 uitgelopen doppen. Ik heb uit voorzorg, vlak voor het sluiten van de kast, een derde moer laten inlopen. Vier andere rijpe doppen nam ik mee. Er werden tevens 4 apidea kastjes klaargemaakt.dsc_2461

De 4 doppen gingen in de couveuse en na amper een half uur waren er weer 2 uitgelopen. De moertjes heb ik dan in de huiskamer op tafel gemerkt. Groen, nummers 3 en 4. Zodra de lijm droog was, liet ik ze in een apideakastje inlopen.dsc_2463dsc_2464dsc_2466

 

Apidea kastje

Gisteren heb ik enkele moerdoppen uitgesneden. Ik wacht meestal niet op een tuter. De volken staan ook niet bij mij thuis en dan is dat niet praktisch. Ik ga gewoon op de twaalfde dag de kast controleren. Het eerste raam met een paar mooie doppen zet ik even opzij. Daarna snij ik van alle andere ramen de rijpe doppen uit en verniel de onrijpe. Als ik een uitgelopen dop vind, laat ik geen enkele meer staan. Anders krijgt het volk twee doppen op hetzelfde raam dat al opzij stond. De eerst uitlopende moer steekt dan de andere wel af in de dop.

Zo vond ik gisteren een uitgelopen dop en bracht ook nog drie doppen mee naar de couveuse. Dezelfde avond had ik

een apidea kastje gevuld met een koffiebekertje bijen uit de honingzolder. Zodra een moer in de couveuse uitliep, heb ik ze gemerkt en laten inlopen in het apidea kastje. Dit kastje blijft twee dagen koel en donker binnen alvorens naar de stand te vertrekken. Deze morgen bleven de bijen echter onrustig zoemen en ik vreesde al dat het moertje dood was. Na het water geven met een spuitje aan het rooster begon de moer echter te tuten. In een apidea had ik dit nog nooit gehoord. Ogenblikkelijk werden alle bijen rustig en nu zoemt het apidea kastje al de ganse voormiddag zeer rustig. Morgenavond breng ik het kastje naar het Waterbroek waar de moer dan op bruidsvlucht kan vertrekken.

Wilgenhaag

dsc_2430

Een nieuw plannetje voor volgend jaar: een haag van levende wilg. Enkele jaren geleden heb ik het ganse perceel omzoomd met knotwilg. En jaarlijks knot ik hier ongeveer een vierde van. dsc01822Zo blijft er steeds voldoende voedsel voor de bijen. Met de afgezaagde takken heb ik al veel geprobeerd. Ze heel dicht tegen elkaar in de grond stoppen om een levende muur te creëren of een wigwam maken door ze in een cirkel te planten en bovenaan samen te binden.  Weven tussen paaltjes om een lage afsluiting te maken. Er is zeer veel mogelijk. De dikste takken zaag ik meestal in blokken. De volgende zomer kunnen die dienen om buiten te koken. Nu was ik die gisteren aan het zagen en toen merkte ik dat de onderste takken niet alleen groene blaadjes hadden maar langs de onderzijde ook stevig waren ingeworteld op die paar maanden. Het is misschien een idee om de takken die toch wel meerdere meters lang zijn, gewoon op de grond te leggen, er eventueel nog wat aarde over te gooien om een jaar later een mooie wilgenhaag te creëren.

27 april 2019

Vandaag de bijenvolken nagekeken. Het weer was niet ideaal maar ik verwachte een paar met zwermneiging en wou bijgevolg niet langer wachten. En inderdaad vond ik in enkele volken al belegde zwermdoppen die ik allemaal heb verwijderd. In een volk trof ik zelfs een gesloten dop aan en geen koningin. Ik heb die dop en twee andere op dat raam laten staan en alle andere vernietigd. Vermits mijn moeren geknipt zijn, keert de zwerm toch terug. En ook in dit geval waren er blijkbaar nog evenveel bijen aanwezig. Ook de honingvoorraad was niet verminderd. Volgende week weet ik meer over dit volk.

Terwijl ik toch bezig was, heb ik alle verzegelde honingramen mee naar huis genomen. En dat was toch wel even een verrassing: 78 stuks en dus meer dan 100 kg honing van de eerste oogst.

In vergelijking met vorig jaar: 36 kg op 6 mei. Afwachten wat er nog volgt dit jaar. Momenteel staan de meidoorn en de paardenkastanje in bloei.

Ik begon vanmiddag met de controle van de volken en om 21.30u was ik klaar met het ontzegelen en slingeren van alle ramen. Met dank aan de gemotoriseerde slinger en de nieuwe ontzegelbak/stoomwassmelter.

Morgen nog 3 volken op een andere locatie en daarna kan ik het materiaal weer zuiver maken. Als de honing van de ontzegeling is afgevloeid, hoef ik slechts de stoomgenerator aan te sluiten om de zegelwas te smelten.

Ondertussen heb ik er al 20 broedramen mee gesmolten, een volle lading gesneden darrenraat en nu dus de zegelwas.