Kweekgras

Het kweekgras neemt op sommige plaatsen de overhand. Het perceel zonnebloemen is dit jaar compleet mislukt. Ik wijt het aan het droge voorjaar. Het zaad is praktisch niet gekiemd. En dan nam het kweekgras over. Daarom heb ik gisteren het perceel omgeploegd. Hopelijk kan de hittegolf tegen het einde van de week de wortels wat uitdrogen. Ik hoop het stukje grond dan wat gezuiverd te krijgen om phacelia en mosterd te zaaien.

Inwinteren

Stilaan beginnen we aan de inwintering van de bijenvolken. Vermits we van de bijen een deel honing hebben afgenomen, geven we ze een suikeroplossing terug. Hiermee komen ze dan vlot de winter door. Maar de laatste jaren is het najaar nog interessant vliegweer voor de bijen. Als ik ze momenteel al een volledige portie wintervoer zou geven, raakt dat opgegeten voor de winter. Bijen die actief zijn, verbruiken meer. En vermits er in onze streken weinig te halen valt in het najaar, klopt hun verhaal niet meer.

Om dit enigszins op te lossen, geef ik ze nu nog maar mondjesmaat suiker. Te weinig om als wintervoer op te slaan, maar genoeg om actief te blijven. Pas eind september geef ik dan dagelijks suiker tot de kasten op gewicht zijn. Nu geef ik slechts tweemaal per week een half voerbakje of één liter.

Om de suiker op te lossen in water gebruikte ik vroeger een honingroerder. Deze inox staaf zat in een goedkope betonmixer van Hubo. Ik roerde zo 30 liter tegelijk. Maar vermits ik nu een automatische honingroerder heb aangeschaft, probeer ik deze even om de suiker op te lossen. De verwarming op 35 graden en 24 u roeren zou moeten volstaan. 25 kg suiker en 25 liter water voor een 1:1 oplossing. Later bij de echte inwintering gebruik ik een 3:2 oplossing.

Honing op de fopspeen

Terwijl tegenwoordig vaak wordt vermeld op het honingpotetiket dat men best geen honing geeft aan kleine kinderen, was dat vroeger wel anders. Een fopspeen werd in honing gedoopt alvorens je hem in je mond kreeg. Instant-geluk werd je deel, je werd rustig en viel in slaap. Niet dat ik me daar nog iets van herinner, maar ik paste het eind jaren tachtig nog zelf toe bij mijn kinderen. Op dat moment woonde ons jong gezin bij mijn grootvader, waar ik ook de dierenartspraktijk opstartte. Er hadden altijd al bijenkasten gestaan in de boomgaard en mijn moeder was er doodsbenauwd van. Ondertussen werden de bijenvolken wel beheerd door de zoon van Charel: ‘Jef de bieboer’. Jos Jannes, werd bijgevolg dwingend verzocht zijn kasten elders te plaatsen. Zijn bijen zouden haar kleinkinderen dan geen steek kunnen bezorgen. De kasten werden honderd meter verder verplaatst naar een braakliggend stuk grond. Ze zouden de bloesems van daar ook wel vinden, vond mijn moeder.

Op een warme namiddag werd Evelien weer te slapen gelegd op haar kamertje. Naast het bedje, op de vensterbank stond het potje honing. Zoals steeds kreeg ze een lekkere tut met honing en ze zou wel in slaap vallen terwijl wij buiten in de boomgaard zaten. Het was nog niet zo veel later als ik een massa bijen opmerkte aan haar slaapkamerraam. Ik ging wat dichterbij en zag dat het raam zelfs langs de binnenkant zwart zag van de bijen. Als door een bij gestoken, renden we beide naar haar kamertje. We stonden letterlijk aan de grond genageld. De ganse kamer zat vol bijen. Blijkbaar hadden ze een opening gevonden in de vliegenhor van het open raam. Het honingpotje bevatte alleen nog bijen. De honing was bijna allemaal verdwenen. Uit de pot, maar niet uit de kamer. De honing hing overal. Aan de vensterbank, aan de gordijnen, het kinderbedje plakte helemaal van de honing. En overal zaten massa’s bijen zich te laven aan het goudgele goedje.

En in het midden van deze apocalyps stond Evelien, breed glimlachend, rechtop in haar bedje. Haar handjes en haar gezicht glommen van de honing. Ze heeft er geen enkele steek en zeker geen trauma aan over gehouden. Ik zou de waarschuwing op het etiket nog willen uitbreiden: ‘BUITEN BEREIK VAN KINDEREN HOUDEN!’

Imker in spe

Het zal in de zomer van 1964 of 1965 geweest zijn. Gust van Janen had me pas het verschil geleerd tussen een hemelbieke en een ander bieke. De biekes die in zijn boomgaard stonden, konden steken maar een hemelbieke had geen angel. Die hingen stil te zweven boven een bloem en als je snel was, kon je die met je hand vangen. Mijn grootvader, Gust Jannes, had in zijn boomgaard enkele bijenkasten staan. De kasten waren van zijn neef Charel Jannes. En mijn moeder was er als de dood voor. Ze moest niks hebben van die steekbeesten en zorgde er voor dat haar kinderen er zeker uit de buurt bleven. De angst voor bijen werd er bij mij als het ware met de paplepel ingegoten. Maar onze va was een plaaggeest en greep regelmatig een hemelbieke om ons de stuipen op het lijf te jagen. Een hemelbieke of blinde bij is eigenlijk een zweefvlieg. Ze waant zich veiliger door zich voor te doen als een echte bij. Dit noemt men mimicry. Deze zweefvlieg is natuurlijk niet echt blind maar de term werd vroeger gebruikt om aan te geven dat ze niet stak. Zoiets als een granaat die niet ontploft, een blindganger dus. De blinde bij heeft net als de honingbij ook gele en zwarte banden op haar achterlijf die elkaar afwisselen. Maar ze lopen niet volledig door en daardoor kon je ze herkennen. Tellen van de vleugels kon ook maar was wat moeilijker als ze niet stil zaten. Telkens ik er in slaagde om er eentje te vangen in mijn kleuterhandjes rende ik er mee naar mijn moeder om haar te doen schrikken. Va vond het schitterend maar vond het al snel te simpel. Hij leerde me dan als volgende stap ook het verschil tussen een dar en een werksterbij. De mannelijke honingbij, de dar, heeft namelijk ook geen angel en kan bijgevolg ook niet steken. De dar heeft hele grote ogen die elkaar boven op de kop zelfs raken. Daar moest ik het dus mee doen. Gewapend met die nieuwe wijsheid, trok ik naar de tuin. Ik zag inderdaad bijen met opvallend grotere ogen en probeerde er zo eentje te grijpen. Raakten de oogjes van die ene bij nu elkaar of niet? Ik was ze ondertussen al zeer dicht genaderd. Het was nu of nooit. Ik sloeg toe en had beet. Maar blijkbaar stonden de oogjes van dit exemplaar toch wat verder uit elkaar. Een vlammende pijn schoot door mijn handje. Een pijn die ik me vandaag nog kan herinneren. Huilend van de pijn liep ik naar mijn moeder die nu blijkbaar gerustgesteld was. Ik zou in het vervolg wel wegblijven van die bijenkasten.

Weekendje op de imkerij

Ik had de kids een weekendje beloofd in de caravan en nu was het zover. Op zaterdag heb ik de aardappelen gerooid terwijl de kinderen konden ravotten. Tegen de avond hielden we een kleine barbecue en als het begon donker te worden, snoepten we nog wat marshmallows.

Wachten op de marshmallows…

Tijdens de zondag heb ik dan de honingzolders van de volken weggehaald en verplaatst naar onder. Ik plaats ze op de bodem en zet de broedbak er op. Enkele honingramen die waren verzegeld, heb ik vervangen door leeg geslingerde ramen. De rest mogen ze nu verder naar boven dragen. Boven en rond hun broednest. Ik heb vroeger al aangegeven dat ik geen vliegplank meer gebruik. Ik heb ze namelijk allemaal omgebouwd tot een ‘muilkorf’ voor de bijenkast. Dit zou kunnen helpen tegen roverij. Roverij door andere bijenvolken, maar zeker ook tegen de hoornaars die gewoonweg te groot zijn voor de maasgrootte van 6 mm. Darren kunnen de kast nog wel verlaten langs de iets bredere spleet tegen de voorwand. Na de laatste honingoogst tot eind oktober blijven deze ter plaatsen. Het was tevens het moment om de strips Apivar te plaatsen in het broednest. Deze strips blijven gedurende tien weken ter plaats. Vorig jaar gaf deze varroabehandeling goede resultaten. Door de lange behandelingsduur ben ik weinig tot niet afhankelijk van de zomerse klimaatsomstandigheden en dat is wel anders bij veel andere zomerbehandelingen.

Stoomwassmelter

Vandaag begonnen aan het uitstomen van de slechtste honingraten. Honingraten met fouten, zoals opgeslagen stuifmeel of met darrenraat smelt ik nu al. De mooiste zijn opgeslagen tot volgend jaar. Ze zijn eerst 2 dagen in de vriezer geweest om alle wasmotlarven te doden, wellicht gaan ook eitjes van de wasmot op deze manier dood. Ik heb in elk geval nog nooit aangevreten honingramen gehad na een vriesbehandeling. Als ze niet zijn ingevroren en dadelijk in afgesloten containers worden geplaatst, schiet er na de winter niet veel meer over. Dan vieren de wasmotlarven de ganse winter feest in de compleet afgesloten bakken. Bladeren van de walnootboom in de bakken leggen, helpt wel maar zeker geen 100%. En azijnzuur in aparte bakken met telkens 12 honingramen vind ik nogal omslachtig. De diepvriezer draait per slot maar enkele dagen en dat kost ook geen stukken van mensen.

Ondanks de gietende regen de wassmelter toch maar buiten gezet.

.

Zo zitten de ramen ingepaktin een jutezak
En zo komen ze er uit

Propolisproductie

Juli is een goede maand om propolis te oogsten van de bijenvolken. De volken beginnen zich stilaan klaar te maken voor de winter en plakken hun woning nu extra goed dicht. Elke reet of kier wordt dichtgekit met propolis. Vermits ik omstreeks 21 juli begin met de zomerbehandeling tegen de varroamijt, moet de propolis hiervoor nog worden ontnomen. Er mogen evenmin als in de honing bestrijdingsmiddelen terechtkomen in de propolis. Ik heb begin juli op elke kast het dekplastiek vervangen door een insectengaas. Bij de start van de varroabehandeling wordt dit gaas weer vervangen door plastiek. Het gaas is dan dichtgekit met zuiver propolis. Hoe ik hier verder mee handel, beschrijf ik binnen enkele weken.

Juli oogstmaand

Berber en Corne de Gatte
Sjalotten rode en gele

Ook de tuinbonen en de koolrabi zijn nu geoogst. De peultjes hebben hun beste tijd gehad. De laatste peulen blijven nu aan de planten tot ze helemaal droog zijn. Dan kunnen ze worden geoogst als droge erwten. Deze week zaai ik terug wat warmoes, pastinaak, knolvenkel, sla, radijs. Ook andijvie wordt nu gezaaid. Er komt nu voortdurend plaats vrij in de moestuin en ik probeer de grond dadelijk terug in gebruik te nemen. Pas na half augustus zaai ik open grond in met phacelia. De laatste bloemen voor de bijen in oktober maar ook een fantastische bodembedekker en verbeteraar.