Solitaire bijen

Vandaag kreeg ik weer het bekende telefoontje. ‘Hallo, er zit een bijennest in ons tuinhuis.’ Ik vraag dan hoe de insecten er uitzien en waar ze zitten. ‘Ze zijn met zeer veel en het zijn zeker bijen.’ Dan wil ik natuurlijk wel komen zien. Al is het maar om de mensen wat insectenkennis bij te brengen. Vaak zijn het wespennesten, soms een hommelnest. Dit jaar al twee keer voor rosse metselbijen opgedraafd. Ik vind ze zelf zo fantastisch dat ik hier graag wat tijd voor maak. Vandaag heb ik de bijen zelf niet gezien. Ik had pas een vrij momentje om 21 uur en ik kon bijgevolg nog alleen ‘het nest’ bewonderen. In het plastic omhulsel van een waterslang waren alle schroefgaatjes opgevuld met grijs cement. Toch weer leuk om te zien. En de bewoners kijken in de toekomst met andere ogen naar dit natuurwonder. Ze zien nu een interessant levend wezen en geen steekduivel meer.

Imkerweekend april 2021

Het voorbije weekend heb ik gebruikt om nieuwe volkjes aan te maken voor volgend jaar. Ook moest ik bij een aantal volken het darrenraam uitsnijden. Tot en met juni snij ik het darrenraam uit vooraleer de darren uitlopen en hierbij ook de mee ingesloten varroamijten zouden uitlopen in het volk. Als het volk het darrenraam hierna vlot uitbouwt, zou de zwermdrift ook nog niet acuut zijn. Ter illustratie een beeld van een raam dat vorige week was uitgesneden en nu al volledig uitgebouwd en belegd is. Nochtans was dit één van de twee volken dat al belegde zwemdoppen had.

Mijn darrenramen heb ik in twee gedeeld en ik snij alleen een deel uit als het volledig is verzegeld.

Elk productievolk levert jaarlijks één of twee jonge volkjes voor het volgend jaar. Maar natuurlijk levert niet elke nieuw volk een uitgegroeid productievolk tegen volgend jaar. Eerst en vooral heb ik een tweede kast nodig en drie wasramen. Deze heb ik vrijdagavond nog ingesmolten.

Ik reed dit weekend met de materiaalkruiwagen in de bestelwagen en de lege kasten op de aanhanger naar de drie standen. De gemaakte afleggers nam ik dan mee naar de volgende stand.

De werfkruiwagen heb ik geprepareerd om alle materiaal te bevatten dat ik kan nodig hebben bij een controle. Voor de kasten had ik vandaag nog een andere kruiwagen nodig.
De jonge volkjes staan per twee op een pallet.
Het vlieggat is gesloten met een mousse en slechts voor een centimeter open aan de kant waar zich de drie ramen bevinden. Dit om roverij te voorkomen.

De aflegger bestaat uit een broedraam met de opzittende bijen. Het raam heeft aan beide kanten verzegeld broed voor ongeveer zes achtsten. Hier hebben de bijen dus geen werk aan. Ze hoeven die niet meer te voeren terwijl de poppen ook al warmte produceren en vrij snel uitlopen om nieuwe bijen te leveren aan het jonge volkje. Wel moeten er minstens enkele eitjes langs de randen te vinden zijn. Anders kunnen ze natuurlijk geen moer opkweken. De bijen hebben weinig werk en kunnen dus snel het naastliggende wasraam uitbouwen. De benodigde voeding krijgen ze van het tweede raam uit het productievolk. Dit is het voerraam dat nog in de kast zit aan de rechterkant. Het productievolk krijgt dan de twee andere wasramen en heeft nu nog maar één voerraam in de broeibak naast het darrenraam.

De zwermneiging in het productievolk wordt beperkt vermits er twee ramen met opzittende bijen verdwijnen en een volledig verzegeld broedraam dat eveneens de nieuw uitlopende bijen beperkt de volgende dagen. Schrik dat ze nu te weinig voer hebben, is niet nodig vermits ze al veel honing in de honingbak hebben gedragen. Tien volken heb ik vandaag zelfs hun tweede honingbak gegeven. De eerste honingbak is nog niet verzegeld maar ze dragen al nectar in de buitenste ramen. En dan hebben ze na enkele dagen natuurlijk geen plaats meer.

Het jonge volkje hoef ik de eerste weken niet te voeren. Ze krijgen wel een nieuw wasraam telkens als het vorige is uitgebouwd. Zwermen doen ze niet en de enig overblijvende moer is na ongeveer 24 dagen aan de leg. Er is dan geen verzegeld broed meer. Ik kan op dat moment de koningin merken en tegelijk de varroa bestrijden met oxaalzuur.

Controle bijenvolken

Het voorbije weekend heb ik de volken nagekeken. Ik geloof niet meer in het koudeverhaal. De bijen kunnen heus wel hun broednest warm houden. Maar ik ga natuurlijk geen volk openen om niks te doen op dit moment. Na drie weken moest ik de verzegelde darrenramen uitsnijden. En het was meer dan tijd. Althans in de grootste volken. Slechts in 1 van de 14 kasten met een honingbak was het darrenraam slechts voor de bovenste helft uitgebouwd. En in nog eens 3 kasten was het raam nog maar voor de helft verzegeld. Maar in al de andere heb ik wel degelijk een gans raam, Kempisch formaat, verzegeld darrenbroed uitgesneden. Mocht ik dit hebben uitgesteld, was de toekomstige varroschade misschien niet te overzien. En ik heb ook kunnen vaststellen dat het maken van een eenraamsaflegger volgende week in elke kast kan en ook moet gebeuren. Ze hebben allemaal nog een voerraam links en rechts in de kast en een kleine voederkrans achterboven van de meeste ramen. En vermits ze al een klein beetje honing naar boven hebben gedragen, kunnen ze volgende week dan ook het rechtse voerraam missen om met de aflegger mee te geven. Ze behouden dan alleen het linkse voerraam naast het darrenraam.

Wellicht zijn de meeste imkers bezorgd om in de volken te werken bij deze temperaturen, maar de bijen zijn wel degelijk bezig aan hun voorjaar. Wellicht gaat er dit jaar zeer weinig voorjaarshoning te oogsten zijn, maar zwermen vangen in mei kan toch ook niet de bedoeling zijn. Als er volgende maand veel bijen zijn in een volk en ze hebben niks om handen, willen ze alleen nog maar zwermen. Dat doen ze namelijk niet omdat de honingbakken te vol zijn. Maar. Dat doen ze wel als de broedbakken te vol zijn. Te vol met bijen.

Recept mede

Om het voor iedereen duidelijk te maken, geef ik hieronder mijn mede-recept.

Twintig potten gegiste honing van 500g opwarmen in ca. 8 liter water gedurende 40 minuten bij 70 ° C. Dit wordt de most die we gaan vergisten tot een alcoholisch drankje. Ik kook ook 8 rijpe (met zwarte schil) bananen in twee liter water en zeef ze door een neteldoek. Het kookwater gaat dan bij de most. Ik voeg toe: 37,5 g citroenzuur, 25 g tannoblanc ( tannine voor witte wijn), 15 g voedingszout en vijf kruidnagels. Ik laat dit gedurende 10 uur afkoelen en voeg dan de enzymen toe: 7 ml amylase en 2 koffielepels zymex. Twaalf uur later zeef ik de most door een neteldoek in de gistingsfles en vul deze verder af tot 23 liter. De gist die ik op dat moment toevoeg, is Wyeast drymead. Het soortelijk gewicht was in dit voorbeeld hoger dan 1150 en een maand later was dit nog 1050. Ik heb dan overgeheveld in een nieuwe gistingsfles en deze is blijven staan tot ik zin had om te bottelen.

Alle producten heb ik aangeschaft bij Brouwland. Ze hebben allemaal een reden om in de vergisting te gebruiken. Het waarom vraagt een ganse cursus wijn maken. Ik geef alleen maar mee dat bananen en vijgen het enige fruit zijn dat geen smaak geeft aan de mede. Het levert wonderlijk genoeg alleen maar body aan het eindresultaat. En vermits ingevoerde vijgen enorm zijn bespoten om gisting, rotting dus, te voorkomen, gebruik ik bananen die ik ruim een week op voorhand al koop. Ze zijn dan gans zwart maar extreem zoet. Ik begin wel steeds met oude honing, gegiste honing of zelfs uitgesmolten overtollige voerramen. De suikers die hier in zitten, worden vergist tot alcohol en de smaak van de mede komt uit alle andere bestanddelen van de honing. Ik vul dan eventueel aan met andere honing en streef daarbij naar een soortelijk gewicht van 1150.

Mede bottelen

Vandaag heb ik de mede gebotteld die ik in augustus 2017 heb opgestart. Drieëntwintig liter. Deze mede had ik een maand later overgeheveld in een nieuwe gistingsfles en tot vandaag heeft hij dus op mijn kamer gestaan. De bubbels, nog heel af en toe, hoorde ik al niet meer sinds vorige zomer. Maar pas nu had ik voldoende flessen soldaat gemaakt die ik terug kon vullen. Alleen al de kleur is om lyrisch van te worden. En de honing waar ik mee ben begonnen? Dat waren 20 potten gistende en geschifte honing… Als dat geen verregaande recyclage is!

Bloesem

Pruimen, kersen en peren komen nu snel in bloei.
Ook het kleinfruit, zoals de aalbes en de kruisbes komen in bloei.
De groene, vrouwelijke wilgenkatjes geven dan wel geen stuifmeel. Ze leveren wel veel nectar aan de bijen.
De doorbloeiende wilg is nu ook in bloei. Deze gaat door tot in september.
De geknotte knotwilgen krijgen nieuw groen. De niet geknotte komen binnen een tweetal weken in bloei.

Honingbakken opzetten

Elk jaar geef ik de volken hun eerste honingbak in het begin van april. Vermits de volgende dagen temperaturen van 20 graden worden voorspeld, heb ik ze vandaag de honingbak gegeven. Veertien volken heb ik zo uitgebreid. In de honingbak zitten 12 mooi uitgebouwde honingramen die ik van vorig jaar had bewaard. In de broedbak heb ik het darrenraam uitgesneden. Ook dit bevatte nog wat wintervoer. Daarnaast heb ik een overtollig voerraam uitgehaald en vervangen door een waswafel. Ze hebben dus wat werk gekregen voor de volgende veertien dagen. Hier en daar was al wat darrenbroed verzegeld. Eind april zijn de volken dus klaar voor de eerste afleggers. Ik reken veertig dagen na de aanzet van het eerste darrenbroed.

Uien geplant

Uienbed

De eerste groentenbedden zijn in gebruik genomen. De uien en sjalotten worden telkens afgewisseld met een rijtje wortelen. Deze gaan prima samen om zowel de uienvliegen als de wortelvliegen te misleiden. Om deze plagen nog verder te bestrijden plaats ik ook elk jaar een insectendoek over het bed. Bovendien maak ik veel gebruik van wisselteelt en komen dezelfde groenten pas enkele jaren later terug op hetzelfde bed.

Op het laatste bed heb ík pastinaak gezaaid. En om het bedje verder nog wat te bedekken, heb ik er een rijtje radijs en rucola langs gezaaid. Deze zijn al weg als de pastinaak goed in groei is.

Vandaag vlogen de bijen al voorzichtig op de crocussen. Aan het gezoem te horen, hebben ze toch een duidelijke voorkeur voor de tegelijk bloeiende wilgen. Maar het kan natuurlijk ook aan de hoeveelheid bloemen liggen.

Vroege wilgenbomen

We zijn zo ver. De eerste wilgenkatjes bloeien. En aan de vlieggaten te zien, brengen de bijen nu zeer veel geel stuifmeel binnen. Grote dikke klompen. De platte wilg is eerst , maar aan dit tempo zal de boswilg snel volgen.

De vier jongvolken die nog op een enkele broedbak zaten met 7 tot 9 ramen heb ik daarstraks verenigd tot twee mooie volken. Er zijn nu nog altijd 17 volken te monitoren, maar dat is voor ergens volgende week.