28 augustus 2018

‘Behandelen of niet tegen de varroamijt? Ik zie weinig mijten vallen, is een behandeling dan wel nodig? Het is nu te warm voor een behandeling of het is te koud voor een behandeling.’ Ik lees dit zeer vaak op op forums en sociale media. Zowel uit binnen- als buitenland.

Voor mij is het simpel. Ik behandel mijn volken op het gepaste moment met een gepast product. Heeft dat volk weinig of veel mijten is niet van tel. Ook niet of het weer tegenvalt en ik hierdoor misschien geen efficiëntie van 90% haal. Een dode mijt is de enige goede mijt en daar hou ik me aan.

Na de honingoogst, begin juli, waren de temperaturen dit jaar zeer lang boven de 30°C en ondanks de nadelen, heb ik toch behandeld met thymovarstrips. Er waren zelfs dagen van 39°C bij. Heeft dat een nadelig effect gehad? Misschien wel, misschien niet. De dode mijten blijven echter dood en de overlevende bijen zorgden voor nieuw broed. Op dit moment zijn alle 20 volken actief met een mooi gesloten broednest en ze dragen nog veel stuifmeel binnen. Ondanks de droogte is bijvoorbeeld de klimop prachtig hersteld en weldra begint deze te bloeien. Net zoals de natuur zullen ook mijn bijenvolken zich weer herstellen.

Al meerdere jaren behandel ik in augustus-september nog een keer met mierenzuur. Ik las vorige week dat het hiervoor nu te koud is. En inderdaad gaat de verdamping trager bij lagere temperaturen en een hoge luchtvochtigheid. Is de Liebigverdamper niet leeg na 5 dagen? Dan laat ik hem toch enkele dagen langer in het volk. Er zal nog geen koningin zijn gestorven van een te traag verdampende mierenzuurbehandeling. En wat dan nog als er minder mijten vallen? Niet behandelen is als niet schieten. Dat is namelijk altijd mis.

Ook voor de winterbehandeling met oxaalzuur volg ik dezelfde redenering. Begin december zijn mijn volken broedloos. Of laat ik stellen: ze bevatten dan het minste broed. En het is op dat moment dat ik behandel. Vermits 100% niet bestaat in efficiëntie, speelt het weinig rol of het uiteindelijk gaat om 90% of 95%. Er blijven altíjd wel mijten over. En hier zal een gezond volk mee leren omgaan. Bijenvolken zullen nooit door selectie resistent worden tegen varroa. Dat is een illusie. Door selectie zullen ze slechts leren om er mee samen te leven. Dat wij als imkers ondertussen helpen met het afdoden van te grote aantallen mijten, zal deze selectie niet in de weg staan.

Ik behandel mijn volken al jaren volgens hetzelfde stramien dat voor mij zijn waarde heeft bevestigd. In het voorjaar snij ik darrenraat. In mei maak ik broedafleggers. Vanaf juni vervang ik mijn koninginnen. Ik behandel broedloze volken met oxaalzuur. Ik behandel na de honingoogst in juli met mierenzuur of thymol. Als ze op dat moment echter broedloos zijn, gebruik ik oxaalzuur. In augustus-september geef ik nog een behandeling met mierenzuur en in december behandel ik met oxaalzuur.

Mijn gebruikte bestrijdingsmiddelen stapelen zich niet op in de was, maar toch vervang ik alle ramen na maximaal één jaar. Zowel de honingramen als de broedramen die tijdens het jaar in gebruik zijn, werden hoogstens in het voorgaande jaar uitgebouwd. Want naast bestrijdingsmiddelen, stapelen zich nog andere zaken op in de was. Bestrijdingsproducten uit de landbouw en natuurlijk ook virussen. Het is niet zonder reden dat onze honingbijen in hun evolutie het zwermen hebben uitgevonden. Hierdoor laten ze namelijk AL hun was met de daarin opgeslagen viezigheden in de steek om elders met een propere lei (waslei?) te herbeginnen. Misschien zijn de problemen van de laatste jaren een teken aan de wand. En is het de hoogste tijd om de moderne kastimkerij aan te passen aan de honingbijen in plaats van te proberen bijen aan te passen aan onze imkerij. De natuur moet zich toch niet aan passen aan ons, maar wij wellicht wel aan de natuur.

23 augustus 2018

De bijen komen nog steeds met stuifmeel naar huis. De doorbloeiende wilg heeft nog steeds katjes en zelfs de klimop lijkt zich te herstellen. De bloemknoppen verdikken zichtbaar. De verschrompeling door de droogte, die 2 weken geleden nog opviel, is grotendeels verdwenen. Binnen korte tijd vliegen de bijen dus toch nog op de klimop. De zonnebloemen en het boekweit trekken het ondertussen nog wel even.

Het perceeltje mosterd zie ik dagelijks veranderen, maar zelfs de phacelia is al ontkiemt.dsc_2065

De volken krijgen nog steeds 2 x per week een liter suikersiroop 1:1 en dit weekend ga ik voor de laatste keer een waswafel toevoegen aan de jonge volkjes die het nog nodig hebben. Ze zijn dan voldoende uitgebouwd in september om de winter door te komen. Het kleinste volk zit nu zelfs al op 6 ramen en is dus groot genoeg.

Bezoek opendeur Bijenhof

Vandaag heb ik de open deur dag bezocht van het Bijenhof te Bissegem. Elk jaar op 21 juli is dit, maar ik was er nooit geraakt. Tot voor 2 jaar was 21 juli de vrije dag die werd gereserveerd voor de laatste zomeroogst van de bijenvolken. Vermits het werk aan de bijen nu toch al even stil ligt, had ik de kans om dit bedrijf eens te bezoeken. Natuurlijk had ik wel weer wat materiaal in mijn camionette geladen voor de terugkeer. 10% korting is immers mooi meegenomen. Een nieuwe dathepijp, rookblokjes, flesjes voor propolistinctuur, een paar potten bloemenzaad, een  mooie keramieken honingpot en 350 kg voedersiroop. Ik was eerst niet van plan om dit jaar invertsiroop te gebruiken, maar ik was nu toch daar. Mocht ik in juli al inwinteren, deed ik het met zelfgemaakte suikersiroop. Maar vermits ik pas in september inwinter, bespaar ik de bijen misschien wel wat tijd en werk door reeds geinverteerde siroop te geven. Vermoedelijk maakt het voor de bijen echter niet veel uit en is het eerder een gevoelskwestie van de imker. Alle voeding die de bijen in de cellen proppen wordt namelijk gemengd met hun ‘speekselenzymen’. Of de suikers meervoudig of enkelvoudig zijn,  geinverteerd of niet, de enzymen worden toch toegevoegd.

 

 

 

Honingoogst

We zijn nu volop bezig aan de laatste honingoogst van het jaar. Alle productievolken zijn moerloos gemaakt en dus ook de varroabehandeling kan aangevat worden. Drie van de tien zijn echter al enige tijd geleden al voorzien van een leggende moer en deze heb ik toen niet behandeld met oxaalzuur. Ik doe dit liever niet als er nog honing moet worden geoogst. Deze drie worden volgende maand dan maar behandeld met mierenzuur. Vier zijn momenteel zonder verzegeld broed en die kan ik nu wel behandelen met oxaalzuur. De laatste drie kan ik pas volgende week behandelen. Want pas 24 dagen na het verwijderen van de oude koningin is alle broed uitgelopen en zitten alle mijten op de bijen. De nieuwe koningin wacht tot dat moment om haar eerste eitjes te leggen en die cellen worden pas na 9 dagen verzegeld. Er kan dus worden verneveld met oxaalzuur tussen dag 24 en dag 33 na het afvangen van de moer.

Vandaag heb ik de eerste stand geoogst. Na het slingeren, heb ik de beste honingramen opzij gezet voor volgend jaar. Mooie jonge wasraat, volledig uitgebouwd en niet beschadigd. De ramen die niet volledig waren uitgebouwd en de ramen die niet waren verzegeld, heb ik vanavond terug gegeven. De enkele verzegelde cellen in die ramen heb ik opengekrabd. Hiermee vul ik dan een honingzolder die onder het volk wordt geplaatst. De bijen maken de cellen proper en slaan alles op in hun broedbak. De honingzolder geeft hierna ruimte om door te hangen, om eventueel nog een deel van het broednest te huisvesten en het zorgt ook voor een kleinere stapel honingzolders tijdens de winter. Tevens zit de wintertros dan ook verder van het koude vlieggat. Deze honingbakken haal ik in maart weg en de ramen worden dan gesmolten. Deze ramen zijn op dat moment volledig leeg. Ze bevatten geen voer, geen broed en ook geen bijen.

Na het geven van wat rook, plaats ik de broedbak op het omgekeerde dak en plaats het kleine vlieggat in de bodem. Ik zet dan een honingzolder op de bodem en deze ontvangt alvast de thuiskomende haalbijen. Dan begin ik met het uithalen van elk raam van de broedbak en dit te besproeien met oxaalzuur. Een 3% oplossing in water. Na enkele ramen heb ik al eitjes gezien en zodra ik de jonge koningin ontmoet, wordt ze gemerkt en geknipt. Terwijl haar merk droogt, besproei ik de resterende ramen. Ik sproei nog even tussen de honingramen van de nieuwe onderbak, op de thuisgekomen bijen en plaats dan de broedbak bovenop. Honingoogst, varroabehandeling en controle van de nieuwe koningin in 1 beurt.

Morgenvroeg omstreeks 5 u bij het eerste licht, begin ik aan de tweede stand.

Wekelijke controle bijenvolken

Vanaf half april kijk ik graag wekelijks de volken even na. Even wat rook blazen door het varroagaas en even later het dak opzij zetten. Hierop plaats ik dan de honingbakken en geef nog wat rook over het moerrooster alvorens dit ook te verwijderen. Ik hang mijn ramenrekje aan de broedbak en haal  het darrenraam uit. Is dit voldoende verzegeld, wordt het uitgesneden. DSCPDC_0003_BURST20180420133005231_COVER.jpgIk haal hierna het raam naast dit darrenraam uit en plaats het darrenraaam terug. Ik heb nu een open plek naast het darrenraam, waar ik de verdere ramen na controle kan in hangen. Het eerste raam met werksterbroed dat ondertussen naast de broedbak op het rekje hangt, wordt terug ingehangen op de laatste opening die ik heb gecontroleerd. Soms controleer ik slechts twee broedramen en soms allemaal.

Alvorens iets te beslissen of uit te voeren, kijk ik eerst of er nog eitjes te vinden zijn. Hierna kijk ik naar de speeldopjes. DSC_0020.jpgAls ik op de eerste twee ramen een dop vind met een eitje of een gepoetste bodem, zal ik elk raam nakijken om alle doppen te vernietigen. Kom ik de moer tegen, dan zet ik haar tijdens de verdere controle even in de afvangpijp op de reeds gecontroleerde ramen. DSC_0022.jpgPas als alle ramen zijn terug gehangen, laat ik ze weer naar beneden kruipen.

Vandaag kwam ik twee moeren tegen van vorige zomer die nog niet waren gemerkt. Ik heb ze dus nog snel even een gele stip op haar borst gezet en een vleugel geknipt. Ik vond in drie volken al met eitjes belegde zwermdoppen en in elk volk liepen al wat darren op de ramen. Volgende week plan ik dus het maken van een broedaflegger van elk volk.

Vandaag heb ik ook de vliegopening over de hele breedte opengezet. Thuiskomende bijen moeten nu vlot binnen kunnen om hun lading te lossen en weer te vertrekken. DSC_0026.jpg

Bij het afzetten van de honingbak bekijk ik natuurlijk even de buitenste ramen. Aan beide zijden hingen bij de start drie waswafels en als ze bijna zijn uitgewerkt, dient het volk een tweede honingbak te krijgen. In sommige volken was zelfs het buitenste al volledig uitgewerkt en bijna volgedragen. DSC_0025.jpg

Daar heb ik toch ook even een raam uit het midden bekeken:DSC_0024.jpg

De volken hebben dus nu allemaal een tweede honingbak bijgekregen, onder de eerste. Ze zijn nu klaar voor de appelbloesems volgende week.DSC_0029.jpg

Oxaalzuur vernevelapparaat

Onlangs heb ik via een gezamenlijke aankoop van de imkervereniging een nieuw toestel aangeschaft om oxaalzuur te vernevelen. Vernevelen en niet sublimeren. Het toestel was me niet bekend, maar ik heb het aangeschaft om het eens te bestuderen. Van horen zeggen, leert men immers niet zo veel. De RuBee Ox Vernebler 2.0 om oxaalzuur tot 4% te vernevelen in een bijenkast. Gedurende 3-4 minuten wordt 20 ml oplossing in de kast verneveld bij een stroomverbruik van slechts 25 Watt. Klinkt allemaal te mooi om waar te zijn, toch?

Het toestel wordt gevuld met een oxaalzuuroplossing van 3,5% in 1 L gedemineraliseerd water, zonder suiker. Ik heb het voorlopig getest met zuiver water. De droogloopbescherming van het membraan vraagt echter 100 ml vloeistof. Ik moest dus eigenlijk al 120 ml maken om een kast te behandelen. Om die 20 ml te vernevelen, had het toestel echter 5 minuten en 30 seconden nodig. Die kleine hoeveelheden heb ik rechtstreeks op het membraan aangebracht, want het reservoir werkte niet met die kleine volumes. Het restant kan natuurlijk na behandeling van alle volken weer worden terug gegoten in uw recipiënt. Zeer interessant is het lage stroomverbruik dat met een omvormer makkelijk uit een autoaccu is te halen op afgelegen standen. Het eerste dat me opviel, was dat de nevel zeer koud aanvoelde. Dit natuurlijk in tegenstelling tot sublimeren. Als ik het water op 30°C bracht, had de nevel een temperatuur van 24°C. Ik heb dan het toestel gevuld met water van 20°C en de nevel had dan een temperatuur van 22°C. De werking van het membraan zal dus ook wel wat warmte genereren. Of een winterbehandeling met een nevel van ca. 20 °C beter of slechter is dan de warmte van sublimeren of warme oplossing van 35°C druppelen laat ik in het midden. Maar de hoeveelheid oxaalzuur die met dit toestel in het volk terechtkomt is een ander paar mouwen.

Hiervoor ging ik even zoeken op het internet. Hierbij kwamen enkele zaken naar voor.

Ten eerste wordt voor de meeste kasten een hoeveelheid oxaalzuur verwacht van 1 à 2 gr. Dit is natuurlijk afhankelijk van de kastgrootte. In ons klimaat druppelen we een liter van 3.5% over 20 kasten. 35 g in 20 volken is 1,75 g op de wintertros. Weliswaar in een groot volk dat 50 ml krijgt gedruppeld. Met de sublimatie gebruikt men 1 g per broedbak Duits Normaal. Zelf gebruik ik om te sublimeren 1,7 g in mijn Kempische kasten. Om te vernevelen tijdens de zomer met een 3 % oplossing in water, haalt men de ramen een voor een uit en besproeit elke kant met 2 à 4 ml. Dus 0.12 tot 0.18 g oxaalzuur per raam. Op 7 ramen met bijen tijdens de winter zou men dus 0,84 tot 1,26 g oxaalzuur benutten. Dus weer ongeveer een gram per broedbak.

Hoe presteert het verneveltoestel?  Het zou 20 ml benodigen per volk van een 3,5 % oplossing in water. Deze 20 ml bevat 0,7 g en dus duidelijk lager dan andere hoeveelheden. Als ik dan rekening hou met de tijdsduur van 5’30”, levert het toestel ongeveer 0,175 g oxaalzuur per minuut. Dat is de hoeveelheid die we normaal vernevelen per raam. Per raam zou ik dus 1 minuut dienen te vernevelen om dezelfde hoeveelheid oxaalzuur in het volk te brengen. Ons wintervolk op 7 ramen heeft hier wel 7 minuten voor nodig. En dat terwijl de koude nevel over de tros stroomt. U mag zelf vergelijken met de warme luchtstroom van 3 minuten sublimeren of de zoete oplossing van een aangename 35 °C gedurende 30 seconden.

Wat moest ik hiervan denken? Verder zoeken dan maar. In het Schweizerische Bienen-Zeitung van april 2010 is een artikel verschenen over een verneveltoestel. Men heeft een test gedaan met verneveld oxaalzuur en daarna de volken nogmaals behandelt met de bekende varroxmethode. Men ging ervan uit dat men met de varrox bijna 100% mijten afdoodt. Na de beide behandelingen zou dus zeker 100% zijn afgedood. De hoeveelheid mijten die na de verneveling al vielen, geeft dus een goede indicatie over de werking. Met 5% OZ haalde men na 5 minuten een effect van slechts 57,3%. In een Dadantkast behaalde men slechts met 10% OZ een effect van 86,3 % na 4 minuten. Dit waren behandelingen door het vlieggat. Later heeft men dit geprobeerd langs boven en toen bereikte men wel een effect van 90%. Weliswaar met 10% OZ na 3-4 minuten. Mijn RuBee vernevelaar kan echter slechts worden gebruikt met oplossingen van maximaal 5%.

Is het oxaalzuur effectiever als het in zeer fijne druppels wordt verneveld? Het toestel lijkt als twee druppels water op een vernevelingstoestel voor terraria. De zeer fijne druppels mist zijn vergelijkbaar met een aerosoltoestel. Deze kleine druppels dringen dus veel dieper door in de luchtwegen. Gesublimeerd oxaalzuur beschadigd de slijmvliezen en daarom zijn serieuze aangezichtsfilters nodig. Maar het inademen van deze mist lijkt me minstens even gevaarlijk. Vermoedelijk nog gevaarlijker.

Ik ga het toestel niet gebruiken voor de winterbehandelingen. Tijdens de zomer kan het ook niet dienen. Een zwerm in een emmer is veel sneller verneveld met een plantenspuit. Ook de verneveling van enkele ramen in broedafleggers gaat vele malen sneller en eenvoudiger met een plantenspuit.

Verneveltoestel voor oxaalzuur: Te gevaarlijk, te omslachtig en vermoedelijk niet efficiënt. In deze volgorde.

15 april 2018

Gisteren was de bodem aan het Waterbroek voldoende droog om te ploegen. En gelukkig maar, want na de stortbuien van vannacht zal het nog wel even duren alvorens ik kan frezen en zaaien.

DSC_0226.jpg

Vandaag heb ik dan maar verder aangeplant in de tuin thuis. Iets meer dan 200 plantjes stonden rond de middag.

DSC_0216.jpg

De bijen hebben het momenteel al zeer druk. De pruimen en de kersen staan in bloei, net als de vroege peren en sinds vandaag de krentenboompjes.

DSC_0208.jpg

DSCPDC_0002_BURST20180410143730760_COVER.jpg

DSC_0217.jpg

DSC_0219.jpg

De knotwilgen beginnen eveneens, net als de kruisbessen.

DSC_0218.jpg

DSC_0223.jpg

Op vele plekken komen de paardenbloemen tot volle bloei, maar mijn bijenstand ziet eerder geel van het bloeiend speenkruid.

DSC_0225.jpg