25 mei 2019

Vandaag weer de bijenvolken gecontroleerd. Het volk waar ik de moer accidenteel had geplet, zou vandaag uitlopende doppen hebben. De eerst uitlopende koningin begint te tuten. Andere koninginnen die nog in hun dop zitten, beantwoorden dit maar het geluid dat ze produceren klinkt doffer vanuit de dop en lijkt eerder op kwaken. Het volk zou dan kunnen beslissen om een zwerm af te geven met deze eerste nog onbevruchte koningin. Om dit te voorkomen, opent de imker dan alle aanwezige doppen. Tijdens de volgende uren vechten de koninginnen tot er maar eentje overblijft. De koningin probeert de andere koninginnen ook al vaak dood te steken als ze nog in de dop zitten. De bijen kunnen dan weer proberen om deze doppen te beschermen of ze langs de zijkant te openen om de tutende koningin een betere toegang te verschaffen. In het volk vandaag hadden de bijen vermoedelijk beslist dat ze niet meer wilden zwermen. De andere doppen waren langs opzij allemaal open geknaagd. Op eentje na dat ik dan maar zelf heb geopend. Dit koninginnetje is ook tussen de ramen verdwenen en morgen blijft er maar een over om op bruidsvlucht te gaan binnen enkele dagen.

19 mei 2019

Gisteren en vandaag heb ik bij de controles broedafleggers gemaakt. Vier stuks. In zevenramers. Ze bieden plaats voor zes broedramen en een voerraam. Ik haalde de voerramen uit de vriezer en uit elk volk twee ramen met vooral verzegeld broed. Hierbij zoek ik naar de oudste ramen. Ze worden dan vervangen door nieuwe waswafels. Hierdoor hebben de bijen weer wat om handen en verminderd hun zwermneiging. Deze verzamelbroedafleggers controleer ik op de vijfde dag om de gesloten doppen te breken. Op de twaalfde dag kan ik dan de eerste tuter verwachten. De koningin die als eerste uitloopt.

Volgende week gaat vermoedelijk de robinia massaal in bloei. Op sommige plaatsen is het al zo ver, heb ik vandaag gemerkt. Maar aan mijn bijenstand duurt dit toch nog wel een ganse week. Slechts enkele bomen vertonen aan een paar bloemtrosjes al een wit puntje. Het eerste phaceliaveldje begint nu ook voorzichtig tot bloei te komen. Het is het veldje waar de phacelia na de winter zelf is opgekomen.

Doppen breken.

Vorig weekend is er tijdens de wekelijkse controle spijtig genoeg een koningin gestorven. Toen ik ze met het klemmetje van de raat wou nemen, sprong het veertje uit de klem. Hierdoor klapte het klemmetje helemaal dicht en kwam de koningin precies met haar borststuk knel te zitten tussen de kaken van het klemmetje.

Een moerloos volk kweekt dan zelf wel een nieuwe koningin. Een aantal eitjes of larven worden dan verzorgd als ware het koninginnen. Ze groeien dan op in een omgebouwde broedcel. Een zogenaamde redcel. Nu is het voor de bijen natuurlijk het beste als ze zo snel mogelijk een nieuwe koningin aan de leg hebben. Daarom gebruiken ze soms jonge larfjes die eigenlijk al iets te oud zijn om nog volwaardig om te bouwen tot een goede koningin.

Op dag vier komt de larve uit het ei en alleen dan krijgt dit larfje echte koninginnenbrij. Dus dezelfde voeding als een jonge koninginnenlarve krijgt. Daarna, tot de negende dag krijgt een werksterlarve een andere voeding dan een toekomstige koningin. Wordt een redcel nu opgebouwd vanaf een eitje, krijgt deze larve alleen maar pure koninginnenbrij en dus alles wat ze nodig heeft om een prima koningin te worden. Om hier nu zeker van te zijn, controleer ik het volk op dag vijf. Alle moerdoppen die dan al zijn gesloten, haal ik weg. De doppen worden pas gesloten op dag negen en dus zijn alleen open cellen op deze vijfde dag begonnen van een eitje. Natuurlijk heb ik slechts op een raam een aantal open doppen gelaten. Alleen dit raam moet ik dan nog controleren op dag dertien. Dit is voor een dop die is opgezet van een driedaags eitje, namelijk de dag dat de koningin uitloopt. Er is met slechts dat ene raam een grote kans dat de eerste koningin de andere moertjes in de dop dood steekt. Ze vind deze vlakbij op hetzelfde raam en moet niet de ganse bak doorzoeken. Na 16 uur controleer ik zelf dit raam en open alle doppen die dan nog dicht zijn. De uitlopende moertjes vechten het dan tijdens de nacht zelf wel uit. Het risico op een nazwerm kan ik op deze manier uitsluiten.

Het mag duidelijk zijn dat het bijhouden van een agenda voor een imker onontbeerlijk is. En weer of geen weer, goesting of niet, deze werkjes moeten op de exacte dag gebeuren.

Koningin invoeren in apidea

Vandaag heb ik weer zes moertjes ingevoerd in apideakastjes. Vermits de dames onverwacht ter beschikking kwamen, heb ik nog snel even zes apidea’s gevuld met een koffiebekertje bijen. Ik heb uit drie volken drie honingramen afgeklopt in een emmer en ze licht beneveld met oxaalzuur tegen de varroamijten. De bijen uit de honingzolders zijn de jonge bijen die we nodig hebben in bevruchtingskastjes. Er zitten ook geen darren bij. De kistjes stonden al even klaar met een wasstripje en een portie voederdeeg. De bijen zelf doe ik er pas op het laatste moment in. Wel wacht ik een paar uur vooraleer ik een moer toe toevoeg. De bijen moeten zich best eerst moerloos voelen. En om helemaal zeker te zijn van de vlotte aanvaarding, voer ik soms de moer in via een kunstdop. Dit is een wasdop die ik zelf maak met een houten stokje. Het ene uiteinde van de kunstdop is open en aan de andere kant maak ik met een naald een klein gaatje. Langs hier wordt de moer bevrijd door de bijen en de veronderstelling is dat de bijen elke moer aanvaarden als ze uit een wasdop is gekomen. Al zijn er zelfs imkers die de moer gewoon langs de vliegopening naar binnen laten wandelen. Vermits in dit geval de jonge bijen en de moeren niet uit hetzelfde volk kwamen en dus niet dezelfde geur hebben, verkoos ik nu de wasdop. Als het  moertje in de dop is gekropen, plet ik voorzichtig de achterkant dicht en hang hem tussen de raampjes via de invoeropening in het plastic deksel.dsc_2470dsc_2471dsc_2469dsc_2472

Tweede volk met rijpe doppen

Vandaag ook weer op dag 12 en dit keer vond ik 2 uitgelopen doppen. Ik heb uit voorzorg, vlak voor het sluiten van de kast, een derde moer laten inlopen. Vier andere rijpe doppen nam ik mee. Er werden tevens 4 apidea kastjes klaargemaakt.dsc_2461

De 4 doppen gingen in de couveuse en na amper een half uur waren er weer 2 uitgelopen. De moertjes heb ik dan in de huiskamer op tafel gemerkt. Groen, nummers 3 en 4. Zodra de lijm droog was, liet ik ze in een apideakastje inlopen.dsc_2463dsc_2464dsc_2466