Wilgenbloei

De voorbije 10 jaar stonden de wilgen compleet in bloei rond 20 maart. Ondanks het feit dat de katjes vaak al in januari hun wit jasje lieten opmerken. Maar als het zachte weer voortzet in februari, gaat de bloei toch een paar weken vroeger zijn. De eerste katjes gaan namelijk al open.

De gele kornoelje is momenteel ook in volle bloei. Het betreft hier wel een kleine struik van slechts drie jaar.

Honingboom en wimperlinde

Gisteren heb ik drie wimperlindes, Tilia henryana, en twee honingbomen, Sophora japonica, geplant. Benieuwd hoe ze het doen. De Sophora die ik enkele jaren geleden heb geplant, heeft het de eerste jaren zeer moeilijk gehad. Hij staat nogal open en bloot in de wind en elk jaar had hij wat vorstschade. Daarom heb ik deze nu wat meer beschut gezet tussen de talrijk opschietende wilgen.

Bomen en struiken voor de bijen

De bijen kunnen tegenwoordig wel wat hulp gebruiken om voldoende nectar te vinden. En door de klimaatopwarming gaat de situatie zeker niet verbeteren. De winters zijn blijkbaar zachter en korter. Er zijn duidelijk meer vliegdagen voor de bijen. De bloeitijd van de inheemse flora lijkt wel iets te vervroegen. Maar de vroege wilgenbloei begon bij mij de voorbije jaren steeds omstreeks 20 maart en dit lijkt niet echt vroeger te komen. Ik ben dus steeds op zoek naar bijenplanten die bloeien in januari en februari. De discussie over exoten wens ik niet meer aan te gaan. Als het klimaat in onze streken verandert, zullen we wel moeten overschakelen naar andere planten. Ik wacht liever niet op de natuurlijke verandering van de inheemse flora. Als wij de meer zuidelijke planten niet naar hier brengen, komen ze ook zelf wel. Ik vrees echter dat dit te lang duurt voor de bijen. En al zeker voor de bijen die ik tijdens mijn leven kan verzorgen. Dat is alvast mijn mening.

Er is trouwens niet alleen een maand vroeger dat de bijen uitvliegen. Er is ook een maand later in het najaar. Vroeger was er na de linde slechts de heide. En de gigantische heidevelden, door de mens onderhouden, verdwijnen zienderogen. De wintervoeding die we vroeger gaven in juli en augustus is duidelijk niet meer voldoende als onze bijen tot en met oktober actief blijven. We kunnen wel hopen op grote mosterdaanplantingen in het najaar, maar is dit wel de perfecte wintervoeding? Ik zie door de toenemende bebouwing ook geen toename in de bloei van klimop. De natuurlijke voedselvoorraden voor onze bijen worden zeker niet groter in de nabije toekomst. We moeten dus zelf zorgen voor betere en meer bijenplanten.

Elke bijenplant bloeit maar enkele weken. We moeten dus ook zorgen voor voldoende opvolging. Als we een vierkante meter volplanten met crocussen of sneeuwklokjes, hebben we wel wat voor de bijen. Als we op diezelfde vierkante meter een struik of boom kunnen planten, hebben we gedurende eenzelfde periode wel veel meer bloemen. Daarom pleit ik eerder voor bomen en struiken. Als de imker hier de ruimte voor heeft natuurlijk.

Gisteren heb ik even een bezoekje gebracht aan de plaatselijke plantenkweker: Houtmeyers in Eindhout. Ik bracht er alvast acht struikjes mee. Drie Hamamelis intermedia, geel, rood en oranje, drie Chimonanthus praecox ( winterzoet) en ook nog twee bijenbomen Tetradium Daniellii. Deze bloeien dan wel in juli-augustus, maar ze vullen ook dan een drachtpauze. Terwijl ik even tussen de rijen bomen struinde,vond ik eveneens de honingboom, Sophora japonica en de wimperlinde, Tilia henryana. Ze bloeien eveneens allebei in de zomer. Vermits deze bomen al enkele meters groot waren, ga ik ze volgende week met de aanhanger ophalen.

The bees can use some help these days to find enough nectar. And climate warming is certainly not going to improve the situation. The winters are apparently softer and shorter. There are clearly more flying days for the bees. The flowering time of the native flora seems to have advanced slightly. But the early willow flowering started in recent years with me around March 20 and this does not seem to come sooner. So I am always looking for bee plants that bloom in January and February. I no longer wish to enter into the discussion about exotics. If the climate in our regions changes, we will have to switch to other plants. I would rather not wait for the natural change of the native flora. If we don’t bring the more southern plants here, they will come too. However, I fear that this will take too long for the bees. And certainly for the bees that I can take care of during my life. That is my opinion.

Besides, it is not only a month earlier that the bees fly out. There is also a month later in the fall. In the past there was only the heath after the linden tree. And the gigantic heaths, maintained by man, are disappearing visibly. The winter food we used to give in July and August is clearly no longer sufficient if our bees stay active until October. We can hope for large mustard plantations in the autumn, but is this the perfect winter food? I also see no increase in the flowering of ivy due to the increasing buildings. The natural food supplies for our bees will certainly not increase in the near future. So we have to ensure better and more bee plants ourselves.

Each bee plant only flowers for a few weeks. We must therefore also ensure adequate follow-up. If we plant a square meter full of crocuses or snowdrops, we have something for the bees. If we can plant a shrub or tree on the same square meter, we will have many more flowers during the same period. That is why I argue for trees and shrubs. If the beekeeper has the space for this, of course.

Yesterday I paid a visit to the local plantcenter: Houtmeyers in Eindhout. I already bought eight bushes . Three Hamamelis intermedia, yellow, red and orange, three Chimonanthus praecox (winter sweet) and also two bee trees Tetradium Daniellii. They bloom in July-August, also filling a poor blooming period. While I was strolling among the rows of trees, I also found the honey tree, Sophora japonica and the linden tree, Tilia henryana. They both also bloom in the summer. Since these trees were already a few meters tall, I will pick them up next week with the trailer.

Waswafels gieten

Ik heb al jaren mijn eigen waswafeltoestel en werk met een gesloten waskringloop. Dit jaar heb ik ongeveer dertig kilo was gesmolten en deze winter zou ik hier raten van gieten. Lieteberg met de Limburgse imkersvereniging heeft nu een volautomatisch wasraattoestel aangekocht om de eigen was te promoten bij de Limburgse imkers. Gedurende de eerste vijf jaren kan nu elke Limburgse imker 5 tot 20 kg was gratis laten omzetten tot zijn eigen wasraat. Hiervan ga ik natuurlijk ook gebruik maken. Ik kan mezelf dan bezighouden met andere zaken. Zopas heb ik mijn 20 kg was klaargemaakt voor aanlevering. Om het smeltproces te versnellen, vraagt men om de wasbroden te verkleinen tot kleinere brokken van ongeveer 100 g. Met een scherpe machete was dit een klusje van een kwartiertje.

Hopelijk gaan nu alle Limburgse imkers ook voldoende gebruik maken van deze unieke dienstverlening. Want zoals het oude spreekwoord altijd al had moeten luiden: “Eigen was is goud waard”.

I have had my own foundation machine for years and I work with a closed wax cycle. This year I melted about 30 kilos and this winter I would make the foundation. But Lieteberg with the Limburg Beekeepers Association has now purchased a fully automatic waxfoundation machine to promote the own foundation production with the Limburg Beekeepers. During the first five years, every Limburg beekeeper can now have 5 to 20 kg of theorie own wax converted into his own foundation for free. Of course I will also use this. I can then deal with other things. I recently prepared my 20 kg wax for delivery. To speed up the melting process, it is requested to reduce the wax to smaller chunks of about 100 g. With a sharp machete this was a fifteen-minute job.

Hopefully all Limburg beekeepers will now make sufficient use of this unique service. Because as the old proverb should always have said: “Own wax is worth gold”.

Bijenbelagers

Ik ben een verzamelaar. Ik verzamel van alles en nog wat. Sinds mijn jeugd verzamel ik al stripverhalen, maar daar houdt het natuurlijk niet op. Als natuurgids heb ik ook een gigantische verzameling natuurboeken. En als imker zoek ik steeds naar allerlei items over de imkerij. Dit gaat over allerlei berokers, honingpotten, spaarpotten, affiches, schoolplakkaten en speelgoed. De voorbije weken heb ik zo de hand kunnen leggen op twee belagers van onze honingbij. Een opgezet exemplaar van de bijeneter en een doodshoofdvlinder. De bijeneter, Merops apiaster, is bij ons voorlopig nog geen standvogel. De vogel komt meer voor naar het zuiden van Europa. Maar er valt te verwachten dat zijn leefgebied naar ons opschuift.

De doodshoofdvlinder (Acherontia atropos) is bij het publiek natuurlijk bekend van de film Silence of the lambs. Bij ons komt hij soms als trekvlinder voor vanuit het zuiden. Dit jaar zag ik echter een nieuwsitem in de krant van een gevonden rups en ook deze honingsnoeper zou zich hier wel eens kunnen handhaven door de klimaatsverandering.