Juli de “zuurmaand“

Het is weer eind juli. Het drukke bijenseizoen loopt op zijn einde. Na de laatste zomeroogst gaan veel imkers met allerlei zuren in de weer. Bestrijding van varroamijten met chemische middelen kan nu eenmaal niet als er honing wordt geproduceerd. En zelfs al zijn oxaalzuur en mierenzuur van nature wel iets aanwezig in honing, toevoegingen door de imker zijn natuurlijk uit den boze. Daarom nemen veel imkers deze zuren ter hand naar het einde van de maand juli. “Ter hand” is met een korrel zout te nemen want het betreft hier zeer corrosieve en gevaarlijke producten.

Vandaag wil ik het hier echter niet hebben over de varroabestrijding maar over de bestrijding van de wasmot. Ook dit kan met een zuur: azijnzuur. Dit is actief tegen de wasmot, haar larven en bij uitbreiding gaat ook nosema er aan ten onder.

Als we geslingerde honingramen wensen te bewaren, kan dat op meerdere manieren. Vroeger bewaarde ik ze in een gesloten diepvrieskist. De eerste week liet ik deze nog draaien en daarna zette ik de stroom uit maar liet de kist dicht tot in het voorjaar. Momenteel is deze vriezer echter aan vervanging toe. Het was al een oudje. Maar mede door de hoge elektriciteitsprijzen van tegenwoordig, besloot ik terug te gaan naar vroeger.

Ik laat zoals steeds de ramen natuurlijk volledig drooglikken door de bijen. Hierna sluit ik ze in plastic bakken met azijnzuur.

Azijnzuur in een bijna 100% oplossing is bijna watervrij. Deze vloeistof is eveneens zeer corrosief en verdampt zeer snel. Onder 17 graden wordt het echter een vaste stof. Het bevriest als het ware. Daarom noemt men het vermoedelijk ijsazijn. Maar indien de vloeistof volledig trillingsvrij kan afkoelen blijft ze vloeibaar. Tot de vloeistof bij een minieme aanraking van de fles plots stolt. Je hoeft de fles dan niet weg te gooien, er is niks mis mee. Bij opwarmen wordt de massa gewoon terug vloeibaar.

Ik plaats boven de ramen een schoteltje met een spons. Deze spons zorgt voor een gelijkmatiger verdamping maar voorkomt vooral calamiteiten. Bij oppakken of omstoten van een bak of stapel gutst er dan geen etsende vloeistof uit het schoteltje. Wel af en toe een kleine controle van de bakken en eventueel eens bijvullen. In het voorjaar even verluchten is voldoende alvorens ze terug te geven aan de bijen.

Zomeroogst honing

Vermits de lindenbloei in Gerhagen al enkele dagen achter de rug is en ook de kastanjebloesems massaal afvallen, is daar de zomerdracht voorbij. Het moment om de honing te oogsten is dus aangebroken. Dat heb ik dit weekend dus gedaan. Er stonden vier productievolken en bij twee ervan heb ik de koningin vervangen. Morgen kan ik de behandeling met oxaalzuur doorvoeren en dat was een tweede reden om de honingbakken te verwijderen.

Ik heb in totaal 94 raampjes weggehaald. Kempische honingraampjes weliswaar maar dan toch goed voor iets meer dan 100 kg.

De volken aan het Waterbroek kunnen wachten tot het volgend weekend. Maar dan is het ook daar over en uit voor dit jaar. De laatzomerdracht en herfstdracht mogen de bijen voor zichzelf houden.

Cadeautje

Gisteren bij de controle van enkele volken trof ik nog een cadeautje aan. Tegen de achtermuur van de bijenhal had ik twee kapotte broedbakken op elkaar gezet. In de bovenste bak had ik twaalf sluitramen gehangen vermits ik die toch niet meer in gebruik had. Een week geleden was mij al opgevallen dat er bijen rondsnuffelden tussen die sluitblokken. Ik dacht toen dat ze interesse hadden in de restjes propolis op die blokken. Maar gisteren waren er toch teveel bijen tussen die sluitblokken actief om nog normaal te zijn. Ik besloot daarom om de bovenste bak met de sluitblokken even opzij te zetten doch deze was veel zwaarder dan verwacht. Ik heb hem even omhoog gelicht en zag onder elk sluitblok een mooi uitgebouwd hagelwit wasraat. Een natuurzwerm hangend in de onderste oude broedbak! De zwerm die deze plaats had uitgekozen, bleek in topconditie. De straatjes tussen de sluitblokken waren dus gewoon de vliegspleten van dat volk. Compleet onpraktisch en ik had geen zin om die oude kapotte bakken nog te gebruiken. Daarom heb ik de raten allemaal losgesneden en in ramen bevestigd. Deze ramen werden dan in een nieuwe kast gehangen die ik op dezelfde plaats heb neergezet. Het duurde even voor de bijen de nieuwe situatie begrepen, maar na een tiental minuten namen enkele bijen de taak op zich om te stertselen op de nieuwe vliegplank. Vanmorgen bleek deze goed in gebruik. Voor een imker een normaal vlieggat maar deze bijen moesten toch even wennen aan een kleine spleet onder het nest in plaats van dertien spleten boven het nest.

De vraag die zich hier stelde, was waar die zwerm vandaan kwam. Al mijn koninginnen waren nog thuis in hun volken en dit jaar was er bij de wekelijkse controles ook nergens een wissel opgemerkt. Mijn koninginnen zijn trouwens gemerkt en geknipt.

Daarom ga ik er van uit dat het hier een cadeautje betreft van een andere imker. Een onbekende zwerm kan me zelden bekoren, maar vermits hij geen oude was meebrengt en alles nieuw opbouwt, denk ik wel dat dit veilig kan. Ik vermoed dat hij er maximum twee weken hing want er waren nog geen broedcellen verzegeld. Een oxaalzuurbehandeling heb ik dus ook prima kunnen uitvoeren. Tevens heb ik enkele raten kunnen samenhangen in één raam waardoor ik ook de mogelijkheid had om nog enkele waswafels bij in te hangen. Zodra deze zijn uitgebouwd en in gebruik genomen, kan ik de brokstukken ook vervangen door nieuwe waswafels.

Aziatische hoornaar

Vorig jaar was er een nest gevonden op drachtafstand van mijn bijenstand. Het is dus slechts een kwestie van tijd alvorens ze me komen bezoeken. Tijd dus om op onderzoek te gaan. Naast de imkerij bevind zich een populierenbos en tevens een gigantische hoeveelheid klimop. Er is ook voldoende water en veel insecten. Vermoedelijk is dit een uitstekend biotoop voor de Aziatische hoornaar. Via het internet vond ik een selectieve val voor deze wespensoort. Maar ik probeer als verwoed doe-het-zelver dit natuurlijk zelf te maken.

Een plastic doos met aan twee zijden een stuk moerrooster en een fuik om de wesp binnen te laten.
Twee ingangen en een plastic potje om het aas in te leggen.

Het stuk moerrooster moet er voor zorgen dat kleinere insecten terug weg kunnen. Het fuikje is een bijendrijver. Kost een euro per stuk. De centrale ingang heb ik echter uitgeboord tot een diameter van 8,4 mm. De Aziatische hoornaar zou hier door kunnen maar niet diens beschermde Europese nicht. Bijgevolg is dit een selectieve val. Het lokmiddel is vermoedelijk ook van belang. Blijkbaar is de Aziatische hoornaar verzot op honing,wat we al wisten, maar ook op vis. Op de Aziatische markten wordt hij als een echte pest ervaren. Ik heb dus een stuk pangasiusfilet vermalen met enkele lepels honing en deze verdeeld over een bakje voor het maken van ijsblokjes. Mits bewaring in de vriezer heb ik zo steeds blokjes aas ter beschikking. Aan de twee standen komt een val. Ik ben benieuwd naar het resultaat alhoewel ik hoop dat ik er nooit één vang,

Broedafleggers

Vandaag heb ik de broedafleggers gecontroleerd en behandeld met oxaalzuur tegen de varroamijt. Twee afleggers hadden geen koningin en deze heb ik dus verenigd met de andere afleggers. Simpelweg de ramen met opzittende bijen in een andere kast bijgehangen. Vier afleggers waren in zeer goede doen en twee andere zijn nog twijfelachtig. Maar deze twee koninginnen zijn misschien alleen maar trage starters. ik geef ze nog een week alvorens ze te beoordelen. Voldoen ze dan nog niet worden ze ook verenigd met een andere.

Voorjaarshoning

Blijkbaar zat iedereen te wachten op een potje verse honing. De eerste oogst is bijna uitverkocht. 27 Kempische honingramen en dus een kleine 30 kg is weg. Gelukkig heb ik vandaag en gisteren weer wat ramen kunnen meebrengen. 54 verzegelde ramen dit keer. Tegen het einde van de week kan ik dus weer enkele klanten gelukkig maken. En binnen 14 dagen probeer ik er nog eens te oogsten. Eigenlijk is het honingseizoen slechts een klein deeltje van het bijenseizoen. Begin mei tot half juli en dat is het zo wat. Gelukkig kunnen we ook nog andere bezigheden beoefenen aan de bijen.

De jonge volkjes krijgen elke week een beetje suikersiroop en een nieuwe waswafel om uit te bouwen. En volgende week is hun nieuwe koningin aan de leg en kan ik ze behandelen tegen de varroamijt. 24 dagen na de aanmaak van een broedaflegger is er namelijk geen verzegeld broed meer en zitten alle aanwezige varroamijten op de bijen. Het ideale moment om de bijen te besproeien met een oxaalzuuroplossing. De nieuwe koningin is dan nog maar pas aan de leg en heeft zelf nog geen verzegeld broed. Ook is ze zeer gemakkelijk te vinden op de drie of vier ramen in de kast om haar te merken en te knippen.

Vorige week had ik bijvoorbeeld een volk met meerdere belegde zwermcellen. Ik had toen de mogelijkheid voor het maken van een tussenaflegger. Maar vermits ik de koningin tegenkwam opteerde ik voor een koninginnenaflegger. Hiervoor hing ik het raam waar de koningin opzat in een andere broedbak en gaf ze ook nog een voerraam en een ander raam met verzegeld broed mee. Als vierde raam gaf ik een waswafel om uit te werken. Het volk kreeg weer drie waswafels in de plaats. Ik heb de koninginnenaflegger dan op een separator gezet boven de honingzolders. Dit is een bodem met nauw vlieggat en een gaas waar de bijen niet door kunnen. De kleine ‘kunstzwerm’ profiteert zo van de warmte van het grote volk. Vandaag heb ik de aangemaakte doppen van het moerloze volk dan gebroken op twee na. Deze zitten vlak naast elkaar op een raam dat ik heb gemerkt met een punaise. Volgende week controleer ik dit volk nog eens en kan dan alsnog de oude koningin als backup gebruiken of ze op een andere stand laten verder groeien. In dat geval doet het productievolk verder met de nieuwe koningin.

In de moestuin zijn vandaag en gisteren de pompoenen, komkommers en courgettes geplant. Ook de eerste boerenkolen heb ik uitgeplant. Het gras werd nog eens gemaaid en gebruikt als mulchlaag op de groentenbedden. Deze mulching houdt de grond vochtig en warm.

Thuis in de siertuin is het weer snoeitijd voor de ligusterheg. De eerste keer tussen Pasen en Pinksteren en later nog een tweede keer in augustus.

Eerste honingoogst 2022

Bij de controle van de bijenvolken vandaag heb ik voor de eerste keer dit jaar verzegelde honingramen mee naar huis genomen. Alleen ramen die volledig zijn verzegeld. Dan is de honing zeker klaar. Het betreft telkens enkele ramen centraal in de bovenste honingbak. Ik schuif daarna de overige ramen naar het midden en geef aan de buitenkant weer nieuwe waswafels. Vandaag had ik zo 27 ramen bij. 27 Kempische honingramen met een relatief vochtgehalte van 18,5 %.

Na thuiskomst heb ik deze ramen ontzegeld en geslingerd. Een uur heb ik daarna de honing in de slinger gelaten om hem dan pas door een dubbele zeef te laten lopen. In dat uur zijn al veel onzuiverheden naar boven gestegen en dat zorgt er voor dat de zeven niet zo snel verstoppen. Die onzuiverheden komen dan pas als laatste in de zeef terecht. Die onzuiverheden zijn hoofdzakelijk stukjes ontzegelwas. Soms een stukje propolis van de ramen of een stukje bij: een pootje of een vleugeltje.

Na het zeven wordt de honing in een rijpervat gegoten. Binnen twee dagen kan ik deze honing dan afschuimen en in de roerder gieten. Tegen het volgend weekend is deze honing dan in potten.

In deze honingbak zijn de vier centrale honingramen uitgehaald en vervangen door vier waswafels aan de buitenkanten.

Broedaflegger

Vandaag heb ik de volken nagekeken en broedafleggers gemaakt. Ik maak elk jaar mijn jonge volkjes voor het volgend jaar met slechts één broedraam en een voerraam. Tijdens de controles stelde ik vast dat er weer zes volken dringend een tweede honingzolder nodig hebben. Er waren nog te weinig honingramen volledig verzegeld om honing te slingeren. Maar ze zijn wel bezig aan de buitenste ramen en bijgevolg krijgen ze een tweede bak onder de eerste. Deze is volledig gevuld met twaalf waswafels. Vermits ik al compleet afgeladen was met de broedafleggers, geef ik ze deze honingbakken morgen of overmorgen wel.

In de broedbak voor de broedaflegger steekt een voerraam, een raam met veel verzegeld broed, maar ook eitjes. Afsluiten doe ik met een waswafel.
Deze aflegger blijft gerust een uur op de honingzolder staan. De broedverzorgende bijen trekken uit de onderbak dan wel naar boven.
De vliegspleet sluit ik af met een stukje schuimrubber. Alvorens de dekplaat en het dak er op te plaatsen, sla ik nog een drietal honingramen af als extra.
Ik neem de afleggers dan mee in de ponytrailer naar de andere stand. Hier open ik een stukje van het schuimrubber aan de kant van de drie ramen. Slechts om één of maximum twee bijen tegelijk door te laten.
Resultaat van een dag imkeren. Een volle bak uitgesneden darrenraten en acht broedafleggers.

Binnen enkele dagen ga ik naar mijn derde stand om ook daar nog twee broedafleggers te maken. Van vijf volken heb ik nog geen broedaflegger gemaakt. Ik vond ze momenteel nog wat te klein en wacht nog een tweetal weken.

Eind april

We naderen het einde van de maand april en dat merken we aan de bijen. Bij de controle vorig weekend heb ik bij goed de helft van de volken voor de tweede maal het darrenraam uitgesneden. Twee volken hadden nog weinig verricht in de honingzolder. Maar bij twee andere heb ik dringend de tweede honingzolder bijgegeven. Het volgende weekend beloofd alvast druk te worden. Ik ga broedafleggers maken van de volken en een eerste honingoogst proberen. De verzegelde honingramen neem ik dan mee naar huis om te slingeren. Er zal weer veel materiaal worden versleurd. Voor elke broedaflegger maak ik deze week een kast klaar. Een broedbak, een bodem en een deksel met drie waswafels. Ik ruil op de stand twee waswafels tegen een broedraam en een raam met voer uit een productievolk. Deze broedbak laat ik dan zo even op dit volk staan. Gewoon op de honingzolder. De broedverzorgende bijen worden nu naar boven aangezogen als het ware om het broed in dat ene raam te gaan verzorgen. Na een half uurtje haal ik deze bak af, sluit hem met de bodem en dak en neem alles zo mee naar de volgende stand. De vliegopening is gesloten met een stuk schuimrubber en op de nieuwe plaats word dit geopend tot slechts één bijbreedte om roverij te voorkomen. De drie ramen in deze bak bevatten net genoeg bijen om het broed van dat ene raam te verzorgen en een koninginnencel,op te trekken. Hoe ik hier verder mee te werk ga, verklaar ik later.

Het productievolk levert op deze manier een broedraam en een voerraam in ruil voor twee waswafels. Dit remt enigszins een opkomende zwermneiging. Maar ook het inruilen van verzegelde honingramen tegen nieuwe waswafels geeft hen wat werk. Want als werksters niet kunnen werken, willen ze nog wel eens uitzwermen.

Ik ben dus nu volop bezig met het insmelten van nieuwe was in voldoende broedramen en honingramen. Dit doe ik steeds slechts even voor ik de ramen nodig heb. Maar het gaat dit weekend toch over 45 broedramen en een dertigtal honingramen. Samen met 15 lege Kempische kasten kan ik wel een aanhanger vullen. Natuurlijk zal ik niet alles nodig hebben daar enkele volken niet sterk genoeg zijn om nu al een aflegger te geven. Maar het is toch handiger om wat teveel bij te hebben dan te weinig. Hopelijk kan ik volgende week enkele foto’s plaatsen om het geleverde werk wat te verduidelijken.

April 2022

We zijn nu ongeveer drie weken na de voorjaarscontrole. Toen kregen de volken een leeg darrenraam. Drie weken later maar zeker niet later dan na 24 dagen moet dit worden uitgesneden. Vermits darrenbroed meer varroamijten aantrekt, wordt dit in het voorjaar enkele keren uitgesneden. En we doen dat dan ook voor de 24 ste dag. Want als de darren worden geboren, komen er ook varroamijten in het volk vrij. Ik heb dus vandaag al op de stand aan het Waterbroek de eerste controle gedaan. Bij enkele volken was zelfs al een gans raam verzegeld. Bij andere slechts een half raam. Maar na de verzegeling, kan het worden uitgesneden en verdwijnen op die manier ook de ingesloten varroamijten.

Sommige volken vond ik vorige keer te klein en die heb ik toen op elkaar geplaatst. Deze volken hebben ondertussen zelf uitgemaakt welke koningin ze behouden. Ik heb dan ook vandaag één broedbak van de twee weggehaald. De ramen met broed zijn in één broedbak gehangen en de andere worden gesmolten. Maar het zijn nu eveneens volken geworden met acht tot tien ramen vol broed. Grote volken om dit voorjaar honing te produceren.

Voor enkele dagen heb ik elk volk een honingbak gegeven en in de meesten zijn de bijen al bezig. Er glanst al wat nectar in de middelste ramen. Hopelijk kan ik bij een volgende controle op het einde van de maand al enkele verzegelde ramen uithalen. Ik hou van deze zeer vroege honing en noem hem dan ook ‘primeur’. Begin mei is het trouwens ook al het moment om van elk volk een broedaflegger te maken. Met een voerraam, een raam met broed en een waswafel ontstaat dan nog dit jaar een volledig nieuw volk.