Honingbakken opzetten

Elk jaar geef ik de volken hun eerste honingbak in het begin van april. Vermits de volgende dagen temperaturen van 20 graden worden voorspeld, heb ik ze vandaag de honingbak gegeven. Veertien volken heb ik zo uitgebreid. In de honingbak zitten 12 mooi uitgebouwde honingramen die ik van vorig jaar had bewaard. In de broedbak heb ik het darrenraam uitgesneden. Ook dit bevatte nog wat wintervoer. Daarnaast heb ik een overtollig voerraam uitgehaald en vervangen door een waswafel. Ze hebben dus wat werk gekregen voor de volgende veertien dagen. Hier en daar was al wat darrenbroed verzegeld. Eind april zijn de volken dus klaar voor de eerste afleggers. Ik reken veertig dagen na de aanzet van het eerste darrenbroed.

Uien geplant

Uienbed

De eerste groentenbedden zijn in gebruik genomen. De uien en sjalotten worden telkens afgewisseld met een rijtje wortelen. Deze gaan prima samen om zowel de uienvliegen als de wortelvliegen te misleiden. Om deze plagen nog verder te bestrijden plaats ik ook elk jaar een insectendoek over het bed. Bovendien maak ik veel gebruik van wisselteelt en komen dezelfde groenten pas enkele jaren later terug op hetzelfde bed.

Op het laatste bed heb ík pastinaak gezaaid. En om het bedje verder nog wat te bedekken, heb ik er een rijtje radijs en rucola langs gezaaid. Deze zijn al weg als de pastinaak goed in groei is.

Vandaag vlogen de bijen al voorzichtig op de crocussen. Aan het gezoem te horen, hebben ze toch een duidelijke voorkeur voor de tegelijk bloeiende wilgen. Maar het kan natuurlijk ook aan de hoeveelheid bloemen liggen.

Vroege wilgenbomen

We zijn zo ver. De eerste wilgenkatjes bloeien. En aan de vlieggaten te zien, brengen de bijen nu zeer veel geel stuifmeel binnen. Grote dikke klompen. De platte wilg is eerst , maar aan dit tempo zal de boswilg snel volgen.

De vier jongvolken die nog op een enkele broedbak zaten met 7 tot 9 ramen heb ik daarstraks verenigd tot twee mooie volken. Er zijn nu nog altijd 17 volken te monitoren, maar dat is voor ergens volgende week.

Vroege voorjaarsprik

Jaar na jaar lijkt het voorjaar er vroeger bij te zijn. Tweede helft februari en de bijen vliegen volop.

Ondertussen heb ik de wilgentenen allemaal verhakseld. Blijft nog over: enkele kuub brandhout dat ik later nog in blokken zaag.

Dit weekend ga ik proberen tijd te maken om alle onderste honingbakken weg te nemen. Op dit moment in het voorjaar zijn deze ramen niet bezet met bijen. Al de ramen die hier uit komen,worden uitgesmolten. Pas volgende maand krijgen ze dan een honingbak bovenop. En hierin krijgen ze dan zes uitgebouwde honingramen van vorig jaar en zes waswafels om nieuw uit te bouwen. Op deze manier wordt geen oude was gebruikt om honing in op te slaan.

Eind januari

Dit jaar ervaren de bijen een enorme jojo-beweging aan buitentemperatuur. De ene dag vriestemperaturen en de volgende dag 12 graden. Eergisteren en gisteren vlogen ze als gek en vandaag hangen ze op tros. Morgen wordt er een temperatuur van -4°C voorspeld. Om echt te kunnen profiteren van het stuifmeel van de hazelaar moet het niet alleen warm zijn, maar ook droger. Daar vrees ik dit jaar wat voor. De hazelaar is inmiddels klaar om zijn stuifmeel te lossen.

Maar door de hoeveelheden regen van de voorbije en volgende dagen zullen de bijen hier niet veel van profiteren. De volken zijn zelfs moeilijk bereikbaar op dit moment.

Door de hoge luchtvochtigheid, de lage buitentemperaturen en een begin van het broednest ontstaat er op dit moment vaak condensatie in de kasten. Om dit te voorkomen, heb ik alvast de bodemplaten verwijderd. Er gaat toch geen warmte verloren langs onder.

Ik heb momenteel slechts 1 volk met een pak voerdeeg. Maar volgende week krijgen ze allemaal een half pak op gelegd. Ze spreken dat wel aan als ze het nodig hebben. En resten voerdeeg die niet op zijn, geef ik later in honingpotten aan de jonge volken.

Oxaalzuurbehandeling tegen de varroamijt

Om een en ander duidelijk te maken over de varroabehandeling in december geef ik hier nog even het filmpje uit 2017 van mijn YouTubekanaal. https://youtu.be/9dVhZDT4lgs Op mijn oudere filmpjes kan je ook nog het verdampen vinden van oxaalzuur. Toen kon dit nog onder het cascadesysteem worden toegepast. Momenteel is dit echter verboden en is de imker verplicht om reglementair aangekocht oxaalzuur te gebruiken via de druppelmethode. Sproeien kan ook maar dit wordt toch eerder tijdens de zomer aangeraden.

Telling varroamijten

Drie dagen na de oxaalzuurbehandeling bekijk ik de bodemschuif om het aantal gevallen mijten te tellen. De productievolken doen het prima. Ik tel gemiddeld 17 mijten met als maximum 53. Over een periode van drie dagen vind ik dat een prima resultaat. Enkele jaren geleden zat ik nog ruim boven de vijftig als gemiddelde met uitschieters van meer dan 150 mijten. Dat was toen ik mijn zomerbehandeling nog met Api Live Var deed. Daarna ben ik overgeschakeld op mierenzuur en dat was al een hele verbetering. Maar dit jaar en het vorige jaar heb ik gewerkt met Apivar en deze volken hebben nu veel minder mijten. Enkele volken die broedloos werden gemaakt in de zomer en toen behandeld met oxaalzuur kregen geen Apivarstrips en ze hebben toch meer mijtenval momenteel. Dit waren de volken met een mijtenval tegen de vijftig. Volgens mij is de behandeling met oxaalzuur te kortwerkend ondanks het prima effect en raakt het najaarsbroed toch nog besmet. De behandeling met Apivar duurt echter twee maanden, net terwijl de winterbijen gevormd worden. Daar zit volgens mij het betere resultaat. Ik had dit jaar ook de jonge volkjes geen zomerbehandeling gegeven. Normaal zou dit niet nodig zijn. Althans dat wordt vaak beweerd. En ze waren in september dan ook prima. Maar met de winterbehandeling vorige week werd duidelijk dat dit toch niet voldoende is. Daar zit ik wel rond de 100 mijten op drie dagen. En dat bij een kleiner volk. De Apivarstrips vond ik te ingrijpend voor de kleine volkjes. Voor twee jaar gebruikte ik een enkele korte mierenzuurbehandeling in september en toen waren de jonge volkjes veel beter. En voor volgend jaar? Er is natuurlijk naast de wetgeving ook nog de wijsheid…

Vandaag heb ik weer isolatie aangebracht onder het dak van de bijenkasten. In het verleden heb ik dit al geprobeerd met glaswol, islatieplaten en kranten. Werkte allemaal prima maar ik vond dit moeilijk als er een pak deeg onder het plastiek lag. Dan sloot de isolatie niet goed meer aan of het deksel kon er zelfs niet meer op. Krantensnippers waren beter maar bleven dan weer moeilijk liggen. Vorig jaar heb ik dan de wol van mijn schapen gebruikt en dat werkte wel prima. Toch heb ik het dit jaar nog geperfectioneerd. Oude kussenslopen werden gevuld met de wol en dit kussen gaat dan simpel onder het dak. Wol isoleert prima. Wol is ook niet gevoelig voor vocht. Neemt blijkbaar wel condensatie op maar kan het ook terug afgeven. Het kussen zorgt er alleen voor dat de wol mooi samenblijft bij het openen van het volk.

Oxaalzuur druppelen

Vanmorgen heb ik de bijenvolken behandeld met oxaalzuur tegen de varroamijt. Oxaalzuur werkt alleen maar tegen de mijten die op de volwassen bijen zitten en niet tegen de mijten in de broedcellen. Dat is de reden dat er slechts wordt behandeld als het bijenvolk broedloos is. Als de temperatuur laag genoeg is, onder de vijf graden, zit het volk op een zeer compacte bol samen. Deze bolvorm bevond zich ook nog zeer diep tussen de wasraten. Er was nog een voederkrans van ruim 10 cm boven het volk. De tros was ook zes tot zeven straatjes breed. Een straat is de ruimte tussen twee wasraten. De bijentros zit momenteel ook nog tegen de voorkant van de kast. Tijdens de winter schuift deze tros zich steeds verder in de voederkrans terwijl het voer wordt verbruikt. Eerst naar boven en daarna naar achter. Pas als de bijen vlak onder het plastic zitten, leg ik een pak voederdeeg op de ramen. Slechts bij een volk is het al zo ver. Dit volk zit echter ook over negen straatjes en is dus zeer groot. Natuurlijk eet een groot volk meer. Als ik binnen drie dagen de mijtenval controleer, krijgt dit volk een eerste pak voederdeeg. Slechts 1 volwassen volk zat slechts over vier straatjes en is dus eigenlijk te klein. En van de jonge volkjes, zes in totaal, is er eentje dat het al heeft opgegeven. Het is altijd al een kneusje gebleven. Ik grijp echter niet in als een jong volk zich niet goed ontwikkelt tijdens de zomer. Ik ben ook nooit voorstander geweest om zwakke volken te verenigen in het najaar. Als ze het om de een of andere reden niet goed doen, selecteer ik ze liever weg. In het voorjaar durf ik wel twee gezonde volken verenigen als ik er teveel heb. Deze verenigde volken leveren dan een mooie voorjaarsoogst.

Oxybee bevat twee zakjes suiker en een fles oxaalzuuroplossing. Het medicijn wordt simpel klaargemaakt door de zakjes suiker toe te voegen aan de oxaalzuuroplossing. Even opwarmen in warm water tot 35 graden en dan vertrekken naar de bijenstand.

Nachtvorst

We hebben nu drie dagen gehad met nachtvorst. De koninginnen zouden nu moeten gestopt zijn met de leg. Binnen drie weken is het volk dan moerloos. Net zoals de voorbije jaren kan ik de varroamijt weer bestrijden rond het naamdag van de heilige Ambrosius. Deze is de patroonheilige van de imkers en zijn naamdag valt op 7 december. Vermits er niet mag worden gesublimeerd, moeten we het oxaalzuur druppelen. Hiervoor moeten de bijen echter op een dichte tros zitten. Ik los dit op door deze behandeling door te voeren voor het eerste licht rond 5 uur. Dan is de tros ook voldoende dens. Ik gebruik een hoofdlamp met ledlicht en dit doet de bijen echt niet opschrikken. Het lijkt wel alsof ze geen ledlicht waarnemen

Vandaag een gedeelte van de wilgen geknot.

25 oktober 2020

Ondertussen is gebleken dat mijn coronatest negatief was en ben ik weer aan het werk. Aan het Waterbroek heb ik momenteel al 1500 crocussen geplant. Nog een duizendtal te gaan. In Gerhagen heb ik er ondertussen ook 1000 geplant. Thuis moet ik er ook nog een paar honderd bijplanten. De rest van de 10000 bollen schenk ik weg aan de klanten van de praktijk.

Vandaag heb ik vijf daken en vijf bodems voor mijn Kempische kasten geverfd. De daken en de bodems koop ik bij het Bijenhof. Voor 31 euro per stuk kan ik die niet zelf maken. Zeker niet als ik er ook de benodigde tijd moet bijrekenen. En naast de vele kleine onderdelen in hout, heb ik ook nog een vlieggatvernauwing nodig, een varroagaas en een metalen dakdeksel. Deze zaken kunnen worden aangekocht, maar ze compliceren de eigen fabricatie te veel.

In het voorjaar geef ik dan een nieuwe bodem aan de volken en kunnen de oude worden hersteld en van een nieuwe laag verf voorzien.

De verf die ik gebruik, is een watergedragen latexverf. Het zijn restanten van onze muurverf voor binnen. De verschillende kleuren meng ik simpel,door elkaar en met het resultaat verf ik de kasten. Al jaren doe ik het op deze manier en de verf blijkt van zeer goede kwaliteit voor buiten. Om de drie, vier jaar een nieuwe laag is ruim voldoende. Alleen de kleur is telkens weer anders. Ditmaal heb ik een soort limoengroen gemengd met een paars restant en het resultaat is fris voorjaarsgroen. De vorige keer was het een bruinpaars, de kleur van iets dat al eens was gegeten als het ware. De bijen malen niet om de kleur. Mijn vrouw kiest de kleuren in huis en vermits dit nog al eens varieert, hebben ook de bijen regelmatig een nieuwe kleur aan hun woning.

De broedbakken en de honingbakken maak ik tegenwoordig van red cedar en die worden natuurlijk niet geverfd. Ook dit najaar heb ik weer een lading red cedar gekocht om nog enkele bakken bij te maken. Stilaan moeten alle bakken van dit lichte hout worden gemaakt. Volgend voorjaar kunnen de laatste multiplexkasten aan de kant.