Aziatische hoornaar: overkill?

De laatste dagen is het aantal AH voor de kasten enorm gestegen. De muilkorven beschermen de bijen wel maar als er vijf AH’s voor de kast vliegen, komen er niet veel bijen thuis met het voor hun levensnoodzakelijke stuifmeel. Af en toe vindt een AH toch de binnenkant van de muilkorf en dan wordt die wel binnen de kortste keren afgemaakt door de bijen, maar tegen de zwevende jagers voor de kasten hebben ze geen verhaal. De bijen gaan dit ook nooit kunnen. Op de vliegplank doden ze de AH namelijk door met een groot aantal bijen samen te werken en de AH in te ballen tot die door oververhitting stikt. Maar in de vrije vlucht is het één tegen één en dat kan een bij nooit winnen.

Om de bescherming nog verder te verbeteren, staan er op elke kast ook wespenvallen. Deze zijn gevuld met een oplossing die ik zelf maak van 1 liter rode wijn, 1 liter bier, 1 liter grenadinesiroop, 1/2 kg oude honing en dit aangevuld tot 10 liter met water. De vallen worden hiermee elke twee dagen opnieuw gevuld. Meestal zitten ze dan boordevol AH’s en enkele dikke zwarte vliegen.

Naast de bijenstand heb ik ook nog een val geplaatst naar het model van Frank Soulat. Deze staat op een oude broedbak met enkele oude broedramen en een bakje met dezelfde lokvloeistof.

Maar de wespenvallen en de muilkorven zijn duidelijk nog niet genoeg. Daarom heb ik ook nog elektrische hoornaarharpen besteld en hoornaartenten. De levering van deze beschermingsmiddelen is echter vertraagd door de enorme vraag van de imkers. Zodra ik ze ontvang en in gebruik heb genomen, zal ik hierover berichten.

Wachten op een besteld item is echter niet aan mij besteed en daarom ben ik toch al begonnen aan een DIY hoornaarharp.

Ik ben begonnen met een electronische vliegenmepper. Een exemplaar dat oplaadbaar is met 5V. Merk Edialux.
De batterij kan worden verwijderd. Ik gebruik alleen de USB-C aansluiting naar een voorziening van 5V.
Deze 5V wordt geleverd door een DC-DC converter van 12V naar 5V.
En de 12 V wordt aangeleverd door een opgeladen autobatterij.
De harp zelf heb ik gemaakt van een oude schraag. De opgespannen draden zijn gemaakt van RVSdraad om wasraten in te smelten. De spanning bereik ik met een rolwieltje dat ook gebruikt wordt bij het insmelten van wasraten.
De positieve en de negatieve draad is 2 cm van elkaar verwijderd. Hierdoor kunnen bijen door de harp vliegen en vallen de grotere AH na een schok versuft in een onderstaande bak met zeepsop waar ze verdrinken.

Ik begin met een draad aan een schroefje aan de buitenkant van de lat en leidt de draad langs de voorkant van de houten lat. Aan de overliggende kant heb ik de draad vastgeniet aan de binnenkant van de lat en 4cm verder door een tweede nietje terug naar onder geleidt. De tweede draad loopt er tussen met een afstand van 2 cm op dezelfde manier en bijgevolg kunnen de twee polen elkaar niet raken. De connectie met het handvat van de mepper gebeurde hier met krokodillenklemmen.

Voor de tweede harp heb ik aan de binnenkant van de latten gebruik gemaakt van ooghaakjes in plaats van nietjes wat iets gemakkelijker is om na te spannen. Ook een spanschroef dient hiervoor. Toch heb ik nog het rolwieltje gebruikt om de draad strak te spannen.

Na slechts 24 u lagen er meer dan 10 AH in het zeepwater onder de eerste harp. Ik heb bijgevolg de tweede harp vandaag ook aangesloten en de batterij vervangen door twee batterijen die worden gevoed met een zonnepaneel. Hiervan maak ik weldra een filmpje om hier te laten zien.

Laatste zomercontrole van dit jaar

De laatste controle van de zomer. Pas in de tweede helft van september worden ze nogmaals gewogen en tot hun inwinteringsgewicht bijgevoederd. Varroa is onder controle en de nieuwe koninginnen hebben een mooi broednest om gezonde langlevende winterbijen te produceren, maar de Aziatische hoornaars vormen toch de nieuwe uitdaging.

youtube.com/watch

Nog maar eens de Aziatische hoornaar…

Momenteel beginnen ze weer te ‘hooveren’ voor de kasten om een volgeladen, thuiskomende bij te grijpen in de vlucht. Imkers kunnen natuurlijk met een badmintonracket voor de kasten plaatsnemen en op die manier zeer veel badmintonervaring op doen. Maar wat als we er niet zijn? Daarom heb ik momenteel voor elke kast een muilkorf gehangen. De bijen voelen zich veilig op de vliegplank en kunnen op die manier toch nog de noodzakelijke airconditioning toepassen voor het broed in de kast.

Maar nog veel belangrijker vind ik de plaatsing van de selectieve vallen op de bijenkast. Op élke bijenkast. De AH vliegt weliswaar niet in het donker maar als de bijen in de vroege ochtend of late avond niet meer actief zijn, vliegen er wel nog steeds hoornaars. En als deze worden aangetrokken door de val worden ze natuurlijk uitgeschakeld. De gevangen hoornaar keert niet terug naar haar nest om broed te verzorgen. Het is misschien een druppel op een hete plaat maar wie het kleine niet eert…

De voorbije dagen is me echter opgevallen dat het lokmiddel trapit sterker lokt dan aanvliegende bijen. Telkens ik bij de bijenstand kom, heb ik een spuitbus bij me met trapit. Ik spuit een klein straaltje in de inlooptunneltjes van de vallen en letterlijk terwijl ik er bij sta, bevat elke val één of meerdere AH. Het is in elk geval effectiever dan even voor de kasten met een racket te posten.

Deze val bevatte na een uur zelfs al drie AH’s. Maar élke val bovenop de 21 kasten bevatte er minstens 1 op een paar uur.

3 augustus 2025

De reuzenbalsemienen staan in bloei en de bijen profiteren er van. Om aan de nectar te raken, moeten ze helemaal in de bloem kruipen en die geeft dan zijn wit stuifmeel massaal af aan de bij. Deze is op haar rug dan helemaal bedekt en daarom zien we regelmatig spookbijen thuiskomen aan de kast. Helemaal bedekt met het witte stuifmeelpoeder.

De moestuin en de boomgaard worden nu dagelijks bezocht om wat te oogsten. Vandaag vijgen, pruimen, Nashiperen, enkele oogstappels, de eerste rijpe peren, tomaten en courgettes à volonté en de eerste boontjes.

Eind juli 2025

De zomer is halfweg en hoe ver staat het nu met de bijen? De honingoogst is achter de rug en de potten staan klaar. Het droge voorjaar bleek veel honing op te leveren van een uitstekende kwaliteit. En ook de zomerhoning van vooral de lindes is prima gebleken. Er viel op het laatste nippertje toch nog voldoende regen voor de lindennectar.

De beste plaats om honing op te slaan is een kelder met temperaturen rond 15°C. De tweede beste plaats is een klimaatkast op 15°C.

Het potje dat u zelf in gebruik hebt en wellicht snel is opgebruikt, hoeft niet in de koelkast. Meestal smeert de honing ook beter op de boterham bij kamertemperatuur.

Op de bijenstand ben ik nu bezig met de varroabestrijding samen met de strijd tegen de nieuwste vijand: de Aziatische hoornaar.

Achter deze gaastunnel voelen de bijen zich een stuk veiliger en slagen ze er beter in om de ingang van de kast te verdedigen.

In de moestuin is juli een echte oogstmaand. Dagelijks verse groenten op tafel. Spitskool, warmoes, zomerprei, courgettes, rode kool, sla, koolrabi… Maar ook de bewaaroogsten lopen binnen. De uien, sjalotten en aardappelen zijn ondertussen naar huis gehaald.

Het grootste verschil met groenten uit de winkel: er zijn zoveel rassen om uit te kiezen. Allemaal net iets anders.
De leeg gekomen plekjes zijn nu ingezaaid met phacelia.

Phacelia is een prima groenbemester die prima werkt bij wisselteelt. De plant is namelijk geen familie van onze groenten en kan zo op elk groentenbed worden toegepast. In tegenstelling tot bijvoorbeeld koolzaad of mosterd dat van dezelfde familie is als de kool en daarom geen verbetering kan geven op een kolenbed. Als alternatief gebruik ik ook wel eens afrikaantjes als groenbemester om de grond nog beter te ontsmetten maar phacelia levert al na 6 weken een mooie bloei op voor de bijen. Tot half augustus kun je dus phacelia zaaien die nog een mooie bloei geeft als extra.

10 juli 2025

Vandaag heb ik de laatste honingramen geslingerd. Het was een fantastisch jaar voor honing. Weinig regen en bijgevolg moesten de bijen niet vaak binnen blijven. Ze konden volop nectar naar huis brengen. Ook wat stuifmeel betreft lijkt er veel meer te zijn binnengekomen dit jaar. Vorig jaar was door de vele regen een slecht honingjaar. En wat betekent dat dan? Vorig jaar haalde een bijenvolk een gemiddelde honingopbrengst van 31,5 kg. Dit jaar is het gemiddelde 49,3 kg per bijenvolk.

Elke bijenkast heeft een honingbak met uitgeslingerde ramen onderaan gekregen en de voerbakjes staan al bovenop. Hier begin ik morgen mee. Tweemaal per week krijgen ze een vol bakje van 2 liter siroop. Ik bewaar ook nog een aantal honingramen maar dan alleen de allermooiste exemplaren. Deze worden eerst nog proper gelikt door de bijen en daarna gaan ze twee dagen in een diepvriezer alvorens ze in afgesloten boxen te bewaren. Door de vriestemperatuur worden alle stadia van de wasmot vernietigd en heb ik volgend voorjaar toch al enkele mooie uitgewerkte honingramen om ze te laten beginnen. Het merendeel van de honingramen zijn echter gesmolten in de wassmelter. De bekomen blokken zijn dan weer au bain Marie gesmolten en door een filter in bakvormen gegoten. Mooie zuivere wasblokken van een kilo om tijdens de wintermaanden weer waswafels te maken.

24 honingramen leveren een volle emmer was, drijvend op vuil water
De blokken nogmaals smelten en zeven door een filterdoek

Het resultaat in bakvormen gegoten.

Laatste honingoogst 2025

Momenteel zijn we bezig aan de laatste honingoogst van dit imkerjaar. Tenminste als we na de lindebloei de honing weghalen. Sommige imkers gaan nog naar de springbalsemienen of naar de heide maar de grote honingoogsten zijn achter de rug. Vermits ik niet reis met mijn bijen naar andere drachten, heb ik alle honingramen weggehaald. In mijn Kempisch systeem plaats ik daarna een honingbak met uitgeslingerde ramen onder de broedbak. De honingramen die overblijven worden allemaal gesmolten. Van deze was kan ik tijdens de wintermaanden nieuwe wasraten gieten. In het volgend voorjaar krijgen ze eerst de onderstaande honingbak bovenop een koninginnenrooster voor de eventuele voorjaarsdracht en hierna krijgen ze nieuwe honingbakken met wasraten. Op die manier wordt ook de was van de honingramen regelmatig vernieuwd.

Het smelten van de honingramen lokt momenteel wel veel wespen naar de wassmelter. Zelfs de Aziatische hoornaar verschijnt regelmatig. De stoomwassmelter produceert zoveel stoom dat de deur van het lokaal op een kier staat. Hierlangs komen de wespen en hoornaars naar binnen. Maar tegen het raam hangend zijn ze een gemakkelijk doelwit voor mijn vliegenmepper.

Deze honingramen moet ik nog allemaal smelten de volgende dagen.
De stoomwassmelter kan 26 honingramen tegelijk smelten.

Eind van deze week zijn de laatste koninginnen op bruidsvlucht geweest en zijn ze hopelijk niet ten prooi gevallen aan de hoornaars. Ik kan dan ook alle kasten behandelen met oxaalzuur omdat de volken op dat moment broedloos zijn. Zodra de koninginnen op bruidsvlucht zijn geweest zal ik de muilkorven plaatsen tegen de hoornaars. Er zijn al wel enkele hoornaars voor de kasten maar ik hoop dat mijn tijdschema klopt. Eind juli heeft dan elk volk een nieuwe koningin aan de leg, ze zijn broedloos geweest na de honingoogst en behandeld tegen de varroamijt. Dan kan ik de strijd tegen de hoornaars echt aanvatten.

Tijdens het afvegen van de honingramen heeft mijn Bee Sweeper het plots begeven. Ik heb dan maar verder gedaan met de goede oude bijenborstel maar dat is toch niet echt prettig werken. Vandaag heb ik dan het toestel nagekeken en het was de lithiumbatterij die het heeft begeven. Gelukkig was het een toestel op 12 Volt en hier heb ik natuurlijk wel een oplossing voor.

Met deze autobatterij hoef ik geen nieuw batterijpack te kopen.

Nieuwe koninginnen in het volk

Sinds 2004 imker ik met dezelfde bijen. Een lokaal aangepaste soort. De pure straatbij dus. Ik probeer mijn bijen wel zo gezond mogelijk te houden en mijn wintersterfte bleef steeds onder de 10 %. Het jaarlijks vervangen van de koningin draagt hier ook toe bij. Een jonge koningin zorgt voor een beter wintervolk vermits ze in het najaar nog op volle legcapaciteit is. Het volgende voorjaar gaat ze ook minder snel in zwermstemming komen en bijgevolg meer honing produceren. Vanaf half juni verwijder ik de nu overjaarse koningin en het volk mag zelf beslissen met wie ze verder gaan. Uit zogenaamde redcellen maken ze een nieuwe koningin. Natuurlijk willen ze zo snel mogelijk een nieuwe koningin en bijgevolg maken ze ook redcellen aan op larfjes van 1 tot zelfs 3 dagen oud. Maar ik wil natuurlijk wel een koningin die vanaf haar eerste larvedag voorbestemd werd tot koningin. Een larve dus die vanaf dag 4 tot dag 9 met pure koninginnenbrij is gevoederd. Om dit te bekomen, open ik de kast op de vijfde dag en breek alle gesloten doppen. Vermits de koninginnendop wordt gesloten op dag 9, waren deze doppen gemaakt op dag 4 en dus al een larfje. Alleen de open doppen laat ik op dat moment staan. Die werden aangemaakt op eitjes en krijgen als larve de perfecte voeding om koningin te worden. Een eitje van dag 3 plus 13 dagen levert me op dag 16 dus een nieuwe koningin op. 13 dagen na het verwijderen van de oude koningin open ik alle doppen die ik tegenkom in de kast. Sommige zijn al open, soms zijn er opengebeten door de bijen, soms heeft de eerstgeboren koningin de andere door de dopwand doodgestoken, sommige zijn nog niet volgroeid en zouden kunnen leiden tot het afkomen van nazwermen wat we zeker niet willen. In het eerste filmpje toon ik hoe ik de beroker aansteek. Het tweede filmpje toont hoe ik te werk ga om die doppen te breken op de dertiende dag.

Jonge koninginnen

Vandaag heb ik de laatste koninginnen uit de kasten gehaald die vorig jaar geboren waren. Elk jaar overwinter ik namelijk alleen volken met een jonge koningin. Mijn koninginnen worden ook zo snel als mogelijk gemerkt en geknipt. Het kleurmerk blijft niet altijd even goed zichtbaar maar vermits ze geknipt is, weet ik wel dat het de koningin is van het voorbije jaar. Kom ik een ongeknipte tegen is het sowieso een nieuwe jonge koningin. Waarom knippen van een stukje vleugel? Een koningin verlaat het nest niet meer na haar bruidsvluchten en het knippen van een halve vleugel stoort haar helemaal niet. Maar als het volk wil zwermen, valt ze enkele meters voor de kast op de grond en de bijen keren dezelfde dag nog terug naar de kast. Het volk is bijgevolg nog even groot en de honingvoorraad eveneens. Ik moet dan slechts de overtollige zwermdoppen breken om nazwermen te voorkomen.

De meeste van mijn volken hebben echter niet gezwermd en zijn daarom in juni nog steeds voorzien van hun oude koningin. Deze neem ik in de tweede helft van juni weg. Na 24 dagen is er in dit moerloos gemaakt volk geen verzegeld broed meer en kan er worden behandeld tegen de varroamijt met oxaalzuur. We zijn dan echter al half juli en ook de honing is al weggehaald van het volk. Ideaal dus om te behandelen. Zonder varroa en met een nieuwe jonge koningin kan het volk beginnen met de aanmaak van gezonde winterbijen.

Er zijn natuurlijk wel een paar volken die al door zwermen een nieuwe koningin hebben aangemaakt en deze volken zijn dus niet broedloos na de honingoogst. Van deze volken die al een jonge koningin hebben, haal ik in juli wel alle broed weg en vervang dit door nieuwe raat. Ze zijn dan eveneens broedloos en kunnen ook worden behandeld tegen de varroamijt met oxaalzuur. Deze volken hebben dus een jonge koningin, ze zijn behandeld tegen de varroamijt maar ze hebben bovendien ook nog eens een groot aantal nieuw wasraat gekregen.

Er is echter nog een derde type volk op mijn bijenstand en dat zijn de broedafleggers. Deze jonge volken hebben een behandeling gekregen met oxaalzuur, 24 dagen na hun ontstaan en zijn nog steeds varroa-arm. Ze werden gestart met slechts drie wasraten en hebben al de andere nieuw uitgebouwd. In deze volken doe ik voorlopig niks. Ze worden niet meer broedloos gemaakt maar krijgen dan in september wel een behandeling met mierenzuur. Dit product doodt namelijk ook de varroamijt in het verzegeld broed.

Lokale honing van lokale bijenvolken

Toen ik in 2004 begon als helpend imker bij mijn schoonvader-zaliger had ik geen idee dat dit een passie zou worden. De bijen in zijn kasten waren simpelweg komen aanvliegen als intrekkende zwermen. Nooit werden er bijenvolken aangekocht of eilandbevruchte koninginnen gebruikt. Elke nieuwe koningin werd geboren in het eigen volk en werd plaatselijk bevrucht door darren uit de omgeving. Natuurlijke aanparing noemt men dat. Er werd niet gereisd met die volken en de kasten stonden jaar in jaar uit op dezelfde plaats in zijn tuin. En voor mijn beleving was dit de enige mogelijke manier om lokale honing van de lokale imker te produceren.

Sindsdien ben ik hier nooit van afgestapt. Mijn bijen zijn afkomstig van die bijenvolken uit 2004 en ze zijn nooit vreemd gegaan. Alle koninginnen zijn lokaal geboren, lokaal bevrucht en alle volken blijven continue op dezelfde plaats. De honing die ze produceren is dus de echte lokale honing van de lokale imker. En zelfs de imker is van zuiver Looise origine.

Het honingetiket op een potje honing dient te voldoen aan een uitgebreide wetgeving. De verwijzing naar een lokale productieplaats mag ook alleen maar worden gebruikt als die honing uitsluitend uit die locatie afkomstig is. En net daarom gebruik ik op mijn etiket de benaming ‘Looise’ honing. De nectar die mijn lokale bijen verzamelen, is puur afkomstig van het grondgebied Tessenderlo.

Ik geloof wel niet dat honing van de lokale imker gezonder zou zijn. Maar waarom zouden we honing van over de hele wereld aanvoeren als er lokale productie is? Het is immers niet zo dat de pollen in lokale honing beter zijn voor hooikoortslijders. Deze mensen zijn vooral gevoelig aan de pollen van windbestuivende planten en niet aan die van insectenbestuivende planten. Bijen verzamelen geen nectar van grassen of berken en bijgevolg zitten deze pollen ook niet in de honing. En de zeer vroege stuifmeelpollen van bijvoorbeeld hazelaar worden door de bijen zelf verbruikt vermits er op dat moment nog geen honingproductie is. Maar honing is gewoon LEKKER toch.

Lokale productie dus.