Zelfbouw Kempische bijenkasten

De ‘stille’ periode voor de imkers is aangebroken. De bijenvolken laat ik nu zoveel mogelijk met rust. Ze zijn klaargemaakt voor de winter en ik vertrouw er op dat ik niet meer kon doen. Het blijft natuurlijk elk jaar wat bang afwachten maar toch. Hopelijk gaat de hoornaar ook dit jaar geen roet in het eten gooien. Maar tot nu toe ziet de situatie er alvast beter uit dan vorig jaar. Maar het najaar en de winter zijn geen rustperiodes. Ik heb alle reservekasten en onderdelen reeds gesorteerd. Hopeloos beschadigde bakken geëlimineerd en de rest gestockeerd. Nog enkele broedkamers moeten worden gerepareerd. Ook moet ik nog een tiental nieuwe separators maken. Ik heb dit jaar tweedehands een aanzienlijke partij varroagaas kunnen bemachtigen en dat ga ik hiervoor gebruiken. De voerbakjes zijn afgewassen maar de apideakastjes moeten nog worden gedaan. Mijn lieve vrouw had zich 43 jaar geleden waarschijnlijk niet voorgesteld dat ze ooit zoiets zou doen op onze huwelijksverjaardag. ‘Liefde is… de voerbakjes van zijn imkerij uitwassen’.

Vorige week stonden de multiplexplaten in reclame bij Hubo. Ik heb drie platen online besteld vermits ze niet op voorraad waren. Gisteren kon ik ze dan ophalen en ben ik dadelijk begonnen aan het verzagen. Zoals aangegeven bij deze multiplexplaten moeten de zijkanten worden geseald voor buitengebruik. Dat heb ik dus ook maar dadelijk gedaan. Vandaag heb ik de handvaten aan de zijkanten uitgefreesd en ben ik begonnen aan het verlijmen en monteren van de bakken. 15 stuks zijn klaar inclusief de inox bleddens. Nog drie te gaan. Dit weekend zal ik ze beitsen of verven. Natuurlijk niet langs de binnenkant. Die wordt behandeld met een propolistinctuur. 18 splinternieuwe honingbakken voor net geen 200 euro. Gelukkig is de imkerij niet mijn enige hobby. Iets zelf maken geeft toch meer voldoening. Het filmpje zal volgende week wel volgen op mijn YouTube kanaal.

Waarom heb ik als imker zoveel materiaal en is dat wel nodig? Laat ons even rekenen. Ik verkies om te imkeren met 12 bijenvolken. Tijdens het drachtseizoen is elke ingreep altijd dringend en is het materiaal vaak niet op voorraad en moet het worden besteld. Daarom kies ik voor eigen opslag van reservemateriaal. Voor een goed volk gebruik ik tot vier honingbakken tijdens het seizoen. Dat zijn dus 48 honingbakken. Elk volk geeft een aflegger, een jong volk. Dat zijn nog eens 12 broedbakken. Ik heb dus ook 24 daken nodig en 24 bodems. En 12 koninginnenroosters. Als de bijen willen zwermen, maak ik een tussenaflegger. Daarom 12 separators. Een bijenstalletje voor de bijen is niet echt noodzakelijk. Maar een loods voor al het materiaal vaak wel.

Komt er eindelijk wat regen?

De droogte van deze zomer is ongezien. Sinds juni was het bijna niet meer mogelijk om iets in de moestuin te zaaien. Alleen wat voorgezaaide groenten in plugs kreeg ik aan het groeien. Een rijtje zaaien in een geultje potgrond lukte zelfs niet. En toen het tuinbonenbed leeg kwam, had ik het ingezaaid met phacelia voor de bijen. Slechts drie onnozele sprietjes hebben het even geprobeerd. Het aardappelveld heb ik daarom zelfs niet ingezaaid. Maar nu heeft het dan toch even geregend en ik heb terug phacelia gezaaid. Je weet maar nooit. Normaal moet phacelia voor 15 augustus worden gezaaid om nog bloemen te geven na 6 weken. Maar het wordt misschien weer een zacht najaar en dan hebben de bijen toch nog wat nodig. De zonnebloemen staan nu wel voor een zeer groot deel in bloei. Dat is zeer welgekomen.

Momenteel is het dus vrij rustig. Niet alleen in de moestuin maar ook bij de bijen. De volken zijn allemaal gecontroleerd en krijgen tweemaal per week wat verdunde suikeroplossing. Pas vanaf half september geef ik ze hun wintervoorraad om op te slaan.

En omdat het nu rustig is, ben ik aan mijn eigen wintervoorraad bezig. Het droge brandhout wordt onder dak gestapeld en het verse brandhout wordt nu gezaagd en gekloofd. Dat kan dan nog een tweetal jaar drogen. Het gaat hier om eikenhout. De knotwilgen die ik in de winter knot, leveren al bruikbaar brandhout in de volgende winter. Maar wilg is zo licht en brandt zo snel dat het moeilijk is om een ganse dag mee te verwarmen. Je zou dan bij de kachel moeten blijven zitten. Daarom gebruik ik het wilgenhout in het tussenseizoen. Als er alleen ‘s avonds wat wordt verwarmd. Wanneer de kachel een ganse dag brandt, gaat er uitsluitend eikenhout in.

Dit filmpje is al een maand oud maar ik ben toch nog wel enkele weken bezig met die houtstapel.

Revalidatie

Terug gezond worden. Daar zijn we momenteel vooral op gefocust. Na mijn heupprothese vorige woensdag zal het even wat rustiger worden. De bijen hebben de volgende weken toch niet veel aandacht nodig. Ze hebben reeds allemaal een darrenraam en een honingzolder gekregen. Zwermneiging gebeurt pas als de bijen te weinig ruimte hebben. Hieraan is alvast verholpen met de eerste honingzolder. Een tweede voorwaarde is dat er al volgroeide darren aanwezig zijn. En vermits ik vorige week nog maar in 1 volk een paar cellen met open darrenbroed vond, heb ik nog zeker 30 dagen alvorens ik de volgende volkscontrole hoef te doen. En dan zijn we half april.

Ook in de moestuin kan het nog wel even wat rustiger. Na de tuinbonen, spinazie, erwten, uien en sjalotten kan de rest ook nog wat wachten. De buitenrollator staat in elk geval al klaar. Al zal hij de eerste dagen hoofdzakelijk dienen om me naar de revalidatie te begeven.

Winteronderhoud tuinmachines

Door mijn mobiliteitsprobleem kan ik deze winter weinig snoeionderhoud doen aan de bomen en blijft het gereedschap ongebruikt. Maar dat is dan weer het ideale moment om het gereedschap zelf te onderhouden. Staand en zittend aan een werkbank kan ik me wel wat bezig houden. Zo heb ik vandaag de bosmaaier een grote beurt gegeven. Ook het multisysteem en de kettingzagen kregen een volledig onderhoud. De kettingen zijn weer allemaal geslepen. De kloof- en hakbijlen werden geslepen en met een laagje wd40 zijn ze opgeborgen tot betere tijden.

November wintermaand?

Alhoewel de temperaturen het niet laten vermoeden, is het jaareinde toch in zicht. Donkere dagen vol gezelligheid. En daar hoort een kaarsje bij. Daarom ben ik alvast begonnen met het gieten van enkele kaarsen.Een deel ervan zal ik te koop aanbieden op de adventsmarkt te Schoot-Tessenderlo. Deze gaat door op 30 november in het parochiecentrum De Kriekel. Natuurlijk bied ik daar ook mijn honing aan. Voor de kaarsen heb ik me vorig jaar al enkele vormpjes aangeschaft. Geen te grote want echte bijenwaskaarsen worden anders veel te duur om te koop aan te bieden. Maar de onvervalste geur van echte bijenwas is niet te evenaren.

De wassmeltketel heeft twee uitloopkranen op verschillende hoogte. De was drijft namelijk op water om te smelten en als alles is gesmolten, open ik de onderste kraan. Zodra hier de eerste was met onzuiverheden verschijnt, sluit ik de kraan en kan ik uit de bovenste kraan de meest zuivere was laten stromen.
Ik vul de bak eerst met was en giet dan water bij tot boven de bovenste kraan.
De zuivere was laat ik rechtstreeks in de klaargemaakte vorm stromen.
Een klein uurtje en de vormpjes zijn gevuld.
De volgende dag kunnen ze worden ontvormd.

In de tuin gaan de eerste winterwerkjes ook van start ondertussen. De fruitbomen dienen nog te worden gesnoeid, maar allereerst voorzie ik elk leeg groentebed van een laag ‘compost’ en bedek alles met grote stukken karton. Op die manier kan ik begin volgend jaar de bedden zeer snel klaarmaken voor de nieuwe groenten.

De ‘compost’ is een mengsel van aarde uit het kippenhok en konijnenmest. Vermits de kippen het ganse jaar bijgevoerd worden met alle lekkers uit de keuken en ze hun ren ook voortdurend bemesten is deze aarde zeer voedingsrijk. En konijnenmest heb ik altijd als zeer goed ervaren voor gulzige groenten.
Een afdekking met karton belet elke groei van onkruid.

Upgrade wespenval

Tweede helft juli en we worden al overspoeld door wespen op het terras. Naar het voorbeeld van de kleine wespenvalletjes die zeer effectief zijn,

Had ik besloten om een groter exemplaar te maken om achter in de tuin te hangen. Op basis van de 10 liter siroopbussen en met een paar bijendrijvers zou dit moeten lukken.

Het resultaat is zo goed dat ik besloot om hierop verder te gaan. De trechtertjes moeten worden gekocht en er is al genoeg afval te vinden. Daarom heb ik het geprobeerd met het boveneinde van een klein frisdrankflesje. Een gat in de zijkant van de bidon en met een lijmpistool zat het dadelijk als gegoten. Ook dit resultaat overtreft weer alle verwachtingen.

Maar de opening van het flesje laat soms nog een wesp ontsnappen. Terug naar de tekentafel dus. De dop liet ik nu op het flesje en boorde er een gaatje in van 8mm. Juist genoeg voor de wespen en zelfs de Aziatische hoornaar. Maar vermits de opening nu misschien te klein is om de zoete lokgeur te verspreiden, heb ik met een verhit mes enkele sleuven in de flessenhals aangebracht.

Kostprijs is nu verwaarloosbaar. Alleen de lokstof heeft een kostprijs. Maar een blikje bier en wat fruitsap mag de pret niet drukken. Dit is slechts eenmalig want bijvullen tijdens het zomerseizoen kan trouwens via de grote vuldop bovenaan met allerlei drankrestjes en zelfs stukjes rottend fruit.

Knotwilgen

Bij de bijen is het nu even rustig maar de planten vragen wel wat aandacht. Voor de fruitbomensnoei is het nog wat te vroeg maar voor de knotwilgen is het ideale moment aangebroken. Ik heb 15 jaar geleden de bijenstand bijna volledig omgeven met knotwilgen. Ongeveer 250 stuks. Jaarlijks knot ik daar een deel van. Ongeveer een vierde, waardoor de bijen steeds voldoende bloesem overhouden en ik ook voldoende brandhout verkrijg. De gesnoeide takken tot ongeveer 5 cm dikte worden verhakseld en de dikkere worden verzaagd tot brandhout.

Na vijftien jaar is mijn conditie echter niet meer wat ze was en bijgevolg heb ik besloten om de knotwilgen geleidelijk korter te maken. Vorig jaar heb ik zodoende al een vijftigtal ingekort op 120 cm en ook dit jaar worden de te knotten wilgen ingekort op diezelfde hoogte. Zodoende is het op latere leeftijd ook eenvoudiger knotten.

De vroegste wilgenkatjes duiken op rond half maart en die zijn van de platte wilg. Ook hier heb ik meerdere exemplaren van staan. Later volgen dan de boswilgen, de krulwilgen en de knotwilgen. De doorbloeiende wilg bloeit zelfs nog in september. Al deze soorten staan dicht bij elkaar en er bestaan al zoveel kruisingen maar mijn bedoeling is ook alleen maar nectar aan te bieden voor het ganse jaar.

De platte wilgen heb ik aangeplant als haag. Een haag laat namelijk toe om meer bomen dicht op elkaar aan te planten. Dat is ook zo gedaan voor de amelanchiers, de sleepruimen, de meidoorns en de hazelaars.

Echte bomen zoals de kastanjes, acacia’s, lindes, sporkehout, valse christusdoorn, Spaanse aak en walnoten staan natuurlijk met wat tussenruimte. Maar door ze op rijen te plaatsen is er toch een zee van ruimte op het perceel van 60 aren. Er is zelfs plaats voor een schapenweide, een moestuin, een boomgaard en een bessentuin.

Bloesem voor de bijen

November. Gedaan met de arbeid aan onze bijenvolken. Afblijven is nu het motto. Als er iets loos is, hadden we dat al moeten opgelost hebben. De winterbehandeling doen we normaal pas als de volken broedloos zijn. Na een paar dagen grondvorst kan dat drie weken later zo zijn. Vandaag en gisteren heeft het hier aan de grond gevroren en dus pas eind deze maand zijn de volken enkele weken broedloos en rond kerstmis begint de koningin vaak al terug te leggen. In december besteed ik dus terug wat aandacht aan de bijen.

Maar nu begint wel de plantperiode. Het moment om enkele nieuwe bomen aan te planten. Bij Natuurpunt heb ik alvast enkele exemplaren besteld. Vijf wilde ligusters, vijf inlandse vogelkersen, tien sporken en vijf veldesdoorns. Van de gemeente krijg ik tevens, in samenwerking met Natuurpunt, een gladde iep, een gele kornoelje en een zomerlinde. Deze bomen kunnen worden gekozen uit een uitgebreide lijst. Elk jaar probeer ik zo een aantal bomen aan te planten. Maar ik heb dan ook de beschikking over een groot perceel. Stilaan raakt dit volledig bebost met bijenvriendelijke bomen. Ook een boomgaard maakt deel uit van dit bos in wording. Zo heb ik vandaag ook nog tien kersen en tien appelaars aangekocht. Deze fruitbomen zijn laagstammen en ik zet ze maar vier meter van elkaar. De boomspiegel van een fruitboom is best niet begroeid maar is slechts een vierkante meter groot. En de duizenden bloempjes op één kerselaar staan dus wel op die ene vierkante meter. Zeg nu zelf: daar kan je nooit zoveel crocussen op kwijt. Zelfs geen phacelia. En elke bloemsoort bloeit toch maar even. Daarom heb ik ook vijf soorten kers en vijf soorten appel gezet. Ik spreid op die manier het nectaraanbod over meerdere weken.

Tevens probeer ik ook altijd geïnteresseerden te overtuigen om een fruitboom aan te planten. Zelfs in de kleinste tuin kan men een appel kwijt. Er bestaan zelfs appelaars in pot om op het terras te zetten. Vervang uw spar door een fruitboom. Vervang uw conifeerhaag door een fruithaag. Kan die haag niet breed uitgroeien in uw tuin, ga dan voor een spalier, waaier of snoer. Je kan zo een zeer smalle rij fruitbomen aanplanten. En snoeien van fruit is heus niet moeilijker dan hagensnoei. Een kleine boomgaard produceert zelfs minder vaak op een jaar groenafval dan een saai gazon. Vervang toch uw grasmaaier door een snoeischaar. 😁

Haardhout

Vandaag ben ik begonnen met het verwerken van het wilgenhout. Alle takken eerst op maat gezaagd en daarna begonnen met ze te klieven. Door het klieven drogen de stammetjes beter en stapelen ze ook steviger. Dit is echter een werkje dat iets langer duurt en ik ben er nog wel enkele dagen mee bezig.

Wintersport

Mijn tiendaagse wintersportvakantie zit er weer op. De dikste knotwilgen zijn weer geknot en de afwateringsgracht op de perceelsgrens is weer open gemaakt. Ook dit is een jaarlijks terugkerend event.

De schapen zijn dit weekend ook weer weggehaald bij de bok. Van 25 maart tot 25 mei kunnen dan de lammeren worden geboren.

Maar ook een winterwandeling staat dan regelmatig op het programma. Op nieuwjaarsdag bijvoorbeeld op de heide in Averbode.