18 oktober 2021

Nog steeds vliegen de bijen volop. In de vroege namiddag als ik naar de bijenstand fiets, is er steeds veel activiteit aan de vliegopening van de kasten. En er komen nog steeds bijen thuis met dikke gele proppen stuifmeel.

Mijn eigen veldje phacelia dat ik nog in augustus had ingezaaid, zal vermoedelijk geen bloei meer geven. Ik zie nog geen bloemknoppen terwijl de planten wel volledig zijn uitgegroeid. Het veld zal dus alleen een goede groenbemesting hebben gekregen.

Vorige week heb ik de laatste knotwilgtakken op maat gezaagd. Deze takken zijn in de schapenweide blijven liggen waar de schapen de meeste bast hebben afgeknaagd.

Nog een paar maand en we kunnen weer gaan knotten. Ik probeer wel elk jaar slechts een vierde van de wilgen te knotten. Er blijft dan nog genoeg bloei voor de bijen en de geknotte takken zijn dan ook dik genoeg voor de houtkachel.

Nieuwe kasten

Deze keer niet over bijenkasten, maar een berichtje over nestkastjes. Vermits ik nog wat cederhout op overschot had en vele kastjes versleten waren, heb ik enkele nieuwe gemaakt.

Mezenkastje in multiplex is op het einde van zijn loopbaan.
Boomkleverkastje is bewerkt door een specht.
Nieuw mezenkastje in red cedar.
Nieuw boomkleverkastje in red cedar. Het mezenkastje op de achtergrond was nog degelijk.
Vermits de bosuilkast ook was uiteengevallen heb ik deze cederhouten kast gehangen. Deze is wel aangekocht.
Tegelijkertijd heb ik ook een kast aangeschaft voor een eventuele steenuil.

De meeste van de tientallen kastjes worden bewoond door meesjes, maar de boomklever had het zijne in gebruik en ook de roodborstjes gebruikten hun kastje. De bosuil is dit jaar niet teruggekeerd maar de kast was al beschadigd aan het dak. Daarom nu een nieuwe.

Het roodborstkastje.

Ik zie tegenwoordig ook eekhoorntjes. Waarschijnlijk komen ze af op de tientallen hazelaars die ik heb aangeplant. Daarom maak ik deze week ook nog een kastje voor deze rode noteneters.

Maar naast vogels verschaf ik ook nestgelegenheid aan andere insecten dan bijen. Maar zelfs een merel gebruikt jaarlijks dit insectenhotel. Een echte all-in dus.
De Warrekast is voor mij ook een insectenhotel. De zwerm die er vorig jaar introk, had dit jaar wel nood aan uitbreiding. En achter de deurtjes van de kijkglazen woont een mierenkolonie. Vorige week werd de ingang nog verkend door een doodshoofdvlinder. Spijtig genoeg sloeg hij op de vlucht toen ik hem wou fotograferen.

Recept mede

Om het voor iedereen duidelijk te maken, geef ik hieronder mijn mede-recept.

Twintig potten gegiste honing van 500g opwarmen in ca. 8 liter water gedurende 40 minuten bij 70 ° C. Dit wordt de most die we gaan vergisten tot een alcoholisch drankje. Ik kook ook 8 rijpe (met zwarte schil) bananen in twee liter water en zeef ze door een neteldoek. Het kookwater gaat dan bij de most. Ik voeg toe: 37,5 g citroenzuur, 25 g tannoblanc ( tannine voor witte wijn), 15 g voedingszout en vijf kruidnagels. Ik laat dit gedurende 10 uur afkoelen en voeg dan de enzymen toe: 7 ml amylase en 2 koffielepels zymex. Twaalf uur later zeef ik de most door een neteldoek in de gistingsfles en vul deze verder af tot 23 liter. De gist die ik op dat moment toevoeg, is Wyeast drymead. Het soortelijk gewicht was in dit voorbeeld hoger dan 1150 en een maand later was dit nog 1050. Ik heb dan overgeheveld in een nieuwe gistingsfles en deze is blijven staan tot ik zin had om te bottelen.

Alle producten heb ik aangeschaft bij Brouwland. Ze hebben allemaal een reden om in de vergisting te gebruiken. Het waarom vraagt een ganse cursus wijn maken. Ik geef alleen maar mee dat bananen en vijgen het enige fruit zijn dat geen smaak geeft aan de mede. Het levert wonderlijk genoeg alleen maar body aan het eindresultaat. En vermits ingevoerde vijgen enorm zijn bespoten om gisting, rotting dus, te voorkomen, gebruik ik bananen die ik ruim een week op voorhand al koop. Ze zijn dan gans zwart maar extreem zoet. Ik begin wel steeds met oude honing, gegiste honing of zelfs uitgesmolten overtollige voerramen. De suikers die hier in zitten, worden vergist tot alcohol en de smaak van de mede komt uit alle andere bestanddelen van de honing. Ik vul dan eventueel aan met andere honing en streef daarbij naar een soortelijk gewicht van 1150.

Mede bottelen

Vandaag heb ik de mede gebotteld die ik in augustus 2017 heb opgestart. Drieëntwintig liter. Deze mede had ik een maand later overgeheveld in een nieuwe gistingsfles en tot vandaag heeft hij dus op mijn kamer gestaan. De bubbels, nog heel af en toe, hoorde ik al niet meer sinds vorige zomer. Maar pas nu had ik voldoende flessen soldaat gemaakt die ik terug kon vullen. Alleen al de kleur is om lyrisch van te worden. En de honing waar ik mee ben begonnen? Dat waren 20 potten gistende en geschifte honing… Als dat geen verregaande recyclage is!

Brood bakken

Een wit, een meergranen en een desembrood

Vorige week heb ik rijsmandjes besteld en toen ze deze week geleverd werden, heb ik dadelijk de proef genomen. Het desembrood liet ik nu rijzen in een mandje en bakte het daarna op steen. Het is prima gelukt en zeer lekker.

Vermits het rijzen van een desembrood zo lang duurt, had ik ook nog tijd om twee andere broden te bakken. Dit recept gebruik ik nu al jaren in alle mogelijke variaties.

Ik begin met 300 g water en voeg er een eetlepel droge gist aan toe. Hierbij voeg ik een halve eetlepel honing. Ik weeg dan 500 g bloem. Soms volledig wit, soms volledig meergranen maar meestal gemengd. Ik voeg dan nog een eetlepel olijfolie , 8 g zout en een kneepje Provençaalse kruiden toe. Het mengsel laat ik 8 minuten kneden in mijn Ankarsrum keukenrobot. Ik laat het doorgeknede mengsel dan 40 minuten rijzen in de kneedkom. Hierna kneed ik het deeg met de hand nogmaals door en bol of punt het op voor de ingeoliede bakvorm. Ik laat het onder een doek nog even rijzen terwijl ik de stoomoven voorverwarm op 250 graden. Als de oven op temperatuur is, plaats ik het brood na insnijden van de bovenkant, verlaag de temperatuur naar 200 graden met stoom en bak het brood op 36 minuten.

Mijn desembrood is lichtjes anders. Ik begin met 250 g desemstarter en 250 g water. De andere ingrediënten en hoeveelheden zijn hetzelfde. Het deeg kneed ook 8 minuten. Ik doe dit in de vooravond en laat het deeg afgedekt rijzen tot ik ga slapen. Dan zet ik de kom in de koelkast tot de volgende morgen. Ik kneed het deeg dan nog eens door en plaats het in een rijsmand. Na 4 u of tijdens de middag zet ik de oven aan op 250 graden met een pizzasteen . Zodra hij op temperatuur is, kieper ik het rijsmandje om op de hete steen en geef de bovenkant wat insnijdingen. Ik bak het brood af met stoom op 200 graden gedurende 46 minuten.

Weekendje op de imkerij

Ik had de kids een weekendje beloofd in de caravan en nu was het zover. Op zaterdag heb ik de aardappelen gerooid terwijl de kinderen konden ravotten. Tegen de avond hielden we een kleine barbecue en als het begon donker te worden, snoepten we nog wat marshmallows.

Wachten op de marshmallows…

Tijdens de zondag heb ik dan de honingzolders van de volken weggehaald en verplaatst naar onder. Ik plaats ze op de bodem en zet de broedbak er op. Enkele honingramen die waren verzegeld, heb ik vervangen door leeg geslingerde ramen. De rest mogen ze nu verder naar boven dragen. Boven en rond hun broednest. Ik heb vroeger al aangegeven dat ik geen vliegplank meer gebruik. Ik heb ze namelijk allemaal omgebouwd tot een ‘muilkorf’ voor de bijenkast. Dit zou kunnen helpen tegen roverij. Roverij door andere bijenvolken, maar zeker ook tegen de hoornaars die gewoonweg te groot zijn voor de maasgrootte van 6 mm. Darren kunnen de kast nog wel verlaten langs de iets bredere spleet tegen de voorwand. Na de laatste honingoogst tot eind oktober blijven deze ter plaatsen. Het was tevens het moment om de strips Apivar te plaatsen in het broednest. Deze strips blijven gedurende tien weken ter plaats. Vorig jaar gaf deze varroabehandeling goede resultaten. Door de lange behandelingsduur ben ik weinig tot niet afhankelijk van de zomerse klimaatsomstandigheden en dat is wel anders bij veel andere zomerbehandelingen.

Wilgenhout

Het hout van de knotwilgen heb ik op maat gezaagd voor de kachel. Het kan nu verder drogen tot de winter. De dunne takken of tenen heb ik in de weide aan de schaapjes gegeven. Als de schors volledig is opgegeten, gaat de rest in de houtwal.

De boswilg is na de bandwilg aan de beurt met zijn katjes.
De eerste bloesem: de sleepruimen of sleedoorn.

Desembrood

Sinds vele jaren bak ik mijn eigen brood. Wit, meergranen, rozijnenbrood, notenbrood, pistolets, sandwiches enz. Maar onlangs ben ik begonnen aan een nieuwe uitdaging: desembrood . Het heeft even geduurd, vele YouTube filmpjes, vele kookboeken, en vele pogingen. Maar nu ben ik er geraakt. Mijn desembrood lukt en het is lekker.

De eerste stap was de productie van een eigen desem. Momenteel heb ik hem onder controle. Ik noem hem “August”. Hij leeft in de koelkast tot ik hem nodig heb en dat is zo’n twee keer per week. De avond voor ik bak haal ik hem uit de koelkast en voeder hem met 50 g deeg en 50 g water. De volgende morgen deel ik hem in twee en geef beiden nogmaals 50 g bloem en 50 g water. De nieuwe bokaal gaat ‘s avonds terug in de koelkast en de oude gaat in de mengkom. Hier voeg ik 200 g water, een lepel honing, 500 g bloem naar keuze, een lepeltje zout, een lepel olijfolie en een lepeltje provinciale kruiden bij.

Na een kneedbeurt van 8 minuten, dek ik de kom af voor een voorrijs van 5 uur. Hierna bol ik het deeg op in een vuurvaste glazen kom met goed bebloemde handdoek. Ik laat weer rijzen voor 5 u alvorens te bakken.


Ik draai de kom simpelweg om en verwijder de doek, snij de korst in en zet de schaal in de oven. Deze is voorverwarmd op 220 graden en ik bak op 45 minuten meteen stoomfunctie.

Er zijn wel een aantal verschillen met een modern gistbrood. Het duurt een etmaal in plaats van 2 uur. Ik heb de hoeveelheid water moeten aanpassen vermits de ca. 250 g desem water bevat in tegenstelling tot de droge korrelgist. De baktijd is eveneens 10 minuten langer nodig gebleken.