Vandaag heb ik de mede overgeheveld. De belletjes in het waterslot verschenen maar om de paar minuten meer. Door nu de bidons over te hevelen is de onderste gistlaag verwijderd. Met de kleine fles van 5 liter heb ik de beide bidons van 10 liter weer kunnen bijvullen en het restant van deze kleine fles ben ik nu aan het filteren om dadelijk van te genieten. Dit zullen nog zo’n 2 flessen zijn.
De dichtheid van de mede met dry gist is nu 1000, dus geen suiker meer bevattend. De dichtheid van de mede met sweat gist, was zelfs 998. Het alcoholgehalte heb ik nog niet gemeten. In principe zouden de medes dus moeten zijn uitgegist. Ik ga ze tot tegen de winter in deze bidons laten alvorens ze te bottelen om elke kans tot hergisting op de fles te vermijden. Een fles in de kelder die ontploft, is namelijk niet erg prettig om op te ruimen.
De tweede honingoogst begint nu in de potten ook goed te kristalliseren. De derde oogst blijft wel zeer lang vloeibaar. Deze zal vermoedelijk ook het meest acaciahoning bevatten. Ik ben er nog niet uit of ik deze ga enten met de wilgenhoning om een fijne smeuiige honing te maken of vloeibaar ga laten.
Op het examen heb ik van een medestudent twee kempische zesramers gekregen. Die maat had hij toch niet meer in gebruik. De kastjes waren nog in prima staat. Het gaf me wel de kans om mijn nieuwe roofingbrander te proberen. Ik heb de kastjes volledig afgevlamd. Als ze nu nog een nieuwe verflaag krijgen, kunnen ze volgend jaar dienen voor het maken van afleggers.









Gisteren heb ik een emmertje rozenbottels van de hondsroos geplukt. Ik heb ze gewassen, gekneusd en even opgekookt. Daarna heb ik ze tot vanmorgen laten afkoelen, door een zeef gepureerd en het vocht opgekookt met geleisuiker. 2 kg in anderhalve liter sap. Ik heb er verder niets aan toegevoegd. De smaak is zo al perfect. Pure gezondheid uit de natuur.
Gisteren nog even een nieuwe lading hoestsiroop gemaakt, alvorens de kruiden in de tuin verdwenen zijn voor hun winterslaap. Een handvol tijm en een handvol salie. samen met een groene selder en anderhalve liter water een uur aan de kook houden. Hierna heb ik de inhoud van de pan door een neteldoek gezeefd en het water dat nu doordrenkt is met alle heil van de kruiden, wordt met 1 kg kandijsuiker en ca. 80 g klissap (de zwarte stokken drop) nog een uur ingekookt met het deksel van de pan. Er wordt nog een scheut Stroh rum van 80° aan toegevoegd en alles dan direkt heet in flessen gegoten. Een mooi etiket erop en we kunnen er weer tegen.