Broedafleggers

Drie broedafleggers van begin mei doen het ondertussen uitstekend. Ze hebben al op drie platen verzegeld broed en hebben ondertussen al waswafels bijgekregen. De vierde is echter darrenbroedig. Dit volk wordt nog deze week op een avond afgeveegd op een goede 100 meter van de stand. Met de twee erbij, die geen koningin hebben opgetrokken, haal ik in dit gek voorjaar toch nog drie op zes. De twee broedafleggers die pas eind mei zijn gemaakt, heb ik nog niet gecontroleerd op leg. Als de rest nu verder lukt, de twee broedafleggerfs en de drie kunstzwermen, heb ik mijn acht jonge volkjes al voor volgend jaar. De produktievolken van dit jaar hebben al voor een groot deel een nieuwe, jonge koningin, of ze zijn er mee bezig. De twee volken die vorige week gesloten doppen hadden, hebben deze avond getuut en gekwaakt. Ik heb de broedkamers geopend en de andere doppen gebroken. Enkele mooie koninginnen heb ik eveneens laten inlopen.  Drie in de ene en slechts een in de andere. In deze kast waren wel nog zeer veel open doppen. De rijpe gesloten en de uitgelopen dop stonden mooi in het midden als wisseldoppen voor een stille moerwissel. En er waren toen naast de gesloten dop ook nog eitjes. In de kast zat dus ook nu nog veel onverzegeld broed. Wel geen eitjes meer of jonge larfjes. Het lijkt er op dat na het sluiten van de wisseldop, het volk plots toch nog heeft besloten om te gaan zwermen. Dit waren echt meer dan tien zwermcellen aan de randen van de ramen. In elk geval zullen ze het nu moeten doen met de koningin die de volgende nacht overleefd. Van de 11 oudere koninginnen zijn er momenteel al 9 verdwenen. Twee met een wisselcel, een met redcellen na het maken van een koninginnenaflegger en de rest met zwermcellen. De koningin die ik toevallig tegenkwam in mei zit in een aflegger. Bij een stille moerwissel hoef ik de oude koningin niet te zoeken en bij een afkomende zwerm loont het knippen van de koningin. Kom ik vanaf juli de jonge koningin tegen, wordt ze gemerkt en geknipt. In de apidea’s en de broedafleggers is ze gemakkelijk te vinden en wordt ze bijgevolg ook sneller gemerkt.

Tuters

Vanavond weer gaan luisteren aan twee kasten naar een tutende koningin. Nog niks. Ten laatste dit weekend loopt er een jonge konigin uit en als ze kwakende koninginnen hoort, die nog in de dop zitten, zal ze de volgende dag willen afzwermen. Ik zal dan die avond echter alle resterende doppen breken en de zo uitgelopen koninginnen verplichten om het ’s nachts uit te vechten in plaats van met de helft van het volk te vertrekken. Momenteel staat er een perceel phacelia in bloei, een stuk bladrammenas en een stuk koolzaad. De sneeuwbesstruiken gonzen van de bijen, net zoals de braamstruiken. Er is nu ruim voldoende dracht en de linde en de tamme kastanje moeten nog beginnen. Ook de liguster komt er nog aan. Wellicht moet ik dit weekend weer een deel verzegelde ramen afnemen om te slingeren. Ik zal er van profiteren om wat kunstzwermen te maken van de jonge bijen uit de honingzolders met de jonge leggende koninginnen uit de apidea’s. Althans als ik dit weekend wat tijd kan vrijmaken om dit te bewerkstelligen. Zaterdag begin ik namelijk aan de isolatie en afwerking van de zolder. We zien wel hoe vlot dit allemaal verloopt.

Controle Segebergers

Vandaag de segebergers nog eens gaan controleren. De eerste had nu eindelijk een leggende koningin, maar geen plaats meer in de kast. Letterlijk alles hadden ze volgedragen. Op de enkele cellen met eitjes en larven na, stak alles vol nectar. De broedzolder waar ik vorige week 3 verzegelde ramen had uitgehaald, stak boordevol, maar was nu nog niet verzegeld. De bijen hingen werkeloos onder de ramen en aan de vliegplank.  De tweede kast had ook geen zwermcellen en de koningin had zelfs nog een hele plaat darrenbroed met eitjes belegd. Buiten enkele ganse platen verzegeld broed, was er hier en daar nog een handgrootte open broed. Ook dit volk had geen plaats meer. Gelukkig had mijn leerling-imker Luc de oplossing. Na een telefoontje leverde hij mij 22 waswafels en ik kon op deze manier zo een honingzolder bijgeven. Desondanks en omdat de lindebloesem nog moet beginnen, reed ik toch maar even naar Michel in Heusden en schafte me daar nog 2 broedbakken aan met bedrade ramen en 2 pakken waswafels. Deze avond ben ik die bakken dan als derde honingzolder gaan plaatsen en heb zeven nectargevulde ramen uit de onderste broedbak hierin geplaatst. zodoende heeft ook de onderste broedbak nu zeven nieuwe waswafels. We zullen tijdens het weekend wel even controleren of er voldoende ramen zijn verzegeld om lonend te slingeren.

De eerste honingoogst is binnen en ik heb hem amper 2 dagen moeten roeren na klaring. De honing was uniform parelmoer van kleur en lekker smeuiig. Ik ben juist klaar met oppotten en moet nog enkel de etiketten afdrukken.

De rest van de week ga ik even uitrusten in afwachting van enkele tuters en kwakers.

Controle bijenvolken

Dit weekend hebben we weer de volken gecontroleerd. Een kast met een uitgelopen wisseldop had nog brias en we hebben een gevonden koningin gemerkt. Niet al mijn koninginnen van vorig jaar zijn gemerkt en/of geknipt. Ik vertik het om een ganse kast overhoop te zetten om ze te vinden. Als ze verstoppertje wil spelen, laat ik ze maar doen. Deze was nog niet gemerkt en daarom heb ik nu de gevonden koningin gemerkt in de kleur geel van vorig jaar. Binnen enkele weken kom ik ze misschien terug tegen, maar als ik dan een ongemerkte tegenkom, weet ik in elk geval hoe de vork in de steel zit. Een ander volk waar ik de geknipte en gemerkte koningin was tegengekomen, heeft deze moeten afgeven einde mei in een koninginnenaflegger. Tien dagen geleden is er een dop uitgelopen en heb ik de rest gebroken en hierbij nog enkele laten inlopen. Begin juli kan deze kast worden gecontroleerd op goede legeigenschappen. Ik heb vandaag nog een controle gedaan van een kast die elf dagen geleden was nagekeken en nu zonder eitjes zat en enkele geslotenen open doppen. Koningin niet meer tegengekomen, maar nog wel alle bijen en veel honing in de zolders. Geknipt en verloren gegaan. De zwerm komt dan terug op de kast en begint verder nectar te vergaren. Ik heb nu slechts op 1 raam de doppen laten staan en heb nog 3 doppen mee naar huis genomen en in de couveuse geplaatst. Ook gisteren zijn we zo een kast tegengekomen, maar hier moet ik nog 4 ramen controleren op doppen. Dit volk werd plots steeklustig en is dan maar dichtgedaan.

Van de zes broedafleggers die zijn gemaakt op 11 mei zijn er twee afgevlogen en van de resterende vier zijn er nu drie met een prima leggende moer. De twee broedafleggers die zijn gemaakt op 25 mei en 2 juni zijn nog niet gecontroleerd.

Van de apideakastjes is er een leeggevlogen met de jonge koningin en het was, toevallig of niet, het kastje waar ik teveel bijen had opgezet. Het zullen ongeveer 2 bekertjes zijn geweest. Ze hadden evenveel en hetzelfde voederdeeg als de andere en dit  was ook nog niet opgegeten. Maar de kastjes met slechts 1 bekertje bijen doen het goed. Drie van de vier dus met een couveusekoningin en een van de twee die een gesloten dop hadden gekregen. De tweede met een dop heeft blijkbaar geen kopningin. De dames die aan de leg zijn, hebben we geknipt en gemerkt.

Naar het voorbeeld van de zwermvanger van Andre Vandervoort, heb ik gisteren mijn eigen zwermvanger gemaakt. Een plastic emmer met twee verluchtingsgaten. Het gat in de bodem gedicht met een stuk varroagaas en het gat in het deksel met een koninginnenrooster. Ik heb een kunststofrooster gebruikt, daqt ik simpel heb vastgesmolten op het kunststofdeksel. Een stukje varoagaas en een sluitklemmetje dienen om de zwerm op te sluiten voor vervoer. Eerst wordt de zwerm geschept met de emmer en hierna wordt het deksel er op geplaatst in de schaduw. Als d koningin in de emmer zit, kunnen de bijen erbij door het rooster. ’s Avonds kan de emmer dan worden gesloten en vervoerd naar de bijenstand.

zwermvanger, bodem

zwermvanger, deksel

zwermvanger, open

zwermvanger, gesloten

Honingoogst

Begin van de week heb ik van enkele kasten de verzegelde ramen afgehaald. De eerste emmer honing is binnen. Ik heb vandaag gemerkt dat ik hem al moet beginnen roeren. Na het afschuimen van de emmer is de helderheid van de honing snel aan het verdwijnen. Hij krijgt nu reeds een parelmoerschijn. Eens opgepot, kan ik het restant van vorig jaar vergisten tot mede. De honingliefhebbers kopen dan toch liever verse honing.

Zelf heb ik weinig acacia in de buurt, maar de tamme kastanje en de linde zal nu snel  gaan bloeien. En daarna is het gedaan. Zelfs de bramen en de bosbessen bloeien reeds. Een zeer laat voorjaar, maar een zeer snel. Ik denk dat men in meer noordelijke streken zoals Canada of Zweden ook op deze manier imkert: kort maar intens. In elk geval is geen enkel jaar identiek. Van de 6 apidea’s zijn er 4 met een mooie koningin. Nog even geduld en aan het verzegeld broed kan ik dan zien of ze goedlegs zijn. Ook voor de broedafleggers is het nog even te vroeg.De zwerm die ik vorig jaar in augustus heb gevangen, is een mooi volk geworden. De voorbije maand heb ik de koningin niet meer gezien, maar wel haar eitjes. Vandaag vond ik bij de controle een mooie gesloten dop in eht midden  van een raam en iets verder ook nog een belegde dop met een larve van een drietal dagen. De kast zat vol bijen, verzegeld broed en zelfs nog een massa eitjes. Het betreft hier dus bijna zeker een stille moerwissel. Ik heb de larve verwijderd en de dop laten staan. Wel heb ik met een punaise dit raam gemerkt om het volgende week eens te controleren. Als de dop dan is uitgelopen, heeft het volk zichzelf een mooie nieuwe koingin cadeau gedaan.

Zojuist heb ik het laatste volk dat ik teveel had, afgeleverd. Bij een nieuwe imker die de volgende winter een cursus gaat volgen. Hij heeft blijkbaar wel een mentor met wat ervaring. Ik heb het volk ter plekke gesplitst in twee Kempische kasten. Op deze manier kan hij dit jaar reeds  twee volwaardige volken inwinteren. Hij was samen met zij mentor toch erg blij met mijn zeer zachtaardige bijen. Ondanks de rit van drie kwartier, lieten ze zich zeer raamvast overhangen en onze kapruinen waren eigenlijk zelfs niet nodig geweest. Hopelijk gaan ze ook bij hem voor veel imkerplezier zorgen.

Luc, mijn stagelopende imker, heeft me deze week gebeld met de melding dat hij zijn koningin heeft gezien en gemerkt. Daar gaat alles dus ook prima.

Update apidea’s

De apideakastjes zijn nu op de derde (en tweede) dag in de avond naar de bevruchtingsstand gebracht. Het weer voor de komende bruidsvluchten lijkt wel ideaal te worden. Naast de bevruchtingskastjes zijn er ook nog enkele grotere kasten met doppen, klaar voor de bruidsvluchten. De kleine apidea’s heb ik bevestigd op de boompalen met voldoende tussenafstand. Ook de richting van de vlieggaatjes is verschillend. Dit om zoveel mogelijk te beletten dat een koningin zou verkeerd terecht komen.

Bevruchtingsstand, apidea's

apidea, bevruchtingsstand

Juni

Deze maand is de maand waar het bij de meeste imkers om draait: honing! Per dag kan een volk bij goede dracht tot 3 kg nectar binnenbrengen. Dit verwerken ze dan tot ca. 1 kg honing. Hier heeft het volk 1 tot 3 dagen voor nodig. De imker slingert de honingramen pas als de honing klaar is. Dit betekent meestal dat de ramen voor minstens tweederde zijn verzegeld. Bij twijfel kan de stootproef worden gedaan. We nemen het buitenste raam en schudden het even terwijl we het plat houden. Als er nu geen enkele druppel honing uitspat, zal de honing normaal een vochtgehalte hebben van minder dan 18%. Zelf gebruik ik hiervoor een honingrefractometer. Met een druppel honing kan ik het vochtgehalte simpel aflezen. Om dit vochtgehalte nog enigszins ten goede te beinvloeden, plaats ik een bijenuitlaat in de vroege ochtend. De bijen hebben dan nog geen natte nectar bijgehaald. De volgende dag kan ik dan, weer in de ochtend, de ganse honingbak simpel afhalen. Door het gebruik van een bijendrijver hoef ik bij de oogst ook niet te beroken. Dit is natuurlijk af te raden vermits honing gemakkelijk allerlei geuren opneemt. Honing trekt ook water aan en daarom plaats ik in het slingerlokaal ruim op voorhand een vochtvreter. Hiermee kan men zelfs de honing nog wat uitdrogen. Op maximaal 3 dagen kan men in een droog lokaal het vochtgehalte van de honing zelfs nog enkele procentjes laten dalen. Langer bewaren kan niet om problemen bij het slingeren te voorkomen. De honing begint dan namelijk te kristaliseren in de cellen. Ik slinger zelf altijd nog dezelfde dag. Door te imkeren in halfhoge honingzolders en met een koninginnenrooster voorkom ik ook dat er broed terecht komt in de honingcellen. Het ontzegelen van een nooit bebroed honingraam kan namelijk ook bliksemsnel met een heteluchtblazer. Ik dien op deze manier ook geen zegelwas met lekhoning te verwerken. Toch wil ik dit jaar nog eens proberen om te ontzegelen met een warm mes. Hierdoor kan ik de ramen tegelijk mooi bijsnijden.
In juni bereikt niet alleen het bijenvolk haar hoogtepunt. Ook voor de imker is deze maand de topmaand. We werken niet alleen aan de honing. Ook de volksvermeerdering draait nog op volle toeren. Een koningin kan nu tot 2500 eieren per dag leggen: dit is het dubbel van haar eigen gewicht! Het zijn de laatste dagen om nog aan volksvermeerdering te doen. Op 10 juni zou een volk minstens over 1000 bijen en een pas uitgelopen koningin moeten beschikken om inwinterbaar te raken. Dit betekent dat de laatste broedaflegger wordt gemaakt op 31 mei. Rond 17 juni doet ze dan haar bruidsvlucht en rond 20 juni begint ze te leggen. Rond 24 juni is ook alle broed uitgelopen en het nieuwe nog niet verzegeld. Een ideaal moment om te behandelen tegen varroa. De koningin wordt eerst afgevangen. Ze kan dan worden gemerkt en geknipt. Maar als ze slecht is bevrucht, legt ze alleen darrenbroed. En werksterbroed is slechts te herkennen als dusdanig als het is verzegeld. Als we op het einde van juni een mooi plaatje aaneengesloten werksterbroed vinden is de operatie als geslaagd te beschouwen. De broedaflegger was ook verplaatst naar de andere stand bij zijn vorming en het volk zou nu eventueel terug kunnen naar de eerste stand. Na drie weken zijn de oude bijen die waren meegekomen van de eerste stand namelijk verdwenen en zal geen enkele bij meer terugvliegen naar het oorspronkelijke volk. Zelf houd ik de jonge volken op dezelfde plaats voor het volgende produktiejaar. De jonge volkjes van stand 1 worden de produktievolken op stand 2 tijdens het volgende bijenjaar en andersom. Alleen ga ik dit jaar nog wat veranderingen doorvoeren aan de stand in Gerhagen. Er komt namelijk een vloerverharding. Daarom plan ik om alle volken na de zomeroogst te verhuizen naar het Waterbroek en ze daar in te winteren. In september is daar door de inzaai nog wel wat dracht en wellicht kunnen ze dan zelfs terug naar de afgewerkte stand. We zullen wel zien hoe de werkzaamheden verlopen.

Update apidea’s

Vanmorgen om 6 u de apidea’s in de koele donkere buitensauna geplaatst. In de couveuse waren echter weer 2 koninginnen uitgelopen. Dus weer in de auto en 2 apidea’s gevuld met een bekertje jonge bijen uit de honingzolder. Net als vannacht viel me op dat er weinig bijen in de bovenste honingzolder zaten. Er zitten er veel meer op de ramen van de onderste honingzolder. Blijkbaar vinden ze dat er al genoeg honing in de bovenste zit. En nog niet alle waswafels zijn uitgewerkt. Tijdens de weekendcontrole zal ik daarom de waswafels om en om hangen met de uitgewerkte ramen. Ze gaan die dan toch nog wel wat beter uitwerken en voldragen. Zo dadelijk nog de koninginnen aan hun volkjes geven en ik kan beginnen aan de voormiddagarbeid.

Apidea’s en nestkastjes

Vele nestkastjes zijn momenteel bevolkt en regelmatig zie je de ouders op en af vliegen. Als je heel stil nadert, hoor je de jonge vogeltjes piepen. Ik heb even mijn smartphone tegen het invlieggat gehouden voor een foto en dit is het resultaat:pimpelmeesjespimpelmeesjes

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De mispel staat momenteel ook in bloei. Het is nog maar een kleine boom maar er staan toch al enkele bloemen op. Vorig jaar slechts 1 bloem. Er is dus beterschap. mispel

 

Op woensdag heeft Luc, de cursist imker, de tuter en kwakers gehoord in zijn aflegger. We hebben dan ’s avonds alle doppen verwijderd en nog 3 koninginnen laten inlopen en voor mezelf heb ik nog 5 doppen uitgesneden en meegenomen. De doppen die in het midden van een raat stonden of met enkele dicht tegen elkaar hebben we gewoon vernietigd. Nu was het de bedoeling dat we de volgende dag zouden apidea’s vullen om ze een pas uitgelopen koningin te geven. De ganse dag echter gebeurde er niets in de broedstoof. In de namiddag had ik de doppen al bekeken met een fel licht en 1 was vrij doorschijnend. Deze zou dus wel leeg zijn. De ganse dag had ik ook geen tijd gehad om jonge bijen te gaan verzamelen en zelfs na het avondspreekuur was er nog steeds geen teken van leven. Ik vertrok dus om 20.30u naar de moestuin en had de hoop al opgegeven. Maar mocht er toch nog een dop uitlopen, kon ik altijd nog een apidea gaan vullen. Toen ik bij het vallen van de duisternis terug naar huis kwam, liepen er echter wel 2 koninginnen uit. Dan maar terug in de wagen en gewapend met een zaklamp enkele honingramen gaan afkloppen en hiermee 2 kastjes gevuld. Nu wacht ik nog even 2 uur tot de volkjes zich echt moerloos voelen en dan kan ik even na 1u vannacht de kastjes vullen. Maar het zijn tenslotte ook prinsessen en deze laten zich niet bevelen. Morgenvroeg gaan de bevruchtingskastjes nog tot de avond van de derde dag in een koele donkere plaats. Ik gebruik hiervoor de buitensauna. En zaterdagavond worden ze dus naar de bevruchtingsplaats gebracht en geopend. De jonge koningin kan dan na het weekend op bruidsvlucht en bij een succesvolle bevruchting is ze tegen half juni dus aan de leg.

doppen in couveuse

broedstoof koninginnendoppen

broedstoof, uitlopende dop

apidea, invoeren koningin

apidea koel plaatsen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Controle bijenvolken

Zaterdag zijn de volken weer gecontroleerd. De segenberger had gesloten doppen en nog alle bijen. De geknipte koningin is dus verloren en de bijen zijn terug naar de kast gevlogen. Nu moet ik natuurlijk wel dagelijks luisteren naar het tuten en kwaken van de jonge koninginnen. Ik heb namelijk geen idee hoelang de doppen al gesloten zijn. Op de waterbroekstand stond bij de vorige controle een raam met een mooie, vermoedelijke, wisseldop en we vonden de koningin niet. De dop was gesloten en zaterdag na 7 dagen nog steeds. Er waren nu echter nog enkele andere belegde doppen aangemaakt. Deze heb ik echter laten staan omdat de wisseldop er nog mooi uitzag. Zouden de bijen een zieke of dode pop herkennen door de was? Of hebben we de oude koningin toch gedood bij de zoektocht vorige week en willen ze op deze manier zeker spelen? In elk geval heb ik gisteren, zondag, een tuter gehoord en geen kwaker. Vandaag, maandag, vloog de kast even uitbundig als de andere kasten en geen tuter meer gehoord. Morgen nog eens luisteren en anders woensdag controle van het raam met dop. Als de bewuste dop dan nog niet open is, is hij al 12 dagen gesloten. als hij open is, verwacht ik dat de veel jongere doppen worden afgebeten door de bijen. Ik ben benieuwd.

Mijn beste volk liet mooi haar koningin zien. Dadelijk met haar een veger gemaakt en verhuisd naar de boshuisstand. Het stamvolk kan ik nu binnen 11 dagen gaan beluisteren naar het tuten en kwaken. Voor de niet-imkers: de jonge koningin die uit haar dop loopt, maakt regelmatig een tutend geluid. Als er elders in de kast een rijpe koningin in een dop zit, tuut ze terug. Maar door de afgesloten dop is deze toon veel lager en lijkt hij eerder op een kwaak. Als ik na een tuut geen kwaak hoor, ga ik er dus van uit dat er reeds een koningin is uitgelopen maar er nog geen andere koninginnen rijp zijn. Als ik wel een kwaak hoor,  dien ik dezelfde avond nog alle ramen te controleren en alle resterende koninginnendoppen te openen. Want als de koningin namelijk ook een andere hoort kwaken, zal ze de volgende dag bij mooi weer ook zwermen: de nazwerm.  Ik open een paar doppen en laat die dames ook in de kast los. Tijdens de nacht vechten de troonopvolgers het dan zelf uit op leven en dood waarbij we er van uitgaan dat de sterkste overwint. Ik vernietig de andere doppen echter niet, maar snijd ze voorzichtig uit om in mijn couveuse verder uit te broeden. Ik vul dan ook meteen enkele apidea’s met een tas bijen en geef ze enkele uren tot enkele dagen later de pas uitgelopen koninginnen uit de couveuse. Deze kunnen dan later nog dienen als backupkoningin. Door op allerlei manieren de bijenvolken in mei en juni te splitsen, kunnen imkers hun bijenvolken vernieuwen, verjongen en vermeerderen. Bijenvolken genoeg op dit moment. Het enige probleem is om voldoende goede koninginnen te verkrijgen voor de volken die we later willen inwinteren. En momenteel wil het weer nog steeds niet echt meewerken voor een vlotte koninginnenkweek. De dames komen al niet veel buiten in hun leven, slechts voor de bruidsvlucht en enkele voorafgaande verkenningsvluchten, maar het weer moet wel meezitten op dat heikele moment.