Juni

Deze maand is de maand waar het bij de meeste imkers om draait: honing! Per dag kan een volk bij goede dracht tot 3 kg nectar binnenbrengen. Dit verwerken ze dan tot ca. 1 kg honing. Hier heeft het volk 1 tot 3 dagen voor nodig. De imker slingert de honingramen pas als de honing klaar is. Dit betekent meestal dat de ramen voor minstens tweederde zijn verzegeld. Bij twijfel kan de stootproef worden gedaan. We nemen het buitenste raam en schudden het even terwijl we het plat houden. Als er nu geen enkele druppel honing uitspat, zal de honing normaal een vochtgehalte hebben van minder dan 18%. Zelf gebruik ik hiervoor een honingrefractometer. Met een druppel honing kan ik het vochtgehalte simpel aflezen. Om dit vochtgehalte nog enigszins ten goede te beinvloeden, plaats ik een bijenuitlaat in de vroege ochtend. De bijen hebben dan nog geen natte nectar bijgehaald. De volgende dag kan ik dan, weer in de ochtend, de ganse honingbak simpel afhalen. Door het gebruik van een bijendrijver hoef ik bij de oogst ook niet te beroken. Dit is natuurlijk af te raden vermits honing gemakkelijk allerlei geuren opneemt. Honing trekt ook water aan en daarom plaats ik in het slingerlokaal ruim op voorhand een vochtvreter. Hiermee kan men zelfs de honing nog wat uitdrogen. Op maximaal 3 dagen kan men in een droog lokaal het vochtgehalte van de honing zelfs nog enkele procentjes laten dalen. Langer bewaren kan niet om problemen bij het slingeren te voorkomen. De honing begint dan namelijk te kristaliseren in de cellen. Ik slinger zelf altijd nog dezelfde dag. Door te imkeren in halfhoge honingzolders en met een koninginnenrooster voorkom ik ook dat er broed terecht komt in de honingcellen. Het ontzegelen van een nooit bebroed honingraam kan namelijk ook bliksemsnel met een heteluchtblazer. Ik dien op deze manier ook geen zegelwas met lekhoning te verwerken. Toch wil ik dit jaar nog eens proberen om te ontzegelen met een warm mes. Hierdoor kan ik de ramen tegelijk mooi bijsnijden.
In juni bereikt niet alleen het bijenvolk haar hoogtepunt. Ook voor de imker is deze maand de topmaand. We werken niet alleen aan de honing. Ook de volksvermeerdering draait nog op volle toeren. Een koningin kan nu tot 2500 eieren per dag leggen: dit is het dubbel van haar eigen gewicht! Het zijn de laatste dagen om nog aan volksvermeerdering te doen. Op 10 juni zou een volk minstens over 1000 bijen en een pas uitgelopen koningin moeten beschikken om inwinterbaar te raken. Dit betekent dat de laatste broedaflegger wordt gemaakt op 31 mei. Rond 17 juni doet ze dan haar bruidsvlucht en rond 20 juni begint ze te leggen. Rond 24 juni is ook alle broed uitgelopen en het nieuwe nog niet verzegeld. Een ideaal moment om te behandelen tegen varroa. De koningin wordt eerst afgevangen. Ze kan dan worden gemerkt en geknipt. Maar als ze slecht is bevrucht, legt ze alleen darrenbroed. En werksterbroed is slechts te herkennen als dusdanig als het is verzegeld. Als we op het einde van juni een mooi plaatje aaneengesloten werksterbroed vinden is de operatie als geslaagd te beschouwen. De broedaflegger was ook verplaatst naar de andere stand bij zijn vorming en het volk zou nu eventueel terug kunnen naar de eerste stand. Na drie weken zijn de oude bijen die waren meegekomen van de eerste stand namelijk verdwenen en zal geen enkele bij meer terugvliegen naar het oorspronkelijke volk. Zelf houd ik de jonge volken op dezelfde plaats voor het volgende produktiejaar. De jonge volkjes van stand 1 worden de produktievolken op stand 2 tijdens het volgende bijenjaar en andersom. Alleen ga ik dit jaar nog wat veranderingen doorvoeren aan de stand in Gerhagen. Er komt namelijk een vloerverharding. Daarom plan ik om alle volken na de zomeroogst te verhuizen naar het Waterbroek en ze daar in te winteren. In september is daar door de inzaai nog wel wat dracht en wellicht kunnen ze dan zelfs terug naar de afgewerkte stand. We zullen wel zien hoe de werkzaamheden verlopen.