Jaargang 1994 heb ik nu ook gelezen. Er gaan me toch weer enkele tips bijblijven.
Tip 1: Indien je een bijenvolk bijvoederd met een omgekeerde honingpot: maak 2 plaatjes triplex met een gat in. In één plaatje een gat waar het deksel van de pot juist in past en het andere plaatje met een iets kleiner gat. Tussen de twee plaatjes voorzie je een stuk gaas. Je kan nu de pot op het plaatje zetten en het geheel boven het voedergat. Bij hervullen van de honingpot, kruipen er nu geen bijen meer door het voedergat. Dit wordt hun belet door het gaas.
Tip 2: Om mieren onder het deksel te verjagen: enkele takjes pepermunt zouden helpen.
Tip 3: Maak een wasmotval om vliegende wasmotten weg te vangen aan de bijenstand. Een tweeliter plastic fles met een gat van 2cm aan de zijkant in de hals wordt opgehangen. Deze fles wordt gevuld met een halve tas azijn, een halve tas suiker en een bananenschil. Hierna de fles afvullen met water tot halfvol.
Tip 4: Om een koningin te vinden: hang een afgeslagen broedraam uit een andere kast tussen het broed en sluit de kast voor 5 minuten. Hierna zit de koningin op dit raam om haar rivaal te zoeken. Door zo 2 broedramen te wisselen tussen 2 volken, kun je beide koninginnen tegelijk zoeken. Toch even opletten met het wisselen van broedramen tussen verschillende volken om evidente hygiënische redenen.
Tip 5: Je vangt een zwerm en wil hem terugslaan op de kast. Alleen weet je niet zo direct uit welke kast deze zwerm is afgekomen. Je vangt de zwerm in een lege broedkamer die je onderaan hebt afgesloten met een koninginnenrooster. Amerikanen doen dit met duck tape. Hierna bevestig je op dezelfde manier een koninginnenrooster op de bovenkant en plaatst de bak in een hoek van 45° op de grond. Door nu intensief te beroken via de onderkant, zullen de bijen deze bak verlaten. De koningin met haar begeleidende bijen blijft alleen achter en de zwermende bijen zie je bijgevolg even later neerstrijken op de voorkant van een bepaald volk op je stand. Opdracht volbracht!
Ook nog enkele weetjes meegepikt. De bijen zien niet alle kleuren en letten bovendien alleen maar op de kleur bij het vlieggat. Het heeft dus geen zin om alle honingbakken in verschillende kleuren te verven. Alleen de broedbakken in verschillende kleuren verven is voldoende. Blauw, geel, zwart of wit is genoeg. Rood is voor hun ook zwart en oranje en groen is voor hen hetzelfde als geel.
Een melding van een imker die werd geweigerd als bloeddonor is me ook bijgebleven. Zodra het medisch personeel hoorde over diens hobby, begon de man met vuur te vertellen over zijn passie en toen hij daarbij ter sprake bracht dat hij daags ervoor nog was gestoken door enkele bijen, mocht hij tot zijn verbazing vertrekken. Zijn bloed zou immers een allergische reactie kunnen uitlokken bij een overgevoelige ontvanger, volgens de aanwezige dokter.
In een ander artikel werd ook aangeraden om als imker voorzichtig te zijn met het gebruik van pijnstillers. Na inname van een pijnstiller zou je bekomen immuniteit tegen bijensteken wel eens plots kunnen verdwijnen en zelfs omslaan in een allergische reactie. Dit zou zijn beschreven in een medisch tijdschrift uit 1986, maar er is me nu niet duidelijk of deze gevoeligheid dan slechts tijdelijk zou zijn.















Mijn imkerlokaal heb ik weer opgeruimd.
Zo kan ik tijdens de donkere maanden beginnen met het gieten van waswafels en insmelten van de raampjes. Het is nu koud genoeg en ik heb de diepvrieskist stilgezet. Ze blijft nu dicht tot ik de honingramen volgend jaar weer nodig heb. In het lokaal ga ik wel nog waterleiding aanleggen. Dit zal vlotter gaan bij het wasgieten en is ook gemakkelijker als het in de zomer weer wordt omgezet tot een slingerlokaal. De nieuwe kastonderdelen staan nog opgestapeld in de serre
en de reeds geverfde kastdelen staan in een stalletje op de overwinteringsstand. De bijenstand in Gerhagen herbergt nu het grootste deel van de volken tijdens de overwintering.
In het drachtseizoen is er echter niet veel meer te halen dan voor een tweetal produktievolken. Daarom noem ik hem maar mijn overwinteringsstand. De volken staan er onder toezicht van mijn vader en er staan genoeg lege stallingen om de lege kasten te stockeren. Op de andere stand staan nog enkele volken, die in het voorjaar worden vervangen door nieuwe, jonge produktievolken. Vermits de twee standen voldoende ver van elkaar zijn verwijderd, kan ik ze makkelijk verhuizen als dat nodig is. In februari worden ze verhuisd naar de stand waar ze dienen te blijven of vanwaar ze weer verder kunnen in april. Er zou bijvoorbeeld in april een kast kunnen worden geplaatst bij een buur nadat die in februari naar de verste stand is verhuisd. De stand van het waterbroek is de natste en het moeilijkst te bereiken in de winter, maar heeft wel een gigantisch wilgenaanbod in het voorjaar. De stand in Gerhagen staat droog in de winter, is onder toezicht en heeft dan weer een groot aanbod klimop in het najaar. De ideale stand die het jaar rond voldoet zal wellicht niet bestaan, maar op deze manier kan ik wel meerdere volken aanhouden.