Een groot deel van de winterrogge heb ik ondertussen gemaaid. Het graan blijft met het stro gewoon liggen en het is de bedoeling dat het zich op deze manier zelf terug inzaait. Op de stoppel heb ik mosterd gezaaid die nu mooi begint op te komen. 
Binnen enkele weken kunnen de bijtjes zich dan nog even te goed doen aan de fraaie gele bloempjes. Mosterd bevriest in de winter en is tegen het voorjaar dan ook helemaal verdwenen. Ik probeer wel om alle plantenresten tijdens de wintermaanden van het perceel te verwijderen. Op deze manier blijft het perceel bewerkbaar en overwoekert het niet volledig met bramen en netels. Binnen enkele jaren zouden de bomen dan ook groot genoeg zijn om de bovenhand te halen.
Er is me gevraagd om de bijenstand open te houden tijdens de fietstocht van de VVV Tessenderlo op 8 september. De begeleide fietstocht passeert al bij een imker, maar bij mij zou het eerder gaan over de bijenplanten. Hopelijk krijgen we dan een mooie dag met niet te veel regen. Als er veel deelnemers zijn, kan ik er wellicht enkele overtuigen om meer bijenvriendelijke planten aan te schaffen. Of hun tuin anders te gaan cultiveren. Want wat is er mooier dan een strak geschoren haag liguster of buxus? Dat is een liguster- of tbuxushaag die pas wordt gesnoeid na de bloei. De weelde die dit levert voor de bijen en trouwens voor vele andere insecten is niet te beschrijven. Liguster, buxus, taxus en ook klimop zijn slechts vier voorbeelden van planten die bij de meeste mensen alleen bekend zijn als strak geschoren groen scherm. En het zijn net vier planten die een onwaarschijnlijke bloei geven voor de bijen.



























Tijdens onze fietstochtjes haddden mijn vrouw en ik al een paar keer gelonkt naar een prachtige locatie waar het ganse onderbos begroeid was met bosbessen. Vorig jaar was het ons ontgaan, doch dit jaar zijn we er op uit getrokken. Zodra we het bos diep genoeg waren ingetrokken, verder dan menig wandelaar, vonden we de geschikte plek. Grote bessen in overvloed. Op nauwelijks een paar vierkante meter plukten we in een oogwenk twee kilo bessen. En het was hierna zelfs niet te merken dat er waren geplukt. Er is wel een gigantisch nadeel aan verbonden: elke mug in het bos wist ook van deze bessen. En ze wisten ook dat er vroeg of laat grote zoogdieren op af zouden komen. Onze muggenbeten zijn nu even groot en talrijk als onze bosbessen. Maar we hebben confituur gemaakt, bosbessenmuffins, een bosbessentaart en bosbessenbroodjes. Dit maakt natuurlijk veel goed. En zo moeten de honingjagers uit de oertijd zich ook gevoeld hebben: dolgelukkig met het smakelijk eten, doch helemaal kapot geprikt!





Naast de aardappelen heb ik ook voor het eerst een veld aardperen gezet. Vroeger zette ik deze altijd als haag, maar dit jaar wil ik er echt van oogsten en heb ze daarom op een bed geplaatst. De hoge stengels vallen dan vermoedelijk niet zo snel om en op een bedje kan ik de ondergrond beter onderhouden om de knollen vlotter te oogsten.






