Honingbakken opfrissen

De honingbakken zijn nu allemaal thuis. Een mooi moment om ze even een nieuw laagje verf te geven. De cederbakken hou ik ongeverfd. Maar ander hout kan wel een beschermlaag gebruiken. Met een spuitpistool en een restant oude muurverf duurt dit zelfs geen half uur.

Dit is de eerste van drie stapels. Deze keer is de kleur een soort limoengroen. Ik giet steeds alle restjes samen.

Verwijderen van onderbakken.

Deze week heb ik alle onderstaande honingbakken verwijderd. De honingbakken zijn zuiver gekrabd en de ramen liggen klaar om te smelten.

Ik laat ze een paar minuten op het deksel staan. De laatste bijen kunnen dan de bak verlaten.
Klaar om te smelten.
Ook de boswilg is nu begonnen met de bloei.
Wilgenstuifmeel komt nu in overvloed binnen.
Ook de moestuin is klaar. Uien, sjalotten, tuinbonen en peultjes liggen al in de grond.

9 februari 2022

Vandaag droog zonnig weer met een aangename temperatuur van 11graden. Het ideale moment om even naar de bijenstand te gaan.

Veel activiteit aan de vliegopening. Deze staat nog steeds zeer klein.

Bij deze temperatuur kan ik gerust zijn om de kast even te bekijken en wat voer bij te geven. De meeste volken zitten nu boven, vlak onder het dekplastic. Sommigen zelfs al iets naar de achterkant. Hoog tijd dus om bij te voeren.

Een half pak per volk is 1,25 kg suikerdeeg. Ik snijd een pak simpel in twee en langs de geopende kant kunnen de bijen naar binnen.
De uitvliegende bijen zijn niet alleen op zoek naar water of een toiletgelegenheid. Ze kunnen natuurlijk ook niet weerstaan aan de geur van deze struik als ze er passeren: Viburnum bodnantense.
Mijn winterakonieten zijn nog niet talrijk genoeg om bijen te lokken. Geef ze nog een paar jaar de tijd. Maar zelfs enkele honderden op een paar vierkante meter kunnen niet op tegen één struik van de sneeuwbal in dit seizoen.

Waswafels

De was is terug van Lieteberg. 20 kg eigen was tot Kempische waswafels herleidt. We kunnen er weer tegen.

De voorbije dagen werd er in de schapenstal geen enkele rat meer gevangen. Voorheen zat er bijna dagelijks een rat in de oude kattenval. Ik lokte ze er in met blokjes rattengif waar ze blijkbaar verzot op zijn. De val was al meer dan een week niet meer voorzien van aas, maar stond nog wel op scherp. En vandaag was ze weer dichtgeklapt. Een groot bunzingmannetje had zich in de val vastgelopen. De ganse schapenstal stonk naar bunzing. Ik heb hem voorzichtig terug vrijgelaten waarna hij onder de stapel hooibalen verdween. Deze knaap zorgde er voor dat er geen ratten meer in de stal zijn. Ze vinden die namelijk zeer lekker. De achtergebleven deodorant in de stal gaat nog wel enkele weken de ratten verjagen. Een tweetal jaar geleden is dit nog eens gebeurd en ook toen heb ik nog vele weken geen rat meer gevonden. Ook hun graafgangen bleven dicht. Ik zou liever hebben dat de bunzing definitief zijn intrek nam in de schapenstal, maar zonder ratten zal hij vermoedelijk verderop gaan jagen. Om dan terug te keren als er weer voldoende prooien zijn.

Knotwilgen

Ongeveer elke vier jaar knot ik de wilgen langs de perceelsgrenzen. Op deze manier hoef ik slechts een 25 % te doen elk jaar. De 75 % die ik niet snoei, leveren nog veel stuifmeel voor de bijen. Maar het gaat dan ook over ongeveer 250 knotwilgen in totaal.

De dikke takken worden later nog op maat gezaagd tot haardhout. De dunne twijgen heb ik direct verhakseld op het wandelpad.

De platwilgen beginnen reeds te knoppen en de hazelaars hangen vol stuifmeelkaarsjes. Maar voor de bijen begint het pas tegen februari als de hazelaars het stuifmeel lossen.

Resultaat winterbehandeling

De donkerbruine glanzende rondjes zijn gevallen varroamijten.

De meeste volken vertonen na een week een mijtenval van 50 tot 100 mijten. Drie volken spanden echter de kroon en lieten een veel grotere hoeveelheid optekenen. Dit waren wel de grootste en sterkste volken. Dat zijn vermoedelijk ook diegene die het langst een groot broednest hadden. Hier heeft de varroamijt natuurlijk van mee geprofiteerd. Of het nu gebeurt door de hoeveelheid parasiterende varroamijten of door allerlei virusziekten die ze overbrengen, maakt geen verschil uit. Zonder winterbehandeling is zulk bijenvolk ten dode opgeschreven. En meestal waren het dan de beste volken van het voorbije jaar.

Oxaalzuur druppelen

Vandaag ben ik begonnen met de winterbehandeling van de bijenvolken. De broedloze wintertros wordt bedruppelt met een oxaalzuur-suikeroplossing om de laatste varroamijten uit het volk te bestrijden. Ik begin met het aanmaken van de oxaaloplossing. De fles Oxybee bevat het water en het oxaalzuur. De twee zakjes sacharose worden erbij gegoten en goed vermengd. Dit gebeurt best als de fles eerst wat wordt opgewarmd.

Met de fles ben ik dan naar de bijenstand gereden en elke kast is daar dan behandeld. Ongeveer vijf tot zes ml per straatje bijen. Met een maximum van 50 ml voor een groot volk. Deze zitten op zes of meer straatjes. De kleinere volkjes bezetten maar drie of vier straatjes bij de huidige temperatuur (3 graden). Deze krijgen maar een 35 ml over de tros verdeeld.

Er zijn geen bijen te zien. De verdeelflacon is vooraf al gevuld met 50 ml.
De tros zit nog zeer diep tegen de voorkant. Ze hebben dus nog veel voedsel boven en achter zich. Met een lampje kan je naar beneden bijlichten en het aantal bezette straatjes tellen.
De benodigde hoeveelheid wordt nu over de tros verdeeld. Niet erachter en ook niet ernaast. Daar valt de oplossing gewoon tot onder op de bodemschuif en is ze verloren.

Niet vergeten om bij het aanmaken van de oplossing en ook bij het bedruppelen handschoenen en een veiligheidsbril te gebruiken.

Ik heb vandaag al 15 volken behandeld en heb slechts één lege kast aangetroffen. Voorlopig dus nog prima.