Deze week heb ik alle onderstaande honingbakken verwijderd. De honingbakken zijn zuiver gekrabd en de ramen liggen klaar om te smelten.





Deze week heb ik alle onderstaande honingbakken verwijderd. De honingbakken zijn zuiver gekrabd en de ramen liggen klaar om te smelten.







De eerste wilgenkatjes zijn geopend om hun gele stuifmeel aan te bieden. Uitgerekend op de dag dat de Belgen weer kunnen uitgaan en hun ‘knaldrang’ botvieren, geldt dat ook voor de bijen.



Vandaag droog zonnig weer met een aangename temperatuur van 11graden. Het ideale moment om even naar de bijenstand te gaan.

Bij deze temperatuur kan ik gerust zijn om de kast even te bekijken en wat voer bij te geven. De meeste volken zitten nu boven, vlak onder het dekplastic. Sommigen zelfs al iets naar de achterkant. Hoog tijd dus om bij te voeren.



De was is terug van Lieteberg. 20 kg eigen was tot Kempische waswafels herleidt. We kunnen er weer tegen.

De voorbije dagen werd er in de schapenstal geen enkele rat meer gevangen. Voorheen zat er bijna dagelijks een rat in de oude kattenval. Ik lokte ze er in met blokjes rattengif waar ze blijkbaar verzot op zijn. De val was al meer dan een week niet meer voorzien van aas, maar stond nog wel op scherp. En vandaag was ze weer dichtgeklapt. Een groot bunzingmannetje had zich in de val vastgelopen. De ganse schapenstal stonk naar bunzing. Ik heb hem voorzichtig terug vrijgelaten waarna hij onder de stapel hooibalen verdween. Deze knaap zorgde er voor dat er geen ratten meer in de stal zijn. Ze vinden die namelijk zeer lekker. De achtergebleven deodorant in de stal gaat nog wel enkele weken de ratten verjagen. Een tweetal jaar geleden is dit nog eens gebeurd en ook toen heb ik nog vele weken geen rat meer gevonden. Ook hun graafgangen bleven dicht. Ik zou liever hebben dat de bunzing definitief zijn intrek nam in de schapenstal, maar zonder ratten zal hij vermoedelijk verderop gaan jagen. Om dan terug te keren als er weer voldoende prooien zijn.
Ongeveer elke vier jaar knot ik de wilgen langs de perceelsgrenzen. Op deze manier hoef ik slechts een 25 % te doen elk jaar. De 75 % die ik niet snoei, leveren nog veel stuifmeel voor de bijen. Maar het gaat dan ook over ongeveer 250 knotwilgen in totaal.

De platwilgen beginnen reeds te knoppen en de hazelaars hangen vol stuifmeelkaarsjes. Maar voor de bijen begint het pas tegen februari als de hazelaars het stuifmeel lossen.

De meeste volken vertonen na een week een mijtenval van 50 tot 100 mijten. Drie volken spanden echter de kroon en lieten een veel grotere hoeveelheid optekenen. Dit waren wel de grootste en sterkste volken. Dat zijn vermoedelijk ook diegene die het langst een groot broednest hadden. Hier heeft de varroamijt natuurlijk van mee geprofiteerd. Of het nu gebeurt door de hoeveelheid parasiterende varroamijten of door allerlei virusziekten die ze overbrengen, maakt geen verschil uit. Zonder winterbehandeling is zulk bijenvolk ten dode opgeschreven. En meestal waren het dan de beste volken van het voorbije jaar.
Vandaag ben ik begonnen met de winterbehandeling van de bijenvolken. De broedloze wintertros wordt bedruppelt met een oxaalzuur-suikeroplossing om de laatste varroamijten uit het volk te bestrijden. Ik begin met het aanmaken van de oxaaloplossing. De fles Oxybee bevat het water en het oxaalzuur. De twee zakjes sacharose worden erbij gegoten en goed vermengd. Dit gebeurt best als de fles eerst wat wordt opgewarmd.

Met de fles ben ik dan naar de bijenstand gereden en elke kast is daar dan behandeld. Ongeveer vijf tot zes ml per straatje bijen. Met een maximum van 50 ml voor een groot volk. Deze zitten op zes of meer straatjes. De kleinere volkjes bezetten maar drie of vier straatjes bij de huidige temperatuur (3 graden). Deze krijgen maar een 35 ml over de tros verdeeld.



Niet vergeten om bij het aanmaken van de oplossing en ook bij het bedruppelen handschoenen en een veiligheidsbril te gebruiken.
Ik heb vandaag al 15 volken behandeld en heb slechts één lege kast aangetroffen. Voorlopig dus nog prima.
Begin december en weldra is het de naamdag van Sint Ambrosius, de patroonheilige van de imkers. Rond dit tijdstip plan ik meestal de winterbehandeling tegen de varroamijt. Dan verkrijg ik op deze manier de zegen voor een volgend goed imkerjaar.
Ik begin alvast met de bodemschuiven terug te plaatsen. Binnen drie dagen kan ik dan de vrije varroaval tellen en volgend weekend de behandeling doorvoeren

Daarna weeg ik de kasten. Dit geeft me een idee over de aanwezige voedervoorraad. Ze bleken allemaal prima. Begin januari weeg ik ze nog eens.

Daarna verwijder ik het deksel en krijg zicht op het bijenvolk door het plastic. De volken zitten niet tegen het plastic. Vermits ze onder de voederkrans hangen, weet ik zeker dat ze nog een hoeveelheid voeder boven zich hebben. Zodra ze boven zijn, beweegt de tros naar achter. Nu bevindt hij zich nog aan de voorkant van de kast.
Op dit moment wil ik echter weten of de bijen broedloos zijn. Dat is namelijk het enige goede moment om een behandeling te kunnen doorvoeren met oxaalzuur tegen de gevreesde varroamijt. Een bijentros houdt het broednest steeds op 35 graden. Boven een broednest is hierdoor steeds een hogere temperatuur te meten dan naast het nest. Boven een broednest heb ik de voorbije jaren steeds temperaturen gemeten van 24-26graden. Ik meet bijgevolg even de open straatjes. Zowel aan de buitenkanten waar geen bijen zitten als de straatjes boven de tros.



Geen enkele kast had nog een hogere temperatuur die duidde op een aanwezig broednest. Elke kast had nog wel een trostemperatuur op de middelste straten. De bijen zijn dus nog aanwezig. En vermits ik ze niet zie tegen het plastic hebben ze nog een voederkrans boven zich.
Volgend weekend geven ze temperaturen van 1 tot 6 graden. Ik kan dus behandelen op de vlotste, snelste en eveneens de legale wijze. Ik ga bedruppelen met een oxaalzuursuikeroplossing. Volgende week meer hierover.