Eindelijk regen en afkoeling. De planten en vooral de groenten in de moestuin herademen.
Maar de felle wind en stortbuien zorgden voor een massa afgevallen fruit. Nog niet volledig rijp, maar toch voldoende voor wat appelmoes en appelsap. 
De 21 bijenvolken zijn allemaal nog eens nagekeken en ze zijn allemaal goed bevonden. Ze hebben een leggende koningin, ze hebben geen darren meer op een enkele na, en ze hebben nog voldoende voer en stuifmeel. Vermits ik het nog veel te vroeg vind om ze nu al in te winteren, geef ik ze wel 2 keer per week een liter suikeroplossing in de verhouding 1:1. Dit slaan ze niet op maar het wordt verbruikt om het volk en haar koningin bezig te houden. De jonge volkjes bouwen zo nog elke week een waswafel uit en de koningin blijft ook aan de leg. De kasten wegen nu ongeveer even veel als bij het uitwinteren. Tussen de 20 en 30 kg. Als ze zijn ingewinterd, verwacht ik een gewicht tussen 30 en 40 kg. En dat is nu juist het gewicht dat ze bij krijgen in de tweede helft van september. Momenteel hou ik ze slechts aan de gang. De controleur van het voedselagentschap die vorige week weer eens is langs geweest, vond het er ook allemaal prima uitzien. Toch een opsteker.
Het phaceliaperceel is ondertussen ook uitgebloeid. Er is momenteel nog niet de mogelijkheid om opnieuw iets in te zaaien, maar de bramen begonnen er serieus in te groeien. Daarom heb ik toch maar besloten om het perceel alvast te maaien.
Na een hete dag was alles zodanig verdroogd dat ik ook de ploeg uit de stalling heb gehaald.
Zodra het perceel nu wat vocht mag ontvangen, kan ik het nogmaals inzaaien. Ik hoef het dan maar even licht te frezen. Het is allemaal best wel wat werk, maar vier jaar geleden stond hier nog een bos canadapopulieren. En telkens de grond bewerken en inzaaien, lijkt me de beste manier om netels, bramen en eiken te voorkomen. Die staan elders al genoeg. Ik geef liever plaats aan wilgen, kastanjes, robinia, linde, vuilboom, wilde kers en esdoorn. Deze worden over het ganse perceel door mij gedoogd en zelfs aangeplant. De vier bijenvolken die hier dit jaar een topproductie hebben gehaald, zijn nu zelfs op inwinteringsgewicht zonder de minste bijvoedering. Maar het is pas aan de meet dat de prijzen worden uitgedeeld. En voor mij ligt de finish niet bij de honingoogst. Ik beschouw de uitwintering van gezonde volken als het echte eindklassement.




De hoeveelheid OZ die in de kast werd gebracht, was zeer klein. De concentratie die werd gebruikt, is de helft lager dan bij het klassieke vernevelen. Een kleine berekening geeft me aan dat ik zelf 60 tot 90 ml per kast moet verdampen in mijn Kempische kasten. Een hele broedbak of anderhalve broedbak. En aan 16,5 g per liter water kom ik op een hoeveelheid van ongeveer 1 g oxaalzuur in een Kempische broedbak en 1,5 g in anderhalve broedbak. Het systeem zou dus moeten werken. Wat veiligheid betreft, vind ik het al een verbetering ten opzichte van het sublimeren. Ik denk zelfs dat het veiliger is voor de imker dan vernevelen met een plantenspuit. Bij het vernevelen met 3% OZ gebeurt dit vlak voor je neus boven de kast, terwijl de verdamping werkt in een kast die volledig is afgesloten. Het darmpje werd via het vlieggat ingebracht en afgedekt met een doek. De bodem was gesloten en ik kon de verdeling van de stoom in de kast volgen door het bovenste plexiglas. Ik zag nergens stoom ontsnappen en die bevat trouwens maar 1,6% OZ. Een mondmasker en bril moeten dus volstaan.


