De zomer nadert zijn einde. Gisteren kregen we vermoedelijk voor de laatste keer dit jaar een echte toptemperatuur. Voor onze bijenvolken zit het er op voor dit jaar. Alle laatste beetjes helpen natuurlijk nog. Er bloeien nog asters en de klimopbloei moet zelfs nog beginnen. Maar onze volken zijn hopelijk goed ingewinterd met voldoende voorraad en ze zijn behandeld tegen de varroamijt. Tegen begin oktober wordt er nog een muizenrooster geplaatst en dan stopt het werken aan de bijen. Het muizenrooster moet beletten dat ongenode gasten kunnen profiteren van de warmte en het voer in een overwinterend bijenvolk. De imker rust echter niet op zijn lauweren. De najaarsvergaderingen nemen weer volop een aanvang. Bijna dagelijks kun je wel ergens bij een vereniging terecht voor een lezing. Er is keuze te over. Zelf geef ik af en toe ook een voordracht en kom op deze manier wel eens bij een andere vereniging. En bij elke vereniging verschijnen regelmatig jongere imkers. Jonger naar absolute leeftijd en jonger naar imkerervaring. Het zijn niet meer telkens gepensioneerden, maar steeds meer drukbezette, werkende mensen. Velen zijn ook nog maar onlangs met de hobby begonnen. Hopelijk wordt het voor velen een passie waar ze de rest van hun leven mee opgezadeld zitten. En het zijn niet alleen jongere imkers, er verschijnen blijkbaar ook meer imkerinnen. Maar zowel bij de vrouwen als bij de jongeren valt me toch op dat men meer bezig is met het welzijn van de bij dan met de productie van honing. De honing blijft natuurlijk een leuke meerwaarde, maar het plezier om bijen te zien in uw eigen tuin en tegelijkertijd te beseffen dat het uw eigen bijen zijn, overklast toch alles.
Categorie: Bijenteelt
11 september 2014
Het resultaat van de tweede behandeling met mierenzuur:
Toch wel de moeite! Dit zegt volgens mij echter niks over de besmettingsgraad van het volk. Het zegt wel iets over de werking van de behandeling. De besmettingsgraad van het volk kun je afleiden uit de natuurlijke mijtenval. De mijten die zonder behandeling per dag op de lade vallen. En de mijten die nu op de lade liggen zijn gevallen tijdens de drie dagen van de behandeling zelf. Het zijn dus de mijten die op de bijen zelf zaten plus de mijten die vrijkwamen bij het uitlopen van het broed. De mijten in het gesloten broed worden ook geraakt door het mierenzuur en bijgevolg zullen er nog gedurende 12 dagen veel mijten vallen. Het broed is namelijk 12 dagen gesloten in zijn cyclus.
7 september 2014
Vandaag de varroatelling gedaan. Drie dagen geleden heb ik de schuiven nog eens dicht gedaan en vandaag het aantal mijten geteld. De laagste waarde was 4 en de hoogste 55. Dus tussen 1 en 18 mijten per dag die natuurlijk vallen. Ik heb de lat gelegd op 5 per dag als maximaal om niet te behandelen. Zes volken hebben daarom vandaag nog een liebigverdamper gekregen. De acht andere volken worden gerust gelaten tot december als ze een oxaalzuur druppeling krijgen. Het betreft wel alleen de Kempische kasten. Ik heb de kasten ook nog eens gewogen en acht volken zijn ook nog iets te licht. Blijkbaar hebben ze in de voorbije natte weken al drie kilo opgegeten. Alle 11 volken in Gerhagen waren gewicht verloren. Maar de verassing was compleet bij de stand aan het Waterbroek. De 3 volken waren daar twee kilo zwaarder geworden. Het probleem kan dus niet aan de regen of de temperatuur liggen. Er is voor de drie kasten aan het Waterbroek gewoon een enorme voedselvoorziening. En voor de 11 kasten in het naaldbossenrijk Gerhagen is het eerder armoedig gesteld. Volgend jaar toch proberen om minder kasten te overwinteren in Gerhagen.
Foto’s waterbroek









31 augustus 2014
Eergisteren pas gemerkt dat mijn windowstablet geen mails kon versturen. De ontvangst van mails werkte prima voor al mijn accounts, doch het beantwoorden liep mis. Vanochtend plots de juiste instelling gevonden en dadelijk zijn er een pak mails verstuurd die al enkele weken bleven hangen. Enkele mensen zullen nu misschien raar opkijken, maar beter te laat dan nooit. Toch raar dat na 25 jaar werken met PC en 19 jaar op het internet, ik meer en meer moeite krijg om mee te kunnen. Standaardisatie en plug en plat is blijkbaar nog steeds een ver-van-mijn-bed-show. De kantoorPC werkt op Windows 7, het tablet op Windows 8.1 RT en de smartphone op Android 4.4.4. Blijf maar eens bij met al die instellingen. Om nog maar te zwijgen van alle wachtwoorden. Ik heb al een gans boekje vol wachtwoorden dat ik tegenwoordig regelmatig dien te raadplegen.
Dit verhaal lijkt wat mij betreft erg op de imkerij. Iedereen werkt met andere kasten en gebruikt via zijn persoonlijke instellingen dan nog een verschillende methode. Hierdoor ontstaan volgens mij dan ook veel van de problemen. Bij het gebruik van een andere kast (apparaat), hoort een andere methode (besturingssysteem) dat men dan via de eigen instellingen (persoonlijke werkwijze) kan bijregelen. De Kempische kasten worden op een andere manier gebruikt dan de ecokasten en de apideakastjes. Ze dienen ook elk voor een andere doelstelling. De Kempische kast is van oorsprong een kast om te reizen naar het fruit en voor de honingproductie. Net zoals de hedendaagse Segebergerkasten trouwens. Door hun gewichtsvoordeel zijn ze nog beter om te reizen. In een apideakastje worden koninginnen gekweekt en niemand produceert er honing mee. De ecokasten zoals ik ze zie, zijn afkomstig van de Warrékast. Deze was ook niet bedoeld om te reizen en evenmin voor de grote honingproductie. Het was de kast voor iedereen, voor de gewone man, de ‘people’s hive’, de ‘ruche populaire’. Iedereen kan er mee weg. Iedereen kan er bijen in houden op een ecologische manier, met zo weinig mogelijk kosten, met zo, weinig mogelijk materiaal. En indien er voldoende dracht is, zelfs meer honing mee produceren dan je zelf kan gebruiken. Voldoende dracht voor een kast impliceert dat er slechts één of twee kasten per locatie worden aangehouden en dus geen honing tracht te produceren voor de verkoop. Deze ‘overproductie’ is namelijk de grote meerkost en vraagt extra werk. Met één of twee ecokasten moet een imker niet reizen. Hij dient slechts zijn buren te overtuigen met enkele potjes honing, een flesje propolistinctuur of een potje zelfgemaakte boenwas, om meer bijenplanten aan te planten. Dus geen reiskosten. Het materiaal om één of twee honingkamers te oogsten, bestaat slechts uit een ontzegelmes (broodmes uit de keuken), een ontzegelbak (zelfgemaakte uitlekbak), een fijne honingzeef (de keukenzeef) en een recipiënt om de honing in te laten rijpen (een plastic honingemmer van 20 euro of een gratis plastic emmer met een gekochte afsnijkraan van 10 euro). Voor eigen gebruik en om aan de vriendelijke buren uit te delen, zijn er zelfs geen etiketten nodig en volstaan ook de oude jampotjes die je eveneens krijgt van je buren.
25 augustus 2014
De drie Kempische kasten die aan het waterbroek overwinteren, heb ik een beetje bescherming gegeven.

Het laatste apideakastje met een leggende koningin heb ik ook naar huis gehaald. Het kastje heeft nu drie broedbakjes met elk 5 raampjes en een voerbakje met deeg. Ik ben eens benieuwd of het op deze manier nu wel door de winter geraakt.

13 augustus 2014
Gisteren nog een deel van de oude was gezuiverd.

Alle restjes was worden bewaard in deze kookketel. Stukjes afgebroken raat, gesneden darrenraat, gesmolten was uit de zonnewassmelter … Met wat water wordt alles verwarmd tot de was goed is gesmolten. Hierna laat ik de ketel afkoelen en giet het onderstaande water, dat nu erg vuil is, af.

Het wasblok dat ook nog veel vuiligheid bevat wordt nu in brokken gebroken en in de stoomketel gedaan.



De brokken worden in een panty gehangen. Ik leg een knoop in de benen en snijd ze af. De panty past mooi met de elastiek rond de ketel.


De warme was komt nu zuiver uit de stoomketel en wordt opgevangen in bain-mariebakken met een laagje water.

Na afkoeling wordt het laatste vuil van het wasblok gesneden en kunnen de blokken worden weggestapeld tot de winterperiode. Dit jaar heb ik op deze manier al 16,3 kg was gezuiverd. Dat zijn heel wat waswafels, kaarsen en handcrémes.
9 augustus 2014
Door het aanhoudende slechte weer toch maar begonnen met de inwintering. Alle volken in de Kempische kasten zijn ondertussen behandeld met mierenzuur en voorzien van een voerbakje van 2 liter. Elke avond wordt dit nu bijgevuld tot ze op een goed inwinteringsgewicht zitten.

Ik gebruik ApiGold siroop om de volken in te winteren. Elk tonnetje heb ik laten vullen met 30 kg siroop. In één van de deksels heb ik dan een kraan gemonteerd om ze makkelijk te kunnen leeggieten.

De ecokasten worden momenteel nog niet ingewinterd. Ze krijgen nog steeds verdunde honing om hen aan te zetten voldoende raat te bouwen. Er is wel veel verschil tussen de volkjes. Sommige maken het zich echt gemakkelijk in de kast en propoliseren het gaas vlot dicht. Andere doen dit veel minder. Het valt me wel op dat de volken die goed propoliseren ook veel beter de raten uitbouwen. Wellicht moeten ze nog wennen aan het leven zonder raampjes of waswafels en zijn sommige hier simpel wat beter in. Even had ik gedacht dat de isolatie met wol slechter was dan met de krantensnippers. De wol was tijdens de ochtenduren vochtig van condensatie, wat niet zo opviel bij de krantensnippers, doch in de loop van de namiddag zijn beiden even droog en aan de volken merk ik op dat vlak ook geen verschil. Het gewoon grijs vliegengaas werkt wel veel vlotter dan het veel stuggere inox vliegengaas.

6 augustus 2014

Vandaag uitgelezen. Biodynamisch imkeren noemt het dit keer. Het gaat voor mij wel iets te ver als de bijen zich zouden laten leiden door de zon en de planeet Venus. Maar weer betreft het een onderstroming in de imkerij die op zoek is naar een oplossing voor het hedendaagse probleem. En weer ligt de oplossing in het ‘terug naar de natuur’-gevoel. Net zoals Abt Warré heeft ook Rudolf Steiner meer dan honderd jaar geleden voorspeld dat een compleet economische benadering van de imkerij op termijn slecht afloopt. Grotere kasten, grotere volken, selectie naar superbijen en verwaarlozing van de oorspronkelijke, beter aangepaste, plaatselijke bijen. Kunstmatige bevruchting van koninginnen, koninginnen die worden ingevoerd in volken die niet aan haar zijn verwant, versmalling van de genetische pool vermits iedereen dezelfde superafstamming wenst. De beide heren hadden dit al vele decennia geleden zien aankomen.
Gelukkig ben ik niet economisch afhankelijk van mijn bijen en kan ik ook tevreden zijn met een lagere honingproductie. Een honingproductie die voor mij meer dan volstaat. Waarvan ik zelfs jaarlijks het grootste deel kan verkopen. Om de 14 dagen verbruik ik thuis zelf een pot honing. Vermits dit overeenkomt met een totaalverbruik van ongeveer 13 kg per jaar, heb ik in theorie voldoende aan een enkel volk om in mijn eigen honingbehoefte te voorzien. Dit ene volk produceert zelfs meer propolis en was dan ik jaarlijks kan nodig hebben. Alle volken die ik als imker meer aanhoudt, zijn dan ook voor de instandhouding van dit volk. Om verlies van dit volk te voorkomen. Die extra volken hebben daar bovenop ook nog zelf een productie en die moet ik dan nog zien kwijt te raken. Wat ik dus kan verkopen, beschouw ik als zuivere winst. Het materiaal en de tijd die ik er in heb geïnvesteerd, moet niet meer worden vergoed. Dat waren slechts hobbykosten.
Het zijn slechts enkele bedenkingen die ik mezelf maak na het lezen van andermans ideeën. Maar toch raak ik meer en meer doordrongen van het feit dat de slinger te ver in de verkeerde richting is doorgezwaaid. Voor mezelf ga ik hem in elk geval een beetje afremmen.
4 augustus 2014
De laatste honingramen zijn weggenomen. Het was een Kempische kast op twee broedbakken. Ik had er onlangs een koninginnenrooster tussen gestoken en ondertussen was het broed uitgelopen. Na het wegnemen van de bovenste bak heb ik ze nu kunnen behandelen met mierenzuur. De bovenbak bevatte nog heel wat honing en deze wou ik niet meer slingeren. Althans ik wou mijn materiaal niet meer terug gebruiken na de grote oogst en de poetsbeurt achteraf. Ik heb daarom eens geprobeerd hoe het oogsten van een ecokast in zijn werk gaat. De ramen heb ik met een broodmes allemaal uitgesneden langs de draden. Ik had ze wel eerst ontzegeld en na het uitsnijden, heb ik de stroken raat nog eens zoveel mogelijk kapot gesneden in de ontzegelbak. Na een dag uitlekken, zijn de brokken raat nog eens geperst in de inox fruitpers. De waskoek die overblijft, is dan in de zonnewassmelter geplaatst om zuivere was te bekomen. Het is wel even wennen. Het gevoel is eigenlijk best plezant. Sommige mensen doen veel moeite om eens druiven te pletten met hun blote voeten of om met hun handen iets te kleien. Ik denk echt dat het gevoel ongeveer hetzelfde is. En met wat koud water is alles dadelijk weer proper.



