Oxaalzuur in de ecokast tijdens de winter

De behandeling van de ecokasten met oxaalzuur heb ik gedaan met de varoxverdamper. Om deze makkelijk te kunnen plaatsen heb ik een tussenring gemaakt van 2 cm dikte. Een kleine opening zoals een klein vlieggat zorgt voor de doorvoer van het apparaat. Een handdoek sluit hierna het echte vlieggat af.

ecokast, oxaalzuur

Eerst werd het deksel naast de kast gezet. Dan heft men de bakken van de bodem en plaatst ze op het dak. Ze worden dus niet zomaar op de grond gezet. De bodem wordt proper gekrabd met de raambeitel en er wordt een tussenring geplaatst. Afhankelijk van de plaats rond de kast kan de opening aan eender welke zijde van de ecokast komen. De ecokast is toch vierkant. In het schaaltje van de varoxverdamper doe ik een lepeltje oxaalzuur. Dit is ongeveer 1,3 à 1,5 g OZ.

varoa, ecokast, varoxverdamper

De kast wordt nu op de ring gezet en een handdoek voor het vlieggat gedrapeerd. Vermits er voldoende isolatie in het kussen zit, heb ik het dak niet terug geplaatst tijdens de behandeling.

varroa, ecokast, varoxverdamper

De varoxverdamper wordt aangesloten op een 12V accu of een draagbare noodstartaccu zoals ik gebruik. Of hoe dit ding ook mag heten. Gedurende 2,5 minuten blijft de stroom aangesloten en daarna afgekoppeld. Er wordt dan nog  2 minuten gewacht alvorens de bakken weer op te heffen en de verdamper met de ring te verwijderen. Hierna wordt de verdamper in een emmer water gedompeld om af te koelen en men kan verder naar de volgende kast.

varroa, ecokast, varoxverdamper

Zodra de verdamper wordt aangesloten, doe ik een gasmasker op en ga een tiental meter uit de wind staan. Het masker BLIJFT OP tot de varoxverdamper is ondergedompeld in de emmer water om af te koelen. DIT MASKER IS ONONTBEERLIJK VOOR DE VEILIGHEID!!!

varroa, oxaalzuur verdampen, gasmasker

Het effect van verdampen bestaat uit het neerslaan van kleine kristallen in de kast en op de bijen en hun varroaparasieten. Deze kristallen zijn goed zichtbaar op de tussenring na gebruik.

varroa, ecokast, tussenring voor varoxverdamper, kristallen

Ik heb de ring in de bijenhal laten liggen en zal opvolgen hoe snel deze kristallen verdwijnen. Want ook in de kast bevindt zich nu deze kristallaag. OZ dringt niet in de was en bijgevolg zullen de bijen vroeg of laat deze laag wel verwijderen. Wordt vervolgd!

Toen ik naar huis reed was het ondertussen 10.30hr en zeer mistig. Een eventuele vroege vogel zal dus geen vreemd figuur met gasmasker hebben gezien.Knipogen

ecokast in decembermist

 

 

14 december 2014

De volken zijn behandeld. Vanmorgen om 6.30hr was ik op de eerste stand. Ik heb er in de duisternis niet kunnen filmen. In Gerhagen staan 11 volken en ze waren behandeld met mierenzuur in augustus en begin oktober. De tweede keer had ik alleen maar die volken behandeld die meer dan 5 mijten natuurlijke val lieten optekenen. Vorige week bij de telling van de natuurlijke mijtenval zaten alle volken ongeveer gelijk. Ik vond toen de mulstraatjes te klein en dacht dat de volken klein waren. Vandaag was het dus het moment van de waarheid. Alle 11 volken hadden een mooie vaste wintertros tussen de 5 en de 7 straten. Dat valt dus nog best mee. Wat me echter nog veel meer meeviel was het feit dat de tros nog diep zat, ca. 4-5 cm onder het plastiek. Ze hebben dus nog zeer veel voedselvoorraad boven zich.

Aan het Waterbroek staan ook nog 3 Kempische volken en daar was de situatie vrijwel hetzelfde. Deze volken leken me toch wel iets groter. Maar het eerste deksel dat ik opende, zat zodanig vastgekit dat ik wat extra kracht moest gebruiken. Hierdoor is het volk wellicht wakker geworden, want deze krioelden letterlijk onder het plastiek. Na enkele tellen over de toplatten lopen, kropen ze toch terug dieper en kon ik ze bedruppelen. Ik veronderstel dat ze ook wel een stuk dieper zaten, net als de andere volken. Bij nader onderzoek, bleek ik de laatste keer het plastiek omgekeerd te hebben gelegd. Hierdoor kleefde de lege honingzolder vast aan de plastiek met propolis en moest ik onnodig geweld gebruiken. Met het geraas en loskomen van de tros tot gevolg. Gelukkig geeft men de volgende dagen wat zachter weer en kunnen ze zich reorganiseren.

Vermits ik de ecokasten nog niet had gecontroleerd en ik nu toch daar was, heb ik even gekeken door de ruit van de onderste bak. De tros hing onder tussen de raten, maar op de bodem lagen me toch veel te veel dode bijen. Ik heb dan het dak opzijgezet om de kast wat lichter te maken en heb de bakken even van de bodem gelicht. Tussen de bijen en bijenonderdelen, zag ik toch meerdere mijten. De oplossing is simpel. Deze volken dienen te worden behandeld. De volken zitten in een dikke tros onder de voedervoorraad en dat ziet er goed uit. Ze zijn behandeld bij de opstart, maar niet meer in de nazomer. Het betreft jonge volken die nu 1 bak hebben uitgewerkt en doorhangen in de tweede bak. Als ik ze nu niet behandel, moet ik ze zeker nog behandelen voor de dracht van 2015 ten tijde van de bloei van de paardenbloemen. Als ze dan weer opnieuw moeten beginnen bouwen, zullen ze natuurlijk geen honing leveren. Deze uitgewerkte bak mag voor het volk niet verloren gaan. Behandelen of niet in een ecokast? Ik zal er binnen enkele dagen nog wel eens op terug komen. Nu heb ik echter besloten om ze te behandelen. Langs boven openen en de warmte laten verloren gaan, doet het ganse principe van de ecokast teniet. Bedruppelen was dus geen optie. Vermits de ecokast is gericht op een optimale luchtcirculatie in de kast, is een verdamping natuurlijk het meest logische. Verdampen moet dan wel gebeuren langs onder. Ik heb dus de oude varoxverdamper nog eens bovengehaald. Vermits deze niet door het vlieggat kan, heb ik een tussenzetring gemaakt waardoor de behandeling wel vlot verliep. Dit ging zo vlot dat ik me alvast heb voorgenomen om de ecokasten zo toch minstens elke winter te behandelen.

13 december 2014

Morgen in alle vroegte een behandeling met oxaalzuur gepland. De temperatuur zou dan rond het vriespunt blijven hangen. En zolang het donker is, blijven de bijen sowieso goed in tros. Om iets te zien neem ik een ledzaklampje mee. Op een ledlichtje reageren de bijen veel minder fel dan op een gloeilamp. Is het de warmte van het licht of iets anders? Ik heb geen idee maar het is wel degelijk een enorm verschil. Begin december zit de tros nog diep in de broedkamer en moet ik soms zeer dicht boven de straatjes naar onder turen om de tros te kunnen zien. Er komt dan ook amper een bij naar boven.

Maar alvorens te kunnen behandelen, moeten we ons eerst voorzien van oxaalzuur. Tijdens de winterbehandeling gaan we de tros bedruppelen met een oplossing van 3,5% oxaalzuur. En we gebruiken geen water maar een 1:1 suikeroplossing. Door de suiker gaan de bijen zich reinigen en verdelen op die manier het oxaalzuur over de ganse tros. Een 1:1 oplossing betekent dat er evenveel suiker als water wordt gebruikt. En we denken er ook aan dat het water gedemineraliseerd is en dus geen kalk bevat die zich kan binden aan het oxaalzuur.

De volgende stap bestaat er in te bepalen hoeveel oplossing we nodig gaan hebben. We mogen slechts voor 5 dagen medicijnen in stock hebben en dus gaan we even rekenen. We hebben 35 tot 50ml nodig per kast afhankelijk van de grootte van het volk. Reken maar op 5ml per bezet straatje. Vermits ik 20 volken zou moeten behandelen, reken ik op 1 liter oplossing. Op het diergeneeskundig voorschrift staat dus 35 g oxaalzuur opgelost in 1 liter 1:1 suikeroplossing. Om 1 liter suikeroplossing te maken, lost de apotheker dan 600g suiker op in 600g (of ml)gedemineraliseerd water. Als we dan nog een spuit aanschaffen van 50ml is de rest kinderspel. Mocht er een beetje van de oplossing overblijven, wordt ze weggegooid. Door de aanwezigheid van suiker, kunnen we deze oplossing niet bewaren en wettelijk mogen we dit toch niet langer dan 5 dagen in voorraad hebben.

In het verleden heb ik ooit een filmpje gemaakt en op youtube gezet. Het was wat later en dus zaten de bijen hoger in de enkele broedbak. Door de lagere temperatuur kon ik toen bij daglicht behandelen en filmen.

12 december 2014

Het jaar loopt bijna ten einde. Het jaarlijks clubfeest hebben we weer gehad. De sfeer was prima en het eten perfect. De heilige Ambrosius mag tevreden zijn van zijn discipelen. Maar we zijn er nog niet. De volken moeten behandeld worden tegen de gevreesde varroamijt. Ik heb dit gepland voor volgende zondagmorgen. De temperaturen zouden dan rond het vriespunt liggen. Op dat moment is de tros dicht genoeg om te bedruppelen met een oxaalzuuroplossing. Vorige week heb ik de natuurlijke mijtenval even gecontroleerd. Alle volken zaten met een dagelijkse mijtenval van 5 à 7 stuks. Ik vind dit zeer veel en zeker met in acht neming van de grootte van de volken. Aan de streepjes mul te zien, zijn de volken duidelijk kleiner dan vorig jaar. Dit ga ik kunnen bevestigen als ik zondag de kasten open voor de behandeling.

De volken in de ecokasten zijn prima te controleren door de achterruit als het niet te koud is.  De tros is nog steeds zichtbaar via de onderste ruit. De onderste bak is niet volledig uitgebouwd en op die manier kan ik de onderkant van de raten bekijken. Vermits de tros onderaan nog zichtbaar is, hebben ze natuurlijk ook nog steeds veel voer boven zich.

Er is momenteel één volk verdwenen en dat is de ecokast in mijn eigen tuin. Deze kast is bevolkt door het opzetten van een Kempische broedbak in het voorjaar en ze zijn op dat moment niet behandeld. De andere ecovolken zijn wel behandeld bij hun start en dat loont zich natuurlijk. Een volk opstarten met besmet broed is dus geen goed idee. Een maand later opstarten zonder broed en mét een varroabehandeling is aan te raden. De vraag is nu natuurlijk of een jongvolk in de eerste winter al moet worden behandeld tegen de varroamijt. Indien die winterbehandeling echt nodig is in de ecokast, vervalt namelijk het ganse principe. Want in de winter kan het volk niet worden overgezet in een behandelkast voor enkele dagen om daarna in een nieuwe lege kast te herstarten. Dit kan pas in het voorjaar als de paardenbloemen bloeien. Dan moet er een behandeling met zuren gebeuren IN de ecokast zelf. Minimaal in het najaar met mierenzuur óf in de winter met oxaalzuur. Om dit te kunnen voorspellen ga ik volgende week een controle doen op de natuurlijke mijtenval in die ecokasten.

30 november 2014

Eindelijk gaat de winter beginnen. De bijen blijven nu al even binnen. Binnen een tiental dagen ga ik ze behandelen met oxaalzuur. Bij temperaturen onder 5 graden zitten ze mooi dicht op wintertros. Maar eerst doe ik nog een varroatelling op de bodemschuif. Ik vermoed namelijk dat er dit jaar nog veel varroa’s aanwezig zijn. Ik heb de voorbije jaren steeds behandeld in de tweede week van december en heb me dat nog nooit beklaagd. Het zou natuurlijk wel kunnen dat er dan nog wat broed aanwezig is, maar een parasiet dient men te behandelen in een vroeg stadium van de besmetting. Een resultaat van 90% afdoding is namelijk niet hetzelfde als er duizend mijten  in een volk zitten in plaats van slechts honderd. Daarbij geloof ik ook dat onze bijen langer doorbroeden als ze besmet zijn met varroa. En in dat geval rendeert het zeker niet om te wachten met een behandeling. Want dan worden ze misschien pas broedloos met Sint Juttemis. De mijten die in december worden vernietigd, zijn weg en daar gaat het me om. Een telling van de vrije mijtenval bij de uitwintering geeft me dan wel uitsluitsel of er nog iets moet gebeuren op dat moment. Want ook voor de voorjaarsdracht kan er nog worden ingegrepen en dat vergeet men wel eens. Wachten tot drie weken na de eerste vorst doe ik absoluut niet. Soms spreekt men trouwens niet van een beetje vorst, maar van een duidelijke vorstperiode van enkele dagen. En de laatste jaren waren er niet veel vriesdagen in november. Blijven wachten tot begin januari om te behandelen is zeker te laat. Want na de kortste dag kan de koningin al terug aan de leg gaan. Om dit koudeeffect te verbeteren, laat ik de varroabodem open tot Nieuwjaar. Op dat moment leg ik tevens de isolatie onder het dak om het begin van dit broednest beter te kunnen warm houden.

Dit weekend heb ik de gebruikte voerbakjes allemaal ontsmet en kunnen ze worden weggezet. Ook nog enkele apideakastjes staan hierop te wachten, net als de lege sirooptonnen. In de tweede helft van december kan ik dan beginnen met het gieten van waswafels. En voor de ecokasten had ik nog graag enkele bodems en daken gemaakt. Voor de Kempische kasten heb ik dit jaar geen extra onderdelen te maken.

Maar het wordt nu winter en dan werk ik natuurlijk ook nog aan de stand zelf. Momenteel ben ik bezig met het voorzien van een omheining. Als het perceel zodoende is afgesloten, kan ik wat hulp inschakelen voor het maaien van het gras. Het is de bedoeling om een kleine schaapskudde aan te schaffen.

schapenafsluiting

Een aantal bomen en struiken moeten dan nog wel van een gaasbescherming worden voorzien en de percelen voor phacelia en mosterd moeten ook worden omheind. De moestuin is al omheind en de gaasserre is ook klaar. In deze serre ga ik volgend jaar mijn kolen, erwten en bonen planten.

koolveldje

moestuin

De draadafsluiting is slechts 80 cm hoog om mijn andere vrienden niet volledig buiten te sluiten.

wildcamera

wildcamera

wildcamera

De paarden van mijn buurman worden dan weer wel tegengehouden. Blijkbaar vertrouwt hij op twee lintjes zonder elektriciteit om zijn dieren in de weide te houden. En de laatste weken hebben deze dieren van ettelijke honderden kilo’s serieuze putten gedraafd in mijn grasland. Dat is dan een nadeel van een nat weiland. Na een regenbui zak je er vrij diep in. Het grote voordeel van een natte wei is natuurlijk de enorme verscheidenheid aan plantengroei.

 

 

Interessant leesvoer

Als er mensen zijn die net als ik graag oudere magazines lezen. En die het Engels machtig zijn. Ik heb hier nog enkele nummers liggen van het American Bee Journal. Zelf heb ik ze ook gekregen en doorgenomen. De artikels die me interesseerden, heb ik gekopieerd. Het betreft de jaargangen 1993 tot 2009. Welnu, die geïnteresseerde mag ze komen halen. Een ganse brok informatie uit het verleden. Weliswaar uit het nabije verleden, het verleden mét varroa. Ze is me zeer dienstig geweest en kan dat wellicht nog voor anderen zijn.

Het opstarten van ecokasten: resultaat eerste jaar

In 2014 heb ik dus op verscheidene manieren en op verscheidene tijdstippen een ecokast opgestart. Hoewel de resultaten van uitwinteren nog niet bekend zijn, weet ik toch al veel. Het is genoegzaam bekend dat een volk groot genoeg moet zijn en voldoende voer moet hebben om succesvol te overwinteren. De grootste en zwaarste ecokasten zullen dus het meest kans maken om het goed te gaan doen. En welke dat zijn, kan ik momenteel al beoordelen. Hoe vroeger men de ecokast opstart hoe beter. En dat geldt zeker voor 2014.  Dit jaar was augustus zo koud en nat dat ook mijn Kempische kasten lichter werden in plaats van zwaarder. Deze werden daarom in september nog wat extra bijgevoerd. De ecokasten gaf ik slechts bij de opstart wat 1:1 suikeroplossing. Tot er een vijftal raten half waren afgewerkt. Dit jaar in augustus heeft nu echter geen enkele ecokast nog noemenswaardig raten gebouwd. Wellicht zijn ze gestopt met bouwen door het lage voedselaanbod. Vermoedelijk kan een volledig volk in juli nog succesvol worden overgezet. Mocht de zomer hierna weer zo slecht zijn, zou ik dit volk dan tot eind september  blijven voeren om betere resultaten te bekomen. Een ecologische imker geeft echter geen suiker als wintervoer. En uit hygiënisch standpunt wens ik zelf geen honing te geven afkomstig van een ander volk. Een dilemma dus.

Een natuurzwerm in mei of juni zal vrij zeker de beste resultaten geven. Enkele dagen een koninginnenrooster voor het vlieggat en dan ook nog even wat lichte siroop voeren bij slecht vliegweer moeten het succes nog verhogen.

Ik ben echter overtuigd dat het overbrengen van een gans volk uit een ramenkast het snelste resultaat geeft. Misschien niet het beste, maar zeker het snelste. Vermits ik mijn Kempische kasten slechts één jaar gebruik voor de honingproductie heb ik nu een nieuwe afzetmogelijkheid gevonden voor deze volken die ik voorheen als reserve trachtte uit te winteren. Begin april het ganse volk besproeien met oxaalzuur en overzetten in een ecokast geeft me dan een stevig gestarte ecokast. De eerstvolgende jaren probeer ik toch nog de Kempische lijn te behouden naast de ecolijn en dan zou deze methode zeer nuttig kunnen zijn.

Het onderhoud van de ecovolken ga ik eveneens in driejaarse cycli doorvoeren. Net zoals mijn Kempische kasten. Omdat ik overtuigd ben dat hygiëne de sleutel is voor een oplossing van de hedendaagse problemen. In het eerste jaar wordt een volk hygiënisch opgestart. In het tweede jaar kan er een honingproductie zijn. En dan in het derde jaar tijdens de maand april een volledige overzetting in een nieuwe ecokast. Bij de overzetting wordt dit volk dan weer behandeld tegen varroa. Het is alleszins de bedoeling dat er nooit een bestrijdingsmiddel tegen ziektes wordt gebruikt in een ecokast. En als het tussentijds nodig is, wordt het volk behandeld buiten de kast en hierna overgezet in een nieuwe kast. Ook in de ecokast kan er een controle gebeuren op varroa waarna er kan worden ingegrepen. Dit is trouwens ook wat een bijenvolk in de natuur doet. Bij ziekte verlaten ze de vuile omgeving om elders zuiver te herbeginnen. 

Maar eigenlijk zwermen ze liever op voorhand om op die manier ziekten te voorkomen. Zo doen ze het in de natuur, zo doen ze het al duizenden jaren. De ecologische imker wil de bijen zoveel mogelijk hun ware natuur laten volgen, maar zwermen en moderne ziekten zijn natuurlijk uit den boze. Vermits we niet allemaal imkeren in een gigantisch natuurgebied, ver weg van menselijke bewoning, zullen we een volk steeds proberen over te zetten in een nieuwe ecokast vooraleer ze besluiten om te gaan zwermen of vooraleer ze ten onder gaan aan ziekten.

Ecokast 6

ecokast

Deze kast staat bij een klant van mij. Sinds twee jaar werden daar twee Kempische kasten gezet van het voorjaar tot aan de honingoogst. De ecokast blijft er nu het ganse jaar staan om deze lieve mensen te plezieren. Om ecokast 6 te bevolken, probeerde ik weer een andere manier. Alle huisbijen uit de honingzolders van de twee Kempische kasten werden afgeveegd in een ‘vegerkist’ bij de honingafname. De vegerkist is een zelfgemaakte kist met gaas aan twee zijden en een deksel langs boven. Het deksel wordt tijdens het vullen, vervangen door een passende houten trechter. Als het kistje vol zit, worden de bijen besproeid door het gaas met oxaalzuur. De kist wordt binnengezet en op zijn zijkant gelegd. Er is nu gaas langs onder en gaas langs boven. Op dit bovenste gaas leg ik een stuk voederdeeg. Uit een apideakastje haal ik de koningin en hang ze in een gesloten kooitje bij in de vegerkist.

Dezelfde avond werden de twee Kempische kasten nog weggehaald en naar de winterstand gebracht. De volgende dag werd de ecokast op haar definitieve plaats gezet en de bijen ingebracht. Het koninginnenkooitje werd eerst met een deegprop tussen de toplatten gehangen van de bovenste broedkamer en afgedekt met het vliegengaas. De bijen werden daarna van de vegerkist in de onderste broedkamer gegoten en terug dichtgelegd met de toplatten. De bovenste broedkamer werd er op gezet en ook nog een voerbak op het vliegengaas. De bijen gaan dan naar boven en bevrijden de koningin. Het kooitje werd na een week uit de bak gehaald. Het zit op dat moment al tussen de kersverse raten.

Wat heeft deze kast me geleerd?

1. De methode met een kunstzwerm en een nieuwe leggende koningin wordt vaak gebruikt in de imkerij en hierdoor wordt een mooi nieuw volk opgestart. In de ecokast lijkt dit toch niet zo ideaal. Het ging allemaal veel te traag. Ze hebben momenteel ook wel de bovenste broedkamer volledig uitgebouwd, maar het ging toch veel trager dan de start via een volledig volk met hun eigen koningin. Zelfs een kleinere natuurzwerm met hun eigen oudere koningin gaat sneller. En het is ook allemaal veel te omslachtig. Een kunstzwerm maken, deze behandelen en dan nog harmoniseren, een koningin invoeren en later nog in de kast brengen.

2. Ook in een ecokast kan men een nieuwe koningin invoeren via een invoerkooitje.

3. Natuurbouwraat is pas stevig als het volledig is uitgebouwd en ook vastgehecht is aan de zijkanten. Als de raten nog los hangen aan de toplat is de bevestiging zwak. Een ongelukkige duw tegen de ecokast kan een raat doen vallen. Deze wordt dan wel vastgezet aan de toplatten van de lagere broedkamer maar compliceert zo natuurlijk wel de latere honingafname. Tijdens een controle bleek een half uitgebouwde raat te zijn afgebroken en op de toplaten vna de onderste bak te liggen. De bijen hebben er in elk geval geen probleem mee. Vermoedelijk is er een duw tegen de kast gebeurt bij het werken in de tuin of eventueel zelfs door de dieren die bij de kast vrij rondscharrelen.

Ecokast 5

Deze kast zou net zoals ecokast 4 worden gevuld met de bijen uit de Kempische kast na de honingoogst op 21 juli. Dit volk had sinds 7 juni een nieuwe koningin, maar haar eileg was ruim onvoldoende en het volk was ondertussen al duidelijk kleiner geworden. Ik kon bij de honingafname de koningin echter niet meer vinden en vermits men geen eitjes kan meegeven in een lege ecokast, had ik een probleem. Hierop besloot ik om deze bijen te versterken met een dubbel apideakastje dat wel een prima koningin had. 

Ondertussen had ik ook een vliegengaas gevonden in RVS en had besloten om ecokast 4 en 5 hiermee af te dekken. Uiteindelijk bleek dat de bijen deze gaatjes niet zo snel propoliseerden en dus besluit ik dat het stevige grijze vliegengaas toch beter is. Om de bijen een voerbakje te geven, knipt men dan een vierkantje uit het gaas langs drie zijden, waarop het kan worden open geplooid en het voerbakje wordt hier op geplaatst. De bijen kunnen door de gemaakte opening in de voerbak. Na het voeren is het luikje gaas zeer simpel terug dicht te plooien. Het RVS gaas bleek veel stugger om uit te knippen en om te plooien. Bij dit volk gebruikte ik dezelfde manier om het apideakastje omgekeerd op de ecokast te zetten. Het luikje had ik wel bijna even groot geknipt als het apideakastje en er een stuk krant tussen gelegd. Om te kunnen voeren had ik een open bakje met drijfkurken op de bodemplank gezet vermits dit nu niet kon langs boven. De bovenste voerring werd vervangen door een broedkamer om het hogere apideakastje volledig te omhullen.

Om verlies van de koningin of afvliegen van de zwerm te voorkomen, plaats ik de eerste dagen een stukje moerrooster voor het vlieggat. Dit hielp vermoedelijk ook wel een beetje tegen roverij van de voerbak op de bodemplank. Na vier dagen besloot ik de situatie eens te gaan beoordelen en eventueel wat voer bij te geven. Via het onderste kijkraam zag ik inderdaad dat er nog weinig voer aanwezig was in het voerbakje. Achter het tweede kijkraam zaten echter zeer weinig bijen. Het probleem werd nog groter toen bleek dat achter het bovenste kijkraam alle bijen zich op en rond het apideakastje bevonden. De kast werd terug opengegooid en nu bleek dat het RVS gaas toch wat te stug was en het apideakastje niet goed omsloten had. Met een nieuw gaas werd het probleem opgelost. Nog eens drie weken later heb ik dit apideakastje verwijderd en toen bleek zelfs dat nog niet alle broed was uitgelopen. Dit broed ging dus ook nog eens verloren. Het apideakastje werd vervangen door een voerbakje, maar half augustus bleek toch al veel te laat om de bovenste broedkamer nog volledig uit te bouwen.

Ecokast

ecokast

Het zou me nu sterk verwonderen dat dit volk kan uitwinteren. Maar wie weet wat de winterse weergoden dit jaar weer in petto hebben? Maar als proef kon dit volk weer tellen en wat heeft ze me dit jaar geleerd?

1. De bijen uit een dubbel apideakastje zullen wel volstaan, maar dan zeker niet zo laat op het seizoen.

2. Verenigen met een krant kan ook in de ecokast.

3. Voeren kan ook langs onder.

4. Bij het overzetten in een lege kast gedurende enkele dagen een koninginnenrooster plaatsen voor het vlieggat geeft toch wel wat zekerheid tegen afzwermen van het volk. Ik voorzie eveneens een tweetal weken een 1:1 suikeroplossing voor het geval dat er te weinig dracht zou zijn.

5. RVS gaas als bovenafdekking is niet geschikt wegens te stug. De groene plastic variant is wellicht te snel kapot gebeten, maar de steviger grijze variant voldoet prima.

Ecokast 4

ecokast 4

Ecokast 4

Ecokast 4

De laatste honingafname bij mijn Kempische kasten doe ik traditiegetrouw op 21 juli. Wel voornamelijk omdat ik die dag vrij kan nemen. Sinds enkele jaren start ik mijn honingjaar met jonge volkjes van het jaar daarvoor. Na de honingoogst probeer ik dan de productievolken op te ruimen. Ze hebben in het late voorjaar al 1 of 2 jonge afleggers gegeven als nieuwe productievolken voor het volgende jaar. Als ik de productievolken dus niet meer nodig heb als reserve, kan ik er nog alle kanten mee uit alvorens ze in te winteren. Ik kan ze wegdoen of er iets mee uitproberen. Ik ging bijgevolg ook proberen om ze als compleet volk over te  zetten in een nieuwe ecokast einde juli. Alle ramen, dus niet alleen de honingramen, werden afgeveegd in een grote plastic kuip. Het volk werd gesproeid met oxaalzuur en overgegoten in een nieuwe ecokast met 2 kamers. Gedurende 2 weken zijn ze nog bijgevoederd. Dit volk is momenteel slechts iets zwaarder dan volken 2 en 3, maar het beginvolk was natuurlijk ook groter. En ik blijf erbij dat de maand augustus dit jaar niet heeft geholpen in een goede ontwikkeling. Maar het klimaat was voor alle ecokasten hetzelfde en dus kan er worden vergeleken. Hoe later op het jaar een ecokast wordt bevolkt, hoe groter het volk moet zijn. Einde juli met een gans productievolk beginnen, beschouw ik nu zelfs als een minimum.

De kast staat in de bijenhal op dezelfde plaats als haar voorganger uit de Kempen. Dit volk heeft dus zelfs haar vliegbijen niet verloren. Ze is broedloos gemaakt en behandeld tegen de varroamijt na de honingoogst. Dit is eigenlijk wat tegenwoordig zo wordt aanbevolen. Maar ook de oude kast en alle ramen zijn verwijderd. Het volk heeft zijn ganse wasvoorraad, voedervoorraad en zelfs stuifmeelvoorraad moeten inleveren. Wat sanitaire zuivering betreft, kan dit tellen natuurlijk.

Wat heeft dit volk me nu geleerd?

1. In vergelijking met de zwermen van kast 2 en 3, doet ze het zelfs lichtjes beter ondanks de 6 weken verschil. Maar het was wel een gans volk en geen half zoals een zwerm meestal is.

2. In vergelijking met kast 1 doet ze het prima. Ook dit was een compleet volk. Volk 4 heeft me dit jaar in haar Kempische kast nog wel honing opgeleverd. Volk 1 leverde wel de Kempische broedbak in het late voorjaar, maar ze was ook zeer dicht bij het leveren van een ecohoningbak. Hier durf ik voorlopig uit besluiten dat het beter zal zijn om begin april het ganse volk gewoon over te zetten in een ecokast. Hierdoor moeten ze bijna zeker , als ze op dezelfde locatie staan, een honingbak kunnen missen einde augustus. Niet meer laten uitgroeien naar onder door er een ramenkast op te zetten, maar ze na oxaalzuurbehandeling, in één keer over te zetten in een ecokast.

3. De behandeling met oxaalzuur begin april in vergelijking met de behandeling einde juli kan ook alleen maar voordelen opleveren. De mijten afdoden op het moment dat hun ontwikkeling op een hoogtepunt is, kan niet efficiënt zijn. Einde juli zijn er maximale hoeveelheden varroamijten in het volk en het bijenvolk op zich begint het dan al wat rustiger aan te doen. Als ik daarentegen de mijten afdood op het moment dat het bijenvolk explosief begint te groeien terwijl er nog niet veel mijten zijn moet het resultaat gewoon beter zijn. Laat ons veronderstellen dat na een oxaalzuurbesproeiing 90% van de mijten worden gedood. Dan blijft er dus 10% in leven. En hoe minder mijten er op het moment van de behandeling zijn in het volk, hoe minder er na de behandeling overblijven. Eender welke ziekte die men wil behandelen op een zo economisch en efficiënt mogelijke manier, dient men te behandelen in het beginstadium en niet pas op het hoogtepunt van de symptomen. Als men de hoeveelheden varroamijten uitzet op een grafiek over het ganse jaar zien we een duidelijk stijgende lijn. Vanaf het voorjaar steeds stijgend zolang de bijen broeden. Zetten we nu op dezelfde grafiek ook het aantal bijen uit, gaat deze lijn ook stijgen vanaf het voorjaar, maar we zien een daling vanaf hoogzomer, naar het lager aantal winterbijen toe. Deze dalende lijn van het aantal bijen en de nog steeds stijgende lijn van het aantal varroamijten, geeft op de grafiek een kruisteken. En dat kruis staat voor mij symbool van de dood. De dood van dat bijenvolk.