30 november 2014

Eindelijk gaat de winter beginnen. De bijen blijven nu al even binnen. Binnen een tiental dagen ga ik ze behandelen met oxaalzuur. Bij temperaturen onder 5 graden zitten ze mooi dicht op wintertros. Maar eerst doe ik nog een varroatelling op de bodemschuif. Ik vermoed namelijk dat er dit jaar nog veel varroa’s aanwezig zijn. Ik heb de voorbije jaren steeds behandeld in de tweede week van december en heb me dat nog nooit beklaagd. Het zou natuurlijk wel kunnen dat er dan nog wat broed aanwezig is, maar een parasiet dient men te behandelen in een vroeg stadium van de besmetting. Een resultaat van 90% afdoding is namelijk niet hetzelfde als er duizend mijten  in een volk zitten in plaats van slechts honderd. Daarbij geloof ik ook dat onze bijen langer doorbroeden als ze besmet zijn met varroa. En in dat geval rendeert het zeker niet om te wachten met een behandeling. Want dan worden ze misschien pas broedloos met Sint Juttemis. De mijten die in december worden vernietigd, zijn weg en daar gaat het me om. Een telling van de vrije mijtenval bij de uitwintering geeft me dan wel uitsluitsel of er nog iets moet gebeuren op dat moment. Want ook voor de voorjaarsdracht kan er nog worden ingegrepen en dat vergeet men wel eens. Wachten tot drie weken na de eerste vorst doe ik absoluut niet. Soms spreekt men trouwens niet van een beetje vorst, maar van een duidelijke vorstperiode van enkele dagen. En de laatste jaren waren er niet veel vriesdagen in november. Blijven wachten tot begin januari om te behandelen is zeker te laat. Want na de kortste dag kan de koningin al terug aan de leg gaan. Om dit koudeeffect te verbeteren, laat ik de varroabodem open tot Nieuwjaar. Op dat moment leg ik tevens de isolatie onder het dak om het begin van dit broednest beter te kunnen warm houden.

Dit weekend heb ik de gebruikte voerbakjes allemaal ontsmet en kunnen ze worden weggezet. Ook nog enkele apideakastjes staan hierop te wachten, net als de lege sirooptonnen. In de tweede helft van december kan ik dan beginnen met het gieten van waswafels. En voor de ecokasten had ik nog graag enkele bodems en daken gemaakt. Voor de Kempische kasten heb ik dit jaar geen extra onderdelen te maken.

Maar het wordt nu winter en dan werk ik natuurlijk ook nog aan de stand zelf. Momenteel ben ik bezig met het voorzien van een omheining. Als het perceel zodoende is afgesloten, kan ik wat hulp inschakelen voor het maaien van het gras. Het is de bedoeling om een kleine schaapskudde aan te schaffen.

schapenafsluiting

Een aantal bomen en struiken moeten dan nog wel van een gaasbescherming worden voorzien en de percelen voor phacelia en mosterd moeten ook worden omheind. De moestuin is al omheind en de gaasserre is ook klaar. In deze serre ga ik volgend jaar mijn kolen, erwten en bonen planten.

koolveldje

moestuin

De draadafsluiting is slechts 80 cm hoog om mijn andere vrienden niet volledig buiten te sluiten.

wildcamera

wildcamera

wildcamera

De paarden van mijn buurman worden dan weer wel tegengehouden. Blijkbaar vertrouwt hij op twee lintjes zonder elektriciteit om zijn dieren in de weide te houden. En de laatste weken hebben deze dieren van ettelijke honderden kilo’s serieuze putten gedraafd in mijn grasland. Dat is dan een nadeel van een nat weiland. Na een regenbui zak je er vrij diep in. Het grote voordeel van een natte wei is natuurlijk de enorme verscheidenheid aan plantengroei.