Ploegen phaceliaveld

Ploeg

mosterdveld

phaceliaveld geploegd

Het phaceliaveld is vandaag omgeploegd. In het najaar heeft hier mosterd gestaan en dit bevalt prima. De mosterdplanten hielden het perceel mooi zuiver, wortelden goed in de bodem en bevriezen compleet. Door het perceel simpel om te ploegen is het al bijna klaar. Volgende week frezen en inzaaien met phacelia. Voor het grote perceel van ca. 20 are maak ik binnen enkele weken een afspraak met een loonwerker. Dat wordt dan gefreesd waarna ik het in meerdere aparte percelen kan inzaaien. Ik ben van plan om de percelen dan in te zaaien met telkens één plant in plaats van een bloemenmengsel. Hierdoor is er geen concurentie tussen de verschillende zaden en kan ik ook goed controleren welke voor herhaling vatbaar zijn en welke het minder goed doen op die locatie. Ik ga proberen om de zaden van het Brandenburgermengsel apart aan te schaffen.

Morgen organiseren de Verenigde Taxanders hun jaarlijkse plantenruildag. Het is dit jaar niet het ideale tijdstip, maar ik heb toch wel enkele planten om te ruilen. De plantjes in de serre ga ik niet mishandelen en die blijven thuis. Maar ik heb toch wel wat zaailingen en wortelopslag kunnen bijeensprokkelen om te ruilen. Sering, hulst, laurierkers en Ribes sanguineus.

Wintereinde

Wellicht gaat de lange winter nu toch naar zijn einde. Vanmorgen waren 3 merelmannetjes zich in de tuin aan het uitsloven tegenover 2 vrouwtjes. Wat een kabaal! Tijdens hun vechtpartij, vlogen ze bijna frontaal op mij in. In de serre stonden gisteren nieuwe bloemen open: ijsbloemen.

ijsbloemen

Vermits het extra koud zou worden en de isolatie al is verwijderd, had ik een petroleumvuurtje bijgezet.

serre, verwarming

Het bleef zelfs 6 graden. De electrische verwarming is op deze manier zelfs niet nodig geweest. De tussengeschakelde termostaat hiervan staat ingesteld op 5 graden. De warmte van een verbrandingskachel geeft natuurlijk meer vochtigheid dan een electrisch vuurtje en dat zal wellicht de reden zijn van de ijsbloemen. Er is trouwens gisteren goed verlucht, want in de namiddag gingen bij een serretemperatuur van 28°C de dakvensters volledig open.

Aan de bijenstand waren dan weer de mezen aan het zingen. Aan bijna elk nestkastje zat een mannetje zijn mooiste ‘lied’ te zingen. Ook hier zal het dus snel gaan. Zelfs de narcissen gaan binnenkort open. Maar binnen 2 weken is het al Pasen en het zijn tenslotte ‘paasbloemen’. De wildcamera heeft de voorbije dagen weer enkele reetjes gefimd.

Het vrouwtje heeft blijkbaar een goed gevulde buik. Ik ben eens benieuwd of ze in de vroege zomer zich laat filmen met haar jongen.

Nieuwe winterprik

We zijn even terug gegooid naar de winter. Sneeuw en ijzige wind! Maar het positieve is dat het hierna alleen maar kan beteren. Sinds het weekend is er een troepje sijzen in de tuin beland. Ze doen zich continue tegoed aan de pindanoten. Dit zal hun een stevige boost geven om hierna verder te trekken naar het noorden. Mijn Mozambiquesijs in de volière vindt het enig en probeert het hoogste lied te voeren.

sijs

sijsjes

sijsjes

sijsjes

De bijen zitten terug op wintertros. Hopelijk raken ze niet niet ver verwijderd van de voederkrans en kunnen ze het broednest warm houden. Ze hebben in elk geval zeer veel stuifmeel kunnen halen de voorbije week. En volgende week is het vast weer beter.

Kasten, sneeuw, maart

Bloesems deze week

Deze week zijn de crocussen massaal open gegaan. Ook de azalea is b egonnen aan de bloei. 50% kans dat de bloesem afvriest elk jaar. Ik vrees dit jaar 100% als ik de weersvoorspellingen voor volgende week hoor. Aan de bijenstand heb ik ook de eerste bloem van het kleine hoefblad gevonden. De hazelaar is deze week ook begonnen met het vrijgeven van zijn stuifmeel.

crocussen

Azalea

Klein hoefblad

hazelaar stuifmeel

mul, bodemplaat

De bodemplaat van een kast en duidelijk is te zien dat ze over 11 straatjes actief zijn. Het broednest bevind zich normaal boven de bruine mul en de witte mul zijn suikerbrokjes uit de voederramen. Het geeft een idee van de grootte van een volk en samen met het gewicht van de kasten én de verandering van dat gewicht heb ik voorlopig voldoende informatie om de kasten nog gesloten te houden. Ik zie de bijen vliegen. Ze komen met water en stuifmeel terug. Ik zie de condensatie onder de plasticfolie en voel de warmte van het broednest . Ik hoor ze met een stetoscoop zachtjes zoemen. Ik volg het verloop van het kastgewicht wekelijks  en geef een pak apifonda als de tros tegen het plastic zit. Ze hebben dan immers geen voer meer boven zich. Met al deze gegevens heb ik momenteel genoeg informatie en voel nog niet de behoefte om het volk volledig door elkaar te halen. Binnen enkele weken vliegen we wel weer uit de startblokken.

Maart

 

Maart! De natuur laat zich nu niet meer stoppen. Net zoals onze bijenvolken. Weldra is de winterrust voorbij. Telkens de bijen op de vliegplank verschijnen, kan ik beginnen met de volken te vergelijken. Die ene kast vliegt wel en die andere niet. Of ze lijken veel zenuwachtiger. Op deze kasten zet ik dan een krijtmerk. Bij de latere voorjaarscontrole verdient zo’n volk iets meer aandacht. Is het volk moerloos, darrenbroedig of danig verzwakt door varroa, nosema of scheelt er iets anders. Door het deksel op te heffen, heb ik al condens gezien onder de plasticfolie wat duidt op de aanwezigheid van een broednest. Tijdens de mooie vliegdagen in maart zal ik nu ook snel stuifmeel zien binnendragen. Dit duidt eveneens op een mooi gezond volk met een fraai broednest. Het stuifmeel zal deze maand vooral komen van de wilgen. Eén wilgenboom per volk, op slechts enkele meters van de kast, zou natuurlijk ideaal zijn.

Het broednest dat nu snel groter wordt, heeft nog een andere behoefte dan stuifmeel: water. Het condenswater onder de plasticfolie volstaat nu wellicht niet meer om in de behoefte van het broedend volk te voorzien. Er komen dus ook meer en meer waterdraagsters zwaarbeladen terug naar de kast. België is weliswaar een nat land en behoefte aan een waterbron is er wellicht niet echt. Maar als de bijen op slechts enkele meters van de bijenstand een waterbron vinden, hoeven ze niet te verkleumen op een lange weg terug naar huis. Een bij op de terugweg die overvallen wordt door een plotse temperatuurdaling, bijvoorbeeld als de zon even achter de wolken verdwijnt, zou zo wel eens kunnen verloren gaan voor het volk. Misschien overdreven maar in het voorjaar mag de stuifmeelbron en het water toch niet te ver van de kast verwijderd zijn. En een waterplaats naast de stand is snel voorzien. Wel er goed zorg voor dragen dat de waterplaats niet voortdurend wordt overvlogen door zich ontlastende bijen. Een besmettingshaard voor nosema kunnen we missen. Dus liever naast dan onder de voornaamste vliegroutes plaatsen. Door de plasticfolie heb ik de vorige maand natuurlijk al veel gezien, maar in maart, met temperaturen boven 15°C, kan ik wel een betere controle doen. Bij het oplichten van de folie zullen de bijen zeer snel met de kopjes naast elkaar de straatjes opvullen. Het lijkt alsof ze me dan beschuldigend aankijken voor deze verstoring, maar het is slechts hun manier om het broednest van de plotse koude te vrijwaren. Ze sluiten de straatjes zo af om de warmte binnen te houden. Om dit broednest warm te houden, gebruiken de bijen nog een andere manier. In een broednest bevinden zich namelijk ook lege cellen en in deze lege cellen kan een bij zich nestelen om met haar hevig trillend achterlijf warmte te produceren. Op deze manier kan slechts één bij, door de specifieke raatstructuur, de zes omliggende larven van de benodigde warmte voorzien.

Bij de voorjaarscontrole ga ik de zo benodigde warmte dan ook niet teveel laten verloren gaan. Ik werk vooral snel en let op het nog aanwezige voer en gluur even of ik normaal verzegelde broedcellen zie. Ik neem bij deze eerste controle nog geen voer weg en geef ook nog geen extra ruimte. Pas tegen het einde van de maand gaan ze naar een goed gevulde broedbak. Ik reis niet naar het fruit en hoef ze dus niet te forceren. Ik laat elk volk aan hun eigen tempo groeien. Naast de controle van het voer en verzegeld broed, bekijk ik ook de bodems. Als er nog zeer veel dode bijen op de bodem liggen, krijgen dit volk een opmerking hierover met krijt op de kast. Het poetsgedrag van dit volk is dan niet voldoende en dit volk wordt uitgesloten van de latere selectie. Dit volk krijgt dan wel een nieuwe bodem. Normaal moet het volk de bodem zelf proper kunnen houden. De bodems worden bij mij niet systematisch vervangen in het voorjaar. In het tweede voorjaar na de opzet van het volk, krijgen ze namelijk allemaal een nieuwe bodem, samen met een nieuwe broedbak. Dit is echter werk voor begin april. Selectie van de volken gebeurt op basis van de kastkaarten. Deze maand beginnen we voor elk volk een nieuwe kaart. Na een controle wordt deze kastkaart dan ingevuld, maar met een krijtje noteer ik wel alle relevante info telkens dadelijk op de kast om bij de volgende controle dadelijk attent te zijn op het probleem met dat volk.

 

Opruimen serre

Citrusplanten, serre

slaplantjes, serre

Vandaag heb ik de isolatiefolie van de serre verwijderd. De plantjes kunnen dan maximaal profiteren van het zonlicht dat nu dagelijks in grotere hoeveelheden beschikbaar komt. De verwarming moet nu alleen ook volstaan om de nachtvorst buiten te houden. En om teveel warmte tijdens de dag te voorkomen, heb ik alvast de raamopeners terug geplaatst. Naast de gekochte slaplantjes heb ik vandaag ook wat spinazie, koolrabi, snijsla en tuinkers gezaaid. Kortom de planten die vanaf februari onder glas kunnen worden gezaaid.

Voor het grotere werk heb ik de frees een onderhoudsbeurt gegeven. Zodra ik wat meer tijd heb, kan ik dan het mosterdveld alvast omploegen. Naast de bijenhal heb ik het winterzeil van het zwembad vastgepind. Hierdoor zou de begroeiing moeten doodgaan en kan ik dit einde van de maand frezen om een moestuintje aan te leggen.

De bijen vlogen deze namiddag zeer schuchter wat naar buiten. Ik zag zelfs twee darren op de stand. In feite had ik ze eerst gehoord. Hun luide verontwaardige brom deed me even opkijken en ja hoor. Ik zag er een naar buiten komen, maar toen hij dadelijk terug naar binnen wou, werd hem dit belet door de andere bijen. Aan een andere kast zag ik hetzelfde, doch deze kon zich door zijn grotere gestalte wel terug naar binnen wrikken.

Opruimen serre

serre, sneeuwGisteren ben ik begonnen met de opruiming van de serre. Vorig jaar heb ik rond deze tijd de isolatie verwijderd, maar dit is nu duidelijk nog te vroeg. Wel heb ik de bloempotjes op de rekken gezet en de vrijgekomen bodem licht omgezet en bedekt met de versgevallen sneeuw. Deze sneeuw moet voldoende vocht in de bodem brengen om de opgestapelde zouten uit te spoelen. Verder deze week kan ik dan nog wat compost onderwerken en de eerste slaplantjes zetten van het seizoen. In het tuincentrum is al wat keuze, heb ik vorige week gezien. Dit jaar zal ik niet zo veel zaaien. Jonge plantjes aanschaffen geeft duidelijke tijdswinst en ik kan hierdoor het aantal te oogsten groenten veel beter regelen. Alleen de kippen hadden vorig jaar voordeel bij het oogsten van meerdere kroppen sla in een week. Ook de tomatenplanten ga ik niet meer in 1 keer planten maar elke 14 dagen een nieuwe plant. Dit zou het plukseizoen ook meer moeten spreiden.

Bijvoeren bijenvolk

Vandaag heb ik de 5lichtste kasten een pak apifonda opgelegd. En volgende week als we de kasten weer wegen, leggen we misschien op een andere kast ook een pak op. Volgens de mul op de bodemplaat wordt het broednest nu snel groter en er is voor de bijen de eerste weken nog niks te halen. Het gewicht van de kasten kan zo snel dalen en ik zou op dit moment niet graag een volk verliezen door honger.

Nestkastjes ophangen

Vandaag heb ik de nieuwe nestkastjes opgehangen aan de bijenstand. De meesjes kunnen ze nu aan een kritisch onderzoek onderwerpen. Hopelijk worden ze ook weer allemaal bewoond, zoals de vorige vijf.  De vlieggaten heb ik gemaakt op 27mm voor pimpelmezen. De vorige waren op  30 mm gemaakt voor koolmezen. Moest het nuttig zijn, kan ik de gaten altijd nog groter maken.

Nestkast pimpelmees

Drie acacia’s die ik vorig voorjaar heb geplant, heb ik even op een andere plaats gezet. Ze stonden iets te dicht bij de knotwilgen en dat zou binnen enkele jaren alleen maar problemen geven. Overal beginnen de planten nu tot leven te komen. De jonge hazelaarstruiken staan vol botten, de narcissen steken hun neus al boven het gras en zelfs de hemelsleutels zijn al zichtbaar. De 50 hibiscusstekken die ik vorig jaar heb geplant, waren op 2 na allemaal verdwenen. Maar momenteel zijn ze allemaal goed zichtbaar. De ondergrondse groei van het wortelstelsel is blijkbaar toch doorgezet. Ik heb bij elke plant die haar neus laat zien, nu toch maar een stok gezet. Tussen het lange gras is er anders in de zomer niet veel van te vinden. En met de zeis zou ik ze dan wel eens kunnen kortwieken. Ik ben wel van plan om het ganse jaar foto’s te nemen van de bloeiende planten en die wekelijks te uploaden. Ik heb van de aanwezige planten ondertussen ook een powerpointvoorstelling gemaakt. Elke dia krijgt een foto van de bloeiende plant en ze worden chronologish naar bloei gerangschikt. Net zoals het fotoalbum op deze blog.