Benzo gaat in alle vroegte de diertjes helpen voederen.
Benzo gaat in alle vroegte de diertjes helpen voederen.

Gisteren een aantal flessen mede gebotteld. De nieuwe vergistingsflessen blijken zeer gemakkelijk te werken. Gedaan met dat sifongeklieder. Simpelweg de fles onder de kraan en vullen. Ik heb natuurlijk wel deze mede al tweemaal eerder overgeheveld waardoor er nu praktisch geen bezinksel meer aanwezig is. De vergistingsfles van 25 liter staat ook al enkele weken op een taboeretje om dit weinige bezinksel niet te verstoren. Het waterslot wordt verwijderd, een zuivere handdoek op de opening gelegd en zonder veel zuurstofbijmenging kunnen de flessen simpel worden gevuld en dadelijk gesloten met een schroefdop. Ik heb slechts 1 vergistingsvat gebotteld daar men mede beter kan bewaren in grotere vaten. Deze mede had een alcoholpercentage van 16vol% en is nog vrij zoet. Een beetje verraderlijk dus.


Het bos is oud en vele bomen leggen het loodje.

Verboden toegang in deze weide…

Als je dan deze zwammen ziet aan de basis van een boomstam…

En een tonderzwam iets hoger, zie je dat de boom stervende is…

of al dood.

De aardappelbovisten stonden nog mooi te glanzen…

En als ze openbarsten geven ze hun sporen massaal vrij aan de wind. Maar niet elke zwam is een windbestuiver. Er zijn zelfs insectenbestuivers. Je vindt ze met je neus…

De grote stinkzwam of Phallus impudicus. De groene slijmlaag bevat de sporen en trekt met zijn geur vliegen aan die voor de verspreiding zorgen.

De Asdonkhoeve

Ooit was dit een hoeve, 40 jaar geleden nog een stal.

De kapel aan de bolhoeve.

Er zijn zeer veel paarden in deze natte weilanden, maar ze zijn natuurlijk niet alleen…

Eindelijk gaat de winter beginnen. De bijen blijven nu al even binnen. Binnen een tiental dagen ga ik ze behandelen met oxaalzuur. Bij temperaturen onder 5 graden zitten ze mooi dicht op wintertros. Maar eerst doe ik nog een varroatelling op de bodemschuif. Ik vermoed namelijk dat er dit jaar nog veel varroa’s aanwezig zijn. Ik heb de voorbije jaren steeds behandeld in de tweede week van december en heb me dat nog nooit beklaagd. Het zou natuurlijk wel kunnen dat er dan nog wat broed aanwezig is, maar een parasiet dient men te behandelen in een vroeg stadium van de besmetting. Een resultaat van 90% afdoding is namelijk niet hetzelfde als er duizend mijten in een volk zitten in plaats van slechts honderd. Daarbij geloof ik ook dat onze bijen langer doorbroeden als ze besmet zijn met varroa. En in dat geval rendeert het zeker niet om te wachten met een behandeling. Want dan worden ze misschien pas broedloos met Sint Juttemis. De mijten die in december worden vernietigd, zijn weg en daar gaat het me om. Een telling van de vrije mijtenval bij de uitwintering geeft me dan wel uitsluitsel of er nog iets moet gebeuren op dat moment. Want ook voor de voorjaarsdracht kan er nog worden ingegrepen en dat vergeet men wel eens. Wachten tot drie weken na de eerste vorst doe ik absoluut niet. Soms spreekt men trouwens niet van een beetje vorst, maar van een duidelijke vorstperiode van enkele dagen. En de laatste jaren waren er niet veel vriesdagen in november. Blijven wachten tot begin januari om te behandelen is zeker te laat. Want na de kortste dag kan de koningin al terug aan de leg gaan. Om dit koudeeffect te verbeteren, laat ik de varroabodem open tot Nieuwjaar. Op dat moment leg ik tevens de isolatie onder het dak om het begin van dit broednest beter te kunnen warm houden.
Dit weekend heb ik de gebruikte voerbakjes allemaal ontsmet en kunnen ze worden weggezet. Ook nog enkele apideakastjes staan hierop te wachten, net als de lege sirooptonnen. In de tweede helft van december kan ik dan beginnen met het gieten van waswafels. En voor de ecokasten had ik nog graag enkele bodems en daken gemaakt. Voor de Kempische kasten heb ik dit jaar geen extra onderdelen te maken.
Maar het wordt nu winter en dan werk ik natuurlijk ook nog aan de stand zelf. Momenteel ben ik bezig met het voorzien van een omheining. Als het perceel zodoende is afgesloten, kan ik wat hulp inschakelen voor het maaien van het gras. Het is de bedoeling om een kleine schaapskudde aan te schaffen.

Een aantal bomen en struiken moeten dan nog wel van een gaasbescherming worden voorzien en de percelen voor phacelia en mosterd moeten ook worden omheind. De moestuin is al omheind en de gaasserre is ook klaar. In deze serre ga ik volgend jaar mijn kolen, erwten en bonen planten.


De draadafsluiting is slechts 80 cm hoog om mijn andere vrienden niet volledig buiten te sluiten.



De paarden van mijn buurman worden dan weer wel tegengehouden. Blijkbaar vertrouwt hij op twee lintjes zonder elektriciteit om zijn dieren in de weide te houden. En de laatste weken hebben deze dieren van ettelijke honderden kilo’s serieuze putten gedraafd in mijn grasland. Dat is dan een nadeel van een nat weiland. Na een regenbui zak je er vrij diep in. Het grote voordeel van een natte wei is natuurlijk de enorme verscheidenheid aan plantengroei.
Deze voormiddag de rabarberplant opgezocht die wat ongelukkig stond. November is nog prima om de wortelstok te verdelen en te herplaatsen. Ik heb de kluit voor de helft opgegraven en elders geplant.

De nestkastjes zijn ondertussen uit de volières verwijderd en zuiver gemaakt. De serre dient weer maar eens als winterberging.

De voorbije week ben ik gestart met het knotten van de wilgen. De wilgentenen gebruik ik dan weer om een levende perceelsafsluiting te creëren.


In het nieuwste novembernummer van Landleven zag ik deze week een handig laarzenrek. Zulke magazines geven wel vaker artikels over het zelf maken van leuke dingen. Maar er staan ook zeer veel advertenties in, met foto’s, voor zaken waarvan ik dan denk dat die best zelf zijn te maken. Het idee voor dit rek vond ik zo goed dat ik het vandaag heb gemaakt. Ik gebruikte drie eiken parketplanken van 2 cm dikte. Voor de draagstokken heb ik nog een grenen stok gevonden. Het geheel heb ik duchtig ingewreven met een mengsel van was, propolis en terpentijn. Een home-made boenwas als het ware.










Eergisteren ben ik dan begonnen aan de medeproduktie van dit jaar. Alle materiaal dient op voorhand degelijk te worden ontsmet.

De mostvaten staan klaar en de roerder.


De overrijpe bananen worden gekookt en na uitpersing wordt het kookvocht bij de most gevoegd. Dit is zo ongeveer het enige fruit dat na koken geen smaak overbrengt. Het geeft wel de nodige ‘body’ aan de mede.
De honing die ik gebruik is afkomstig uit de zonnewassmelter. Alle oude ramen die gedurende het jaar met de zonnewassmelter worden gesmolten, geven naast de was ook nog een deel ‘honing’ vrij. Het is natuurlijk geen echte honing volgens de letter van de wet, maar het is ook een oplossing van allerlei soorten suikers, nectar, propolis, stuifmeel en was. Zelfs het vochtgehalte is 17.5%.

Ik vind de mede die ik hiervan al enkele jaren produceer zeer lekker. Dit jaar koos ik weer voor een halfdroge mede.
De honing en de andere benodigdheden
worden toegevoegd na zorgvuldig af te wegen.

De most dient nu gedurende 10 uur te worden gesulfiteerd vermits ik de honing niet kook. Hierdoor zou er te veel smaak verloren gaan. Het sulfiet zorgt er wel voor dat de eigen wilde gisten uit de most worden vernietigd. Na deze 10 uur voeg ik enzymes zoals amylase en pectinase toe om de restbestanddelen verder af te breken om deze ook te kunnen vergisten. Deze enzymes werken gedurende 4 uur in op de most en dan wordt de most gefilterd en goed van zuurstof voorzien tijdens het overgieten in de vergistingsvaten.

De flessen worden geënt met de gist en op een warme plaats gezet, liefst 20-25°C.


De kleine fles moet dienen om de twee grotere te kunnen bijvullen na de eerste overheveling.
Vandaag de spinazie in de vriezer gestopt en op de vrijgekomen plaats krulkolen geplant. Hoewel het moestuintje slechts 24 m² groot is, hebben we er toch al heel wat kunnen oogsten.
Een ander succes dit jaar is de Loganbes en de Japanse Wijnbes. Ik heb ze aan de twee kanten van een oude rozenboog geplant en dit jaar is de oogst enorm.
Het zijn beide framboos of braamachtigen. De Japanse wijnbes heeft enorm veel kleine stekels en de Loganbes is stekelloos.
Voor de bijen is er nu volop dracht in het phacelia- en in het mosterdveldje.
De ecokast in onze tuin is nu begonnen aan de uitbouw van de derde bak. In de bovenste bak zit de nectar al tot tegen de ruitjes opgestapeld terwijl in de tweede bak het verzegeld broed mooi zichtbaar is. In principe zou de bovenste bak kunnen worden geoogst in augustus, waarna het volk overwinterd op twee bakken met hun eigen honingreserves.
Zodra de cellen tegen het ruitje worden verzegeld, zou de ganse bak moeten verzegeld zijn. De bijen beginnen namelijk tegen de voorkant met het stockeren van hun nectar. In een ecokast wordt slechts de overmaat aan honing geoogst en mogen de bijen voldoende behouden om zelf de winter door te komen. Er moet op dat moment dus ook verzegeld broed aanwezig zijn in de onderste bak en een deel verzegeld voer boven in de middelste bak. Dan kan de bovenste worden geoogst. Vermoedelijk is het niet elk jaar mogelijk om een bak honing te oogsten van een bijenvolk in een ecokast. Maar het gaat bij het ecologisch imkeren eerder om het behoud van de honingbij dan om de honingproductie.
Gisteren heb ik de apideakastjes nagekeken en reeds 6 van de 10 hebben nu een leggende koningin. Eén was nog te vroeg, twee hadden nog geen eitjes en één had geen koningin. Dat laatste kastje heb ik dan maar leeggeschud.
Tegen de avond heb ik dan de hagen iets bijgesnoeid. Met de generator in de wagen kon ik met de haagschaar de overhangende takken van de meidoorn, de platte wilg en de acacia’s vlot inkorten.

Vandaag heb ik dan een bezoek gebracht aan Brouwland tijdens hun open deur. Enkele nieuwe dame-Jannes gekocht voor de mede en alle andere benodigdheden. Ook een fruitpers in inox stond in aanbieding. Ze zou bruikbaar moeten zijn om de raten van een ecokast te kunnen oogsten.
En in de namiddag was het voor de eerste keer ‘groot’vaderdag.
