November wintermaand?

Alhoewel de temperaturen het niet laten vermoeden, is het jaareinde toch in zicht. Donkere dagen vol gezelligheid. En daar hoort een kaarsje bij. Daarom ben ik alvast begonnen met het gieten van enkele kaarsen.Een deel ervan zal ik te koop aanbieden op de adventsmarkt te Schoot-Tessenderlo. Deze gaat door op 30 november in het parochiecentrum De Kriekel. Natuurlijk bied ik daar ook mijn honing aan. Voor de kaarsen heb ik me vorig jaar al enkele vormpjes aangeschaft. Geen te grote want echte bijenwaskaarsen worden anders veel te duur om te koop aan te bieden. Maar de onvervalste geur van echte bijenwas is niet te evenaren.

De wassmeltketel heeft twee uitloopkranen op verschillende hoogte. De was drijft namelijk op water om te smelten en als alles is gesmolten, open ik de onderste kraan. Zodra hier de eerste was met onzuiverheden verschijnt, sluit ik de kraan en kan ik uit de bovenste kraan de meest zuivere was laten stromen.
Ik vul de bak eerst met was en giet dan water bij tot boven de bovenste kraan.
De zuivere was laat ik rechtstreeks in de klaargemaakte vorm stromen.
Een klein uurtje en de vormpjes zijn gevuld.
De volgende dag kunnen ze worden ontvormd.

In de tuin gaan de eerste winterwerkjes ook van start ondertussen. De fruitbomen dienen nog te worden gesnoeid, maar allereerst voorzie ik elk leeg groentebed van een laag ‘compost’ en bedek alles met grote stukken karton. Op die manier kan ik begin volgend jaar de bedden zeer snel klaarmaken voor de nieuwe groenten.

De ‘compost’ is een mengsel van aarde uit het kippenhok en konijnenmest. Vermits de kippen het ganse jaar bijgevoerd worden met alle lekkers uit de keuken en ze hun ren ook voortdurend bemesten is deze aarde zeer voedingsrijk. En konijnenmest heb ik altijd als zeer goed ervaren voor gulzige groenten.
Een afdekking met karton belet elke groei van onkruid.

Upgrade wespenval

Tweede helft juli en we worden al overspoeld door wespen op het terras. Naar het voorbeeld van de kleine wespenvalletjes die zeer effectief zijn,

Had ik besloten om een groter exemplaar te maken om achter in de tuin te hangen. Op basis van de 10 liter siroopbussen en met een paar bijendrijvers zou dit moeten lukken.

Het resultaat is zo goed dat ik besloot om hierop verder te gaan. De trechtertjes moeten worden gekocht en er is al genoeg afval te vinden. Daarom heb ik het geprobeerd met het boveneinde van een klein frisdrankflesje. Een gat in de zijkant van de bidon en met een lijmpistool zat het dadelijk als gegoten. Ook dit resultaat overtreft weer alle verwachtingen.

Maar de opening van het flesje laat soms nog een wesp ontsnappen. Terug naar de tekentafel dus. De dop liet ik nu op het flesje en boorde er een gaatje in van 8mm. Juist genoeg voor de wespen en zelfs de Aziatische hoornaar. Maar vermits de opening nu misschien te klein is om de zoete lokgeur te verspreiden, heb ik met een verhit mes enkele sleuven in de flessenhals aangebracht.

Kostprijs is nu verwaarloosbaar. Alleen de lokstof heeft een kostprijs. Maar een blikje bier en wat fruitsap mag de pret niet drukken. Dit is slechts eenmalig want bijvullen tijdens het zomerseizoen kan trouwens via de grote vuldop bovenaan met allerlei drankrestjes en zelfs stukjes rottend fruit.

Knotwilgen

Bij de bijen is het nu even rustig maar de planten vragen wel wat aandacht. Voor de fruitbomensnoei is het nog wat te vroeg maar voor de knotwilgen is het ideale moment aangebroken. Ik heb 15 jaar geleden de bijenstand bijna volledig omgeven met knotwilgen. Ongeveer 250 stuks. Jaarlijks knot ik daar een deel van. Ongeveer een vierde, waardoor de bijen steeds voldoende bloesem overhouden en ik ook voldoende brandhout verkrijg. De gesnoeide takken tot ongeveer 5 cm dikte worden verhakseld en de dikkere worden verzaagd tot brandhout.

Na vijftien jaar is mijn conditie echter niet meer wat ze was en bijgevolg heb ik besloten om de knotwilgen geleidelijk korter te maken. Vorig jaar heb ik zodoende al een vijftigtal ingekort op 120 cm en ook dit jaar worden de te knotten wilgen ingekort op diezelfde hoogte. Zodoende is het op latere leeftijd ook eenvoudiger knotten.

De vroegste wilgenkatjes duiken op rond half maart en die zijn van de platte wilg. Ook hier heb ik meerdere exemplaren van staan. Later volgen dan de boswilgen, de krulwilgen en de knotwilgen. De doorbloeiende wilg bloeit zelfs nog in september. Al deze soorten staan dicht bij elkaar en er bestaan al zoveel kruisingen maar mijn bedoeling is ook alleen maar nectar aan te bieden voor het ganse jaar.

De platte wilgen heb ik aangeplant als haag. Een haag laat namelijk toe om meer bomen dicht op elkaar aan te planten. Dat is ook zo gedaan voor de amelanchiers, de sleepruimen, de meidoorns en de hazelaars.

Echte bomen zoals de kastanjes, acacia’s, lindes, sporkehout, valse christusdoorn, Spaanse aak en walnoten staan natuurlijk met wat tussenruimte. Maar door ze op rijen te plaatsen is er toch een zee van ruimte op het perceel van 60 aren. Er is zelfs plaats voor een schapenweide, een moestuin, een boomgaard en een bessentuin.

Bloesem voor de bijen

November. Gedaan met de arbeid aan onze bijenvolken. Afblijven is nu het motto. Als er iets loos is, hadden we dat al moeten opgelost hebben. De winterbehandeling doen we normaal pas als de volken broedloos zijn. Na een paar dagen grondvorst kan dat drie weken later zo zijn. Vandaag en gisteren heeft het hier aan de grond gevroren en dus pas eind deze maand zijn de volken enkele weken broedloos en rond kerstmis begint de koningin vaak al terug te leggen. In december besteed ik dus terug wat aandacht aan de bijen.

Maar nu begint wel de plantperiode. Het moment om enkele nieuwe bomen aan te planten. Bij Natuurpunt heb ik alvast enkele exemplaren besteld. Vijf wilde ligusters, vijf inlandse vogelkersen, tien sporken en vijf veldesdoorns. Van de gemeente krijg ik tevens, in samenwerking met Natuurpunt, een gladde iep, een gele kornoelje en een zomerlinde. Deze bomen kunnen worden gekozen uit een uitgebreide lijst. Elk jaar probeer ik zo een aantal bomen aan te planten. Maar ik heb dan ook de beschikking over een groot perceel. Stilaan raakt dit volledig bebost met bijenvriendelijke bomen. Ook een boomgaard maakt deel uit van dit bos in wording. Zo heb ik vandaag ook nog tien kersen en tien appelaars aangekocht. Deze fruitbomen zijn laagstammen en ik zet ze maar vier meter van elkaar. De boomspiegel van een fruitboom is best niet begroeid maar is slechts een vierkante meter groot. En de duizenden bloempjes op één kerselaar staan dus wel op die ene vierkante meter. Zeg nu zelf: daar kan je nooit zoveel crocussen op kwijt. Zelfs geen phacelia. En elke bloemsoort bloeit toch maar even. Daarom heb ik ook vijf soorten kers en vijf soorten appel gezet. Ik spreid op die manier het nectaraanbod over meerdere weken.

Tevens probeer ik ook altijd geïnteresseerden te overtuigen om een fruitboom aan te planten. Zelfs in de kleinste tuin kan men een appel kwijt. Er bestaan zelfs appelaars in pot om op het terras te zetten. Vervang uw spar door een fruitboom. Vervang uw conifeerhaag door een fruithaag. Kan die haag niet breed uitgroeien in uw tuin, ga dan voor een spalier, waaier of snoer. Je kan zo een zeer smalle rij fruitbomen aanplanten. En snoeien van fruit is heus niet moeilijker dan hagensnoei. Een kleine boomgaard produceert zelfs minder vaak op een jaar groenafval dan een saai gazon. Vervang toch uw grasmaaier door een snoeischaar. 😁

Haardhout

Vandaag ben ik begonnen met het verwerken van het wilgenhout. Alle takken eerst op maat gezaagd en daarna begonnen met ze te klieven. Door het klieven drogen de stammetjes beter en stapelen ze ook steviger. Dit is echter een werkje dat iets langer duurt en ik ben er nog wel enkele dagen mee bezig.

Wintersport

Mijn tiendaagse wintersportvakantie zit er weer op. De dikste knotwilgen zijn weer geknot en de afwateringsgracht op de perceelsgrens is weer open gemaakt. Ook dit is een jaarlijks terugkerend event.

De schapen zijn dit weekend ook weer weggehaald bij de bok. Van 25 maart tot 25 mei kunnen dan de lammeren worden geboren.

Maar ook een winterwandeling staat dan regelmatig op het programma. Op nieuwjaarsdag bijvoorbeeld op de heide in Averbode.

18 oktober 2021

Nog steeds vliegen de bijen volop. In de vroege namiddag als ik naar de bijenstand fiets, is er steeds veel activiteit aan de vliegopening van de kasten. En er komen nog steeds bijen thuis met dikke gele proppen stuifmeel.

Mijn eigen veldje phacelia dat ik nog in augustus had ingezaaid, zal vermoedelijk geen bloei meer geven. Ik zie nog geen bloemknoppen terwijl de planten wel volledig zijn uitgegroeid. Het veld zal dus alleen een goede groenbemesting hebben gekregen.

Vorige week heb ik de laatste knotwilgtakken op maat gezaagd. Deze takken zijn in de schapenweide blijven liggen waar de schapen de meeste bast hebben afgeknaagd.

Nog een paar maand en we kunnen weer gaan knotten. Ik probeer wel elk jaar slechts een vierde van de wilgen te knotten. Er blijft dan nog genoeg bloei voor de bijen en de geknotte takken zijn dan ook dik genoeg voor de houtkachel.

Nieuwe kasten

Deze keer niet over bijenkasten, maar een berichtje over nestkastjes. Vermits ik nog wat cederhout op overschot had en vele kastjes versleten waren, heb ik enkele nieuwe gemaakt.

Mezenkastje in multiplex is op het einde van zijn loopbaan.
Boomkleverkastje is bewerkt door een specht.
Nieuw mezenkastje in red cedar.
Nieuw boomkleverkastje in red cedar. Het mezenkastje op de achtergrond was nog degelijk.
Vermits de bosuilkast ook was uiteengevallen heb ik deze cederhouten kast gehangen. Deze is wel aangekocht.
Tegelijkertijd heb ik ook een kast aangeschaft voor een eventuele steenuil.

De meeste van de tientallen kastjes worden bewoond door meesjes, maar de boomklever had het zijne in gebruik en ook de roodborstjes gebruikten hun kastje. De bosuil is dit jaar niet teruggekeerd maar de kast was al beschadigd aan het dak. Daarom nu een nieuwe.

Het roodborstkastje.

Ik zie tegenwoordig ook eekhoorntjes. Waarschijnlijk komen ze af op de tientallen hazelaars die ik heb aangeplant. Daarom maak ik deze week ook nog een kastje voor deze rode noteneters.

Maar naast vogels verschaf ik ook nestgelegenheid aan andere insecten dan bijen. Maar zelfs een merel gebruikt jaarlijks dit insectenhotel. Een echte all-in dus.
De Warrekast is voor mij ook een insectenhotel. De zwerm die er vorig jaar introk, had dit jaar wel nood aan uitbreiding. En achter de deurtjes van de kijkglazen woont een mierenkolonie. Vorige week werd de ingang nog verkend door een doodshoofdvlinder. Spijtig genoeg sloeg hij op de vlucht toen ik hem wou fotograferen.

Recept mede

Om het voor iedereen duidelijk te maken, geef ik hieronder mijn mede-recept.

Twintig potten gegiste honing van 500g opwarmen in ca. 8 liter water gedurende 40 minuten bij 70 ° C. Dit wordt de most die we gaan vergisten tot een alcoholisch drankje. Ik kook ook 8 rijpe (met zwarte schil) bananen in twee liter water en zeef ze door een neteldoek. Het kookwater gaat dan bij de most. Ik voeg toe: 37,5 g citroenzuur, 25 g tannoblanc ( tannine voor witte wijn), 15 g voedingszout en vijf kruidnagels. Ik laat dit gedurende 10 uur afkoelen en voeg dan de enzymen toe: 7 ml amylase en 2 koffielepels zymex. Twaalf uur later zeef ik de most door een neteldoek in de gistingsfles en vul deze verder af tot 23 liter. De gist die ik op dat moment toevoeg, is Wyeast drymead. Het soortelijk gewicht was in dit voorbeeld hoger dan 1150 en een maand later was dit nog 1050. Ik heb dan overgeheveld in een nieuwe gistingsfles en deze is blijven staan tot ik zin had om te bottelen.

Alle producten heb ik aangeschaft bij Brouwland. Ze hebben allemaal een reden om in de vergisting te gebruiken. Het waarom vraagt een ganse cursus wijn maken. Ik geef alleen maar mee dat bananen en vijgen het enige fruit zijn dat geen smaak geeft aan de mede. Het levert wonderlijk genoeg alleen maar body aan het eindresultaat. En vermits ingevoerde vijgen enorm zijn bespoten om gisting, rotting dus, te voorkomen, gebruik ik bananen die ik ruim een week op voorhand al koop. Ze zijn dan gans zwart maar extreem zoet. Ik begin wel steeds met oude honing, gegiste honing of zelfs uitgesmolten overtollige voerramen. De suikers die hier in zitten, worden vergist tot alcohol en de smaak van de mede komt uit alle andere bestanddelen van de honing. Ik vul dan eventueel aan met andere honing en streef daarbij naar een soortelijk gewicht van 1150.

Mede bottelen

Vandaag heb ik de mede gebotteld die ik in augustus 2017 heb opgestart. Drieëntwintig liter. Deze mede had ik een maand later overgeheveld in een nieuwe gistingsfles en tot vandaag heeft hij dus op mijn kamer gestaan. De bubbels, nog heel af en toe, hoorde ik al niet meer sinds vorige zomer. Maar pas nu had ik voldoende flessen soldaat gemaakt die ik terug kon vullen. Alleen al de kleur is om lyrisch van te worden. En de honing waar ik mee ben begonnen? Dat waren 20 potten gistende en geschifte honing… Als dat geen verregaande recyclage is!