Plantenruildag Verenigde Taxanders Tessenderlo

De ruildag is weer een succes geweest. Voor de allereerste keer ging deze dag door aan het verenigingslokaal bij de windmolen in Tessenderlo. De meeste bezeoekers vonden de lokatie ook veel leuker. En we hadden geluk met het weer. De ganse namiddag is het droog gebleven. Ik heb weer enkele nieuwe aanwinsten op de kop getikt die we zo snel mogelijk gaan planten. Er waren ook zaden te koop zoals het Brandenbeurger en Thubingermengsel en losse zaden van bladrammenas, phacela, koolzaad en mosterd. Ook hiervan heb ik wat aangeschaft.

Vanavond heb ik de waswafels voor mijn 2 segenbergerbakken ingesmolten. In het weekeinde kunnen de segenbergers dan een honingbak krijgen. De kempische ramen dien ik nog in te smelten, maar het Paasweekeinde zal wellicht tijd genoeg zijn om ze hun honingzolder te geven.

Vandaag ook weer enkele bloempjes van het kleine hoefblad gevonden. klein hoefbladZe stonden pal in de afwateringsgracht. Als ze zijn uitgebloeid toch een stukje verplanten naar een plekje waar ze minder worden verstoord.

Ploegen phaceliaveld

Ploeg

mosterdveld

phaceliaveld geploegd

Het phaceliaveld is vandaag omgeploegd. In het najaar heeft hier mosterd gestaan en dit bevalt prima. De mosterdplanten hielden het perceel mooi zuiver, wortelden goed in de bodem en bevriezen compleet. Door het perceel simpel om te ploegen is het al bijna klaar. Volgende week frezen en inzaaien met phacelia. Voor het grote perceel van ca. 20 are maak ik binnen enkele weken een afspraak met een loonwerker. Dat wordt dan gefreesd waarna ik het in meerdere aparte percelen kan inzaaien. Ik ben van plan om de percelen dan in te zaaien met telkens één plant in plaats van een bloemenmengsel. Hierdoor is er geen concurentie tussen de verschillende zaden en kan ik ook goed controleren welke voor herhaling vatbaar zijn en welke het minder goed doen op die locatie. Ik ga proberen om de zaden van het Brandenburgermengsel apart aan te schaffen.

Morgen organiseren de Verenigde Taxanders hun jaarlijkse plantenruildag. Het is dit jaar niet het ideale tijdstip, maar ik heb toch wel enkele planten om te ruilen. De plantjes in de serre ga ik niet mishandelen en die blijven thuis. Maar ik heb toch wel wat zaailingen en wortelopslag kunnen bijeensprokkelen om te ruilen. Sering, hulst, laurierkers en Ribes sanguineus.

Wintereinde

Wellicht gaat de lange winter nu toch naar zijn einde. Vanmorgen waren 3 merelmannetjes zich in de tuin aan het uitsloven tegenover 2 vrouwtjes. Wat een kabaal! Tijdens hun vechtpartij, vlogen ze bijna frontaal op mij in. In de serre stonden gisteren nieuwe bloemen open: ijsbloemen.

ijsbloemen

Vermits het extra koud zou worden en de isolatie al is verwijderd, had ik een petroleumvuurtje bijgezet.

serre, verwarming

Het bleef zelfs 6 graden. De electrische verwarming is op deze manier zelfs niet nodig geweest. De tussengeschakelde termostaat hiervan staat ingesteld op 5 graden. De warmte van een verbrandingskachel geeft natuurlijk meer vochtigheid dan een electrisch vuurtje en dat zal wellicht de reden zijn van de ijsbloemen. Er is trouwens gisteren goed verlucht, want in de namiddag gingen bij een serretemperatuur van 28°C de dakvensters volledig open.

Aan de bijenstand waren dan weer de mezen aan het zingen. Aan bijna elk nestkastje zat een mannetje zijn mooiste ‘lied’ te zingen. Ook hier zal het dus snel gaan. Zelfs de narcissen gaan binnenkort open. Maar binnen 2 weken is het al Pasen en het zijn tenslotte ‘paasbloemen’. De wildcamera heeft de voorbije dagen weer enkele reetjes gefimd.

Het vrouwtje heeft blijkbaar een goed gevulde buik. Ik ben eens benieuwd of ze in de vroege zomer zich laat filmen met haar jongen.

Bloesems deze week

Deze week zijn de crocussen massaal open gegaan. Ook de azalea is b egonnen aan de bloei. 50% kans dat de bloesem afvriest elk jaar. Ik vrees dit jaar 100% als ik de weersvoorspellingen voor volgende week hoor. Aan de bijenstand heb ik ook de eerste bloem van het kleine hoefblad gevonden. De hazelaar is deze week ook begonnen met het vrijgeven van zijn stuifmeel.

crocussen

Azalea

Klein hoefblad

hazelaar stuifmeel

mul, bodemplaat

De bodemplaat van een kast en duidelijk is te zien dat ze over 11 straatjes actief zijn. Het broednest bevind zich normaal boven de bruine mul en de witte mul zijn suikerbrokjes uit de voederramen. Het geeft een idee van de grootte van een volk en samen met het gewicht van de kasten én de verandering van dat gewicht heb ik voorlopig voldoende informatie om de kasten nog gesloten te houden. Ik zie de bijen vliegen. Ze komen met water en stuifmeel terug. Ik zie de condensatie onder de plasticfolie en voel de warmte van het broednest . Ik hoor ze met een stetoscoop zachtjes zoemen. Ik volg het verloop van het kastgewicht wekelijks  en geef een pak apifonda als de tros tegen het plastic zit. Ze hebben dan immers geen voer meer boven zich. Met al deze gegevens heb ik momenteel genoeg informatie en voel nog niet de behoefte om het volk volledig door elkaar te halen. Binnen enkele weken vliegen we wel weer uit de startblokken.

Opruimen serre

Citrusplanten, serre

slaplantjes, serre

Vandaag heb ik de isolatiefolie van de serre verwijderd. De plantjes kunnen dan maximaal profiteren van het zonlicht dat nu dagelijks in grotere hoeveelheden beschikbaar komt. De verwarming moet nu alleen ook volstaan om de nachtvorst buiten te houden. En om teveel warmte tijdens de dag te voorkomen, heb ik alvast de raamopeners terug geplaatst. Naast de gekochte slaplantjes heb ik vandaag ook wat spinazie, koolrabi, snijsla en tuinkers gezaaid. Kortom de planten die vanaf februari onder glas kunnen worden gezaaid.

Voor het grotere werk heb ik de frees een onderhoudsbeurt gegeven. Zodra ik wat meer tijd heb, kan ik dan het mosterdveld alvast omploegen. Naast de bijenhal heb ik het winterzeil van het zwembad vastgepind. Hierdoor zou de begroeiing moeten doodgaan en kan ik dit einde van de maand frezen om een moestuintje aan te leggen.

De bijen vlogen deze namiddag zeer schuchter wat naar buiten. Ik zag zelfs twee darren op de stand. In feite had ik ze eerst gehoord. Hun luide verontwaardige brom deed me even opkijken en ja hoor. Ik zag er een naar buiten komen, maar toen hij dadelijk terug naar binnen wou, werd hem dit belet door de andere bijen. Aan een andere kast zag ik hetzelfde, doch deze kon zich door zijn grotere gestalte wel terug naar binnen wrikken.

Opruimen serre

serre, sneeuwGisteren ben ik begonnen met de opruiming van de serre. Vorig jaar heb ik rond deze tijd de isolatie verwijderd, maar dit is nu duidelijk nog te vroeg. Wel heb ik de bloempotjes op de rekken gezet en de vrijgekomen bodem licht omgezet en bedekt met de versgevallen sneeuw. Deze sneeuw moet voldoende vocht in de bodem brengen om de opgestapelde zouten uit te spoelen. Verder deze week kan ik dan nog wat compost onderwerken en de eerste slaplantjes zetten van het seizoen. In het tuincentrum is al wat keuze, heb ik vorige week gezien. Dit jaar zal ik niet zo veel zaaien. Jonge plantjes aanschaffen geeft duidelijke tijdswinst en ik kan hierdoor het aantal te oogsten groenten veel beter regelen. Alleen de kippen hadden vorig jaar voordeel bij het oogsten van meerdere kroppen sla in een week. Ook de tomatenplanten ga ik niet meer in 1 keer planten maar elke 14 dagen een nieuwe plant. Dit zou het plukseizoen ook meer moeten spreiden.

Nestkastjes ophangen

Vandaag heb ik de nieuwe nestkastjes opgehangen aan de bijenstand. De meesjes kunnen ze nu aan een kritisch onderzoek onderwerpen. Hopelijk worden ze ook weer allemaal bewoond, zoals de vorige vijf.  De vlieggaten heb ik gemaakt op 27mm voor pimpelmezen. De vorige waren op  30 mm gemaakt voor koolmezen. Moest het nuttig zijn, kan ik de gaten altijd nog groter maken.

Nestkast pimpelmees

Drie acacia’s die ik vorig voorjaar heb geplant, heb ik even op een andere plaats gezet. Ze stonden iets te dicht bij de knotwilgen en dat zou binnen enkele jaren alleen maar problemen geven. Overal beginnen de planten nu tot leven te komen. De jonge hazelaarstruiken staan vol botten, de narcissen steken hun neus al boven het gras en zelfs de hemelsleutels zijn al zichtbaar. De 50 hibiscusstekken die ik vorig jaar heb geplant, waren op 2 na allemaal verdwenen. Maar momenteel zijn ze allemaal goed zichtbaar. De ondergrondse groei van het wortelstelsel is blijkbaar toch doorgezet. Ik heb bij elke plant die haar neus laat zien, nu toch maar een stok gezet. Tussen het lange gras is er anders in de zomer niet veel van te vinden. En met de zeis zou ik ze dan wel eens kunnen kortwieken. Ik ben wel van plan om het ganse jaar foto’s te nemen van de bloeiende planten en die wekelijks te uploaden. Ik heb van de aanwezige planten ondertussen ook een powerpointvoorstelling gemaakt. Elke dia krijgt een foto van de bloeiende plant en ze worden chronologish naar bloei gerangschikt. Net zoals het fotoalbum op deze blog.

Perelaars snoeien

Vanmorgen de twee perebomen gesnoeid. Jaarlijks leveren ze toch enkele kistjes peren. Een conférence en een dubbelflip.

Perelaar, snoeiPerelaar, snoei

De hazelaar laat nu ook zijn minuscule bloempjes zien. Weldra gaan ook de katjes hun stuifmeel lossen. Op de foto is het kleine vrouwelijke bloempje te zien met rode toefje. Daarnaast de lange mannelijke katjes en de groene bladknop. Het exemplaar in de tuin is een krulhazelaar. Deze heeft een veel mooier wintersilhouet dan de gewone hazelaar. krulhazelaar

Februari

Februari is begonnen. Met ongeduld wachten we op het voorjaar. De reinigingsvluchten, het eerste stuifmeel… De start van het seizoen. Vanaf nu worden de kasten wekelijks gecontroleerd. En dan bedoel ik hoegenaamd niet dat ze worden opengedaan. Elke week ga ik nu wel luisteren met de stetoscoop. Ik verwacht dan dat elke kast een rustig gezoem produceert. De kast wordt ook wekelijks gewogen en het gewicht met krijt op de achterkant genoteerd. Dit blijf  ik doen tot begin april. De bodemschuif wordt ook even uitgehaald om de mul te controleren. Een gezond volk moet nu minimum vier straten bezetten. Als een volk te zwak is, kan het op een ander zwak volk worden gezet. Ik ga er wel van uit dat het dan niet handelt om zieke volken. De bovenste bak wordt dan  simpelweg op een andere met koningenrooster gezet en de bijen gebruiken hetzelfde vlieggat. Ze hebben dan wel nog elk hun eigen koningin. Na enkele weken kan dan de bovenste op een eigen bodem naar de andere stand worden gebracht.

Elke kast die opvallend meer aan gewicht verliest dan een andere kast krijgt een pak apifonda opgelegd.

In de wintermaanden slaat bij de imker vaak de verveling toe en dit geeft stof tot nadenken… en lezen… en weer nadenken. Ook in februari zijn we hier nog mee bezig. Ik ben even een berekening gestart over de broedruimte in een Kempische kast. Als een koningin op een dag 25OO eieren kan leggen en elk eitje gedurende 21 dagen een cel bezet, hebben we dus 52.500 cellen nodig. Dit broed heeft pollen nodig en dit volk zou dan ook behoefte hebben aan 5000 cellen voor de pollenopslag. Naast pollen heeft dit volk ook nog suikers nodig en hiervoor hebben ze 20.000 cellen nodig in de broedruimte. In totaal zijn er dus 77.500 cellen nodig in de broedruimte. Op een vierkante centimeter zitten 8 cellen en dit heb ik dan omgezet naar mijn Kempische kast. De broedramen zijn 340 x 290mm. De waswafel is 325 x 275mm en de 7.150 cellen per raam geven in een Kempische broedbak dus 85.800 cellen. Dit is dus ruim voldoende voor de ontwikkeling van het volk. Een enkele Kempische broedbak moet dus echt volstaan.

Ook de planten wachten vol spanning op de eerste mooie dagen. De crocussen bekennen begin februari kleur en de Hamamelis bloeit. Bij sneeuwval plooien ze zich wel even terug om daarna rustig verder te bloeien. De witte kopjes van de sneeuwklokjes zijn ook al zichtbaar. Begin van de maand bij vorstvrij weer begin ik aan de snoei van de appelaars en perelaars. Ook de bessenstruiken moeten nu dringend worden gesnoeid. Tegen het einde van de maand kan dan de noppenfolie van de serre worden verwijderd en een begin gemaakt met zaaien.