Gisteren ben ik de produktievolken eens gaan controleren. Ze zaten allemaal vrij diep in een stevige wintertros. De plastic die ik onder de dekplank heb liggen is toch een gemak. Ik kan nu de dekplaat opheffen en zonder schrik te hebben dat de bijen het te koud krijgen, een blik werpen op de tros.Volgens de mul op de bodemplaat is er nog niet veel broedactiviteit. Maar de huidige vrieskou zou het prille broedbegin wel eens kunnen vernietigen en daarom heb ik vandaag de deksels geisoleerd met een dikke plaat isomo. Ik heb eveneens de eerste twee krokussen gezien voor de bijenhal. Ze stonden weliswaar nog niet volledig open, maar als het een volgende keer vliegweer is voor de bijen, hebben ze wellicht al wat te halen. Eind deze maand worden de kasten weer gewogen en naar mijn gevoel is dat het belangrijkste evenement van het vroege voorjaar. En niet de eerste voorjaarsinspectie in maart. Als het gewichtsverlies op dat moment te groot zou zijn, moet ik klaarstaan met extra deeg om bij te voeren. De explosieve bevolkingsgroei van een bijenvolk in het voorjaar is vooral hiermee gebaat volgens mij. Je kan maar warmte produceren als je voldoende brandstof ter beschikking hebt.
Categorie: Bijenteelt
Vroegbloeiers
Vandaag staan de winterakonieten en de Sarcococca volledig in bloei. Vorig jaar heb ik deze zien bloeien op 7 februari. We zijn dus momenteel een ganse maand voor op het vorige jaar. De bijen vliegen rustig in en uit, afhankelijk van het opvallend licht. Zodra er wat licht schijnt op de vliegplank verschijnen de eerste bijen. Als de kast ernaast in de schaduw zit, is daar geen leven te bekennen. Enkele minuutjes later, verandert de activiteit naar een andere kast die dan weer wat meer licht krijgt. Ik heb bij de produktiekasten in Hulst de bodemschuiven ingeschoven op de laagste stand. Hierdoor is er nog een centimeter open aan de achterkant, waardoor er toch frisse lucht aan de bodem komt. Er kan echter geen koude lucht van de natte bodem opstijgen in de kast. Een bijkomend voordeel is dat ik zo kan zien waar de tros zich bevindt in de kast aan de hand van de wasmul. Ook de grootte van de tros is zo in te schatten aan het aantal straatjes mul die op de bodem liggen. Ik heb ook al gemerkt dat er in kasten met broed ook meer suikerkorrels op de bodem liggen. Zodra er meer bijen vliegen in het voorjaar en er meer water kan worden gehaald en vers stuifmeel binnenkomt, verdwijnt dit verschijnsel. Bijen kunnen moeilijk droge suikerkristallen opnemen en vermoedelijk laten ze deze kristallen, afkomstig van opgeslagen honing en wintervoer, op dit moment van het jaar eerder vallen. Ik denk dat de dekseltjes van de cellen waar de wintervoorraad is in opgeslagen en de eerste laag voer hier juist onder nogal veel uitgekristalliseerde suikers bevatten.
Bijenhal
Aan de bijenstand in Hulst heb ik de voorbije week de gracht propergemaakt. Als het water in de beek nu niet te hoog komt, kan het water vlot afvloeien. Bij deze temperaturen beginnen de eerste bloemen al te bloeien. Zelfs de katjes van de wilg beginnen hun hoesje af te werpen. Hopelijk gaan we ons dit niet moeten beklagen.
![]()
![]()
![]()
Aan de tweede bijenstand in Gerhagen heb ik vandaag weer een stukje aan de hal bijgebouwd. De laatste 2 kasten die daar stonden, heb ik nu ook kunnen onder dak zetten. Deze maand zou ik graag nog 6 meter bijzetten. Ik kan dan de produktiekasten van Hulst ook naar hier brengen als men daar de canadapopulieren gaat rooien. De kasten werden zeer voorzichtig opgetild en 2 meter verplaatst. Even na de middag was de kast met dubbele broedbak aan een ware reinigingsvlucht bezig. Na een half uurtje ging de zon zich echter weer verschuilen en was het feestje afgelopen. Er zijn weliswaar geen bloemetjes te vinden op dit moment, maar de darmen eens kunnen ledigen, kan toch deugd doen. ![]()
Kastmateriaal winterwerk
Het winterwerk aan de kasten is gebeurd. De lege broed- en honingkamers zijn langs binnen uitgebrand en de buitenkanten zijn terug voorzien van een laagje verf.
Verder winterwerk bestaat nog uit het reinigen van de koninginneroosters, de controle van de darrenramen en de tussenblokken. Ook ga ik nog een aantal dekplaten maken. Het voergat moet centraal staan voor de voerbakken en de juiste maat hebben om ook een bijendrijver aan te bevestigen voor de honingoogst. Voor de nieuwe bodems die ik heb gemaakt, moet ik nog een varroaschuif voorzien, die de bak ook afsluit bij de behandeling met mierenzuur.
Alvorens hier aan te beginnen, plan ik eerst nog de verdere uitbreiding van de tweede bijenstal. Momenteel staat er 3 meter en hij wordt 10 meter lang. Ik wacht nog alleen op enkele droge dagen.
Afrekening imkersjaar 2011
Zoals elke hobby kost ook de imkerij geld. Sommige zaken die worden aangekocht, gaan vele jaren mee en andere zaken dien je jaarlijks aan te schaffen. De honing die wordt geslingerd, kan worden verkocht, maar wordt natuurlijk hoofdzakelijk zelf verbruikt. De resterende honing wordt jaarlijks omgezet in mede die volledig voor eigen gebruik dient. In mijn boekhouding reken ik echter elke geslingerde pot honing aan 4 euro. Ook de honing die zelf wordt verbruikt en vergist tot mede wordt zo geteld. Hierdoor zijn de inkomsten natuurlijk niet realistisch, maar het geeft een idee.
Afschrijvingen over 5 jaar sinds 2010: 37.72 euro
Afschrijvingen over 5 jaar sinds 2011: 9.68 euro
Afschrijvingen over 10 jaar sinds 2010: 274.77 euro
Afschrijvingen over 10 jaar sinds 2011: 173.91 euro
Onkosten 2011: 270.40 euro
totaal onkosten 2011: 766.47 euro
honingpotten 174 aan 4 euro: 696.00 euro
In 2011 heeft de hobby me dus 70,47 euro gekost.
Ik heb dit jaar nog een tweede bijenhal gezet, maar die is volledig van herbruikt materiaal gezet. Hier zijn dus geen kosten aan verbonden. De aankoop van het stuk grond word natuurlijk niet in rekening gebracht.
De aanplantingen die zijn gedaan rond de bijenstand wil ik wel even meegeven.
In 2009 voor 373.54 euro. In 2010 voor 200.70 euro en dit jaar 502.92 euro. Dus 1077.16 euro in totaal.
Dit wordt echter gecompenseerd door de verkoop van de canadapopulieren op het nieuwe perceel. Volgend jaar moet daar dan nog wel een heraanplanting gebeuren met het resterende bedrag. Dit zullen natuurlijk ook allemaal bijenvriendelijke bomen zijn. Jonge aanplant wordt dan aangeschaft bij de jaarlijkse verkoop van Natuurpunt Limburg. Ik denk hierbij aan hazelaar, hulst, tamme kastanje, zoete kers, meidoorn, sleedoorn, spork, inheemse vogelkers en boswilg. Keuze genoeg dus.
Ontsmetting materiaal
Vandaag ben ik begonnen met de ontsmetting van het bijenmateriaal. De lege broed- en honingbakken heb ik proper gekrabd om de was- en propolisresten te verwijderen. Hierna heb ik ze met een gasbrander uitgebrand. De bakken worden nu langs buiten nog geschuurd en terug geverfd. Door het uitbranden zouden alle ziektekiemen toch moeten worden vernietigd.
De verschillende stappen waarmee ik probeer de ziektes van mijn bijenvolkjes te voorkomen zijn dus:
1. Een produktievolk is een jong volk met een jonge koningin van het voorbije jaar.
2. Ze zitten op propere waswafels die ze het voorbije en lopende jaar hebben uitgebouwd.
3. Ze krijgen in het vroege voorjaar een propere bodem.
4. In de ontsmette honingzolders krijgen ze voor de helft nieuwe waswafels.
5. In het voorjaar wordt er darrenraat gesneden.
6. Ze geven 1 of 2 aflegggers om zwermen te voorkomen.
7. Ze worden in juli en augustus behandeld met mierenzuur.
8. Ze worden ingewinterd in augustus met ongeveer 20 kg suiker.
9. Ze krijgen begin december een oxaalzuurbehandeling.
10. In hun derde jaar, na het produktiejaar, krijgen ze een broedbak opgezet die ze volledig mogen uitbouwen en als nieuw volk starten met een nieuwe koningin.
Dit tienpuntenplan ga ik volgend jaar verder uitvoeren en we zullen zien af het nog verder dient te worden verbeterd.
Materiaallijst Kempische kast
1. Multiplex voor buitengebruik met merantifineer.
Voor en achterkant: 49 x 30 x 1,8 cm 2x
Zijkanten: 39 x 30 x 1,8 cm 2x
Binnenblad voor en achter: 45,5 x 27,5 x 1,8 cm 2x
Dak: 53,5 x 47 x 1,8 cm 1x
Rand dak: 53,5 x 10 x 1,8 cm 2x
43,4 x 10 x 1,8 cm 2x
Binnendraagrand dak: 30 x 8,3 x 1,8 cm 4x
Bodem met vliegplank: 47 x 45,5 x 1,8 cm 1x
Achterrand bodem: 45,5 x 2 x 1,8 cm 1x
Zijranden / pootjes: 47 x 6 x 1,8 cm 2x
2. Restant grenen.
Sluitblokje vlieggat: 45,5 x 2 x 2 cm 1x (vliegopening 7 mm hoog)
3. Handvaten voor kist. 2x
4. Beits.
Xyladecor Tuinhuis Color ‘topiary green’. Deze beits is op waterbasis en zou onschadelijk zijn voor plant en dier. Alleen de buitenkanten worden gebeitst.
5. Houtlijm watervast.
6. Houtschroeven. 4 x 35 mm 38 stuks
7. Bleddens 12raams 45 cm 2x
8. Nagels voor bleddens 35mm lang 24 stuks
9. Varroagaas 3mm 40 x 40 cm
Kempische kast
Vandaag heb ik de bodems en daken van de 4 nieuwe kasten gemaakt. De bodems moeten nog worden opengezaagd om een varroagaas in te bevestigen waarna ze kunnen worden gebeitst.

Nieuwe stal voor jonge bijenvolken
Vandaag begonnen aan de opbouw van de nieuwe stal voor de jongvolken. De eerste 3 meter staat er. De eerste bak is ook al verplaatst. Het onderstel heb ik samengezocht van enkele betonnen palen en dit werd waterpas gezet. Het oude ingevallen deel kan nu verder worden afgebroken en dan kan de stal nog enkele meters langer worden gemaakt. Vermits de bijen nu op tros zitten, kunnen ze gemakkelijk worden verplaatst. Als ze binnen enkele weken weer eens buitenkomen, vliegen ze toch weer in. Ik ben wel van plan om begin februari de produktievolken uit het Waterbroek weg te halen naar Gerhagen. In het Waterbroek moeten nog 80 canadapopulieren gerooid worden en dat kan flink storen. Als deze bomen gerooid zijn, breng ik dan de jongvolken naar ginds en ze kunnen dan een jaar dienst doen als produktievolk. In Gerhagen worden dan weer jongvolken opgebouwd voor het volgende jaar. Op deze manier wordt de honing geproduceerd door jonge volken van het voorgaande jaar die volledig op nieuw uitbebouwde broedramen zitten. De enige 3 oude ramen, een voerraam en de 2 ramen met broed, het begin van de broedaflegger, zitten nu aan de zijkant. Deze worden in het voorjaar verwijderd en vervangen door een darrenraam en 2 waswafels. De oude volken die dan naast de nieuwe jongvolken komen te staan, zullen hoofdzakelijk moeten dienen als reserve. Het is de bedoeling om maximaal 4 produktievolken in het Waterbroek aan te houden.
Resultaat oxaalzuurbehandeling
Vandaag na 3 dagen de varroabodems weer verwijderd. De mijtentelling na behandeling in vergelijking met de natuurlijke mijtenval voor de behandeling, geeft wel een goed idee van de efficiëntie van de behandeling. De produktievolken hadden toen meer dan 5 mijten laten vallen en konden dus een behandeling zeker goed gebruiken. Kast 2 liet nu 95 mijten vallen, kast 3 en 4 elk 150 mijten en kast 5 115 mijten. Deze behandeling is dus zeker nuttig geweest. De grote verrassing bleek echter bij de jonge volkjes. Deze lieten slechts 1 mijt vallen over 3 dagen en zouden dus zonder winterbehandeling moeten verder kunnen. Nu tel ik echter in kast 8 63 mijten, in kast 9 16 stuks, in kast 10 16 en in kast 11 10 mijten. De winterbehandeling is dus ook bij hen zeker werkzaam geweest. Met de helft mijten ten opzichte van de produktiekasten, zouden de jongvolken volgend voorjaar echter al na 3 weken even erg zijn besmet als de oudere volken. Ik concludeer dus dat een behandeling voor de jongvolken even hard nodig is dan voor de oudere volken. De varroaschuiven zijn niet meer teruggeplaatst en de bodem blijft nu open. Begin januari zal ik de dekplaten isoleren met isomoplaten om het beginnend broed dan de noodzakelijke warmte te kunnen geven.

