Het ECOvolk krijgt een uitbreiding

Na mijn nevenstap naar het eco-imkeren, had ik nog één kast behouden. De eco-kast is eigenlijk een aangepaste Warrékast. Ze wordt niet meer behandeld en ik heb de voorbije jaren op geen enkel moment de kast nog geopend. Vorig jaar is ze na de winter afgestorven. Het volk verdween in het vroege voorjaar. Door varroa of moerloos geworden? In het vroege voorjaar werd de kast bezocht door allerlei insecten die weghaalden wat ze konden gebruiken. Maar tegen mei trok er een zwerm in en ze ontwikkelden tot twee volle bakken voor de winter. Zonder varroabehandeling zijn ze dit voorjaar uitgewinterd en momenteel zijn de twee bakken volledig volgebouwd. Ik heb dan toch maar een derde bak onder geplaatst. Vermoedelijk te laat om een zwerm te voorkomen, maar ik hoop dat een zwerm met de daarop volgende broedstop voldoende remmend werkt tegen de varroamijt. We zullen afwachten wat er dit jaar verder gebeurt.

De nieuwe bak heeft slechts 8 toplatten met een klein strookje was. Voldoende om de bijen aan te zetten om zelf 8 mooie raten uit te bouwen.

Sommige volkjes hebben honger

De voorbije twee weken waren zo slecht dat de bijen niet buiten kwamen. Te koud en te nat. Maar een volk dat broedt, heeft wel voedingsstoffen nodig. Als ze dit niet vinden, elimineren ze het broed. Ze trekken een aantal larven uit hun cel waardoor de voedingsbehoefte van het volk voor een stuk daalt. Gisteren zag ik bij de jonge volkjes, de broedafleggers, dat er een aantal larven op de gaasbodem lagen tussen de vier ramen. Ze hadden nochtans vorige week nog een nieuw voerraam bijgekregen. Normaal is dit niet nodig in de maand mei. Maar ook dit voerraam was al leeggehaald. Ik heb dus nu in allerijl een pot honing bijgegeven. En binnen twee dagen zal ik de volkjes nogmaals controleren.

Ik zet de honingpot simpel naast de ramen in de kast. Vermits het vlieggat slechts een bij breed is, is er weinig kans op roverij door grotere volken.

Varroabehandeling jongvolken

Vandaag heb ik de eerste jonge volkjes een varroabehandeling gegeven. De volkjes zijn gemaakt als éénraams-broedafleggers op 24 en 25 april. Nu na een maand, eigenlijk al na 24 dagen, is alle broed uitgelopen. De vrouwelijke werksters lopen uit na 21 dagen en de mannelijke darren na 24 dagen. Elke levende varroamijt zit nu op de bijen. Het ideale moment om ze te behandelen met een oxaalzuurspray. Ik gebruik hiervoor 3 % oxaalzuur in zuiver water. Dus 3 gram oxaalzuur in 100 gram water.

Het sproeien doe ik met een kleine handsproeier van het tuincentrum. De drie of vier ramen van het volk worden even uit de kast gelicht en beneveld met een fijne mist waardoor elke opzittende bij behandeld wordt. De bijen zelf hebben hier geen last van, doch de varroamijten leggen het loodje. Het kleine volkje kan nu varroa-arm groeien tijdens de zomer en nazomer om sterk de winter in te kunnen gaan.

Normaal is het de bedoeling om op het zelfde moment ook de koningin te merken. Als ze aan de leg is, kan ze eventueel ook geknipt worden. Door het slechte weer van de voorbije weken heb ik slechts één volk gezien met eitjes. Maar in alle volkjes waren de bijen druk bezig om centraal op het eerste raam een deel van de cellen zuiver te poetsen. Binnen 2 weken ga ik nogmaals kijken en dan zou in elke kast wat verzegeld broed moeten aanwezig zijn. Aan het ei of de larve kan een imker niet zien of de koningin bevrucht is. Maar als het broed is verzegeld, kan dit wel. Alleen als de koningin bevrucht is, legt ze werkstereitjes. En werksterbroed wordt plat verzegeld. Vermits een mannelijke dar veel groter is dan de vrouwelijke werkster, wordt het darrenbroed als bultjes verzegeld. Alleen zo past de grotere larve in de cel. Als ze grotere cellen aanmaken voor het darrenbroed, darrenraat, valt dat niet zo fel op, maar in de normale cellen is het bultbroed zeer simpel te onderscheiden van plat verzegeld broed.

Vermits de cellen worden verzegeld op de negende dag na de eileg en de nieuwe koningin normaal pas begint te leggen als alle werksterbroed van de vorige koningin is uitgelopen, op dag 21, moet de varroabehandeling ergens gebeuren tussen dag 24 en dag 30. Alleen zijn de jonge koninginnen door het slechte weer van de voorbije weken wellicht laat op bruidsvlucht geweest. En wellicht daarom is er nu na 28 dagen nog maar één aan de leg. Binnen 14 dagen dus een update te verwachten. Pas als ik zeker weet dat de koningin bevrucht is, wordt ze gemerkt en geknipt. Anders verenig ik het volkje met het volkje ernaast. Dan hang ik de ramen simpel in de volgende kast.

De ideale zwerm scheppen

Deze zwerm hangt aan een enkel takje van de linde dat doorbuigt onder het gewicht.
De zwermemmer hou ik onder de zwerm en knip het takje af. Klaar!
De zwermemmer heb ik gemaakt van een honingemmer en er is verluchting voorzien van de bodem.
Zodra de zwerm is geschept, plaats ik het deksel. Dat heeft aan de binnenkant een stukje koninginnenrooster om haar binnen te houden. Het gaas dient om de emmer te sluiten als de laatste bijen binnen zijn.
Volledig bijendicht gesloten en klaar om te vervoeren met voldoende verluchting in bodem en deksel.

Moerloos volk

Het volk dat ik voor 14 dagen per ongeluk had moerloos gemaakt, heb ik gisteren nagekeken. Na 14 dagen was er nog geen tuten of kwaken te horen. Ik vond bij de controle echter een rustig volk en de doppen die ik had laten staan op twee ramen, waren allemaal mooi opengemaakt langs de zijkant.

De aflegger zelf waar de koningin in terecht kwam, doet het prima en kreeg al nieuwe wasramen. De andere afleggers kan ik binnen een tiental dagen controleren en behandelen tegen de varroamijt. Ik heb er dit weekend wel een nieuw voerraam bijgehangen. Door het koude weer de voorbije periode was het meegegeven voerraam bijna leeg.

De bijen hebben besloten om tevreden te zijn en geen nazwermen te produceren.

Snelle controle afleggers

Na een week heb ik toch even een snelle controle gedaan van de afleggers. Even gluren of ze allemaal doppen hebben.

Drie ramen in de kast en het voerraam is nog zwaar.
Het middelste raam, de waswafel, wordt al een beetje uitgebouwd.
Er is al veel broed uitgelopen en er zijn enkele doppen te zien.
Hier vond ik de koningin terug. Ze was niet gemerkt. Het donorvolk dien ik nu natuurlijk te controleren en doppen te breken op dag twaalf.

Vermits ik nooit bewust zoek naar de koningin, wordt ze vaak niet gemerkt. Door deze snelle controle kan ik dit natuurlijk wel oplossen.

De uitgesneden darrenraten worden gesmolten in mijn stoomontsapper. Een pantybroek in het reservoir zorgt voor de eerste filtering.

De bekomen was laat ik afkoelen in lege brikdozen brikdozen

De gestoomde maden zijn een lekkernij voor de kippen.

Solitaire bijen

Vandaag kreeg ik weer het bekende telefoontje. ‘Hallo, er zit een bijennest in ons tuinhuis.’ Ik vraag dan hoe de insecten er uitzien en waar ze zitten. ‘Ze zijn met zeer veel en het zijn zeker bijen.’ Dan wil ik natuurlijk wel komen zien. Al is het maar om de mensen wat insectenkennis bij te brengen. Vaak zijn het wespennesten, soms een hommelnest. Dit jaar al twee keer voor rosse metselbijen opgedraafd. Ik vind ze zelf zo fantastisch dat ik hier graag wat tijd voor maak. Vandaag heb ik de bijen zelf niet gezien. Ik had pas een vrij momentje om 21 uur en ik kon bijgevolg nog alleen ‘het nest’ bewonderen. In het plastic omhulsel van een waterslang waren alle schroefgaatjes opgevuld met grijs cement. Toch weer leuk om te zien. En de bewoners kijken in de toekomst met andere ogen naar dit natuurwonder. Ze zien nu een interessant levend wezen en geen steekduivel meer.

Imkerweekend april 2021

Het voorbije weekend heb ik gebruikt om nieuwe volkjes aan te maken voor volgend jaar. Ook moest ik bij een aantal volken het darrenraam uitsnijden. Tot en met juni snij ik het darrenraam uit vooraleer de darren uitlopen en hierbij ook de mee ingesloten varroamijten zouden uitlopen in het volk. Als het volk het darrenraam hierna vlot uitbouwt, zou de zwermdrift ook nog niet acuut zijn. Ter illustratie een beeld van een raam dat vorige week was uitgesneden en nu al volledig uitgebouwd en belegd is. Nochtans was dit één van de twee volken dat al belegde zwemdoppen had.

Mijn darrenramen heb ik in twee gedeeld en ik snij alleen een deel uit als het volledig is verzegeld.

Elk productievolk levert jaarlijks één of twee jonge volkjes voor het volgend jaar. Maar natuurlijk levert niet elke nieuw volk een uitgegroeid productievolk tegen volgend jaar. Eerst en vooral heb ik een tweede kast nodig en drie wasramen. Deze heb ik vrijdagavond nog ingesmolten.

Ik reed dit weekend met de materiaalkruiwagen in de bestelwagen en de lege kasten op de aanhanger naar de drie standen. De gemaakte afleggers nam ik dan mee naar de volgende stand.

De werfkruiwagen heb ik geprepareerd om alle materiaal te bevatten dat ik kan nodig hebben bij een controle. Voor de kasten had ik vandaag nog een andere kruiwagen nodig.
De jonge volkjes staan per twee op een pallet.
Het vlieggat is gesloten met een mousse en slechts voor een centimeter open aan de kant waar zich de drie ramen bevinden. Dit om roverij te voorkomen.

De aflegger bestaat uit een broedraam met de opzittende bijen. Het raam heeft aan beide kanten verzegeld broed voor ongeveer zes achtsten. Hier hebben de bijen dus geen werk aan. Ze hoeven die niet meer te voeren terwijl de poppen ook al warmte produceren en vrij snel uitlopen om nieuwe bijen te leveren aan het jonge volkje. Wel moeten er minstens enkele eitjes langs de randen te vinden zijn. Anders kunnen ze natuurlijk geen moer opkweken. De bijen hebben weinig werk en kunnen dus snel het naastliggende wasraam uitbouwen. De benodigde voeding krijgen ze van het tweede raam uit het productievolk. Dit is het voerraam dat nog in de kast zit aan de rechterkant. Het productievolk krijgt dan de twee andere wasramen en heeft nu nog maar één voerraam in de broeibak naast het darrenraam.

De zwermneiging in het productievolk wordt beperkt vermits er twee ramen met opzittende bijen verdwijnen en een volledig verzegeld broedraam dat eveneens de nieuw uitlopende bijen beperkt de volgende dagen. Schrik dat ze nu te weinig voer hebben, is niet nodig vermits ze al veel honing in de honingbak hebben gedragen. Tien volken heb ik vandaag zelfs hun tweede honingbak gegeven. De eerste honingbak is nog niet verzegeld maar ze dragen al nectar in de buitenste ramen. En dan hebben ze na enkele dagen natuurlijk geen plaats meer.

Het jonge volkje hoef ik de eerste weken niet te voeren. Ze krijgen wel een nieuw wasraam telkens als het vorige is uitgebouwd. Zwermen doen ze niet en de enig overblijvende moer is na ongeveer 24 dagen aan de leg. Er is dan geen verzegeld broed meer. Ik kan op dat moment de koningin merken en tegelijk de varroa bestrijden met oxaalzuur.

Controle bijenvolken

Het voorbije weekend heb ik de volken nagekeken. Ik geloof niet meer in het koudeverhaal. De bijen kunnen heus wel hun broednest warm houden. Maar ik ga natuurlijk geen volk openen om niks te doen op dit moment. Na drie weken moest ik de verzegelde darrenramen uitsnijden. En het was meer dan tijd. Althans in de grootste volken. Slechts in 1 van de 14 kasten met een honingbak was het darrenraam slechts voor de bovenste helft uitgebouwd. En in nog eens 3 kasten was het raam nog maar voor de helft verzegeld. Maar in al de andere heb ik wel degelijk een gans raam, Kempisch formaat, verzegeld darrenbroed uitgesneden. Mocht ik dit hebben uitgesteld, was de toekomstige varroschade misschien niet te overzien. En ik heb ook kunnen vaststellen dat het maken van een eenraamsaflegger volgende week in elke kast kan en ook moet gebeuren. Ze hebben allemaal nog een voerraam links en rechts in de kast en een kleine voederkrans achterboven van de meeste ramen. En vermits ze al een klein beetje honing naar boven hebben gedragen, kunnen ze volgende week dan ook het rechtse voerraam missen om met de aflegger mee te geven. Ze behouden dan alleen het linkse voerraam naast het darrenraam.

Wellicht zijn de meeste imkers bezorgd om in de volken te werken bij deze temperaturen, maar de bijen zijn wel degelijk bezig aan hun voorjaar. Wellicht gaat er dit jaar zeer weinig voorjaarshoning te oogsten zijn, maar zwermen vangen in mei kan toch ook niet de bedoeling zijn. Als er volgende maand veel bijen zijn in een volk en ze hebben niks om handen, willen ze alleen nog maar zwermen. Dat doen ze namelijk niet omdat de honingbakken te vol zijn. Maar. Dat doen ze wel als de broedbakken te vol zijn. Te vol met bijen.