21 december 2017

December is dé maand om de varroamijt nogmaals goed te bestrijden. Maar hoe zit dat nu weer met die medicijnen?  De imker kan alles bekomen wat hij wenst, maar volgens de wetgever dient hij hiervoor welbepaalde wegen te bewandelen. Lees: hij moet voorschriften betalen bij zijn dierenarts en de medicijnen bij zijn apotheker of bij die dierenarts aankopen. Terwijl de benodigde producten gewoon in de rekken liggen bij de imkershops. 4,50 euro voor een pot van 250 g technisch oxaalzuur of 17,32 euro voor 35 g Api-Bioxal bij de dierenarts of apotheker. En dan mogen we de 25 euro consultatievergoeding nog niet vergeten van uw dierenarts.

Eerste bedenking: Waarom die 25 euro consultatievergoeding? De wet op de diergeneeskunde bepaalt nu eenmaal dat een dierenarts alleen mag medicijnen verschaffen voor dieren die hij in behandeling heeft. Of hij deze dieren nu ziet of niet tijdens de visite speelt niet zo veel rol. Hij stelt bepaalde vragen die door de imker worden beantwoord. Deze anamnese is al een consultatie op zich. Daar komt nog bij dat de imker die een contract tot bedrijfsbegeleiding afsluit, eveneens 2 x per jaar een infosessie dient te betalen van 25 euro en per vier jaar een bedrijfscontrole voor 45 euro. Hiervoor krijgt deze imker dan wel de mogelijkheid om voldoende producten mee te krijgen om  telkens 6 maand verder te kunnen. Hij wordt dus verlost van de illegaliteit mits betaling van 61,25 euro per jaar voor de diensten van de bedrijfsbegeleidende dierenarts en het recht om voldoende medicijnen in voorraad te hebben. De imker die geen contract afsluit, kan bijgevolg moeilijk zijn voorschrift afhalen zonder een consultatie te betalen aan de dierenarts. Dat zou pas helemaal oneerlijk zijn. Deze imker betaalt dus voor élke behandeling een consultatiebedrag van 25 euro en krijgt slechts voldoende medicijnen mee om zijn volken die ene keer te behandelen. Maak zelf maar de rekening als deze imker een zwerm legaal wil behandelen in mei, een week later nog een broedloos volk wenst te behandelen, nog een week later enkele jongvolken wil besproeien, een zomerbehandeling geven in juli, een tweede eventueel in september en een winterbehandeling te doen in december.

Tweede bedenking: Wat met het prijsverschil tussen technisch oxaalzuur en medicinaal oxaalzuur? Het gaat hier dus over 0,03 euro per volk dat tijdens de winter wordt behandeld of 0,87 euro. Zou dat volk echt geen 80 eurocent waard zijn in december? Heeft dat volk honing geproduceerd in het voorbije jaar of dient het dat te doen tijdens het volgend jaar? Wordt die honing dan verkocht aan 6 euro voor een potje van 500 g of wordt hij verkocht aan de warenhuisprijs van 2 euro? WANT DAAR GAAT HET NU JUIST OM! DIT IS DEZELFDE DISCUSSIE! De imkers kunnen niet eisen van hun klanten dat ze meer betalen voor goede, eerlijke honing als ze zich langs de andere kant niet correct gedragen tegenover hun dierenarts en/of apotheker.

 

 

 

20 december 2017

Ik heb drie dagen na het druppelen de gevallen varroamijten geteld en het waren er meer dan vorig jaar. Een aantal volken hadden tussen de 100 en 150 mijten op de schuif. De voorbije jaren was de mijtenval toch veel lager. Maar toch waren er ook nu weer volken met slechts een tiental gevallen mijten.Maar niet alle volken gaan natuurlijk gelijk de winter in. Enkelen hebben nog in september hun koningin gewisseld en ook de gevangen zwerm had maar enkele mijten op de schuif. Tijdens het druppelen was de temperatuur rond het vriespunt en bleef zelfs tijdens de dag onder de 5 °C. De bijen zitten dan vast op tros en de suikeroplossing met oxaal komt in nauw contact met elke bij.

Nu de temperatuur zelfs tijdens de nacht rond de 7°C blijft en overdag temperaturen tot 11°C worden voorspeld, is het druppelen niet meer aan de orde. De bijen zitten veel te los op tros om een goed contact te bekomen met het oxaalzuur. Ooit las ik in een publicatie dat de werking dan spectaculair verminderd tot ver onder de 80%. Een sublimatie van oxaalzuur wordt dan aangeraden. Door sublimeren kan men het oxaalzuur juist beter bij elke bij krijgen als ze niet te dicht op elkaar zitten. Er mag dan een effect van ver boven de 90% worden verwacht. 

En mocht er twijfel bestaan. In België mag oxaalzuur wel degelijk worden gesublimeerd volgens het cascadesysteem. Het produkt Api-Bioxal vermeldt namelijk op de bijsluiter dat het mag worden gebruikt door 2,5 g te sublimeren per volk. En bijgevolg kan het onder het cascadesysteem worden gebruikt om te sublimeren. Men zal dan wel een verdamper dienen aan te schaffen. Ik bedoel dan wel degelijk een fatsoenlijk aangekocht toestel en geen zelfgemaakte toestanden zonder controle op de werkingstemperatuur of elektrische veiligheid.

8 december 2017

Vandaag heb ik de oxaalzuuroplossing klaargemaakt om dit weekend de bijenvolken te behandelen. Vermits de temperaturen momenteel laag genoeg zijn en de bijen stevig op tros zitten, kies ik er voor om te druppelen in plaats van te sublimeren.

DSC_0041.jpg

Bij het bestuderen van de gebruiksaanwijzing viel me op dat er werd aangeraden om de 35 g oxaalzuur op te lossen in een halve liter suikeroplossing 1:1. Dit geeft volgens diezelfde bijsluiter een oplossing van 4,2% w:v oxaalzuur in een 60% suikeroplossing. Alle publicaties uit onze regio’s spreken echter van 3,5 %: 35 g op te lossen in 1 L suikeroplossing 1:1. Het lijkt dus alsof de Api-Bioxal een verdund poeder is van oxaalzuurkristallen. Maar niets is minder waar. Het is van dezelfde orde als het bekende technisch oxaalzuur. Waarom dan aanraden om een dubbele dosis te gebruiken? Is dat dan niet te sterk? Ik ging toch maar even op onderzoek in mijn bibliotheek.

Uit allerlei publicaties van de voorbije decennia blijkt dat wordt aangeraden om in Zuid-Europa te werken met een 4,2% oplosssing en meer naar het noorden toe, te werken met een 3,5% oplossing. Dit zou te maken hebben met het langer doorbroeden van een bijenvolk in het Zuiden. En vermits Api-Bioxal een Italiaans geneesmiddel is, zou de aangeraden dosis wel eens te zwaar kunnen zijn in ons klimaat. In de zeer interessante publicatie over het gebruik van oxaalzuur van Randy Oliver uit 2006, spreekt deze zijn voorkeur uit over een zomerbehandeling met 4,2 % w:v en een winterbehandeling met 3,4 % w:v. Het zal dus wellicht veiliger zijn om te werken met de dosering die wordt aangeraden door bijen@wur uit Nederland: namelijk 3,5 %.

Dit heb ik dus zo gedaan. Ik heb een 60% suikeroplossing gemaakt door 1 kg suiker op te lossen in 1 kg (dus 1 L) water. Ik bekwam zo 1,67 L suikeroplossing (met een gewicht van 2 kg). En 1 kg suiker in een totale oplossing van 1,67 L is  een 60% suikeroplossing. Makkelijk toch.

Ik goot het zakje Api-Bioxal (*) in een maatbeker en vulde die bij tot het volume van 1 L met de suikeroplossing. Dit geeft dus een 3,5 % oxaalzuuroplossing w:v (weight:volume, gewicht van het poeder in het volume van de oplossing) Met 1 L oplossing en een maximum van 50 ml per volk kan ik dus minimum 20 volken behandelen. Ik geef volken die over meer dan 6 straten op tros zitten al jaren de volledige 50 ml en kleinere volken 35 ml. Dit is zo in mijn Kempische kasten en niet noodzakelijk in een ander kasttype. Wellicht is het beter om zich daar te houden aan 5 ml per straat en dan niet te vergeten om ook, indien aanwezig, de onderste bak te behandelen.

(*)Een waarschuwing is hier op zijn plaats: De oxaalzuurkristallen uit de verpakking Api-Bioxal zijn droog en helemaal niet zo vochtig als het technisch oxaalzuur. Hierdoor stuift het poeder op en is een mondmasker bij het aanmaken van de oplossing absoluut noodzakelijk.

 

3 december 2017

Inpotten honing

Regelmatig haal ik een nieuwe emmer honing uit de kelder om op te potten. Een emmer bevat ongeveer 15 – 16 kg honing. De plastic emmers nemen minder ruimte in en ik heb dus maximaal een dertigtal glazen potten klaarstaan voor de verkoop. Dus minder stockageruimte nodig en minder risico op glasbreuk.

DSC_1918.jpg

DSC_1919.jpg

Deze emmer wordt dan in een bain-marie opgewarmd gedurende twee dagen. De temperatuur van het water is 38°C. Controle met een thermometer gaf aan dat de thermostaat zeer nauwkeurig werkt.

DSC_1920.jpg

DSC_1921.jpg

Zodra de honig weer vloeibaar is, giet ik de zak leeg in een rijper om de luchtbellen te laten stijgen.

DSC_1924.jpg

Als ik vloeibare honing wens in te potten, verwarm ik de emmer 48 u. En indien ik meer smeerbare honing wens in te potten, verwarm ik slechts 24 u. Deze honing moet ik dan nog wel even roeren om de kristallen wat te verkleinen. Hiervoor gebruik ik een RVS roerstaaf die is gemaakt naar het voorbeeld van een Rapidoroerder.

DSC_1923.jpg

Zodra de potjes zijn gevuld en van een etiket voorzien, gaan ze in het verkoopskastje aan de voordeur.

DSC_1899.jpg

 

 

 

 

 

 

 

;

14 november 2017

Wintertros

Momenteel zitten de meeste volken al op wintertros. Slechts sporadisch verschijnt er een bijenkopje aan de ingang en af en toe liggen er ’s morgens een paar dode bijen op de vliegplank. Zelfs de oudjes vliegen dus niet meer weg om ten velde te gaan sterven. Regelmatig hou ik mijn stethoscoop even tegen de kast om door het zachte gezoem te worden gerustgesteld. Vaak denkt men dat een stethoscoop dient om het geluid te versterken doch dit is een misvatting. Door de darmpjes wordt het geluid naar het oor gebracht en hoef je niet te bukken om je oor tegen de kast te drukken. En natuurlijk hoor je het inwendige gezoem beter als je de omgevingsgeluiden wegfiltert met de oordopjes.

We hebben al een dag gehad met vorst, dus 3 weken later zouden we broedloze volken moeten aantreffen. Zou het echt moeten gaan over 0 of -1 °C? Zou een ganse week met ochtendtemperaturen onder de 5 °C ook niet volstaan? Ik behandel in elk geval weer begin december.

Heraanleg tuin

Thuis zijn we gestart met de heraanleg van de tuin. Als eerste hebben we het kippenhok vernieuwd en het houthok. De dode hoekjes weggewerkt en het geheel lijkt nu veel ruimtelijker. Morgen wordt de dolomiet geleverd als halfverharding voor dit tuingedeelte.

DSC_0003.JPG

DSC_0004.JPG

9 oktober 2017

Herfst: paddenstoelentijd

De voorbije dagen heb ik weer enkele mooie exemplaren gezien. Terwijl ik vroeger regelmatig weidechampignons ging zoeken, blijf ik er tegenwoordig ver van. De echte weidechampignons herkende ik eerder aan de locatie dan aan hun uiterlijk. Ik wist waar ze stonden. Tegenwoordig vind ik ze nog alleen in het warenhuis. Dat zal wel de veiligste locatie zijn. Maar in de natuur zijn er zoveel mooie exemplaren te vinden dat ik er toch telkens weer enkele foto’s van maak.

DSC_1898.JPG

DSC_1909.JPG

DSC_1910.JPG

DSC_1912.JPG

DSC_1914.JPG