



Verhaaltjes over de vrijetijdsbesteding van een gepensioneerde imker-dierenarts met veel liefde voor bijna alles wat groen is. KBO0637510922









We zijn nu ongeveer drie weken na de voorjaarscontrole. Toen kregen de volken een leeg darrenraam. Drie weken later maar zeker niet later dan na 24 dagen moet dit worden uitgesneden. Vermits darrenbroed meer varroamijten aantrekt, wordt dit in het voorjaar enkele keren uitgesneden. En we doen dat dan ook voor de 24 ste dag. Want als de darren worden geboren, komen er ook varroamijten in het volk vrij. Ik heb dus vandaag al op de stand aan het Waterbroek de eerste controle gedaan. Bij enkele volken was zelfs al een gans raam verzegeld. Bij andere slechts een half raam. Maar na de verzegeling, kan het worden uitgesneden en verdwijnen op die manier ook de ingesloten varroamijten.
Sommige volken vond ik vorige keer te klein en die heb ik toen op elkaar geplaatst. Deze volken hebben ondertussen zelf uitgemaakt welke koningin ze behouden. Ik heb dan ook vandaag één broedbak van de twee weggehaald. De ramen met broed zijn in één broedbak gehangen en de andere worden gesmolten. Maar het zijn nu eveneens volken geworden met acht tot tien ramen vol broed. Grote volken om dit voorjaar honing te produceren.
Voor enkele dagen heb ik elk volk een honingbak gegeven en in de meesten zijn de bijen al bezig. Er glanst al wat nectar in de middelste ramen. Hopelijk kan ik bij een volgende controle op het einde van de maand al enkele verzegelde ramen uithalen. Ik hou van deze zeer vroege honing en noem hem dan ook ‘primeur’. Begin mei is het trouwens ook al het moment om van elk volk een broedaflegger te maken. Met een voerraam, een raam met broed en een waswafel ontstaat dan nog dit jaar een volledig nieuw volk.
Zodra de kruisbessen in bloei komen, is het voorjaar echt begonnen. Vroeger werd gewacht met de voorjaarscontrole van de bijenvolken tot dit moment. Normaal begin april dus. Tegenwoordig doen we voorjaarscontrole dus een veertiental dagen vroeger. Maar dit is wel een goed moment om een eerste honingbak op te zetten. Want naast deze kleine struikjes met hun onopvallende bloesem zien we natuurlijk ook de peren, kersen en pruimen in volle bloei komen. Spijtig genoeg dreigt het begin van de maand april dit jaar al met een serieuze gril te beginnen. Vries en sneeuw voorspeld. Het werk aan de bijen wordt dus best even uitgesteld. Komt trouwens goed uit want het coronabeestje heeft me te pakken gekregen. En dat moet ik eerst even bestrijden. Rusten dus…

De eerste kersen beginnen te bloesemen. Het moment om de bijenvolken naar hun zomerstand te brengen. De jonge volken die op de stand in Gerhagen overwinterden, breng ik naar het Waterbroek.





Momenteel is het moment aangebroken om de voorjaarscontrole uit te voeren. Na 15 maart en bij temperaturen boven 15 graden wordt altijd aangeraden. Eerst en vooral zorg ik voor voldoende broedramen die voorzien werden van nieuwe waswafels. Ik bekijk eerst de onderste lade. Normaal geeft die een goed idee over de grootte van het volk. Ik heb liefst dat de bodemplaat nu volledig is bedekt met mul. Het volk bezet dan de ganse bak. Als er ook veel stuifmeel op ligt, weet ik zeker dat er een goede koningin aan de leg is. Hierna verwijder ik het deksel en het plastic samen met de lege zak voederdeeg. Het plastic vervang ik bij het sluiten door een nieuw exemplaar. De ramen worden dan gecontroleerd. Ik begin links met het eerste voerraam. Dit moet mooi gevuld zijn. Dan snij ik het darrenraam uit. Ook dit zit nog vol voer. Hiernaast komt een raam met stuifmeel en dan alle ramen met broed. Gemiddeld zijn er dat zes op dit moment. Ik hang daarnaast nog twee waswafels en eindig met een vol voerraam.
Gisteren vond ik een volk met een darrenraam dat reeds was belegd. De twee buitenste ramen waren vol voer, maar wit verzegeld voor een groot deel. Dit was dus al vers opgehaalde honing. De andere negen ramen bevatten grote vlakken verzegeld broed onder een voederkrans. Dit volk is dus eigenlijk al gigantisch. Hier heb ik dan maar een koninginnenrooster opgelegd en een eerste honingbak. Een honingbak die de andere volken pas volgende week krijgen. Centraal hang ik in de honingbak zes uitgewerkte ramen en daarnaast telkens drie waswafels.
Ik noteer mijn bevindingen achter op de kast met krijt en neem op het einde een foto van elke kast. Thuisgekomen kan ik dan de nieuwe kastkaarten voor dit jaar klaarmaken. Ik noteer ook welke kasten ter plaatse blijven en welke naar een andere locatie vertrekken volgende week.

Ik heb spijtig genoeg vier kasten gevonden met uitsluitend darrenbroed. Deze worden volgende week nog opgeruimd. Enkele volken die ik als klein catalogeer, plaats ik morgen op elkaar. Ik zet nooit een zwak volk op een sterk. Het zou zo maar even het sterke volk kunnen ziek maken. Ik zet alleen twee zwakke volken op elkaar en hoop dan dat ze elkaar versterken en eind april op één broedbak kunnen. Er zal dan maar één koningin zijn en hopelijk voldoende broedramen om één bak te vullen. Ik geef ze in elk geval volgende week eveneens een honingbak.





De volgende planten komen uit de natuur maar gedijen ook mooi in een meer natuurlijke siertuin. Ze bloeien vroeg in het jaar als er nog niet veel te beleven valt en vallen daarom des te meer op.





De honingbakken zijn nu allemaal thuis. Een mooi moment om ze even een nieuw laagje verf te geven. De cederbakken hou ik ongeverfd. Maar ander hout kan wel een beschermlaag gebruiken. Met een spuitpistool en een restant oude muurverf duurt dit zelfs geen half uur.
