










De eerste groentenbedden zijn in gebruik genomen. De uien en sjalotten worden telkens afgewisseld met een rijtje wortelen. Deze gaan prima samen om zowel de uienvliegen als de wortelvliegen te misleiden. Om deze plagen nog verder te bestrijden plaats ik ook elk jaar een insectendoek over het bed. Bovendien maak ik veel gebruik van wisselteelt en komen dezelfde groenten pas enkele jaren later terug op hetzelfde bed.
Op het laatste bed heb ík pastinaak gezaaid. En om het bedje verder nog wat te bedekken, heb ik er een rijtje radijs en rucola langs gezaaid. Deze zijn al weg als de pastinaak goed in groei is.

Om dit jaar wat meer aardappelsoorten te kunnen planten, heb ik een nieuw aardappelveldje in gebruik genomen. Ik heb de omheining tegen een schapeninvasie geplaatst en ben bezig met het omspitten van de graszoden. Daarna is het nog even wachten op enkele droge dagen. Dan kan ik begin april de rijen ophogen en de poters planten. Machinaal ploegen kan helaas nog niet op deze kletsnatte grond. Maar met de spade is deze zware grond zelfs makkelijker om te zetten als hij nat is.

Het kweekgras neemt op sommige plaatsen de overhand. Het perceel zonnebloemen is dit jaar compleet mislukt. Ik wijt het aan het droge voorjaar. Het zaad is praktisch niet gekiemd. En dan nam het kweekgras over. Daarom heb ik gisteren het perceel omgeploegd. Hopelijk kan de hittegolf tegen het einde van de week de wortels wat uitdrogen. Ik hoop het stukje grond dan wat gezuiverd te krijgen om phacelia en mosterd te zaaien.

Ik had de kids een weekendje beloofd in de caravan en nu was het zover. Op zaterdag heb ik de aardappelen gerooid terwijl de kinderen konden ravotten. Tegen de avond hielden we een kleine barbecue en als het begon donker te worden, snoepten we nog wat marshmallows.



Tijdens de zondag heb ik dan de honingzolders van de volken weggehaald en verplaatst naar onder. Ik plaats ze op de bodem en zet de broedbak er op. Enkele honingramen die waren verzegeld, heb ik vervangen door leeg geslingerde ramen. De rest mogen ze nu verder naar boven dragen. Boven en rond hun broednest. Ik heb vroeger al aangegeven dat ik geen vliegplank meer gebruik. Ik heb ze namelijk allemaal omgebouwd tot een ‘muilkorf’ voor de bijenkast. Dit zou kunnen helpen tegen roverij. Roverij door andere bijenvolken, maar zeker ook tegen de hoornaars die gewoonweg te groot zijn voor de maasgrootte van 6 mm. Darren kunnen de kast nog wel verlaten langs de iets bredere spleet tegen de voorwand. Na de laatste honingoogst tot eind oktober blijven deze ter plaatsen. Het was tevens het moment om de strips Apivar te plaatsen in het broednest. Deze strips blijven gedurende tien weken ter plaats. Vorig jaar gaf deze varroabehandeling goede resultaten. Door de lange behandelingsduur ben ik weinig tot niet afhankelijk van de zomerse klimaatsomstandigheden en dat is wel anders bij veel andere zomerbehandelingen.



Ook de tuinbonen en de koolrabi zijn nu geoogst. De peultjes hebben hun beste tijd gehad. De laatste peulen blijven nu aan de planten tot ze helemaal droog zijn. Dan kunnen ze worden geoogst als droge erwten. Deze week zaai ik terug wat warmoes, pastinaak, knolvenkel, sla, radijs. Ook andijvie wordt nu gezaaid. Er komt nu voortdurend plaats vrij in de moestuin en ik probeer de grond dadelijk terug in gebruik te nemen. Pas na half augustus zaai ik open grond in met phacelia. De laatste bloemen voor de bijen in oktober maar ook een fantastische bodembedekker en verbeteraar.
Om de klimbonen vlot te laten omhoog klimmen, gebruik ik al enkele jaren een oude serre die ik met gaas heb bekleed. Ook de pompoenen en de aardappelen worden hier gezet. Wel wissel ik ze elk jaar van kant. Tijdens de winter zaten er enkele kippen in om de grond proper te houden. Begin april gaan er dan aardappelen in de grond en in mei de klimbonen en de pompoenen. De planten staan beschut tegen de schapen- en vogelvraat. De klimbonen groeien tegen een touw omhoog en leggen zich dan op het dak. De plukrijpe bonen hangen dan juist boven mijn hoofd. Ik zet paarse en gele prinsessen, snijbonen en kievitsbonen. Van elk drie hoopjes met vijf bonen leg ik in.


Vorig jaar had ik een zwerm in de kast gezet. Ik had de zwerm behandeld met oxaalzuur en in december nogmaals. Maar in januari verdween de laatste bij uit de kast. In de maand maart was er veel verkeer aan de kast. De laatste voorraad werd blijkbaar geroofd. En twee weken geleden zag ik geregeld speurbijen aan de kast. Nu is er dus een nieuwe zwerm ingetrokken. Geen idee vanwaar hij is gekomen.




De eerste plantjes en zaadjes zitten in de grond. De helft van de peulen en tuinbonen waren voorgezaaid in de serre. Het spreidt later ook een beetje de oogst vermits de rest die werden ingelegd als zaad, wat later gaan zijn. De slaplantjes, venkel, warmoes en koolrabi heb ik ook al geplant. Ik heb wel al andere voorgezaaid. Door voor te zaaien in de serre, gaat het iets sneller in de moestuin. Maar vooral gebruik ik veel minder zaadjes. Slechts een of twee per persblokjes en ik hoef ook niet uit te dunnen. Door regelmatig enkele blokjes in te zaaien, moet ik ook geen gans groentenbed tegelijk oogsten. In de tuin heb ik ook de uien en sjalotten geplant en tussen elke rij een rijtje wortelen gezaaid. De worteltjes heb ik gezaaid met een zaailint. Ook hier weer geen energie verliezen aan uitdunnen.


