20 december 2017

Ik heb drie dagen na het druppelen de gevallen varroamijten geteld en het waren er meer dan vorig jaar. Een aantal volken hadden tussen de 100 en 150 mijten op de schuif. De voorbije jaren was de mijtenval toch veel lager. Maar toch waren er ook nu weer volken met slechts een tiental gevallen mijten.Maar niet alle volken gaan natuurlijk gelijk de winter in. Enkelen hebben nog in september hun koningin gewisseld en ook de gevangen zwerm had maar enkele mijten op de schuif. Tijdens het druppelen was de temperatuur rond het vriespunt en bleef zelfs tijdens de dag onder de 5 °C. De bijen zitten dan vast op tros en de suikeroplossing met oxaal komt in nauw contact met elke bij.

Nu de temperatuur zelfs tijdens de nacht rond de 7°C blijft en overdag temperaturen tot 11°C worden voorspeld, is het druppelen niet meer aan de orde. De bijen zitten veel te los op tros om een goed contact te bekomen met het oxaalzuur. Ooit las ik in een publicatie dat de werking dan spectaculair verminderd tot ver onder de 80%. Een sublimatie van oxaalzuur wordt dan aangeraden. Door sublimeren kan men het oxaalzuur juist beter bij elke bij krijgen als ze niet te dicht op elkaar zitten. Er mag dan een effect van ver boven de 90% worden verwacht. 

En mocht er twijfel bestaan. In België mag oxaalzuur wel degelijk worden gesublimeerd volgens het cascadesysteem. Het produkt Api-Bioxal vermeldt namelijk op de bijsluiter dat het mag worden gebruikt door 2,5 g te sublimeren per volk. En bijgevolg kan het onder het cascadesysteem worden gebruikt om te sublimeren. Men zal dan wel een verdamper dienen aan te schaffen. Ik bedoel dan wel degelijk een fatsoenlijk aangekocht toestel en geen zelfgemaakte toestanden zonder controle op de werkingstemperatuur of elektrische veiligheid.

8 december 2017

Vandaag heb ik de oxaalzuuroplossing klaargemaakt om dit weekend de bijenvolken te behandelen. Vermits de temperaturen momenteel laag genoeg zijn en de bijen stevig op tros zitten, kies ik er voor om te druppelen in plaats van te sublimeren.

DSC_0041.jpg

Bij het bestuderen van de gebruiksaanwijzing viel me op dat er werd aangeraden om de 35 g oxaalzuur op te lossen in een halve liter suikeroplossing 1:1. Dit geeft volgens diezelfde bijsluiter een oplossing van 4,2% w:v oxaalzuur in een 60% suikeroplossing. Alle publicaties uit onze regio’s spreken echter van 3,5 %: 35 g op te lossen in 1 L suikeroplossing 1:1. Het lijkt dus alsof de Api-Bioxal een verdund poeder is van oxaalzuurkristallen. Maar niets is minder waar. Het is van dezelfde orde als het bekende technisch oxaalzuur. Waarom dan aanraden om een dubbele dosis te gebruiken? Is dat dan niet te sterk? Ik ging toch maar even op onderzoek in mijn bibliotheek.

Uit allerlei publicaties van de voorbije decennia blijkt dat wordt aangeraden om in Zuid-Europa te werken met een 4,2% oplosssing en meer naar het noorden toe, te werken met een 3,5% oplossing. Dit zou te maken hebben met het langer doorbroeden van een bijenvolk in het Zuiden. En vermits Api-Bioxal een Italiaans geneesmiddel is, zou de aangeraden dosis wel eens te zwaar kunnen zijn in ons klimaat. In de zeer interessante publicatie over het gebruik van oxaalzuur van Randy Oliver uit 2006, spreekt deze zijn voorkeur uit over een zomerbehandeling met 4,2 % w:v en een winterbehandeling met 3,4 % w:v. Het zal dus wellicht veiliger zijn om te werken met de dosering die wordt aangeraden door bijen@wur uit Nederland: namelijk 3,5 %.

Dit heb ik dus zo gedaan. Ik heb een 60% suikeroplossing gemaakt door 1 kg suiker op te lossen in 1 kg (dus 1 L) water. Ik bekwam zo 1,67 L suikeroplossing (met een gewicht van 2 kg). En 1 kg suiker in een totale oplossing van 1,67 L is  een 60% suikeroplossing. Makkelijk toch.

Ik goot het zakje Api-Bioxal (*) in een maatbeker en vulde die bij tot het volume van 1 L met de suikeroplossing. Dit geeft dus een 3,5 % oxaalzuuroplossing w:v (weight:volume, gewicht van het poeder in het volume van de oplossing) Met 1 L oplossing en een maximum van 50 ml per volk kan ik dus minimum 20 volken behandelen. Ik geef volken die over meer dan 6 straten op tros zitten al jaren de volledige 50 ml en kleinere volken 35 ml. Dit is zo in mijn Kempische kasten en niet noodzakelijk in een ander kasttype. Wellicht is het beter om zich daar te houden aan 5 ml per straat en dan niet te vergeten om ook, indien aanwezig, de onderste bak te behandelen.

(*)Een waarschuwing is hier op zijn plaats: De oxaalzuurkristallen uit de verpakking Api-Bioxal zijn droog en helemaal niet zo vochtig als het technisch oxaalzuur. Hierdoor stuift het poeder op en is een mondmasker bij het aanmaken van de oplossing absoluut noodzakelijk.

 

3 december 2017

Inpotten honing

Regelmatig haal ik een nieuwe emmer honing uit de kelder om op te potten. Een emmer bevat ongeveer 15 – 16 kg honing. De plastic emmers nemen minder ruimte in en ik heb dus maximaal een dertigtal glazen potten klaarstaan voor de verkoop. Dus minder stockageruimte nodig en minder risico op glasbreuk.

DSC_1918.jpg

DSC_1919.jpg

Deze emmer wordt dan in een bain-marie opgewarmd gedurende twee dagen. De temperatuur van het water is 38°C. Controle met een thermometer gaf aan dat de thermostaat zeer nauwkeurig werkt.

DSC_1920.jpg

DSC_1921.jpg

Zodra de honig weer vloeibaar is, giet ik de zak leeg in een rijper om de luchtbellen te laten stijgen.

DSC_1924.jpg

Als ik vloeibare honing wens in te potten, verwarm ik de emmer 48 u. En indien ik meer smeerbare honing wens in te potten, verwarm ik slechts 24 u. Deze honing moet ik dan nog wel even roeren om de kristallen wat te verkleinen. Hiervoor gebruik ik een RVS roerstaaf die is gemaakt naar het voorbeeld van een Rapidoroerder.

DSC_1923.jpg

Zodra de potjes zijn gevuld en van een etiket voorzien, gaan ze in het verkoopskastje aan de voordeur.

DSC_1899.jpg

 

 

 

 

 

 

 

;

14 november 2017

Wintertros

Momenteel zitten de meeste volken al op wintertros. Slechts sporadisch verschijnt er een bijenkopje aan de ingang en af en toe liggen er ’s morgens een paar dode bijen op de vliegplank. Zelfs de oudjes vliegen dus niet meer weg om ten velde te gaan sterven. Regelmatig hou ik mijn stethoscoop even tegen de kast om door het zachte gezoem te worden gerustgesteld. Vaak denkt men dat een stethoscoop dient om het geluid te versterken doch dit is een misvatting. Door de darmpjes wordt het geluid naar het oor gebracht en hoef je niet te bukken om je oor tegen de kast te drukken. En natuurlijk hoor je het inwendige gezoem beter als je de omgevingsgeluiden wegfiltert met de oordopjes.

We hebben al een dag gehad met vorst, dus 3 weken later zouden we broedloze volken moeten aantreffen. Zou het echt moeten gaan over 0 of -1 °C? Zou een ganse week met ochtendtemperaturen onder de 5 °C ook niet volstaan? Ik behandel in elk geval weer begin december.

Heraanleg tuin

Thuis zijn we gestart met de heraanleg van de tuin. Als eerste hebben we het kippenhok vernieuwd en het houthok. De dode hoekjes weggewerkt en het geheel lijkt nu veel ruimtelijker. Morgen wordt de dolomiet geleverd als halfverharding voor dit tuingedeelte.

DSC_0003.JPG

DSC_0004.JPG

26 september 2017

Het voorbije weekend heb ik de bijenvolken nog eens bekeken en ze hebben alle 14 voldoende voer. Ook hebben ze allemaal nog wat broed maar het broednest wordt nu toch wel heel klein. Een handvol op drie-vier ramen. Daarrond een mooie ring stuifmeel en de rest van het raam verzegeld voer. Ze zijn in elk geval klaar voor de winter. Hopelijk zijn ze ook klaar voor de controle van het FAVV, later deze week.

De moestuin draait ook op zijn laatste benen. De bonen worden niet meer geplukt, maar blijven nu aan de struiken om later te worden geoogst als rijpe dopbonen. Ook de pompoenen zijn voor het grootste deel al weggeborgen. De popcornmais heb ik geoogst en de stengels aan de schaapjes gevoerd. Maar er is natuurlijk nog voldoende vers te oogsten: warmoes, boerenkool, palmkool, groene kool, chinese kool, kropsla, selder, prei, worteltjes, pastinaken en suikerbrood. In de serre zijn de tomaten, paprika’s en pepers verwijderd om plaats te maken voor de terrasplanten. En ik heb nog wat veldsla, snijsla en postelein gezaaid.

 

4 september 2017

Inwinteren bijenvolken

De bijenvolken zijn momenteel allemaal ingewinterd op 36-38 kg. Ik heb hiervoor mijn resterende voorraad Api Gold siroop gebruikt van vorig jaar en voor de rest ben ik terug overgestapt op kristalsuiker 3:2. Een ton van 30 L vullen met suiker en hier warm water van de kraan bijvoegen duurt maar even. 25 kg suiker en 16.6 L water kan hier perfect in. Met de RVS honingroerder in de betonmenger, gaat het oplossen dan verder zonder moeite. En anders doe ik 8 kg suiker in een bidon van 10 L en vul ze bij met 5 L warm water. Hier kan ik perfect even mee schudden om de suiker op te lossen. Onlangs heb ik nog gelezen dat het gebruik van warm tot zelfs heet water geen gevaar oplevert voor HMF-vorming. Tenminste voor het oplossen van kristalsuiker. HMF zou worden gevormd bij verhitten van fructose en dus alleen voor geïnverteerde suiker een probleem zijn. De tonnen APi Gold namen teveel plaats in beslag op de bijenstand. Daar ik tijdens de vroege zomer toch nog kristalsuiker geef aan mijn jonge volkjes in verhouding 1:1 heb ik die dan ook steeds in voorraad. Ik koop mijn kristalsuiker in pakken van 10 x 1 kg bij het plaatselijk Okay-warenhuis of haal me enkele zakken van 25 kg bij een groothandelszaak hier vlakbij. 

De vliegopening staat nog bij alle kasten nauw op één bijbreedte om roverij te voorkomen. Bij mooi vliegweer geeft dat wel wat gedrum voor de kast en zeker als er een wolk jonge bijen bezig is met hun verkenningsvlucht. Ik bedenk me dan maar dat een natuurlijk nest ook geen brede toegang zou hebben.

De bodemschuif blijft nog aan de kant. Ze wordt regelmatig eens drie dagen ondergeschoven om de vrije mijtenval te controleren, maar pas tegen einde januari krijgen ze deze echt terug. Ze helpt dan om koudeverlies te beperken voor het nieuwe broednest in opbouw. Nu kan de open varroabodem er voor zorgen dat het volk sneller stopt met broeden.

23 augustus 2017

barbecue

De nieuwe barbecue is ondertussen getest en goed bevonden. Centraal in het rooster past zowel mijn wok als mijn kookpot. Hier werd de wok gebruikt om aardappeltjes te bakken tijdens het barbecueën.

Als ik gedurende langere tijd bezig was aan het Waterbroek had ik soms een klein probleempje dat nu ook is opgelost:

DSC_1840.JPG

Een klein tuinhuisje of tuinkast met een portable toilet.

 

Ondertussen zijn de meeste volken voldoende ingewinterd. De meeste zitten nu op hun streefgewicht van 36 kg. Diegene die nog wat te licht zijn, krijgen nog een vol voerbakje van 2 L per dag bij. Vorige week had ik nog één volk met veel darren, veel darrenbroed en slechts een occasioneel verzegelde werkstercel. Deze moer was duidelijk op de terugweg. Daar ik geen reservekoninginnen meer had, besloot ik een paar dagen te wachten en dan eventueel het volk op te ruimen. Gisteren deed ik dan een grondige controle en ik vond twee uitgelopen moerdoppen en een handvol cellen die belegd waren. De moerwissel is dus een feit. Ik had slechts drie ramen bekeken en heb de kast terug gesloten. Volgende week kijk ik dan even of het wel degelijk om plat verzegeld werksterbroed gaat. In dat geval kan ik gerust zijn en is de koningin gewisseld tegen een jong exemplaar. Ik kom haar dan volgend voorjaar wel tegen om ze te merken.

Momenteel wordt er geen volk meer ten gronde gecontroleerd. Maar regelmatig haal ik van een volk een raam naar boven om het broednest te bekijken. Eén centraal raam is hiervoor normaal voldoende. Als ik eind augustus, begin september nog eitjes heb gezien, blijf ik van dit volk af tot de winterbehandeling begin december. 

Alle volken zitten nu met een versmalde vliegspleet om roverij te voorkomen. De bodemschuif heeft er een paar dagen onder gezeten om de vrije mijtenval te tellen,maar is nu weer weggehaald. Door de koelte langs onder zal het volk wellicht iets sneller broedloos worden in het najaar. Om dezelfde reden ligt er nu ook geen isolatie onder het deksel. Deze gaat er pas eind januari, begin februari terug boven als het nieuwe broednest start.

Deze week las ik nog een Monatsbetrachtung in Bienen & Natur van vorig jaar, waarin de auteur stelde dat hij vanaf begin april een vliegengaas op de honingzolders legde in plaats van een plastic vel. De dekselisolatie liet hij wel liggen tot na de ijsheiligen. Maar de honingzolder bleef veel droger waardoor ook de honing droger was en bij de honingoogst haalde hij dan tevens een prachtig gaas vol zuivere propolis van elke kast. Ik heb dit alvast genoteerd met de bedoeling om dit volgend jaar toch eens te proberen. In het verleden paste ik dit slechts toe in juli, maar uit mijn ervaringen met de ecokast blijkt toch ook dat dit bijna het ganse jaar moet kunnen.

31 juli 2017

Was zuiveren met stoom

De stoomontsapper die ik gebruik voor het smelten van was heb ik nogmaals gebruikt. De blokjes was die ik bekwam na een eerste smelting van het uitgesneden darrenraat en van de ontzegelwas heb ik voor een tweede keer gesmolten. Deze ‘maagdenwas’ is nu zuiver genoeg om te gebruiken. Om mijn waswafels te gieten volgende winter, maar even goed om zalfjes mee te maken. Deze was is door de bijen volledig zelf aangemaakt en dus helemaal niet bezoedeld. Hij is zelfs maar enkele weken oud. Darrenraat snij ik immers om de 2 à 3 weken en ook de zegeltjes op de honingramen zijn pas zeer recent geproduceerd door de bijen. Het resultaat is dan ook duidelijk zichtbaar, veel lichter van kleur en zonder veel vervuiling. Ik plaats ook nu weer de was in een stuk nylonkous om het meeste vuil al op te vangen.

DSC_1832.JPG

DSC_1833.JPG

DSC_0015.JPG

 

Jonge patatjes

Dit jaar heb ik slechts 50 aardappelen gepoot. 25 roze en 25 paarse. De gewone aardappel kopen we in de winkel. Maar de kweek van iets apart, brengt een nieuwe dimensie in de keuken. Van elke soort hadden we een volle emmer aardappelen. Misschien zijn het geen perfecte bewaaraardappelen, maar ze zullen dan ook vrij snel opgebruikt zijn. Als bijgerecht op een barbecue waren ze in elk geval een voltreffer. En puree met een dieppaarse kleur of een rozige kleur als gemalen vlees, is toch ook eens leuk op tafel. Gisteren probeerden we met frietjes. En om de kinderen niet al te zeer af te schrikken, voorzagen we ook gewone frietaardappelen. Het resultaat was weer een plaatje. De smaak was door geen van ons te onderscheiden van andere aardappelen, maar als kleur op tafel kan het tellen. Iets voor de nationale feestdag?

Belgische frieten