Laatste controle van het jaar

Het is nu begin oktober en ik controleer de bijenvolken voor de laatste keer dit jaar. De voerbak wordt weggenomen, ze hebben deze de voorbije week compleet kunnen leeglikken, en ik leg een nieuw vel plastic onder de voerplank. Tegelijkertijd kijk ik hoeveel ramen met bijen zijn bezet en verwijder de strips Apivar.

Elk volk moet zich vanaf nu zelf kunnen redden.  Ik beschouw dat als een vorm van selectie. Veelal zijn mijn volken na de zomer meer dan groot genoeg om succesvol in te winteren. Ik streef al enige jaren naar de inwintering van twintig volken en gebruik hiervan de tien best uitgewinterde voor de honingproductie. Op deze manier kan ik elk voorjaar enkele volken verkopen.

Het voorbije voorjaar had ik er echter teveel en na moerloos maken, heb ik ze op het buurvolk gezet. Deze volken op een dubbele Kempische broedbak waren zeer groot en haalden zeer veel voorjaarshoning. Hierna heb ik de twee broedbakken weer apart gezet en had zo twee volken voor de zomerhoning. Indien mogelijk ga ik dit volgend voorjaar bij meerdere volken bewust toepassen.

 

20 september 2019

De bijen zijn bijna klaar voor de winter. Vandaag heb ik de voerbakjes gans geopend. De bijen kunnen nu het ganse voerbakje opkuisen en alle suikerkristallen wegpoetsen. Dit voorkomt veel schimmelaanslag in de voerbakjes. Volgende week kan ik ze dan helemaal verwijderen. Tegelijkertijd verwijder ik de Apivarstrips en plaats een nieuwe plastiek folie onder de voerplank. Met een stuk plastiek is het volk minder verstoord als ik in december de varroabehandeling doe. Een houten dekplaat , vastgekit met propolis, loswrikken is veel meer verstorend dan een stuk plastiek lostrekken. En zonder het volk te verstoren, kan je zelfs zien waar en hoe het volk zich bevindt in de kast. En door in het vroege voorjaar je hand op het plastiek te leggen, voel je zelfs of er al broed wordt warm gehouden.

De kippentractor werkt prima. Elke dag is er weer een stukje van de bodem ‘geverticuteerd’ en ontdaan van ongedierte. dsc_2671

Volgende maand, als de pompoenen en bonen zijn geoogst, plaats ik de kippenren daar en kunnen ze de ganse winter deze serrekooi proper houden.

Om het werk aan het waterbroek soms eens af te leggen, heb ik een oude caravan gekocht. Deze kan dienst doen als werfkeet of speelhuis voor de kleinkinderen. dsc_2670

5 september 2019

Vandaag heb ik de volken gewogen. Elk volk zou voor de winter 36 kg moeten wegen om mooi uit de winter te komen. Momenteel zitten de meeste kasten aan 26 kg en ik ga ze daarom vanaf zondag elk 10 kg suiker bij geven. Ze krijgen dan dagelijks een vol voerbakje van 2 liter en zijn dan een week later voldoende op gewicht.

Ik had naast de 18 mooie volken ook nog 3 volken die darrenbroedig waren vorige maand. Ze hadden eveneens een nieuwe koningin gekregen, maar deze hadden ze blijkbaar niet aanvaard. Ik heb deze volken mee behandeld tegen de varroamijt en ze aan de leg gehouden door ze eveneens twee keer per week wat voer bij te geven. Net zoals de andere volken. In september vind ik de nachten koud genoeg om deze volken af te slaan. De weinige bijen die nog in goede doen zijn, bedelen zich dan wel in bij de andere volken. En de oudere, versleten werksters, alsook de leggende werksters, sterven dan een snelle dood tijdens de koude nachten. Door even te wachten met het verwijderen van deze zwakke darrenbroedige volken, riskeer je wel ziekten op de stand. Daarom heb ik ze mee behandeld vorige maand en gevoerd. Ik had ze toen ook kunnen afslaan, maar nu hebben deze volken me wel enkele mooie ramen opgeslagen voer opgeleverd. Deze zitten nu in de vriezer als reserve. Want dat doet zelfs een darrenbroedig volk: voeder opslaan tot ze volledig zijn ingestort.

Een mooie verrassing is nu dat één van deze volken toch werksterbroed heeft over vier ramen. En bovendien al op inwinteringsgewicht is. Ik heb er dus maar twee moeten opruimen en heb dus 19 volken om de winter in te gaan. Ook op die manier heeft het wachten geloond.

18 juli 2019

Vandaag heb ik de laatste honingramen gesmolten. Onder elk volk heb ik een honingbak met 12 ramen gezet. Deze ramen worden volgend voorjaar pas gesmolten. Ik heb de 60 mooiste in de diepvriezer gezet om de wasmot te doden. Deze plaats ik dan na enkele dagen in afgesloten bakken om ze in het voorjaar aan de bijen te kunnen geven.  Enkele uitgewerkte en de rest waswafels.

De slechtste honingramen  heb ik vandaag dus gesmolten. Morgen ga ik nog een keer de wassmelter in gang zetten om alle ontzegelwas van dit jaar tegelijk te smelten. De was van de honingramen gebruik ik om de toekomstige broedwafels mee te gieten. De ontzegelwas dient voor de honingramen en de was van broedramen kan dienen voor kaarsen en boenwas. Op deze manier is voor mij de wascyclus proper georganiseerd.

Deze slideshow vereist JavaScript.

17 juli 201

dsc_2521-1

De honing van zondag is in zakken gedaan en dit brengt de totale honingopbrengst voor dit jaar op 39,5 kg per volk. Dit is 9 kg minder dan vorig jaar, maar 16 kg meer dan in 2017. Het is al bij al dus toch een goed jaar geweest. Ik kan nu morgen beginnen aan de grote schoonmaak. De honing is weg uit het slingerlokaal en nu kan ik daar royaal met water poetsen. Ik moet nog wel  wat darrenraat en alle ontzegelwas smelten en dan gebruik ik het lokaal pas terug tijdens de wintermaanden bij het gieten van de waswafels.

Alle bijenvolken kregen een honingzolder met natte honingramen onder zich en tevens de vliegspleetlat tegen roverij. De schuifjes van deze lat staan nog wel volledig open. De varroaschuif zit er nu even onder voor een telling van de natuurlijke mijtenval. Als ik niet dadelijk hoef te behandelen, krijgen ze eerst nog wat wintervoer. De kasten echt op gewicht zetten, doe ik pas in september.

De vliegplanken zijn dit jaar niet gebruikt en ze zijn ook echt niet nuttig voor de bijen. Ik heb ze allemaal omgebouwd tot muilkorven tegen de hoornaars. Doch dit jaar heb ik er nog geen gezien aan de bijenstand.

Honingoogst

Vanavond heb ik even wat ruimte gegeven aan de bijenvolken. Ik heb de verzegelde ramen uitgehaald. Het viel me wat tegen. Alhoewel de bakken zwaar waren, was er weinig verzegeld. De stootproef was wel negatief. Bij schudden met het raam drupte er geen honing uit. Het vochtgehalte van de honing zou dan voldoende laag zijn. Maar toch heb ik alleen de verzegelde ramen meegenomen. Slechts vier of vijf per volk waren verzegeld. Thuis heb ik met de refractometer de geslingerde honing gemeten en die gaf slechts 16% watergehalte aan. De honing is dus zeker voldoende rijp maar om rijpe honing te kunnen verzegelen, moet er tevens voldoende dracht zijn en dat is wat aan de minieme kant gebleven de voorbije weken. Bijen kunnen slechts voldoende was zweten als ze voldoende energie kunnen opnemen om zo hard te werken. Wellicht ga ik binnen een tiental dagen nog eens kijken. Want als de lindes volop bloeien en er is goede dracht, kunnen ze de rijpe honing wel eens heel snel verzegelen en zodoende toch plaatsgebrek krijgen.

De afname van de honingramen gaat met de beesweeper bliksemsnel. Die aankoop is zeker de moeite geweest. Op anderhalf uur heb ik zo vijftien honingzolders op vier verschillende standen gecontroleerd. Een pufje rook via de open varroabodem of langs het vlieggat en dan kan ik het dak afnemen. De dekplank ligt ook nog op het plastic om bovenbouw op de ramen te voorkomen. Als deze weg zijn, hef ik de verzegelde ramen uit en haal ze door de beesweeper. Als alle verzegelde ramen zijn uitgehaald, kieper ik de afgeveegde bijen in de ontstane open ruimte van de honingbak.

Morgen krijgen ze hun uitgeslingerde ramen terug. Ze zijn dan klaar voor de lindebloesem. De regen van gisteren en vanavond zal worden geapprecieerd door de planten. Maar door de felle onweders met windstoten, lagen er massa’s takken op de weg. Takken vol jonge bloesems. De natuur geeft en neemt. En wij stonden er bij en keken er naar.