Varroaval controleren

Vandaag heb ik de varroaval genoteerd na 5 dagen. De meeste volken hebben 1 tot 3 mijten op de bodem liggen en komen dus ruim onder een mijtenval van 1 per dag. Twee kasten hadden 12 mijten en bijgevolg meer dan twee per dag. Deze moeten absoluut worden behandeld. Maar ik behandel al mijn volken tegelijk. En dat zal rond 14 december zijn met oxaalzuur. Wat me wel opviel was dat alle volken al bovenaan zaten. Dit is wellicht te wijten aan de hoornaarinvasie waardoor ze te weinig najaarsdracht hebben binnengehaald.

De volgende week wordt het iets warmer en dat lijkt me dan een goed moment om ze al een pak deeg op te leggen. Vroeger deed ik dat pas na nieuwjaar als ze bovenaan zaten maar dat is dit jaar duidelijk vroeger.

De hoornaarharpen heb ik vandaag ook terug binnengehaald. De muilkorven laat ik nog ter plaatse. Deze helpen namelijk ook tegen andere warmtezoekers zoals muizen. Tijdens de oxaalbehandeling zal ik deze wel wegnemen.

Ik had nog twee volken bij een kennis staan en deze hadden geen plastiek maar een gesloten plank onder het deksel. Met de warmtebeeldcamera kan ik ook de aanwezigheid van een bijentros waarnemen. De bak waarin zich een tros bevind is namelijk warmer.

De twee volken die ik vandaag zo controleerde.
Een beeld van een paar weken geleden.

November wintermaand?

Alhoewel de temperaturen het niet laten vermoeden, is het jaareinde toch in zicht. Donkere dagen vol gezelligheid. En daar hoort een kaarsje bij. Daarom ben ik alvast begonnen met het gieten van enkele kaarsen.Een deel ervan zal ik te koop aanbieden op de adventsmarkt te Schoot-Tessenderlo. Deze gaat door op 30 november in het parochiecentrum De Kriekel. Natuurlijk bied ik daar ook mijn honing aan. Voor de kaarsen heb ik me vorig jaar al enkele vormpjes aangeschaft. Geen te grote want echte bijenwaskaarsen worden anders veel te duur om te koop aan te bieden. Maar de onvervalste geur van echte bijenwas is niet te evenaren.

De wassmeltketel heeft twee uitloopkranen op verschillende hoogte. De was drijft namelijk op water om te smelten en als alles is gesmolten, open ik de onderste kraan. Zodra hier de eerste was met onzuiverheden verschijnt, sluit ik de kraan en kan ik uit de bovenste kraan de meest zuivere was laten stromen.
Ik vul de bak eerst met was en giet dan water bij tot boven de bovenste kraan.
De zuivere was laat ik rechtstreeks in de klaargemaakte vorm stromen.
Een klein uurtje en de vormpjes zijn gevuld.
De volgende dag kunnen ze worden ontvormd.

In de tuin gaan de eerste winterwerkjes ook van start ondertussen. De fruitbomen dienen nog te worden gesnoeid, maar allereerst voorzie ik elk leeg groentebed van een laag ‘compost’ en bedek alles met grote stukken karton. Op die manier kan ik begin volgend jaar de bedden zeer snel klaarmaken voor de nieuwe groenten.

De ‘compost’ is een mengsel van aarde uit het kippenhok en konijnenmest. Vermits de kippen het ganse jaar bijgevoerd worden met alle lekkers uit de keuken en ze hun ren ook voortdurend bemesten is deze aarde zeer voedingsrijk. En konijnenmest heb ik altijd als zeer goed ervaren voor gulzige groenten.
Een afdekking met karton belet elke groei van onkruid.

1 november 2025

De volgende twee maanden mag de Ouessantram weer bij zijn harem. Die is dit jaar wel wat kleiner dan vorig jaar. Slechts 4 ooien heb ik behouden. Maar dat zal voor hem de pret niet drukken.

De hoornaars blijven nog massaal aanwezig maar de nieuwe muilkorf blijkt te werken. Zie hier het eerste prototype.

De moestuin is op dit moment nog zeker niet leeg, maar het aardappelveld voor volgend jaar is nu ook geploegd. Hier stonden dit jaar zonnebloemen en pompoenen.

Stormweer

Om schade door de storm Benjamin te voorkomen, heb ik daarstraks de hoornaartenten afgebroken. Ze zouden toch maar gaan vliegen en misschien zelfs de kasten omtrekken. De doeken worden nu uitgewassen en veilig opgeborgen tot volgend jaar. Resultaat was zeer goed. Elke hoornaar die je voor de kast kan vangen, zelfs met een bijtje tussen zijn kaken, gaat niet terug naar het nest en komt ook geen tweede keer meer langs. Ik schat het resultaat beter in dan de hoornaarharpen. Maar de laatste hoornaar is nog niet weg en dus hang ik morgen wel de muilkorven terug.

Alle hoornaars die ik uit de vallen van de tenten heb geschud.
Dit wordt de nieuwe muilkorf voor volgend jaar.

Ik heb al een voorbeeld van de nieuwe muilkorf gemaakt en de volgende dag had ik al twee hoornaars in de bovenliggende val. De maten pas ik wel aan voor mijn Kempische kasten. Het eerste model muilkorven had geen geïntegreerde val maar werkt met zijn 6mm gaas wel prima. Het tweede model met 8mm gaas had vallen langs de zijkanten en daar kwamen veel te weinig hoornaars in terecht. De val moet blijkbaar bovenaan zitten vermits een succesvolle hoornaar langs boven wegvliegt en dan zo in de val terechtkomt. Dit nieuwe derde type heeft geen gaas meer voor het brede vlieggat. De hoornaar kan dus mee op de vliegplank maar komt dan in de bovenste val terecht. Ik had dit type al eens gezien in een YouTube filmpje maar dan compleet gemaakt met gaas. De imker uit dit filmpje heeft zijn muilkorf gemaakt met hout en moerroosters. Vermits het vlieggat open blijft, is er ook nooit een belemmering voor een zwerm, darren of de koningin. Deze muilkorf zou het ganse jaar voor de kast kunnen blijven.

Bloemenveld

Dit jaar heeft het bloemenveld de ganse zomer bloemen geleverd voor de bijen en alle andere insecten. Ik had enkele bijenmengsels ingezaaid, gewoon alles door elkaar en nog wat extra klavers en tagetes toegevoegd. Maar nu is deze pracht afgelopen en daarom maak ik alles klaar voor het volgend seizoen. Eerst maaien en daarna ploegen. In het voorjaar is de grond aan het Waterbroek veel te zwaar en te nat voor een degelijke grondbewerking. Als het voorjaar niet té nat of té koud is, kan ik wellicht wel in maart de aarde licht frezen en inzaaien met phacelia. Deze prachtige groenbemester met paarse bloemen wordt ook wel bijenbrood genoemd omdat hij zoveel voedsel levert aan de bijen. Reeds na 6 weken staat phacelia in bloei. Wellicht kan ik hierna zelfs nog een andere plant inzaaien. Koolzaad kan zelfs nog in september. Maar ik had er ook aan gedacht om een stukje te reserveren voor tagetes, de enkelbloemige want insecten hebben niks aan dubbele bloemen.

De UM van Honda heeft gelukkig geen probleem met lang gras of hoog kruid, ook een paar takken neemt hij er graag bij.
Alles ondergeploegd om de winter in te gaan.

De rij zonnebloemen die ik dit jaar had gezaaid, waren van een zeer goede kwaliteit. Niet te hoog maar toch een grote bloem en zeer stevige stengels. De pitten ga ik volgend jaar weer ergens zaaien. Maar dat gebeurt in de volle grond pas na de ijsheiligen en dan is de bodem aan de bijenstand al voldoende opgedroogd om hiervoor een nieuw stuk te ploegen en te frezen.

Slecht 1 rij maar meer dan voldoende pitten voor een gans veld volgend jaar.

Hoornaarkoninginnen

De eerste koninginnen van de AH zouden zijn opgemerkt. Het moment dus om de vallen te voorzien van vlees. Ze zijn nu minder aangetrokken tot de zoete lokstoffen maar zijn verzot op vlees. En als we de verhalen mogen geloven van Aziatische marktjes zitten ze daar massaal op de aangeboden vis. Daarom heb ik tijdens een voorbije reclamecampagne bij Lidl een paar stukken pangasiusfilet gekocht. Ze lagen in de vriezer te wachten tot ik ze nodig had. En nu is het moment dus gekomen. In de selectieve hoornaarvallen die massaal zijn gebruikt in het voorjaar met 1/3 wijn, 1/3 bier en 1/3 grenadine, wordt nu best vis toegevoegd. Even besproeien met een beetje Trapit blijft natuurlijk een extraatje. Maar ook de grote fuik die ik gebruik op een oude honingzolder met enkele kapotte ramen, voorzie ik nu van vis.

De honingbak wordt nu vervangen door een oude emmer waar ik de vis kan in leggen. Langs de zijkanten heb ik een paar gaten geboord waarlangs de AH kan binnenvliegen. Foto’s volgen nog.

Een steen in de emmer als gewicht voor de stabiliteit en lokstof op de bodem.
De hoornaars kunnen de val binnendringen langs de gaten aan de zijkanten van de emmer.

Brood bakken met eigen honing

Zowel voor het dagelijks brood als voor de zondagse broodjes gebruik ik hetzelfde basisrecept. dit is wat oventemperatuur en tijden betreft wel aangepast aan mijn eigen oven thuis. Dagelijks brood op 200° gedurende 45 minuten en de 10 broodjes gedurende het eerste deel heter en alles samen slechts 25 minuten.

Meestal gebruik ik de 100g spelt maar soms vervang ik hiervan 50 g door boekweit, haver of rogge. Ander meel heeft een iets ander waterhoeveelheid nodig maar dat is nog aan te passen door water of bloem toe te voegen naar het einde van het kneedproces toe. Soms voeg ik ook rozijnen of noten toe tijdens het kneden maar de basis blijft toch altijd hetzelfde.

Voor 2 stokbroden gebruik ik wel alleen 500g witte bloem. Het resultaat wordt dan wel wat donkerder maar ook lekkerder door de drie lepels roggedesem.

Upgrade hoornaarharp

Vandaag heb ik ook het zeepwater onder de hoornaarharpen ververst. Een sopje met een scheut dreft moet er voor zorgen dat de hoornaar als ze versuft naar beneden valt, verdrinkt door de verlaagde oppervlaktespanning van het water. Zeep moet er ook voor zorgen dat de bijen niet gaan drinken aan dit water.

De dode hoornaars met slechts een enkele bij.
Het resultaat weggegoten. Bij 100 ben ik gestopt met tellen. Dit is slechts van 1 bak en er staan vier harpen op deze stand.
Aan de stroomdraden heb ik op elke harp enkele kunstaasvliegjes bevestigd. Gisteren gekocht in de hengelwinkel. Het zou sommige hoornaars nog meer naar de harpen lokken.

Controle volken met warmtecamera

Vorige week heb ik de kasten allemaal voor de laatste keer gecontroleerd. Ik ga nu met 21 mooie volken de winter in. Twee volken waren te klein. Op één stand had ik die kast dadelijk meegenomen om de voerramen te recupereren. Op de andere stand had ik pas vandaag tijd om de kast op te ruimen. Ik heb er even van geprofiteerd om mijn warmtebeeldkijker te proberen. De bijna lege kast is letterlijk koud. Bij de andere kasten licht de broedbak duidelijk op en is dus veel warmer dan de rest van de kast. Op deze manier is op een paar tellen te zien welk volk te klein is en moet worden gecontroleerd. Ze viel echt op in de rij van 11 kasten. Ik test wel al langer de temperatuur onder het deksel in om het beginnend broednest te detecteren. Maar dat doe ik in het vroege voorjaar met een warmtemeter die gebruikt wordt om koudebruggen te zoeken. Als een volk een beginnend broednest heeft in de winter wordt het dekplastiek boven het broednestje veel warmer dan aan de zijkanten. Hiervoor hoef ik dus alleen het deksel op te tillen zonder de bijen te verstoren. Nu bekeek ik de rij kasten echter gewoon langs de buitenkant met een warmtebeeldcamera. Op het onderstaand filmpje is het resultaat duidelijk te zien.

De broedbak in het midden van de kast licht duidelijk op.
Hier is de broedbak in het midden even koud als de onderstaande bak. Dit kleine volkje heeft geen broed en produceert ook geen warmte meer.