Hoe bekom ik zuivere was?

In mijn vorig bericht liet ik een filmpje zien over de huidige situatie thuis. Hoe ik mijn eigen waswafels maak. Er bestaan natuurlijk ook goedkopere varianten om zelf waswafels te gieten en er zijn zelfs bedrijven waar men de eigen was kan aanleveren om waswafels te laten maken. Voor een imker met slechts enkele volken vind ik dit zelfs zeer betaalbaar. Ook in de bijenvereniging worden soms waswafeldagen voorzien. Wat men zelf doet is niet altijd beter dan de simpele aankoop van waswafels maar het blijft natuurlijk wel leuk. En net daarom heb ik al van in het begin dat ik imker, me bezig gehouden met de eigen was. Laat ons eens even overlopen hoe ik hierin te werk ging. Ik begon met een zelf gemaakte zonnewassmelter maar kocht er al snel een. Omdat deze gedurende de dag voortdurend moet worden gedraaid naar de zon en eigenlijk alleen in de al drukke zomermaanden is te gebruiken, zocht ik al snel naar andere oplossingen.

Voor de ontzegelwas en het uitgesneden darrenraat, de was zonder houten ramen dus, vond ik snel een oplossing op een plaatselijke rommelmarkt. Een fruitontsapper met stoom. Het betreft slechts kleine hoeveelheden was en dit werkt perfect.

In het bovenste deel, waar de vuile was zit, gebruik ik de broek van een panty als eerste filter om de was al deels te zuiveren.

Ramen die moeten worden uitgesmolten, passen hierin natuurlijk niet. Hiervoor gebruikte ik in eerste instantie een grote kookketel. Vullen met water, aan de kook brengen en de ramen er in hangen. Simpel en snel. Maar een kliederboel.

Momenteel gebruik ik deze ketel alleen nog om lege houten ramen af te koken en van de laatste was te ontdoen.

Mijn volgende wassmelter heb ik gemaakt van oude broedkamers en een behangafstomer. Dit is zeer gemakkelijk uit te voeren door elke imker. Een oude broedbak waarin een emmer past. Afdekken met een plaat met gat in het midden en filtergaas. Daarboven een ganse broedbak met alle ramen die men wil smelten. Als afsluiting nog een dak met een gat waarlangs men de stoom kan invoeren. Slechts een oude broedbak, een zeef, een tussenplaat en een dak met toevoergat voor de stoom. Door iedereen snel te maken. Voordeel is dat niet alleen de houten ramen zijn gereinigd door de stoom maar ook de ganse broedbak zelf. De enige aankoop is de behangafstomer en een metalen plaat, liefst inox.

Deze tussenplaat is in de Duitse vakhandel gemakkelijk te vinden als men ze niet zelf kan maken. Voorzien van zeef en zelfs van toevoergat voor de stoomleiding.
Mijn eerste prototype had nog een uitvoer naar buiten.

Maar mijn imkerij groeide en ik kocht me een stoomsmelter voor 24 ramen die tevens is te gebruiken als ontzegelstand.

De opvangemmer heb ik hier in een geΓ―soleerde houten kast gezet. Dit bleek later niet nodig te zijn.
Momenteel staat dit toestel bij mij in de honingkamer.
Bij het uitsmelten van ramen wordt er een jute zak in gehangen als eerste filter. Ramen, losse was, apidearaampjes kunnen er allemaal in. Alleen de blauwe variant, want de oranje zijn niet hittebestendig.
De was uit de emmers moet dan nogmaals worden gestoomd en gezeefd om verder te zuiveren.

De blokken die uit de grote emmers komen zijn veel te groot om te smelten en moest ik nog kapotslaan voor verdere zuivering. Daarom heb ik de volgende wassmelter aangeschaft.

Het vuil dat zich aan de onderkant van het grote blok bevind heb ik eerst weg geschraapt. Dit blok past perfect in de ketel. Er bevindt zich altijd een laag water in de ketel dat aan de kook wordt gebracht en hierin gaan de grote blokken was. Uit de bovenste kraan kan ik dan na een uurtje de zuivere was laten stromen. Dit doe ik nogmaals door een zeef die ik heb bekleed met een stuk dampkapfilter. Met deze was vul ik mijn bakken voor de bain-marie of ander wasvormen.

De was wordt dus twee keer gesmolten. De eerste keer met stoom en de tweede keer in kokend water. Filtering gebeurt ook twee keer en hiervoor zijn vele materialen te gebruiken. Gaande van jute, tot katoenen lappen, dweilen, panty’s en zelfs keukenpapier. Zelfs heel simpel een katoenen T-shirt is bruikbaar. Even uitspoelen in kokend water en men kan het filter zelfs terug gebruiken. Ik gebruik dit filtermateriaal als aanmaakstof voor de houtkachel.

Waswafels zelf maken

Al vele jaren maak ik mijn eigen waswafels en ik deed dat voorheen in het tuinhuis. Het koelwater bekwam ik door de tuinslang in de tuin af te rollen en het water zo uit de waterleiding te gebruiken. Het toestel zou ongeveer 50 liter per uur verbruiken om te koelen. In de koude wintermaanden was dat water op deze manier meer dan voldoende koud. In het tuinhuis zelf was echter geen verwarming en daar zag ik dan wel wat tegen op. Nu heb ik echter mijn wasproductie verhuisd naar mijn voormalig dierenartskabinet. In een eerder filmpje heb ik al getoond hoe ik de honingproductie heb verhuisd naar de voormalige wachtkamer. In het kabinet heb ik echter ook een wateraansluiting en nog een leeg werkblad. De waterkoeling kan ik hier perfect uitvoeren met een aquariumpompje. Extra koeling van het water kan zowel door vers water te gebruiken of via koelelementen uit de vriezer. Binnenshuis werken is natuurlijk veel prettiger. Alles proper houden zal de grootste uitdaging worden.

Einde inwintering betekent opruimen…

De inwintering is afgelopen. Gedurende een drietal dagen hebben de bijen vrije toegang gekregen in het voerbakje waardoor deze zeer proper zijn gelikt. De voederplank heb ik nu vervangen door een muggengaas. De voederplank heb ik er nog wel op gelegd maar in de tweede helft van oktober gaat deze er af. Het gaas alleen moet er dan voor zorgen dat de kast kouder wordt en de bijen iets makkelijker broedloos worden. Ze zullen wel de gaatjes van het gaas dicht propoliseren. En vanaf Kerst leg ik een pak schapenwol op dit gaas onder het dak om het nieuwe broednest warmer te houden. De bedoeling van het gaas in plaats van een stuk plastiekzeil is om de broedbak beter te ventileren om schimmelvorming te voorkomen.

Ik heb drie volken opgeruimd wegens moerloos en te klein. Twee andere kleine maar gezonde volken heb ik samengevoegd. Nu heb ik hierdoor wel wat broedramen mee naar huis genomen om te smelten. Ik bewaar immers nooit broedramen. Ook de honingramen worden voor meer dan de helft gesmolten. De wassmelter kan nu weer enkele beurten draaien.

Na het uitsmelten van de ramen maak ik ze nog even zuiver met een spatel en daarbij krijg ik wel regelmatig bezoek van hoornaars. Ze vinden bij mij thuis geen bijen maar de luchtjes vinden ze toch interessant.

Strijd tegen de Aziatische hoornaar

Momenteel zijn er veel hoornaars aan de bijenstand in Gerhagen. Op meerdere manieren probeer ik de bijenvolken te helpen. Elimineren van de nesten is één ding maar er zijn natuurlijk ook nog de jagende hoornaars voor de kasten. Ik probeer dit door de aanvliegopening van de bijenkast af te schermen met een versmalde vliegspleet achter een zogenaamde muilkorf. Als ik bij de stand ben, probeerde ik in eerste instantie met een elektrische vliegenmepper te helpen. Op een half uurtje had ik dan wel een tiental hoornaars gevat. Maar een schepnetje werkt toch net iets vlotter. Vermits ik niet altijd aanwezig ben, heb ik ook vallen geplaatst op elke kast. Deze lokken geen extra hoornaars meer want deze waren er al. Maar op sommige momenten vliegen de bijen minder en dan gaan de jagende hoornaars wel naar de vallen. De laatste val die ik heb gemaakt, is van een curverbox, voorzien van een dubbele bodem. In deze dubbele bodem heb ik een flesje bier gegoten en in de bovenste bak liggen stukjes vis en rotte vijgen. Het is de bedoeling dat ik ook nog een potje gistende honing in de onderste bodembak giet. De tijd zal uitwijzen welk systeem wordt afgevoerd en welk ik blijf gebruiken. In volgend filmpje is de opstelling aan de bijenstand zichtbaar.

Bijenmuilkorf 2.0

De aangepaste muilkorven lijken beter te zijn voor de bijen. Ze zijn rustiger dan achter het eerste model. Ook kunnen ze beter de kast ventileren.

De hoornaar kan aan de voorkant in de muilkorf vliegen door een aanvliegopening in het gaas maar kan niet verder door naar de kast.
De hoornaar vliegt dan maar naar de zijkanten waar hij in een fles terechtkomt.

In sommige flessen liggen toch nog teveel bijen. Daarom ga ik de flessen nog wat aanpassen met een grotere opening met 6 mm gaas en gericht naar de voorzijde in plaats van aan de zijkant. Dan zou een bij die hierin terechtkomt gemakkelijker door het gaas buiten raken.

Fruitkooi

Vandaag de fruitkooi proper gewied en enkele nieuwe soorten bijgezet. Een oud serregeraamte dat ik had bekleed met resten gaasdraad doet al jaren dienst als deel van de moestuin maar sinds vorig jaar staan er bessenstruiken.

De vogeltjes worden verwelkomd om schadelijke insecten te vangen. Maar toch heb ik graag voldoende bessen voor eigen gebruik. Kersen, pruimen en ander boomfruit is voor het grootste deel voor de vogels. Ik heb de boomgaard aangeplant voor de bijen. Enkele fruitbomen in bloei: daar kan geen bedje krokussen tegenop. En lang voor deze fruitbloesems genieten mijn bijen van het stuifmeel van tientallen hazelaars. Op dit moment geniet vooral rode pluimstaart van de vele nootjes.

De opgehangen nestkastjes bieden dan ook vooral nestgelegenheid voor de kleinere insecteneters.πŸ˜‰

Nestkasten reinigen

Het is weer tijd geworden om de nestkastjes voor volgend seizoen te controleren. Ze worden zuiver gemaakt, gerepareerd indien nodig en voorzien van een laagje verf. Dit jaar zijn er weer enkele compleet doorgerot van de boom gevallen. Enkele zijn doorboord door spechten en eentje wordt bevolkt door een familie hommels. Ik heb alvast vier nieuwe gemaakt. De rest heb ik verzameld en hersteld. Als grap heb ik ze nu ook van een nummer voorzien.

Een volle lading en ik ben benieuwd naar de inhoud.
Allemaal op twee na hadden een nestje in zich. Die twee werden volgens de aanwezige uitwerpselen ook wel vaak gebruikt als schuilplaats.
Zo snel mogelijk terug ophangen.

De kastjes waren dus goed in gebruik geweest. Maar ze waren nog wel bewoond. Door spinnen, huisjesslakken, oorwurmen en vele andere soorten. Ik kwam ook veel kriebelaars tegen op mijn handen bij het poetsen: bloedluizen. Dit is een van de redenen waarom vogels steeds nieuwe nesten maken en wij nestkastjes moeten zuiver maken. Maar de aanwezigheid van al deze diertjes in het oude nestmateriaal is volgens mij ook een teken dat dit nestmateriaal niet teveel is verontreinigd door menselijke bestrijdingsmiddelen.

Er blijkt een zeer grote overeenkomst te bestaan tussen de nestkastjes die we maken voor de vogels en de bijenkasten die we maken voor de bijen. Zelfs wat parasieten betreft zie ik een gelijkenis.

Vergelijking tussen twee muilkorven

Ik heb ondertussen al een duidelijk verschil opgemerkt tussen de beide muilkorven.

Het oude type met gaas van 6 mm werkt toch vertragend bij het binnenkomen, niettegenstaande ze beter langs boven kunnen.
Gaas van 8 mm is een veel betere doorgang. En de bijen zitten rustig achter deze β€˜buis’ tegen de kastwand.
En bij temperaturen van 30 graden kan er zelfs een hoornaarveiliger baard worden gevormd.

Aan het Waterbroek heb ik nog geen Aziaat gezien, maar in Gerhagen zie ik ze om de paar minuten. De bijen met het nieuwe type lijken wel veel rustiger. In de zijflessen heb ik momenteel nog geen hoornaars gevonden maar wel meerdere darren laten hier het leven tijdens de darrenslacht. De uitgang in die zijflessen is natuurlijk ook slechts 6 mm.

Bijen voelen zich veiliger achter tralies

De leeggeslingerde ramen zijn drooggelikt op enkele bijenvolken en ik heb ze vandaag op torens gezet met azijnzuur. De honingkamers vol ramen zet ik op een toren met een lege honingkamer als bovenste. Hierin zet ik een schaaltje met een stukje spons. Ik giet daar dan azijnzuur op om traag maar zeker te verdampen. Hierdoor gaan de wasmotten het loodje leggen. Vermits de eitjes van de wasmot niet dood gaan, herhaal ik dit zodra al het azijnzuur is verdampt. De torens zijn zowel langs onder en boven volledig afgedicht met een metalen plaat.

Alle bijenvolken hebben nu een dekplaat met een voerbakje gekregen. Ik voer in juli en augustus wel maar tweemaal per week een halve liter. Gewoon om ze tijdens een drachtpauze toch bezig te houden. Pas in september voer ik ze dagelijks tot ze op inwinteringsgewicht zijn. De jonge volken en de nieuwe kunstzwermen krijgen wel volop bijgevoerd waardoor ze eind september bijna even groot zijn als de productievolken. Voeren van de bijen gebeurt vooral later op de avond om geen roverij uit te lokken. Maar ook het verkleinen van de vliegopening hoort hier bij. En zelfs de muilkorven tegen de Aziatische hoornaars helpen tegen roverij door andere bijenvolken. Het moment dus om deze te plaatsen. De vroegere modellen hebben gaas van 6 mm en de bijen kunnen bijgevolg het best binnen wandelen langs de bovenste spleet. Het nieuwe model heeft gaas van 8 mm maar volledig rondom. Er is een invliegopening gemaakt vooraan waardoor ook de hoornaar binnen kan. Maar die kan niet verder in de kast. Als de hoornaar de opening niet vindt, gaat hij langs de zijkant in een fles terecht komen. Momenteel zijn deze zijkanten nog afgesloten om de bijen te leren niet langs hier te gaan. We zullen dit seizoen zien of dit systeem beter is. Het is namelijk de bedoeling dat een hoornaar die aan een kast wordt gevangen, niet met een prooi naar het nest terug vliegt en daarna zijn makkers meebrengt. Het leek er wel direct op dat de bijen minder last hebben om te wennen aan het tweede type.