Vandaag begonnen aan het omploegen van het bloemenveld. Binnen enkele dagen kan het worden gefreesd en ingezaaid. Het eerste veldje, waar ik phacelia heb gezaaid, laat al het begin van kieming zien. Hopelijk krijgen we morgen dat kleine beetje regen dat is voorspeld voor de Kempen.
In de serre beginnen de tomaten, de paprika’s en de komkommers nu echt te groeien. Er staan nog enkele zaaibakjes met bloemen en verschillende soorten sla om verder uit te planten in de bijentuin en de moestuin.

De volk in de ecokast heeft nu bijna de eerste bak uitgebouwd. Als ze in de tweede bezig zijn, zal ik er een nieuwe onder plaatsen. Ze bouwen de raat mooi recht uit en er vliegen nog geen darren.

Het kleine bijenhotel dat aan de volière hangt, is eveneens goed bevolkt. Het is een simpele schijf berk en deze hangt er al enkele jaren. Sommige gaatjes zijn bezet door spinnen die wachten op een bezoeker en soms wordt een vers belegd gangetje bezocht door een parasiterende wesp. Toch raar om te zien hoe dit allemaal kan bestaan in de natuur. Eerst kruipt dan de metselbij in een gangetje om een eitje te leggen en als ze nog maar pas is vertrokken, kruipt er een wespje achterna om er eveneens een eitje in te leggen.

Thuis bouw ik de stripverzameling ook nog voortdurend uit. De nieuwste aanwinsten zijn onder andere een complete reeks van Maarten Toonder, enkele motoren van het Joe Bar Team en de maanraket van Kuifje.



De strips die ik momenteel nog koop, zijn meestal oude, complete reeksen of nieuwe integraaluitgaven en steeds meer stripcuriosa zoals beeldjes, pins, poppen en gesigneerde prenten of zeefdrukken.


Mijn imkerlokaal heb ik weer opgeruimd.
Zo kan ik tijdens de donkere maanden beginnen met het gieten van waswafels en insmelten van de raampjes. Het is nu koud genoeg en ik heb de diepvrieskist stilgezet. Ze blijft nu dicht tot ik de honingramen volgend jaar weer nodig heb. In het lokaal ga ik wel nog waterleiding aanleggen. Dit zal vlotter gaan bij het wasgieten en is ook gemakkelijker als het in de zomer weer wordt omgezet tot een slingerlokaal. De nieuwe kastonderdelen staan nog opgestapeld in de serre
en de reeds geverfde kastdelen staan in een stalletje op de overwinteringsstand. De bijenstand in Gerhagen herbergt nu het grootste deel van de volken tijdens de overwintering.
In het drachtseizoen is er echter niet veel meer te halen dan voor een tweetal produktievolken. Daarom noem ik hem maar mijn overwinteringsstand. De volken staan er onder toezicht van mijn vader en er staan genoeg lege stallingen om de lege kasten te stockeren. Op de andere stand staan nog enkele volken, die in het voorjaar worden vervangen door nieuwe, jonge produktievolken. Vermits de twee standen voldoende ver van elkaar zijn verwijderd, kan ik ze makkelijk verhuizen als dat nodig is. In februari worden ze verhuisd naar de stand waar ze dienen te blijven of vanwaar ze weer verder kunnen in april. Er zou bijvoorbeeld in april een kast kunnen worden geplaatst bij een buur nadat die in februari naar de verste stand is verhuisd. De stand van het waterbroek is de natste en het moeilijkst te bereiken in de winter, maar heeft wel een gigantisch wilgenaanbod in het voorjaar. De stand in Gerhagen staat droog in de winter, is onder toezicht en heeft dan weer een groot aanbod klimop in het najaar. De ideale stand die het jaar rond voldoet zal wellicht niet bestaan, maar op deze manier kan ik wel meerdere volken aanhouden.












Met een gigantische machine worden momenteel de grote stapels resthout van de populieren vermalen tot biomassa. De grote tractor met een volwaardige container gaat er volledig achter schuil. In de gietende regen heb ik maar enkele seconden durven filmen met mijn smartphone en het kleine snapshot doet geen recht aan deze mammoethakselaar.










