De beste wensen voor 2026!

Ook dit jaar maak ik weer foto’s van de bloeiende planten aan de bijenstand. En soms kan ik beelden van de wildcamera’s tonen. De bijen en de moestuin worden natuurlijk ook voortdurend opgevolgd. Laat ons beginnen met de eerste bloemen van het jaar of de laatste van vorig jaar. Alhoewel de bijen er nu weinig aan hebben, geeft het toch een warm gevoel als je ze even van dichtbij bekijkt. En de wildcamera’s geven soms leuke verrassingen.

De sneeuwbal Viburnum x bodnantense is een echte winterbloeier met een zeer lekkere geur.
De toverhazelaar of Hamamelis kan echt betoverend uit de schaduw treden. Ik heb hier een rode variëteit aangeplant.
Nog niet echt in bloei maar de mannelijke katjes van de hazelaar zwellen toch al serieus op.
Deze zeer bleke variëteit van de buizerd komt hier al jaren, maar ik zie hem nooit samen met het bruine koppel dat hier ook rondhangt. Deze lijkt wel een eenzaat.
Ik zie minder reeën dan enkele jaren geleden, maar er zijn nog enkele hindes en een bok. Tijdens de zomer waren er ook jongen.

Bloemenveld

Dit jaar heeft het bloemenveld de ganse zomer bloemen geleverd voor de bijen en alle andere insecten. Ik had enkele bijenmengsels ingezaaid, gewoon alles door elkaar en nog wat extra klavers en tagetes toegevoegd. Maar nu is deze pracht afgelopen en daarom maak ik alles klaar voor het volgend seizoen. Eerst maaien en daarna ploegen. In het voorjaar is de grond aan het Waterbroek veel te zwaar en te nat voor een degelijke grondbewerking. Als het voorjaar niet té nat of té koud is, kan ik wellicht wel in maart de aarde licht frezen en inzaaien met phacelia. Deze prachtige groenbemester met paarse bloemen wordt ook wel bijenbrood genoemd omdat hij zoveel voedsel levert aan de bijen. Reeds na 6 weken staat phacelia in bloei. Wellicht kan ik hierna zelfs nog een andere plant inzaaien. Koolzaad kan zelfs nog in september. Maar ik had er ook aan gedacht om een stukje te reserveren voor tagetes, de enkelbloemige want insecten hebben niks aan dubbele bloemen.

De UM van Honda heeft gelukkig geen probleem met lang gras of hoog kruid, ook een paar takken neemt hij er graag bij.
Alles ondergeploegd om de winter in te gaan.

De rij zonnebloemen die ik dit jaar had gezaaid, waren van een zeer goede kwaliteit. Niet te hoog maar toch een grote bloem en zeer stevige stengels. De pitten ga ik volgend jaar weer ergens zaaien. Maar dat gebeurt in de volle grond pas na de ijsheiligen en dan is de bodem aan de bijenstand al voldoende opgedroogd om hiervoor een nieuw stuk te ploegen en te frezen.

Slecht 1 rij maar meer dan voldoende pitten voor een gans veld volgend jaar.

Wilgenkatjes

Momenteel zijn de wilgenkatjes volop in bloei.

De vroegste aan mijn bijenstand is de platte wilg of Salix udensis ‘Sekka’. Veel mensen kennen de platte gekrulde takken voor het bloemschikken.
De boswilg of waterwilg is de best bekende katjeswilg in deze streek. De Salix caprea. De mannelijke boom heeft de bekende gele katjes. De gele donshaartjes geven het stuifmeel.
De vrouwelijke boswilg heeft groene katjes. Deze produceren geen stuifmeel maar wel veel nectar.
Nog een goede soort voor de bijen is de doorbloeiende amandelwilg. De Salix triandra ‘Semperflorens’. Deze boom levert bloesems van het voorjaar tot in oktober.

Knotwilgen

Bij de bijen is het nu even rustig maar de planten vragen wel wat aandacht. Voor de fruitbomensnoei is het nog wat te vroeg maar voor de knotwilgen is het ideale moment aangebroken. Ik heb 15 jaar geleden de bijenstand bijna volledig omgeven met knotwilgen. Ongeveer 250 stuks. Jaarlijks knot ik daar een deel van. Ongeveer een vierde, waardoor de bijen steeds voldoende bloesem overhouden en ik ook voldoende brandhout verkrijg. De gesnoeide takken tot ongeveer 5 cm dikte worden verhakseld en de dikkere worden verzaagd tot brandhout.

Na vijftien jaar is mijn conditie echter niet meer wat ze was en bijgevolg heb ik besloten om de knotwilgen geleidelijk korter te maken. Vorig jaar heb ik zodoende al een vijftigtal ingekort op 120 cm en ook dit jaar worden de te knotten wilgen ingekort op diezelfde hoogte. Zodoende is het op latere leeftijd ook eenvoudiger knotten.

De vroegste wilgenkatjes duiken op rond half maart en die zijn van de platte wilg. Ook hier heb ik meerdere exemplaren van staan. Later volgen dan de boswilgen, de krulwilgen en de knotwilgen. De doorbloeiende wilg bloeit zelfs nog in september. Al deze soorten staan dicht bij elkaar en er bestaan al zoveel kruisingen maar mijn bedoeling is ook alleen maar nectar aan te bieden voor het ganse jaar.

De platte wilgen heb ik aangeplant als haag. Een haag laat namelijk toe om meer bomen dicht op elkaar aan te planten. Dat is ook zo gedaan voor de amelanchiers, de sleepruimen, de meidoorns en de hazelaars.

Echte bomen zoals de kastanjes, acacia’s, lindes, sporkehout, valse christusdoorn, Spaanse aak en walnoten staan natuurlijk met wat tussenruimte. Maar door ze op rijen te plaatsen is er toch een zee van ruimte op het perceel van 60 aren. Er is zelfs plaats voor een schapenweide, een moestuin, een boomgaard en een bessentuin.

Bloesem voor de bijen

November. Gedaan met de arbeid aan onze bijenvolken. Afblijven is nu het motto. Als er iets loos is, hadden we dat al moeten opgelost hebben. De winterbehandeling doen we normaal pas als de volken broedloos zijn. Na een paar dagen grondvorst kan dat drie weken later zo zijn. Vandaag en gisteren heeft het hier aan de grond gevroren en dus pas eind deze maand zijn de volken enkele weken broedloos en rond kerstmis begint de koningin vaak al terug te leggen. In december besteed ik dus terug wat aandacht aan de bijen.

Maar nu begint wel de plantperiode. Het moment om enkele nieuwe bomen aan te planten. Bij Natuurpunt heb ik alvast enkele exemplaren besteld. Vijf wilde ligusters, vijf inlandse vogelkersen, tien sporken en vijf veldesdoorns. Van de gemeente krijg ik tevens, in samenwerking met Natuurpunt, een gladde iep, een gele kornoelje en een zomerlinde. Deze bomen kunnen worden gekozen uit een uitgebreide lijst. Elk jaar probeer ik zo een aantal bomen aan te planten. Maar ik heb dan ook de beschikking over een groot perceel. Stilaan raakt dit volledig bebost met bijenvriendelijke bomen. Ook een boomgaard maakt deel uit van dit bos in wording. Zo heb ik vandaag ook nog tien kersen en tien appelaars aangekocht. Deze fruitbomen zijn laagstammen en ik zet ze maar vier meter van elkaar. De boomspiegel van een fruitboom is best niet begroeid maar is slechts een vierkante meter groot. En de duizenden bloempjes op één kerselaar staan dus wel op die ene vierkante meter. Zeg nu zelf: daar kan je nooit zoveel crocussen op kwijt. Zelfs geen phacelia. En elke bloemsoort bloeit toch maar even. Daarom heb ik ook vijf soorten kers en vijf soorten appel gezet. Ik spreid op die manier het nectaraanbod over meerdere weken.

Tevens probeer ik ook altijd geïnteresseerden te overtuigen om een fruitboom aan te planten. Zelfs in de kleinste tuin kan men een appel kwijt. Er bestaan zelfs appelaars in pot om op het terras te zetten. Vervang uw spar door een fruitboom. Vervang uw conifeerhaag door een fruithaag. Kan die haag niet breed uitgroeien in uw tuin, ga dan voor een spalier, waaier of snoer. Je kan zo een zeer smalle rij fruitbomen aanplanten. En snoeien van fruit is heus niet moeilijker dan hagensnoei. Een kleine boomgaard produceert zelfs minder vaak op een jaar groenafval dan een saai gazon. Vervang toch uw grasmaaier door een snoeischaar. 😁

Begin december

Gisteren heb ik tien boompjes en vijf nestkastjes opgehaald bij Natuurpunt. Dit jaar heb ik Spaanse Aak gekocht om aan te planten. Ik had ook gele kornoelje besteld doch deze waren niet gerooid door het extreem natte najaar. Naast de tien boompjes kreeg ik van de gemeente ook nog twee winterlindes. De twaalf boompjes en de vijf nestkastjes heb ik dan gisteren direct naar de imkerijstand gebracht.

De Spaanse aak
Een linde heb ik aan de ingang van de moestuin geplant.

Vandaag heb ik dan weer de derde stand een beetje opgeruimd. Deze stand was bij een paar goede vrienden van mij. Maar regelmatig kwamen ze te dicht voorbij de vliegroute van de bijen met een stekelig resultaat. Daarom heb ik de kasten vandaag verplaatst achter een haag. Ze stonden eerst voor de afsluiting met klimplanten en nu heb ik ze er achter gezet. Slechts twee meter achteruit mag in de winter geen problemen geven.