Knotwilgen

Bij de bijen is het nu even rustig maar de planten vragen wel wat aandacht. Voor de fruitbomensnoei is het nog wat te vroeg maar voor de knotwilgen is het ideale moment aangebroken. Ik heb 15 jaar geleden de bijenstand bijna volledig omgeven met knotwilgen. Ongeveer 250 stuks. Jaarlijks knot ik daar een deel van. Ongeveer een vierde, waardoor de bijen steeds voldoende bloesem overhouden en ik ook voldoende brandhout verkrijg. De gesnoeide takken tot ongeveer 5 cm dikte worden verhakseld en de dikkere worden verzaagd tot brandhout.

Na vijftien jaar is mijn conditie echter niet meer wat ze was en bijgevolg heb ik besloten om de knotwilgen geleidelijk korter te maken. Vorig jaar heb ik zodoende al een vijftigtal ingekort op 120 cm en ook dit jaar worden de te knotten wilgen ingekort op diezelfde hoogte. Zodoende is het op latere leeftijd ook eenvoudiger knotten.

De vroegste wilgenkatjes duiken op rond half maart en die zijn van de platte wilg. Ook hier heb ik meerdere exemplaren van staan. Later volgen dan de boswilgen, de krulwilgen en de knotwilgen. De doorbloeiende wilg bloeit zelfs nog in september. Al deze soorten staan dicht bij elkaar en er bestaan al zoveel kruisingen maar mijn bedoeling is ook alleen maar nectar aan te bieden voor het ganse jaar.

De platte wilgen heb ik aangeplant als haag. Een haag laat namelijk toe om meer bomen dicht op elkaar aan te planten. Dat is ook zo gedaan voor de amelanchiers, de sleepruimen, de meidoorns en de hazelaars.

Echte bomen zoals de kastanjes, acacia’s, lindes, sporkehout, valse christusdoorn, Spaanse aak en walnoten staan natuurlijk met wat tussenruimte. Maar door ze op rijen te plaatsen is er toch een zee van ruimte op het perceel van 60 aren. Er is zelfs plaats voor een schapenweide, een moestuin, een boomgaard en een bessentuin.

Bijenboek

Ik heb zojuist weer een bijenboek gelezen en het is lang geleden dat ik het nog zo interessant vond. Niet dat ik de meeste zaken al niet wist, maar het was gewoon zeer goed geschreven. Het boek is geschreven in het Engels en ik heb het aangekocht onder digitale vorm in de book store van Apple.

For the bees door Tara Dawn Chapman. Ze is imker in Texas maar het boek is geschreven alsof het voor de hele wereld kan dienen. Want het is een boek vooral geschreven naar de beginner. Alles wat een beginnend imker moet weten om hem over de streep te trekken. Maar ik heb vooral genoten van de heerlijke schrijfstijl.

Een klein voorbeeldje: op een bepaald moment heeft ze over het verschil tussen honing van de lokale imker en honing uit de supermarkt. En dan schrijft ze dat je als beginnende imker zeker je honing niet mag wegschenken aan iedereen die je ontmoet. Je moet hem verkopen voor een degelijke prijs. Anders denken je naasten dat imkeren helemaal niks voorstelt. Naast een fraaie tekening geeft ze een lijst van alle bestanddelen in haar honingpot. Die bevat niet alleen nectar, enzymen en probiotica, maar er zitten ook 875000 bloembezoeken in door 1728 bijen. Zelf stak ze er tijd en geld in, en naast plezier ook bloed, zweet en tranen. Zelfs een occasionele steek. De hoeveelheid zonneschijn en regen voor de pot werd aangeleverd door moeder natuur.

Als we tijdens de wintermaanden op onze honger blijven wat imkeren betreft kan een goed boek zeer veel voldoening brengen en dat deed het in dit geval zeker.

3 januari 2025

Vandaag heb ik even naar de bodems gekeken van de bijenvolken en die zien er best goed uit. Door de lijnen mul te tellen kan men exact zien hoe groot de wintertros is en hoe ver die al naar achter is opgeschoven. De wintertros zit namelijk aan de voorkant onderaan en schuift naarmate de winter vordert verder naar boven en naar achter. Zo eten ze zich een weg door de voedselvoorraad die zich vooral boven en achter hen bevindt.

Binnenkort zien we ook witte lijnen van suikerkristallen als ze de ramen met wintervoer aan het consumeren zijn. En zodra het een paar dagen mooi weer wordt, verschijnen ook de eerste stuifmeelkorrels weer op de bodem. De els is een windbestuiver en is er al aan begonnen. De hazelaar volgt dan snel.

Onder het dak heb ik ook even naar het plastic dekfolie gekeken. Waterdruppels duiden vaak al op een beginnend broednest. Het gaat in elk geval om condensatie boven de bijentros.

Om een broednest te detecteren gebruik ik liever een thermometer. Zodra er een beduidend broednest is, stijgt de temperatuur boven de tros snel tot 20 graden. In de tros zal dat dan wel 35 graden zijn maar vermits warmte stijgt, is dat goed te meten door het plastic. Momenteel meet ik boven de wintertros slechts temperaturen van 6 tot 9 graden. Als er al een broednest is, zal het nog zeer miniem zijn. In de lege straatjes, waar zich geen bijen bevinden, is de temperatuur gelijk aan de buitentemperatuur. Vandaag was dat 1 graad Celsius. Een soortgelijke thermometer die ik gebruik is verkrijgbaar in elke doe-het -zelfzaak.

De ontwikkeling van het broednest kan ik zo heel simpel opvolgen.

Zodra de bijen boven tegen het plastic zitten, plaats ik een pak suikerdeeg. Zitten ze nog dieper hebben ze nog een voorraad boven zich. En op deze manier volg ik de bijenvolken nu wekelijks.

Mijn strijd tegen de Aziatische hoornaar

Ik heb ondertussen al veel manieren geprobeerd en zal deze nu hier even toelichten.

De selectieve vallen dienen in het voorjaar om de wakker geworden koninginnen weg te vangen. Vanaf begin maart plaats ik deze selectieve vallen op meerdere plaatsen. In de buurt van de bijenstand hoeft niet speciaal want de koninginnen zijn niet op zoek naar honingbijen. Ze zoeken slechts energie om hun embryonaal nest op te starten. Daarom plaats ik de selectieve vallen in de buurt van houtstapels, tuinhuizen, stalletjes in weilanden en overal waar ik ze mag plaatsen. Ik vul ze met suiker voor de benodigde energie en voeg alcohol toe om honingbijen zelf ervan weg te houden. Als suikerbron kan kristalsuiker worden gebruikt of gelijk welk vruchtensap, maar ik gebruik liever honing. De alcohol komt van wijn of bier. Dit mengsel bewaar ik in een 10 liter bidon. Tweemaal per week controleer ik dan deze vallen en vul ze bij. Als toemaatje spray ik telkens wat trapit (commercieel wespenlokmiddel) in de vallen. Met een liter van dit lokmiddel in een plantenspray doe ik op deze manier een gans jaar. Ik plaats en beheer van maart tot mei twintig vallen in de omgeving.

Vanaf mei plaats ik een grote val om de eerste werksters te vinden. Deze staat best niet aan de bijenstand. Enorme hoeveelheden hoornaars heb ik hier vorig jaar mee gevangen. De fuik van 6 mm gaas staat op een honingbak met oude raat. De aangetrokken hoornaars verlaten deze bak langs boven en komen dan in de fuik terecht.

Nu wordt het tijd om het nest te gaan zoeken met lokpotten. Dat is een ander verhaal en dit jaar had ik daar niet de tijd voor. Maar het volgende strijdmoment is na de laatste honingoogst in juli. De eerste hoornaars komen rondsnufffelen aan de kasten en tegelijk beginnen de bijen zelf ook aan een zoektocht naar zoetjes. Sommige volken gaan op rooftocht en de zwakkere worden beroofd. Dat probeer ik te voorkomen met mijn muilkorven. Belangrijk om rekening mee te houden is dat ze niet worden geplaatst als er nog darren in het volk aanwezig zijn of een koningin nog op bruidsvlucht moet. Want door een maasgrootte van 6 mm kunnen ze niet naar buiten. De eerste muilkorven heb ik gemaakt van 6 mm gaas en die werken prima. Dit jaar had ik een ander type gemaakt met gaas van 8 mm waar de hoornaar wel in kon maar dan werd weggevangen in twee flessen langs de zijkant. Voor de bijen was dit wel gemakkelijker om te passeren maar ik heb zeer weinig hoornaars in deze flessen weggevangen. De moeilijker constructie was niet de moeite waard. Volgend jaar ga ik terug naar de muilkorven met 6 mm gaas.

Waar ik dit jaar ook veel succes mee had en hoornaars mee kon wegvangen was met de selectieve vallen. Ik plaatste letterlijk op elke bijenkast een selectieve val van augustus tot eind november. Elke dag dat er weinig bijenactiviteit was wegens regen of avond, kwamen de zoekende hoornaars in de vallen terecht. Soms een tiental per val en dat op elke bijenkast.

Om een idee te geven van de activiteit op mijn bijenstand kan je hieronder even bekijken. Een potje met resterend lokmiddel had ik op de werktafel laten staan en de volgende morgen was het gebrom duidelijk hoorbaar. Een aantal hoornaars waren in de pot gedoken en slaagden er niet meer in om er uit te geraken.

Ik heb er maar direct een andere pot op geplaatst.

De stand aan het Waterbroek was dit jaar in tegenstelling tot 2023 bijna gevrijwaard van hoornaars. In het voorjaar heb ik twee koninginnen gevangen en daarna bleef alles rustig tot in het najaar als er af en toe eens een enkele verscheen aan de volken. De stand in Gerhagen was vorig jaar volledig vrij gebleven van de hoornaars maar dit jaar heb ik er honderden gevangen. Twaalf volken en continue tientallen hoornaars voor de kasten vanaf augustus. De selectieve val op elk dak en de muilkorf voor elk vlieggat hebben hun effect duidelijk niet gemist. De volken zijn nu in prima conditie en ik verwacht geen uitval. De uiteindelijke sterkte bij de voorjaarscontrole moet ik nog even afwachten maar naast de hoornaars hadden we natuurlijk ook nog gans 2024 dat was uitgeregend. Daarom hou ik vanaf volgende week (begin januari) de voedselvoorraad goed in de gaten.

Winterse opkuis

Tijdens de winterperiode laten we dan wel de volken zoveel mogelijk gerust maar er is nog werk genoeg. Momenteel ben ik bezig met het oppoetsen van de apideakastjes. Dit zijn de kleine kastjes om een bevruchtingsvolkje in te plaatsen. In het geval van het apideakastje gaat het om een klein, goed geïsoleerd, polystyreen bakje met slechts drie raampjes en een voerbakje. Slechts een beker bijen (200ml) is voldoende om de jonge koningin te verzorgen tot ze aan een groter volk kan worden uitbesteed.

Na poetsen heb ik alle onderdelen ‘ontsmet’ in 10 liter water met 600 g soda en dat bij een temperatuur van 80 graden. De wassmelter bleek ook hiervoor zeer geschikt.

Temperatuur blijft zeer constant zolang als gewenst.
De oranje frames die worden bijgeleverd kunnen slechts 100 graden verdragen. De blauwe kunnen apart worden gekocht en deze kunnen zelfs tot 140 graden worden verhit. Maar ook de kastjes zelf gingen in de ketel bij 80 graden.
Na drogen heb ik er weer een nieuwe laag verf op gezet.
Toch ook een aantal nieuwe kastjes aangeschaft.
Ook de darrenraten heb ik ondertussen nagekeken en enkele bijgemaakt.

Als darrenraam verdeel ik een oud raam in twee delen met een toplat van een ander oud raam. De bijen bouwen hier zelf darrenraat in dat telkens wordt uitgesneden als een helft volledig is verzegeld. In elk geval voor de 24 ste dag want anders komen de varroamijten samen met de uitlopende dar in het volk terecht. De bijen beginnen met de bouw van natuurraat steeds bovenaan en door de tweedeling is het volledig uitgebouwd en belegd voor de derde week. Maar alle cellen zijn ook al gesloten. Bij gebruik van een gans raam zou het onderaan nog niet volledig zijn uitgebouwd bij uitsnijden. Maar nog erger zouden er nog veel open cellen worden uitgesneden in dat geval en die hebben nog geen varroamijten weggevangen. Dat zou helemaal nutteloos zijn.

Nog een ander winterwerkje is de productie van wasraten voor het volgend seizoen. Hier ben ik bijna mee klaar. Nog enkele avonden te gaan.

Ik wikkel ze per 12 in een krant ter bewaring.

Bloesem voor de bijen

November. Gedaan met de arbeid aan onze bijenvolken. Afblijven is nu het motto. Als er iets loos is, hadden we dat al moeten opgelost hebben. De winterbehandeling doen we normaal pas als de volken broedloos zijn. Na een paar dagen grondvorst kan dat drie weken later zo zijn. Vandaag en gisteren heeft het hier aan de grond gevroren en dus pas eind deze maand zijn de volken enkele weken broedloos en rond kerstmis begint de koningin vaak al terug te leggen. In december besteed ik dus terug wat aandacht aan de bijen.

Maar nu begint wel de plantperiode. Het moment om enkele nieuwe bomen aan te planten. Bij Natuurpunt heb ik alvast enkele exemplaren besteld. Vijf wilde ligusters, vijf inlandse vogelkersen, tien sporken en vijf veldesdoorns. Van de gemeente krijg ik tevens, in samenwerking met Natuurpunt, een gladde iep, een gele kornoelje en een zomerlinde. Deze bomen kunnen worden gekozen uit een uitgebreide lijst. Elk jaar probeer ik zo een aantal bomen aan te planten. Maar ik heb dan ook de beschikking over een groot perceel. Stilaan raakt dit volledig bebost met bijenvriendelijke bomen. Ook een boomgaard maakt deel uit van dit bos in wording. Zo heb ik vandaag ook nog tien kersen en tien appelaars aangekocht. Deze fruitbomen zijn laagstammen en ik zet ze maar vier meter van elkaar. De boomspiegel van een fruitboom is best niet begroeid maar is slechts een vierkante meter groot. En de duizenden bloempjes op één kerselaar staan dus wel op die ene vierkante meter. Zeg nu zelf: daar kan je nooit zoveel crocussen op kwijt. Zelfs geen phacelia. En elke bloemsoort bloeit toch maar even. Daarom heb ik ook vijf soorten kers en vijf soorten appel gezet. Ik spreid op die manier het nectaraanbod over meerdere weken.

Tevens probeer ik ook altijd geïnteresseerden te overtuigen om een fruitboom aan te planten. Zelfs in de kleinste tuin kan men een appel kwijt. Er bestaan zelfs appelaars in pot om op het terras te zetten. Vervang uw spar door een fruitboom. Vervang uw conifeerhaag door een fruithaag. Kan die haag niet breed uitgroeien in uw tuin, ga dan voor een spalier, waaier of snoer. Je kan zo een zeer smalle rij fruitbomen aanplanten. En snoeien van fruit is heus niet moeilijker dan hagensnoei. Een kleine boomgaard produceert zelfs minder vaak op een jaar groenafval dan een saai gazon. Vervang toch uw grasmaaier door een snoeischaar. 😁

Hoe bekom ik zuivere was?

In mijn vorig bericht liet ik een filmpje zien over de huidige situatie thuis. Hoe ik mijn eigen waswafels maak. Er bestaan natuurlijk ook goedkopere varianten om zelf waswafels te gieten en er zijn zelfs bedrijven waar men de eigen was kan aanleveren om waswafels te laten maken. Voor een imker met slechts enkele volken vind ik dit zelfs zeer betaalbaar. Ook in de bijenvereniging worden soms waswafeldagen voorzien. Wat men zelf doet is niet altijd beter dan de simpele aankoop van waswafels maar het blijft natuurlijk wel leuk. En net daarom heb ik al van in het begin dat ik imker, me bezig gehouden met de eigen was. Laat ons eens even overlopen hoe ik hierin te werk ging. Ik begon met een zelf gemaakte zonnewassmelter maar kocht er al snel een. Omdat deze gedurende de dag voortdurend moet worden gedraaid naar de zon en eigenlijk alleen in de al drukke zomermaanden is te gebruiken, zocht ik al snel naar andere oplossingen.

Voor de ontzegelwas en het uitgesneden darrenraat, de was zonder houten ramen dus, vond ik snel een oplossing op een plaatselijke rommelmarkt. Een fruitontsapper met stoom. Het betreft slechts kleine hoeveelheden was en dit werkt perfect.

In het bovenste deel, waar de vuile was zit, gebruik ik de broek van een panty als eerste filter om de was al deels te zuiveren.

Ramen die moeten worden uitgesmolten, passen hierin natuurlijk niet. Hiervoor gebruikte ik in eerste instantie een grote kookketel. Vullen met water, aan de kook brengen en de ramen er in hangen. Simpel en snel. Maar een kliederboel.

Momenteel gebruik ik deze ketel alleen nog om lege houten ramen af te koken en van de laatste was te ontdoen.

Mijn volgende wassmelter heb ik gemaakt van oude broedkamers en een behangafstomer. Dit is zeer gemakkelijk uit te voeren door elke imker. Een oude broedbak waarin een emmer past. Afdekken met een plaat met gat in het midden en filtergaas. Daarboven een ganse broedbak met alle ramen die men wil smelten. Als afsluiting nog een dak met een gat waarlangs men de stoom kan invoeren. Slechts een oude broedbak, een zeef, een tussenplaat en een dak met toevoergat voor de stoom. Door iedereen snel te maken. Voordeel is dat niet alleen de houten ramen zijn gereinigd door de stoom maar ook de ganse broedbak zelf. De enige aankoop is de behangafstomer en een metalen plaat, liefst inox.

Deze tussenplaat is in de Duitse vakhandel gemakkelijk te vinden als men ze niet zelf kan maken. Voorzien van zeef en zelfs van toevoergat voor de stoomleiding.
Mijn eerste prototype had nog een uitvoer naar buiten.

Maar mijn imkerij groeide en ik kocht me een stoomsmelter voor 24 ramen die tevens is te gebruiken als ontzegelstand.

De opvangemmer heb ik hier in een geïsoleerde houten kast gezet. Dit bleek later niet nodig te zijn.
Momenteel staat dit toestel bij mij in de honingkamer.
Bij het uitsmelten van ramen wordt er een jute zak in gehangen als eerste filter. Ramen, losse was, apidearaampjes kunnen er allemaal in. Alleen de blauwe variant, want de oranje zijn niet hittebestendig.
De was uit de emmers moet dan nogmaals worden gestoomd en gezeefd om verder te zuiveren.

De blokken die uit de grote emmers komen zijn veel te groot om te smelten en moest ik nog kapotslaan voor verdere zuivering. Daarom heb ik de volgende wassmelter aangeschaft.

Het vuil dat zich aan de onderkant van het grote blok bevind heb ik eerst weg geschraapt. Dit blok past perfect in de ketel. Er bevindt zich altijd een laag water in de ketel dat aan de kook wordt gebracht en hierin gaan de grote blokken was. Uit de bovenste kraan kan ik dan na een uurtje de zuivere was laten stromen. Dit doe ik nogmaals door een zeef die ik heb bekleed met een stuk dampkapfilter. Met deze was vul ik mijn bakken voor de bain-marie of ander wasvormen.

De was wordt dus twee keer gesmolten. De eerste keer met stoom en de tweede keer in kokend water. Filtering gebeurt ook twee keer en hiervoor zijn vele materialen te gebruiken. Gaande van jute, tot katoenen lappen, dweilen, panty’s en zelfs keukenpapier. Zelfs heel simpel een katoenen T-shirt is bruikbaar. Even uitspoelen in kokend water en men kan het filter zelfs terug gebruiken. Ik gebruik dit filtermateriaal als aanmaakstof voor de houtkachel.

Waswafels zelf maken

Al vele jaren maak ik mijn eigen waswafels en ik deed dat voorheen in het tuinhuis. Het koelwater bekwam ik door de tuinslang in de tuin af te rollen en het water zo uit de waterleiding te gebruiken. Het toestel zou ongeveer 50 liter per uur verbruiken om te koelen. In de koude wintermaanden was dat water op deze manier meer dan voldoende koud. In het tuinhuis zelf was echter geen verwarming en daar zag ik dan wel wat tegen op. Nu heb ik echter mijn wasproductie verhuisd naar mijn voormalig dierenartskabinet. In een eerder filmpje heb ik al getoond hoe ik de honingproductie heb verhuisd naar de voormalige wachtkamer. In het kabinet heb ik echter ook een wateraansluiting en nog een leeg werkblad. De waterkoeling kan ik hier perfect uitvoeren met een aquariumpompje. Extra koeling van het water kan zowel door vers water te gebruiken of via koelelementen uit de vriezer. Binnenshuis werken is natuurlijk veel prettiger. Alles proper houden zal de grootste uitdaging worden.