Broedafleggers

De voorbije dagen heb ik broedafleggers gemaakt van de productievolken. Ik gebruik hiervoor twee ramen broed om hieruit een nieuw volk te starten. Ik vervang de twee broedramen met een waswafel en neem ook twee ramen opzittende bijen mee. Door deze aderlating van het volk wordt een eventuele zwermneiging onderdrukt. En het volk krijgt weer nieuwe was aangereikt. Ik kies twee ramen van het voorbije jaar met veel verzegeld broed, een stuifmeelrand als het kan en zeker ook een deel cellen waarin duidelijk eitjes zijn te zien. Liever veel verzegeld broed en niet te veel larven. Verzegeld broed heeft namelijk minder zorg nodig en levert sneller nieuwe bijen aan het jonge volkje. En hoe minder eitjes, hoe minder doppen ze aanzetten. Niet dat dit een probleem is. Zelfs als er tien doppen worden aangezet, gaat dit kleine volkje niet zwermen. Zodra een koningin uitloopt, worden de andere doppen door de bijen zelf vernietigd. De ongeduldige imker kan na 12 dagen luisteren of er een tuter rondloopt. Zelf controleer ik de ramen pas als ik na dag 24 behandel met oxaalzuur. Op dat moment vind ik ook de koningin snel om haar te merken en te knippen. Ze kan in de moerkooi blijven en haar merk laten opdrogen terwijl ik het volkje besproei met oxaalzuur. Na een maand controleer ik dan of het nieuwe werksterbroed mooi is aangesloten. Elke week open ik wel even de kast om het voeder bij te vullen en eventueel een nieuwe waswafel bij te hangen. Zodra er voldoende ramen zijn uitgebouwd en er geen ruimte meer is voor de honingpot met deeg, stop ik met bijvoeren.

Om de aflegger te maken gebruik ik twee manieren. Als luie imker zoek ik niet graag naar een koningin. Vermits ik toch controleer op belegde zwermdoppen, kom ik haar soms wel tegen. In dat geval sluit ik haar even op in een moerklemmetje. Als ik haar heb gevonden, neem ik simpelweg de twee gekozen broedramen met opzittende bijen en vul hiermee de broedaflegger. Kom ik haar niet tegen dan kies ik de twee ramen en hang ze in de afleggerbak nadat ik ze volledig heb afgeveegd van alle opzittende bijen. Ik plaats deze afleggerbak op de honingzolder en laat ze de juiste broedverzorgende bijen aantrekken, aanzuigen, zonder dat de koningin door het moerroster naar boven kan. Een zuigeling dus. Na een uurtje kan ik de aflegger op haar eigen bodem zetten.

Indien de broedaflegger op dezelfde locatie blijft, veeg ik nog enkele honingramen af om de aflegger groter te maken. Kan hij naar een andere locatie zijn de opzittende bijen voldoende. Het voerraam had ik bewaard van mijn voorjaarscontrole. Het vulblok is wellicht niet essentieel en kan eventueel worden weggelaten. Het uitbouwen van de buitenste waswafel gaat volgens mij toch wel iets vlotter naast een vulblok.

De broedzuigeling in schema.
De broedaflegger op zijn eigen bodem en met een pot voerdeeg.
Het voerdeeg doe ik in honingpotten en is afkomstig van de restanten uit de overwinterde volken.
De afleggers staan verdeeld over het terrein om vervliegen van de koninginnen te voorkomen als ze terugkomen van hun bruidsvlucht.

Bijenvolken eind april

Na de wilg en het fruit, staat nu de paardenkastanje in volle bloei. Hierna is het even wachten op de acacia. Maar natuurlijk zijn dit slechts de opvallende bomen. Met bloesem die we boven onze hoofden duidelijk waarnemen. Dichter bij de grond gebeurt er ondertussen ook veel. En dat wordt vaak niet opgemerkt. Er kwamen al enkele honden op de praktijk met een insectensteek in de snuit. Ook zij merken deze kleine stekertjes ook vaak te laat op. Voor mij is dit het signaal dat de bijen nu de hoge bomen ruilen voor lagere bloesems. Voor de imker en natuurliefhebber is het nu het moment om plat op de grond te gaan. Maar de bijen, hoe is het daar nu mee?

Tweede helft april en de meeste volken hebben hun tweede honingzolder gekregen. Wellicht kan er volgende week al een deel voorjaarshoning worden afgenomen. Maar evenzeer heb ik een volk dat nog steeds niet bezig is in de honingzolder. Nu had ik er voor kunnen kiezen om even het koninginnenrooster te verwijderen. Dan gaan ze meestal snel naar boven. Maar broedrestanten in de honingramen probeer ik ten allen tijde te vermijden. Het broednest heb ik even beter bestudeerd en het viel op dat ze een verzegelde voerrand hadden aangelegd boven het nest, bovenaan de broedramen. Eigenlijk perfect normaal maar niet naar de zin van een honingimker. Die wil zijn honing graag apart in een honingkamer. Vermits bijen niet graag over een verzegelde honingrand gaan, heb ik dan de zegels van de voederrand gebroken, platgedrukt met de raambeitel. Het is nu de bedoeling dat de bijen deze honingcellen ruimen en hierbij de honing verder naar boven, dus boven het koninginnenrooster gaan opslaan. Ze gaan er in elk geval ergens mee moeten blijven, want in de broedruimte zelf is geen plaats meer. Dit is blijkbaar een volk dat al lang blij is met een kastruimte van 1 Kempische broedbak. We zullen volgende week nog eens controleren, maar een volk met vertraagde voorjaarsontwikkeling is voor mij een negatief selectiecriterium.

De volken die momenteel al druk bezig zijn met verzegelen in de eerste, bovenste honingbak en de tweede, onderste bak, al uitbouwen, geef ik een pluspunt voor de selectie. Vier volken hebben momenteel zelfs de broedbak compleet in gebruik voor het broed. Ze hebben zelfs de twee buitenste voerramen al geruimd en voorzien van verzegeld broed. Deze vier zijn momenteel mijn eerste keuze voor verdere selectie. Selectie die weldra begint, want volgende week, begin mei, begin ik aan de productie van de broedafleggers. En deze volken die nu met 11 ramen broed en een darrenraam overvol gaan raken, geven me dan twee ramen broed in plaats van slechts één.

Een voerraam, een broedraam (moet ook eitjes bevatten) een waswafel en een sluitblok worden in een broedbak gehangen en enkele uren op de honingzolders gezet. Dit broed trekt de jonge, broedverzorgende bijen onvermijdelijk naar boven. Daarom noemen we deze broedaflegger ook vaak een zuigeling. De juiste bijen worden naar boven ‘gezogen’. Hierna wordt de broedbak op een bodem gezet, de vliegspleet op één bijbreedte afgesloten met een schuimstofstrip en naar de andere bijenstand vervoerd. Na 24 dagen behandel ik dit volkje met oxaalzuur. Op drie ramen is de koningin dan zeer gemakkelijk te vinden. Ze is al op bruidsvlucht geweest en bijgevolg wordt ze gemerkt en geknipt. Een week later kan ik dan controleren of ze een mooi broednest heeft. Ik geef deze jonge volkjes telkens een nieuwe waswafel als de vorige is uitgewerkt en plaats een voerbakje onder het dak waar ik regelmatig een litertje siroop in voorzie.

 

19 mei 2019

Gisteren en vandaag heb ik bij de controles broedafleggers gemaakt. Vier stuks. In zevenramers. Ze bieden plaats voor zes broedramen en een voerraam. Ik haalde de voerramen uit de vriezer en uit elk volk twee ramen met vooral verzegeld broed. Hierbij zoek ik naar de oudste ramen. Ze worden dan vervangen door nieuwe waswafels. Hierdoor hebben de bijen weer wat om handen en verminderd hun zwermneiging. Deze verzamelbroedafleggers controleer ik op de vijfde dag om de gesloten doppen te breken. Op de twaalfde dag kan ik dan de eerste tuter verwachten. De koningin die als eerste uitloopt.

Volgende week gaat vermoedelijk de robinia massaal in bloei. Op sommige plaatsen is het al zo ver, heb ik vandaag gemerkt. Maar aan mijn bijenstand duurt dit toch nog wel een ganse week. Slechts enkele bomen vertonen aan een paar bloemtrosjes al een wit puntje. Het eerste phaceliaveldje begint nu ook voorzichtig tot bloei te komen. Het is het veldje waar de phacelia na de winter zelf is opgekomen.