Eind juli 2025

De zomer is halfweg en hoe ver staat het nu met de bijen? De honingoogst is achter de rug en de potten staan klaar. Het droge voorjaar bleek veel honing op te leveren van een uitstekende kwaliteit. En ook de zomerhoning van vooral de lindes is prima gebleken. Er viel op het laatste nippertje toch nog voldoende regen voor de lindennectar.

De beste plaats om honing op te slaan is een kelder met temperaturen rond 15°C. De tweede beste plaats is een klimaatkast op 15°C.

Het potje dat u zelf in gebruik hebt en wellicht snel is opgebruikt, hoeft niet in de koelkast. Meestal smeert de honing ook beter op de boterham bij kamertemperatuur.

Op de bijenstand ben ik nu bezig met de varroabestrijding samen met de strijd tegen de nieuwste vijand: de Aziatische hoornaar.

Achter deze gaastunnel voelen de bijen zich een stuk veiliger en slagen ze er beter in om de ingang van de kast te verdedigen.

In de moestuin is juli een echte oogstmaand. Dagelijks verse groenten op tafel. Spitskool, warmoes, zomerprei, courgettes, rode kool, sla, koolrabi… Maar ook de bewaaroogsten lopen binnen. De uien, sjalotten en aardappelen zijn ondertussen naar huis gehaald.

Het grootste verschil met groenten uit de winkel: er zijn zoveel rassen om uit te kiezen. Allemaal net iets anders.
De leeg gekomen plekjes zijn nu ingezaaid met phacelia.

Phacelia is een prima groenbemester die prima werkt bij wisselteelt. De plant is namelijk geen familie van onze groenten en kan zo op elk groentenbed worden toegepast. In tegenstelling tot bijvoorbeeld koolzaad of mosterd dat van dezelfde familie is als de kool en daarom geen verbetering kan geven op een kolenbed. Als alternatief gebruik ik ook wel eens afrikaantjes als groenbemester om de grond nog beter te ontsmetten maar phacelia levert al na 6 weken een mooie bloei op voor de bijen. Tot half augustus kun je dus phacelia zaaien die nog een mooie bloei geeft als extra.

Laatste honingoogst 2025

Momenteel zijn we bezig aan de laatste honingoogst van dit imkerjaar. Tenminste als we na de lindebloei de honing weghalen. Sommige imkers gaan nog naar de springbalsemienen of naar de heide maar de grote honingoogsten zijn achter de rug. Vermits ik niet reis met mijn bijen naar andere drachten, heb ik alle honingramen weggehaald. In mijn Kempisch systeem plaats ik daarna een honingbak met uitgeslingerde ramen onder de broedbak. De honingramen die overblijven worden allemaal gesmolten. Van deze was kan ik tijdens de wintermaanden nieuwe wasraten gieten. In het volgend voorjaar krijgen ze eerst de onderstaande honingbak bovenop een koninginnenrooster voor de eventuele voorjaarsdracht en hierna krijgen ze nieuwe honingbakken met wasraten. Op die manier wordt ook de was van de honingramen regelmatig vernieuwd.

Het smelten van de honingramen lokt momenteel wel veel wespen naar de wassmelter. Zelfs de Aziatische hoornaar verschijnt regelmatig. De stoomwassmelter produceert zoveel stoom dat de deur van het lokaal op een kier staat. Hierlangs komen de wespen en hoornaars naar binnen. Maar tegen het raam hangend zijn ze een gemakkelijk doelwit voor mijn vliegenmepper.

Deze honingramen moet ik nog allemaal smelten de volgende dagen.
De stoomwassmelter kan 26 honingramen tegelijk smelten.

Eind van deze week zijn de laatste koninginnen op bruidsvlucht geweest en zijn ze hopelijk niet ten prooi gevallen aan de hoornaars. Ik kan dan ook alle kasten behandelen met oxaalzuur omdat de volken op dat moment broedloos zijn. Zodra de koninginnen op bruidsvlucht zijn geweest zal ik de muilkorven plaatsen tegen de hoornaars. Er zijn al wel enkele hoornaars voor de kasten maar ik hoop dat mijn tijdschema klopt. Eind juli heeft dan elk volk een nieuwe koningin aan de leg, ze zijn broedloos geweest na de honingoogst en behandeld tegen de varroamijt. Dan kan ik de strijd tegen de hoornaars echt aanvatten.

Tijdens het afvegen van de honingramen heeft mijn Bee Sweeper het plots begeven. Ik heb dan maar verder gedaan met de goede oude bijenborstel maar dat is toch niet echt prettig werken. Vandaag heb ik dan het toestel nagekeken en het was de lithiumbatterij die het heeft begeven. Gelukkig was het een toestel op 12 Volt en hier heb ik natuurlijk wel een oplossing voor.

Met deze autobatterij hoef ik geen nieuw batterijpack te kopen.

Het voorjaar gaat snel

Normaal plan ik eind april, begin mei het maken van de afleggers om de opkomende zwermneiging te onderdrukken. Het merendeel van mijn volken hebben al een tweede honingbak gekregen wat eveneens de zwermneiging wat kan onderdrukken. Drie volken hebben zelfs al een derde honingbak gekregen. Aan verzegelen van rijpe honing komen ze wel nog niet toe. Wellicht zijn ze veel te druk met het aannemen van de binnenkomende nectar en stuifmeel. Pas als er verzegelde honingramen kunnen worden weggenomen, stop ik met het toevoegen van extra honingbakken. Tot zolang is een volgende honingbak de enige manier om meer ruimte te geven. En juist deze drie volken vertonen al wat zwermneiging aan het aantal opgerichte zwermdopjes te zien. De fase van speeldopjes zijn ze gepasseerd zodra de binnenkant mooi glanzend is gepoetst. Ze zijn dan klaar om belegd te worden. Ik heb er alvast een aflegger van gemaakt, maar ook de andere volken zullen volgende week broedramen dienen te doneren voor de afleggers. Op die manier verliezen ze bijen en broed en krijgen ze weer nieuwe uit te bouwen waswafels waardoor de zwermneiging vermindert.

Vermits ik voldoende volken heb en niet meer wens te vermeerderen, maak ik enkele verzamelbroedafleggers. In deze afleggers kan ik dan mijn nieuwe koninginnen kweken om in de zomer mijn volken van een nieuwe koningin te voorzien. Een filmpje van deze actie zal nog wel volgen.

Het droge voorjaar zorgt momenteel voor een ongestoorde dracht waarbij zeer veel nectar en stuifmeel binnen komt. De bijen hebben nog geen enkel moment hun haalvluchten moeten staken door een regenbui. Vermoedelijk zijn er wel wat bloesems die door de droogte minder nectar afgeven maar er zijn in elk geval ook geen bloesems van de bomen geregend. Zo waren er vorig jaar tijdens de wilgendracht weinig droge momenten en zijn bij sommige felle regenbuien ganse wilgen hun katjes verloren. Elk jaar is weer anders en als imker dienen we ons aan te passen.

Wat de hoornaarkoninginnen betreft, ben ik gestopt met tellen. Met 11 koninginnen gisteren op één stand, tel ik ze niet meer. Vandaag zat er zelfs een koningin in de val luttele minuten nadat ik ze had leeggemaakt. En de selectiviteit van mijn zelf gemaakte vallen is prima. Al twee keer heb ik een Europese hoornaar vruchteloos zien proberen om in de val te raken. Maar deze koningin is dan ook merkelijk groter en kan niet door de toegang van 8mm.

De Europese moet zich elders gaan verzadigen.

Deze selectieve vallen om in het voorjaar koninginnen te vangen blijven nog tot eind mei in gebruik. Daarna plaats ik andere lokvallen voor de eerste werksters. Deze worden wel op een afstand van de bijenvolken gezet om ze alvast niet naar de bijenkasten te lokken.

Het imkerseizoen is nu echt begonnen.

Ik spreek met opzet over het imkerseizoen en niet het bijenseizoen, want dit duurt natuurlijk het ganse jaar. Maar als imker beginnen nu de geregelde controles van de volken om ze gezond te houden, te zorgen voor hun voortplanting en toch de zwermdrift onder controle te houden, en eventueel wat honing te produceren. En ze ook dit jaar weer te beschermen tegen de Aziatische hoornaar. Vorig jaar ving ik twee koninginnen in het voorjaar maar vandaag heb ik al de zevende koningin gevangen van 2025. Als dit een trend is, zullen we ons hart maar vasthouden.

Nummer zeven!
De sleepruimhaag staat nu volop in bloei.
De rij krentenboompjes begint er ook al aan.
De eerste bloempjes van de blauwe bessen zijn er ook al. Ik heb wel vijf verschillende soorten staan met verschillende bloei- en afrijptijden.
De bloempjes van de kruisbessen zijn voor mij het echte bewijs dat het imkerseizoen begint. Zowel de kruisbessen als mijn lokaal aangepaste bijen zijn volledig inheems en aangepast aan de klimaatsomstandigheden. Soms wat vroeger, soms wat later, maar altijd beginnen ze er samen aan.

Zachter weer verwacht

De volgende week gaan de temperaturen omhoog. Een ganse week boven 10 graden en geen nachtvorst meer. Dan is nu het moment gekomen om de selectieve hoornaarvallen te plaatsen. De overwinterde koninginnen worden actief en gaan op zoek naar een plekje om hun eerste nestje op te starten. Ergens in een houtkant, een houtstapel of in een oud stalletje of tuinhuis. Het kan echt overal. Als het zoals nu vrij vroeg zacht weer wordt, zijn ze er al snel. Mocht het binnen enkele weken dan nog eens serieus vriezen, zouden die primaire nestjes wel eens kunnen afsterven. Maar daar kunnen of willen we niet op hopen. Daarom proberen we zo veel mogelijk koninginnen te vangen. Elke gevangen koningin in het voorjaar is een nest minder in de zomer.

Ik gebruik als lokmiddel wijn, sinaasappelsap, limonadesiroop en een pot honing, aangevuld tot 10 liter met water.
Het lokmiddel trapit gebruik ik als spray op de ingang van de vallen.
Een val bovenop de houtstapel.
Bovenop de reservekasten
Vlak bij de serre

En verder nog overal in en naast alle koterijen die Vlaanderen rijk zijn. Elke week moeten ze worden gecontroleerd en bijgevuld.

Mijn strijd tegen de Aziatische hoornaar

Ik heb ondertussen al veel manieren geprobeerd en zal deze nu hier even toelichten.

De selectieve vallen dienen in het voorjaar om de wakker geworden koninginnen weg te vangen. Vanaf begin maart plaats ik deze selectieve vallen op meerdere plaatsen. In de buurt van de bijenstand hoeft niet speciaal want de koninginnen zijn niet op zoek naar honingbijen. Ze zoeken slechts energie om hun embryonaal nest op te starten. Daarom plaats ik de selectieve vallen in de buurt van houtstapels, tuinhuizen, stalletjes in weilanden en overal waar ik ze mag plaatsen. Ik vul ze met suiker voor de benodigde energie en voeg alcohol toe om honingbijen zelf ervan weg te houden. Als suikerbron kan kristalsuiker worden gebruikt of gelijk welk vruchtensap, maar ik gebruik liever honing. De alcohol komt van wijn of bier. Dit mengsel bewaar ik in een 10 liter bidon. Tweemaal per week controleer ik dan deze vallen en vul ze bij. Als toemaatje spray ik telkens wat trapit (commercieel wespenlokmiddel) in de vallen. Met een liter van dit lokmiddel in een plantenspray doe ik op deze manier een gans jaar. Ik plaats en beheer van maart tot mei twintig vallen in de omgeving.

Vanaf mei plaats ik een grote val om de eerste werksters te vinden. Deze staat best niet aan de bijenstand. Enorme hoeveelheden hoornaars heb ik hier vorig jaar mee gevangen. De fuik van 6 mm gaas staat op een honingbak met oude raat. De aangetrokken hoornaars verlaten deze bak langs boven en komen dan in de fuik terecht.

Nu wordt het tijd om het nest te gaan zoeken met lokpotten. Dat is een ander verhaal en dit jaar had ik daar niet de tijd voor. Maar het volgende strijdmoment is na de laatste honingoogst in juli. De eerste hoornaars komen rondsnufffelen aan de kasten en tegelijk beginnen de bijen zelf ook aan een zoektocht naar zoetjes. Sommige volken gaan op rooftocht en de zwakkere worden beroofd. Dat probeer ik te voorkomen met mijn muilkorven. Belangrijk om rekening mee te houden is dat ze niet worden geplaatst als er nog darren in het volk aanwezig zijn of een koningin nog op bruidsvlucht moet. Want door een maasgrootte van 6 mm kunnen ze niet naar buiten. De eerste muilkorven heb ik gemaakt van 6 mm gaas en die werken prima. Dit jaar had ik een ander type gemaakt met gaas van 8 mm waar de hoornaar wel in kon maar dan werd weggevangen in twee flessen langs de zijkant. Voor de bijen was dit wel gemakkelijker om te passeren maar ik heb zeer weinig hoornaars in deze flessen weggevangen. De moeilijker constructie was niet de moeite waard. Volgend jaar ga ik terug naar de muilkorven met 6 mm gaas.

Waar ik dit jaar ook veel succes mee had en hoornaars mee kon wegvangen was met de selectieve vallen. Ik plaatste letterlijk op elke bijenkast een selectieve val van augustus tot eind november. Elke dag dat er weinig bijenactiviteit was wegens regen of avond, kwamen de zoekende hoornaars in de vallen terecht. Soms een tiental per val en dat op elke bijenkast.

Om een idee te geven van de activiteit op mijn bijenstand kan je hieronder even bekijken. Een potje met resterend lokmiddel had ik op de werktafel laten staan en de volgende morgen was het gebrom duidelijk hoorbaar. Een aantal hoornaars waren in de pot gedoken en slaagden er niet meer in om er uit te geraken.

Ik heb er maar direct een andere pot op geplaatst.

De stand aan het Waterbroek was dit jaar in tegenstelling tot 2023 bijna gevrijwaard van hoornaars. In het voorjaar heb ik twee koninginnen gevangen en daarna bleef alles rustig tot in het najaar als er af en toe eens een enkele verscheen aan de volken. De stand in Gerhagen was vorig jaar volledig vrij gebleven van de hoornaars maar dit jaar heb ik er honderden gevangen. Twaalf volken en continue tientallen hoornaars voor de kasten vanaf augustus. De selectieve val op elk dak en de muilkorf voor elk vlieggat hebben hun effect duidelijk niet gemist. De volken zijn nu in prima conditie en ik verwacht geen uitval. De uiteindelijke sterkte bij de voorjaarscontrole moet ik nog even afwachten maar naast de hoornaars hadden we natuurlijk ook nog gans 2024 dat was uitgeregend. Daarom hou ik vanaf volgende week (begin januari) de voedselvoorraad goed in de gaten.

Strijd tegen de Aziatische hoornaar

Momenteel zijn er veel hoornaars aan de bijenstand in Gerhagen. Op meerdere manieren probeer ik de bijenvolken te helpen. Elimineren van de nesten is één ding maar er zijn natuurlijk ook nog de jagende hoornaars voor de kasten. Ik probeer dit door de aanvliegopening van de bijenkast af te schermen met een versmalde vliegspleet achter een zogenaamde muilkorf. Als ik bij de stand ben, probeerde ik in eerste instantie met een elektrische vliegenmepper te helpen. Op een half uurtje had ik dan wel een tiental hoornaars gevat. Maar een schepnetje werkt toch net iets vlotter. Vermits ik niet altijd aanwezig ben, heb ik ook vallen geplaatst op elke kast. Deze lokken geen extra hoornaars meer want deze waren er al. Maar op sommige momenten vliegen de bijen minder en dan gaan de jagende hoornaars wel naar de vallen. De laatste val die ik heb gemaakt, is van een curverbox, voorzien van een dubbele bodem. In deze dubbele bodem heb ik een flesje bier gegoten en in de bovenste bak liggen stukjes vis en rotte vijgen. Het is de bedoeling dat ik ook nog een potje gistende honing in de onderste bodembak giet. De tijd zal uitwijzen welk systeem wordt afgevoerd en welk ik blijf gebruiken. In volgend filmpje is de opstelling aan de bijenstand zichtbaar.

Bijenmuilkorf 2.0

De aangepaste muilkorven lijken beter te zijn voor de bijen. Ze zijn rustiger dan achter het eerste model. Ook kunnen ze beter de kast ventileren.

De hoornaar kan aan de voorkant in de muilkorf vliegen door een aanvliegopening in het gaas maar kan niet verder door naar de kast.
De hoornaar vliegt dan maar naar de zijkanten waar hij in een fles terechtkomt.

In sommige flessen liggen toch nog teveel bijen. Daarom ga ik de flessen nog wat aanpassen met een grotere opening met 6 mm gaas en gericht naar de voorzijde in plaats van aan de zijkant. Dan zou een bij die hierin terechtkomt gemakkelijker door het gaas buiten raken.

Vergelijking tussen twee muilkorven

Ik heb ondertussen al een duidelijk verschil opgemerkt tussen de beide muilkorven.

Het oude type met gaas van 6 mm werkt toch vertragend bij het binnenkomen, niettegenstaande ze beter langs boven kunnen.
Gaas van 8 mm is een veel betere doorgang. En de bijen zitten rustig achter deze ‘buis’ tegen de kastwand.
En bij temperaturen van 30 graden kan er zelfs een hoornaarveiliger baard worden gevormd.

Aan het Waterbroek heb ik nog geen Aziaat gezien, maar in Gerhagen zie ik ze om de paar minuten. De bijen met het nieuwe type lijken wel veel rustiger. In de zijflessen heb ik momenteel nog geen hoornaars gevonden maar wel meerdere darren laten hier het leven tijdens de darrenslacht. De uitgang in die zijflessen is natuurlijk ook slechts 6 mm.