Gisteren en vandaag heb ik bij de controles broedafleggers gemaakt. Vier stuks. In zevenramers. Ze bieden plaats voor zes broedramen en een voerraam. Ik haalde de voerramen uit de vriezer en uit elk volk twee ramen met vooral verzegeld broed. Hierbij zoek ik naar de oudste ramen. Ze worden dan vervangen door nieuwe waswafels. Hierdoor hebben de bijen weer wat om handen en verminderd hun zwermneiging. Deze verzamelbroedafleggers controleer ik op de vijfde dag om de gesloten doppen te breken. Op de twaalfde dag kan ik dan de eerste tuter verwachten. De koningin die als eerste uitloopt.
Volgende week gaat vermoedelijk de robinia massaal in bloei. Op sommige plaatsen is het al zo ver, heb ik vandaag gemerkt. Maar aan mijn bijenstand duurt dit toch nog wel een ganse week. Slechts enkele bomen vertonen aan een paar bloemtrosjes al een wit puntje. Het eerste phaceliaveldje begint nu ook voorzichtig tot bloei te komen. Het is het veldje waar de phacelia na de winter zelf is opgekomen.











Zo blijft er steeds voldoende voedsel voor de bijen. Met de afgezaagde takken heb ik al veel geprobeerd. Ze heel dicht tegen elkaar in de grond stoppen om een levende muur te creëren of een wigwam maken door ze in een cirkel te planten en bovenaan samen te binden. Weven tussen paaltjes om een lage afsluiting te maken. Er is zeer veel mogelijk. De dikste takken zaag ik meestal in blokken. De volgende zomer kunnen die dienen om buiten te koken. Nu was ik die gisteren aan het zagen en toen merkte ik dat de onderste takken niet alleen groene blaadjes hadden maar langs de onderzijde ook stevig waren ingeworteld op die paar maanden. Het is misschien een idee om de takken die toch wel meerdere meters lang zijn, gewoon op de grond te leggen, er eventueel nog wat aarde over te gooien om een jaar later een mooie wilgenhaag te creëren.


