Mijn strijd tegen de Aziatische hoornaar

Ik heb ondertussen al veel manieren geprobeerd en zal deze nu hier even toelichten.

De selectieve vallen dienen in het voorjaar om de wakker geworden koninginnen weg te vangen. Vanaf begin maart plaats ik deze selectieve vallen op meerdere plaatsen. In de buurt van de bijenstand hoeft niet speciaal want de koninginnen zijn niet op zoek naar honingbijen. Ze zoeken slechts energie om hun embryonaal nest op te starten. Daarom plaats ik de selectieve vallen in de buurt van houtstapels, tuinhuizen, stalletjes in weilanden en overal waar ik ze mag plaatsen. Ik vul ze met suiker voor de benodigde energie en voeg alcohol toe om honingbijen zelf ervan weg te houden. Als suikerbron kan kristalsuiker worden gebruikt of gelijk welk vruchtensap, maar ik gebruik liever honing. De alcohol komt van wijn of bier. Dit mengsel bewaar ik in een 10 liter bidon. Tweemaal per week controleer ik dan deze vallen en vul ze bij. Als toemaatje spray ik telkens wat trapit (commercieel wespenlokmiddel) in de vallen. Met een liter van dit lokmiddel in een plantenspray doe ik op deze manier een gans jaar. Ik plaats en beheer van maart tot mei twintig vallen in de omgeving.

Vanaf mei plaats ik een grote val om de eerste werksters te vinden. Deze staat best niet aan de bijenstand. Enorme hoeveelheden hoornaars heb ik hier vorig jaar mee gevangen. De fuik van 6 mm gaas staat op een honingbak met oude raat. De aangetrokken hoornaars verlaten deze bak langs boven en komen dan in de fuik terecht.

Nu wordt het tijd om het nest te gaan zoeken met lokpotten. Dat is een ander verhaal en dit jaar had ik daar niet de tijd voor. Maar het volgende strijdmoment is na de laatste honingoogst in juli. De eerste hoornaars komen rondsnufffelen aan de kasten en tegelijk beginnen de bijen zelf ook aan een zoektocht naar zoetjes. Sommige volken gaan op rooftocht en de zwakkere worden beroofd. Dat probeer ik te voorkomen met mijn muilkorven. Belangrijk om rekening mee te houden is dat ze niet worden geplaatst als er nog darren in het volk aanwezig zijn of een koningin nog op bruidsvlucht moet. Want door een maasgrootte van 6 mm kunnen ze niet naar buiten. De eerste muilkorven heb ik gemaakt van 6 mm gaas en die werken prima. Dit jaar had ik een ander type gemaakt met gaas van 8 mm waar de hoornaar wel in kon maar dan werd weggevangen in twee flessen langs de zijkant. Voor de bijen was dit wel gemakkelijker om te passeren maar ik heb zeer weinig hoornaars in deze flessen weggevangen. De moeilijker constructie was niet de moeite waard. Volgend jaar ga ik terug naar de muilkorven met 6 mm gaas.

Waar ik dit jaar ook veel succes mee had en hoornaars mee kon wegvangen was met de selectieve vallen. Ik plaatste letterlijk op elke bijenkast een selectieve val van augustus tot eind november. Elke dag dat er weinig bijenactiviteit was wegens regen of avond, kwamen de zoekende hoornaars in de vallen terecht. Soms een tiental per val en dat op elke bijenkast.

Om een idee te geven van de activiteit op mijn bijenstand kan je hieronder even bekijken. Een potje met resterend lokmiddel had ik op de werktafel laten staan en de volgende morgen was het gebrom duidelijk hoorbaar. Een aantal hoornaars waren in de pot gedoken en slaagden er niet meer in om er uit te geraken.

Ik heb er maar direct een andere pot op geplaatst.

De stand aan het Waterbroek was dit jaar in tegenstelling tot 2023 bijna gevrijwaard van hoornaars. In het voorjaar heb ik twee koninginnen gevangen en daarna bleef alles rustig tot in het najaar als er af en toe eens een enkele verscheen aan de volken. De stand in Gerhagen was vorig jaar volledig vrij gebleven van de hoornaars maar dit jaar heb ik er honderden gevangen. Twaalf volken en continue tientallen hoornaars voor de kasten vanaf augustus. De selectieve val op elk dak en de muilkorf voor elk vlieggat hebben hun effect duidelijk niet gemist. De volken zijn nu in prima conditie en ik verwacht geen uitval. De uiteindelijke sterkte bij de voorjaarscontrole moet ik nog even afwachten maar naast de hoornaars hadden we natuurlijk ook nog gans 2024 dat was uitgeregend. Daarom hou ik vanaf volgende week (begin januari) de voedselvoorraad goed in de gaten.

Winterse opkuis

Tijdens de winterperiode laten we dan wel de volken zoveel mogelijk gerust maar er is nog werk genoeg. Momenteel ben ik bezig met het oppoetsen van de apideakastjes. Dit zijn de kleine kastjes om een bevruchtingsvolkje in te plaatsen. In het geval van het apideakastje gaat het om een klein, goed geïsoleerd, polystyreen bakje met slechts drie raampjes en een voerbakje. Slechts een beker bijen (200ml) is voldoende om de jonge koningin te verzorgen tot ze aan een groter volk kan worden uitbesteed.

Na poetsen heb ik alle onderdelen ‘ontsmet’ in 10 liter water met 600 g soda en dat bij een temperatuur van 80 graden. De wassmelter bleek ook hiervoor zeer geschikt.

Temperatuur blijft zeer constant zolang als gewenst.
De oranje frames die worden bijgeleverd kunnen slechts 100 graden verdragen. De blauwe kunnen apart worden gekocht en deze kunnen zelfs tot 140 graden worden verhit. Maar ook de kastjes zelf gingen in de ketel bij 80 graden.
Na drogen heb ik er weer een nieuwe laag verf op gezet.
Toch ook een aantal nieuwe kastjes aangeschaft.
Ook de darrenraten heb ik ondertussen nagekeken en enkele bijgemaakt.

Als darrenraam verdeel ik een oud raam in twee delen met een toplat van een ander oud raam. De bijen bouwen hier zelf darrenraat in dat telkens wordt uitgesneden als een helft volledig is verzegeld. In elk geval voor de 24 ste dag want anders komen de varroamijten samen met de uitlopende dar in het volk terecht. De bijen beginnen met de bouw van natuurraat steeds bovenaan en door de tweedeling is het volledig uitgebouwd en belegd voor de derde week. Maar alle cellen zijn ook al gesloten. Bij gebruik van een gans raam zou het onderaan nog niet volledig zijn uitgebouwd bij uitsnijden. Maar nog erger zouden er nog veel open cellen worden uitgesneden in dat geval en die hebben nog geen varroamijten weggevangen. Dat zou helemaal nutteloos zijn.

Nog een ander winterwerkje is de productie van wasraten voor het volgend seizoen. Hier ben ik bijna mee klaar. Nog enkele avonden te gaan.

Ik wikkel ze per 12 in een krant ter bewaring.

Bloesem voor de bijen

November. Gedaan met de arbeid aan onze bijenvolken. Afblijven is nu het motto. Als er iets loos is, hadden we dat al moeten opgelost hebben. De winterbehandeling doen we normaal pas als de volken broedloos zijn. Na een paar dagen grondvorst kan dat drie weken later zo zijn. Vandaag en gisteren heeft het hier aan de grond gevroren en dus pas eind deze maand zijn de volken enkele weken broedloos en rond kerstmis begint de koningin vaak al terug te leggen. In december besteed ik dus terug wat aandacht aan de bijen.

Maar nu begint wel de plantperiode. Het moment om enkele nieuwe bomen aan te planten. Bij Natuurpunt heb ik alvast enkele exemplaren besteld. Vijf wilde ligusters, vijf inlandse vogelkersen, tien sporken en vijf veldesdoorns. Van de gemeente krijg ik tevens, in samenwerking met Natuurpunt, een gladde iep, een gele kornoelje en een zomerlinde. Deze bomen kunnen worden gekozen uit een uitgebreide lijst. Elk jaar probeer ik zo een aantal bomen aan te planten. Maar ik heb dan ook de beschikking over een groot perceel. Stilaan raakt dit volledig bebost met bijenvriendelijke bomen. Ook een boomgaard maakt deel uit van dit bos in wording. Zo heb ik vandaag ook nog tien kersen en tien appelaars aangekocht. Deze fruitbomen zijn laagstammen en ik zet ze maar vier meter van elkaar. De boomspiegel van een fruitboom is best niet begroeid maar is slechts een vierkante meter groot. En de duizenden bloempjes op één kerselaar staan dus wel op die ene vierkante meter. Zeg nu zelf: daar kan je nooit zoveel crocussen op kwijt. Zelfs geen phacelia. En elke bloemsoort bloeit toch maar even. Daarom heb ik ook vijf soorten kers en vijf soorten appel gezet. Ik spreid op die manier het nectaraanbod over meerdere weken.

Tevens probeer ik ook altijd geïnteresseerden te overtuigen om een fruitboom aan te planten. Zelfs in de kleinste tuin kan men een appel kwijt. Er bestaan zelfs appelaars in pot om op het terras te zetten. Vervang uw spar door een fruitboom. Vervang uw conifeerhaag door een fruithaag. Kan die haag niet breed uitgroeien in uw tuin, ga dan voor een spalier, waaier of snoer. Je kan zo een zeer smalle rij fruitbomen aanplanten. En snoeien van fruit is heus niet moeilijker dan hagensnoei. Een kleine boomgaard produceert zelfs minder vaak op een jaar groenafval dan een saai gazon. Vervang toch uw grasmaaier door een snoeischaar. 😁

Hoe bekom ik zuivere was?

In mijn vorig bericht liet ik een filmpje zien over de huidige situatie thuis. Hoe ik mijn eigen waswafels maak. Er bestaan natuurlijk ook goedkopere varianten om zelf waswafels te gieten en er zijn zelfs bedrijven waar men de eigen was kan aanleveren om waswafels te laten maken. Voor een imker met slechts enkele volken vind ik dit zelfs zeer betaalbaar. Ook in de bijenvereniging worden soms waswafeldagen voorzien. Wat men zelf doet is niet altijd beter dan de simpele aankoop van waswafels maar het blijft natuurlijk wel leuk. En net daarom heb ik al van in het begin dat ik imker, me bezig gehouden met de eigen was. Laat ons eens even overlopen hoe ik hierin te werk ging. Ik begon met een zelf gemaakte zonnewassmelter maar kocht er al snel een. Omdat deze gedurende de dag voortdurend moet worden gedraaid naar de zon en eigenlijk alleen in de al drukke zomermaanden is te gebruiken, zocht ik al snel naar andere oplossingen.

Voor de ontzegelwas en het uitgesneden darrenraat, de was zonder houten ramen dus, vond ik snel een oplossing op een plaatselijke rommelmarkt. Een fruitontsapper met stoom. Het betreft slechts kleine hoeveelheden was en dit werkt perfect.

In het bovenste deel, waar de vuile was zit, gebruik ik de broek van een panty als eerste filter om de was al deels te zuiveren.

Ramen die moeten worden uitgesmolten, passen hierin natuurlijk niet. Hiervoor gebruikte ik in eerste instantie een grote kookketel. Vullen met water, aan de kook brengen en de ramen er in hangen. Simpel en snel. Maar een kliederboel.

Momenteel gebruik ik deze ketel alleen nog om lege houten ramen af te koken en van de laatste was te ontdoen.

Mijn volgende wassmelter heb ik gemaakt van oude broedkamers en een behangafstomer. Dit is zeer gemakkelijk uit te voeren door elke imker. Een oude broedbak waarin een emmer past. Afdekken met een plaat met gat in het midden en filtergaas. Daarboven een ganse broedbak met alle ramen die men wil smelten. Als afsluiting nog een dak met een gat waarlangs men de stoom kan invoeren. Slechts een oude broedbak, een zeef, een tussenplaat en een dak met toevoergat voor de stoom. Door iedereen snel te maken. Voordeel is dat niet alleen de houten ramen zijn gereinigd door de stoom maar ook de ganse broedbak zelf. De enige aankoop is de behangafstomer en een metalen plaat, liefst inox.

Deze tussenplaat is in de Duitse vakhandel gemakkelijk te vinden als men ze niet zelf kan maken. Voorzien van zeef en zelfs van toevoergat voor de stoomleiding.
Mijn eerste prototype had nog een uitvoer naar buiten.

Maar mijn imkerij groeide en ik kocht me een stoomsmelter voor 24 ramen die tevens is te gebruiken als ontzegelstand.

De opvangemmer heb ik hier in een geïsoleerde houten kast gezet. Dit bleek later niet nodig te zijn.
Momenteel staat dit toestel bij mij in de honingkamer.
Bij het uitsmelten van ramen wordt er een jute zak in gehangen als eerste filter. Ramen, losse was, apidearaampjes kunnen er allemaal in. Alleen de blauwe variant, want de oranje zijn niet hittebestendig.
De was uit de emmers moet dan nogmaals worden gestoomd en gezeefd om verder te zuiveren.

De blokken die uit de grote emmers komen zijn veel te groot om te smelten en moest ik nog kapotslaan voor verdere zuivering. Daarom heb ik de volgende wassmelter aangeschaft.

Het vuil dat zich aan de onderkant van het grote blok bevind heb ik eerst weg geschraapt. Dit blok past perfect in de ketel. Er bevindt zich altijd een laag water in de ketel dat aan de kook wordt gebracht en hierin gaan de grote blokken was. Uit de bovenste kraan kan ik dan na een uurtje de zuivere was laten stromen. Dit doe ik nogmaals door een zeef die ik heb bekleed met een stuk dampkapfilter. Met deze was vul ik mijn bakken voor de bain-marie of ander wasvormen.

De was wordt dus twee keer gesmolten. De eerste keer met stoom en de tweede keer in kokend water. Filtering gebeurt ook twee keer en hiervoor zijn vele materialen te gebruiken. Gaande van jute, tot katoenen lappen, dweilen, panty’s en zelfs keukenpapier. Zelfs heel simpel een katoenen T-shirt is bruikbaar. Even uitspoelen in kokend water en men kan het filter zelfs terug gebruiken. Ik gebruik dit filtermateriaal als aanmaakstof voor de houtkachel.

Einde inwintering betekent opruimen…

De inwintering is afgelopen. Gedurende een drietal dagen hebben de bijen vrije toegang gekregen in het voerbakje waardoor deze zeer proper zijn gelikt. De voederplank heb ik nu vervangen door een muggengaas. De voederplank heb ik er nog wel op gelegd maar in de tweede helft van oktober gaat deze er af. Het gaas alleen moet er dan voor zorgen dat de kast kouder wordt en de bijen iets makkelijker broedloos worden. Ze zullen wel de gaatjes van het gaas dicht propoliseren. En vanaf Kerst leg ik een pak schapenwol op dit gaas onder het dak om het nieuwe broednest warmer te houden. De bedoeling van het gaas in plaats van een stuk plastiekzeil is om de broedbak beter te ventileren om schimmelvorming te voorkomen.

Ik heb drie volken opgeruimd wegens moerloos en te klein. Twee andere kleine maar gezonde volken heb ik samengevoegd. Nu heb ik hierdoor wel wat broedramen mee naar huis genomen om te smelten. Ik bewaar immers nooit broedramen. Ook de honingramen worden voor meer dan de helft gesmolten. De wassmelter kan nu weer enkele beurten draaien.

Na het uitsmelten van de ramen maak ik ze nog even zuiver met een spatel en daarbij krijg ik wel regelmatig bezoek van hoornaars. Ze vinden bij mij thuis geen bijen maar de luchtjes vinden ze toch interessant.

Strijd tegen de Aziatische hoornaar

Momenteel zijn er veel hoornaars aan de bijenstand in Gerhagen. Op meerdere manieren probeer ik de bijenvolken te helpen. Elimineren van de nesten is één ding maar er zijn natuurlijk ook nog de jagende hoornaars voor de kasten. Ik probeer dit door de aanvliegopening van de bijenkast af te schermen met een versmalde vliegspleet achter een zogenaamde muilkorf. Als ik bij de stand ben, probeerde ik in eerste instantie met een elektrische vliegenmepper te helpen. Op een half uurtje had ik dan wel een tiental hoornaars gevat. Maar een schepnetje werkt toch net iets vlotter. Vermits ik niet altijd aanwezig ben, heb ik ook vallen geplaatst op elke kast. Deze lokken geen extra hoornaars meer want deze waren er al. Maar op sommige momenten vliegen de bijen minder en dan gaan de jagende hoornaars wel naar de vallen. De laatste val die ik heb gemaakt, is van een curverbox, voorzien van een dubbele bodem. In deze dubbele bodem heb ik een flesje bier gegoten en in de bovenste bak liggen stukjes vis en rotte vijgen. Het is de bedoeling dat ik ook nog een potje gistende honing in de onderste bodembak giet. De tijd zal uitwijzen welk systeem wordt afgevoerd en welk ik blijf gebruiken. In volgend filmpje is de opstelling aan de bijenstand zichtbaar.

Bijenmuilkorf 2.0

De aangepaste muilkorven lijken beter te zijn voor de bijen. Ze zijn rustiger dan achter het eerste model. Ook kunnen ze beter de kast ventileren.

De hoornaar kan aan de voorkant in de muilkorf vliegen door een aanvliegopening in het gaas maar kan niet verder door naar de kast.
De hoornaar vliegt dan maar naar de zijkanten waar hij in een fles terechtkomt.

In sommige flessen liggen toch nog teveel bijen. Daarom ga ik de flessen nog wat aanpassen met een grotere opening met 6 mm gaas en gericht naar de voorzijde in plaats van aan de zijkant. Dan zou een bij die hierin terechtkomt gemakkelijker door het gaas buiten raken.

Vergelijking tussen twee muilkorven

Ik heb ondertussen al een duidelijk verschil opgemerkt tussen de beide muilkorven.

Het oude type met gaas van 6 mm werkt toch vertragend bij het binnenkomen, niettegenstaande ze beter langs boven kunnen.
Gaas van 8 mm is een veel betere doorgang. En de bijen zitten rustig achter deze ‘buis’ tegen de kastwand.
En bij temperaturen van 30 graden kan er zelfs een hoornaarveiliger baard worden gevormd.

Aan het Waterbroek heb ik nog geen Aziaat gezien, maar in Gerhagen zie ik ze om de paar minuten. De bijen met het nieuwe type lijken wel veel rustiger. In de zijflessen heb ik momenteel nog geen hoornaars gevonden maar wel meerdere darren laten hier het leven tijdens de darrenslacht. De uitgang in die zijflessen is natuurlijk ook slechts 6 mm.

Smeerbare honing door enten

Niet tegenstaande ik de meeste honing vloeibaar verkoop, heb ik toch ook klanten die een potje smeerbare honing vragen. Die smeuïge honing heeft een zacht mondgevoel. Bevat dus geen grove kristallen. Deze worden door de klanten als suikerkorrels ervaren en bijgevolg vermoeden ze toevoeging van ordinaire suiker. De grofheid van kristallisatie is echter afhankelijk van het type honing en de daarin aanwezige glucose. Honing bevat naast glucose nog veel andere suikers maar zeker geen sacharose (onze bietsuiker). Fructose is een ander suikermolecule dat veel in honing voorkomt maar moeilijk kristalliseert. Bijvoorbeeld honing van acacia bevat veel meer fructose en zal daardoor vloeibaar blijven. Koolzaadhoning en wilgenhoning van het voorjaar bevat veel meer glucose en zal bijgevolg snel kristalliseren. Maar deze honing kristalliseert van nature zeer fijn en is dus zeer smeuïg. Onze zomerhoning daarentegen kristalliseert van nature zeer traag maar grof. De imkers die smeerbare honing wensen te verkopen, bekomen deze dan ook vaak door zeer lang en intens te roeren in de honing. Door het roeren bekomt men dat de kristallisatiekernen veel kleiner blijven en de honing vaster wordt maar toch zacht smeerbaar. Zodra de heldere honingmassa wit opaalachtig begint te verkleuren, kunnen de potten worden gevuld. Vermits men daar soms tot in september dagelijks tweemaal vijf minuten mee bezig is, zijn er andere manieren gezocht om de gewenste smeerbaarheid sneller en vlotter te bekomen.

Men kan de honing enten met een reeds zacht gekristalliseerde honing. Door bij de vloeibare zomerhoning een gedeelte van de fijne voorjaarshoning te voegen kan men de roertijd belangrijk inkorten. De kleine kristallen van de koolzaadhoning dienen dan als kristallisatiekernen voor de zomerhoning die bijgevolg ook zacht smeerbaar uitkristalliseert. Hiertoe gebruikt men vaak tot 10% van die voorjaarshoning. Stel u nu een rijpervat voor van 50 kilo. Daarvoor heeft men al snel 10 potten voorjaarshoning nodig. Sommige imkers hebben bijna geen voorjaarshoning meer over om tijdens de zomer hun zomeroogst te enten. Ook heeft niet elke hobbyimker de beschikking over een automatische roermachine om de dagenlange arbeid over te nemen.

Er is echter een manier om vrij eenvoudig smeerbare honing in bewerkbare hoeveelheden te bekomen. En dat op slechts één week. Met slechts één potje voorjaarshoning. Dat ene potje dat nog niet is verkocht.

Ik begin met één potje voorjaarshoning en één potje vloeibare zomerhoning. Dit wordt onder elkaar geroerd. De volgende dag worden aan deze twee potjes weer twee potjes vloeibare honing toegevoegd en onder elkaar geroerd. Op de derde dag worden er vier potjes vloeibare honing toegevoegd en geroerd. Elke volgende dag wordt de hoeveelheid verdubbeld om na een week een volle emmer smeerbare honing te kunnen inpotten. Vanaf de vierde dag gebruik ik een inox roerstaaf met boormachine in plaats van een spatel. Op dag zes is de emmer vol en op dag zeven vul ik de potten.

Half juni: stand van zaken

Dit voorjaar heb ik van elk bijenvolk minstens één broedaflegger gemaakt. Elke stand op een ander tijdstip om het werk iets te kunnen verdelen. Het onstandvastig weer heeft er voor gezorgd dat ik op een stand van vier volken alle vier mooie broedafleggers bekwam terwijl op een andere stand van vijf volken er slechts één in orde kwam. Het zesramertje dat in de tuin staat, vertikte het om honing in de bokalen op te slaan. Daarom liep het kastje voortdurend vol en nam ik elke twee weken drie ramen weg. Ik heb er zo drie afleggers mee gemaakt en gisteren heb ik alle zes ramen in een grote kast gehangen. Alles te samen heb ik op deze manier toch al 12 jonge volken voor volgend jaar.

Door de hoge zwermdrift dit jaar, heeft het merendeel van de volken al een nieuwe koningin. De oude koninginnen zijn geknipt en bijgevolg zijn de bijen steeds teruggekeerd naar het eigen volk. Bij het weghalen van de overtollige doppen, werden sommige in de couveuse geplaatst en de uitlopende koninginnen daarna in een apideakastje gezet. Hiervan zijn er momenteel vier met een leggende koningin.

De bijen hebben een topjaar maar de imker heeft veel werk. Wat de honingopbrengst betreft: dit is een ander verhaal. Uit slechts enkele kasten heb ik wat verzegelde voorjaarshoning gehaald, 15 kg slechts. Het slechte weer zorgde voor veel bijen in de kast in plaats van buiten. Hierdoor steeg de zwermneiging en het eigen voedselverbruik. Er werd wel voortdurend ruimte bij gegeven in de vorm van verse honingzolders om de zwermneiging toch een beetje af te remmen. Deze honingkamers zijn telkens vlot in gebruik genomen, maar de verzegeling van rijpe honing laat op zich wachten. Hierdoor heb ik nu kempische kasten met drie tot zelfs vijf honingkamers. Echte wolkenkrabbers die met spanriemen aan de bomen zijn vastgelegd. Als dit het resultaat is van de klimaatopwarming en we hiermee moeten leren imkeren, zal ik een hoogtewerker moeten aanschaffen. In elk geval kan ik op deze manier elke week een goede fitnesstraining afwerken.

Momenteel zijn de meeste lindebomen hier al uitgebloeid. Met het mooie weer dat volgende week wordt voorspeld, zal ik binnen tien dagen de zomerhoning kunnen binnenhalen. Tegelijkertijd loopt ook de liguster op zijn einde en is de kastanje volop in bloei. Tot begin juli!