Nestkastjes ophangen

Vandaag heb ik de nieuwe nestkastjes opgehangen aan de bijenstand. De meesjes kunnen ze nu aan een kritisch onderzoek onderwerpen. Hopelijk worden ze ook weer allemaal bewoond, zoals de vorige vijf.  De vlieggaten heb ik gemaakt op 27mm voor pimpelmezen. De vorige waren op  30 mm gemaakt voor koolmezen. Moest het nuttig zijn, kan ik de gaten altijd nog groter maken.

Nestkast pimpelmees

Drie acacia’s die ik vorig voorjaar heb geplant, heb ik even op een andere plaats gezet. Ze stonden iets te dicht bij de knotwilgen en dat zou binnen enkele jaren alleen maar problemen geven. Overal beginnen de planten nu tot leven te komen. De jonge hazelaarstruiken staan vol botten, de narcissen steken hun neus al boven het gras en zelfs de hemelsleutels zijn al zichtbaar. De 50 hibiscusstekken die ik vorig jaar heb geplant, waren op 2 na allemaal verdwenen. Maar momenteel zijn ze allemaal goed zichtbaar. De ondergrondse groei van het wortelstelsel is blijkbaar toch doorgezet. Ik heb bij elke plant die haar neus laat zien, nu toch maar een stok gezet. Tussen het lange gras is er anders in de zomer niet veel van te vinden. En met de zeis zou ik ze dan wel eens kunnen kortwieken. Ik ben wel van plan om het ganse jaar foto’s te nemen van de bloeiende planten en die wekelijks te uploaden. Ik heb van de aanwezige planten ondertussen ook een powerpointvoorstelling gemaakt. Elke dia krijgt een foto van de bloeiende plant en ze worden chronologish naar bloei gerangschikt. Net zoals het fotoalbum op deze blog.

Nieuwe aanwinsten voor verzamelingen

Het Ricardglas zocht ik al lang. Nu nog het andere: “de parkiet”. Bij “de tomaat” is het de bedoeling om het gele veld eerst te vullen met Ricard, daarna een streepje grenadine en daarna tot de bovenmeet met water te vullen. Bij de parkiet wordt muntsiroop bijgevoegd. Ik zoek deze items al enkele jaren op eBay. Veelal zijn ze me echter te duur. Het Parastonebeeldje van Vitamientje heb ik gekocht op Catawiki. En de Delacre dozen van Kuifje die deze week zijn uitgegeven, zijn nog gevuld.

ricard, glas tomaatSuske en Wiske, Vitamientjekoekdozen, delacre, Kuifje

Perelaars snoeien

Vanmorgen de twee perebomen gesnoeid. Jaarlijks leveren ze toch enkele kistjes peren. Een conférence en een dubbelflip.

Perelaar, snoeiPerelaar, snoei

De hazelaar laat nu ook zijn minuscule bloempjes zien. Weldra gaan ook de katjes hun stuifmeel lossen. Op de foto is het kleine vrouwelijke bloempje te zien met rode toefje. Daarnaast de lange mannelijke katjes en de groene bladknop. Het exemplaar in de tuin is een krulhazelaar. Deze heeft een veel mooier wintersilhouet dan de gewone hazelaar. krulhazelaar

Knotwilgen

De knotwilgen die ik in het najaar van 2010 heb geplant, waren vorig jaar allemaal voorzien van een mooie kruin. Ik heb nu om de 4 bomen een exemplaar geknot. Elk jaar knot ik nu de volgende in de rij en kan zodoende elke boom om de 4 jaar knotten. De rij geeft dan echter geen kale indruk in de rij en de bijen hebben toch nog elk jaar voldoende pollen om te halen. Dit idee heb ik vorige maand weer ergens gelezen en direct interessant gevonden. De twijgen waren dit jaar natuurlijk nog niet erg dik, maar ik ga ze toch nog in de grond stoppen om de 10 cm om een levende afsluiting te creëeren. De herfstframboos is nu eveneens gesnoeid. Deze maakt zijn vruchten op hout van hetzelfde jaar en kan dus in het voorjaar worden gesnoeid. Voor het verdere verloopaan de bijenstand is het nu wachten op de bloei van crocus en toverhazelaar. De werkjes zitten er op. Vanaf maart kan er worden geploegd om de bloemenvelden in te zaaien. Tenminste van zodra de grond voldoende is opgedroogd en mijn frees niet in de bodem wegzakt. En wellicht kan er dan ook al worden rondgereden met de zitmaaier.

De produktie van de broed en honingramen is wel begonnen maar zal toch nog wel even duren. Maar ik geef me nog de ganse maand februari om deze in elkaar te lijmen en te nagelen. Om in de tweede helft van maart te beginnen heb ik nog wel een voorraad liggen.

Vorige week heb ik het schaakspel van Suske en Wiske gekocht. Dit zijn allemaal metalen figuren en pionnen. De pionnen zijn wagentjes uit de tuftufclub. De zwarte figuren zijn de booswichten en de vrienden van Suske en Wiske zijn de witte figuren. schaakspel, suske en wiske

Februari

Februari is begonnen. Met ongeduld wachten we op het voorjaar. De reinigingsvluchten, het eerste stuifmeel… De start van het seizoen. Vanaf nu worden de kasten wekelijks gecontroleerd. En dan bedoel ik hoegenaamd niet dat ze worden opengedaan. Elke week ga ik nu wel luisteren met de stetoscoop. Ik verwacht dan dat elke kast een rustig gezoem produceert. De kast wordt ook wekelijks gewogen en het gewicht met krijt op de achterkant genoteerd. Dit blijf  ik doen tot begin april. De bodemschuif wordt ook even uitgehaald om de mul te controleren. Een gezond volk moet nu minimum vier straten bezetten. Als een volk te zwak is, kan het op een ander zwak volk worden gezet. Ik ga er wel van uit dat het dan niet handelt om zieke volken. De bovenste bak wordt dan  simpelweg op een andere met koningenrooster gezet en de bijen gebruiken hetzelfde vlieggat. Ze hebben dan wel nog elk hun eigen koningin. Na enkele weken kan dan de bovenste op een eigen bodem naar de andere stand worden gebracht.

Elke kast die opvallend meer aan gewicht verliest dan een andere kast krijgt een pak apifonda opgelegd.

In de wintermaanden slaat bij de imker vaak de verveling toe en dit geeft stof tot nadenken… en lezen… en weer nadenken. Ook in februari zijn we hier nog mee bezig. Ik ben even een berekening gestart over de broedruimte in een Kempische kast. Als een koningin op een dag 25OO eieren kan leggen en elk eitje gedurende 21 dagen een cel bezet, hebben we dus 52.500 cellen nodig. Dit broed heeft pollen nodig en dit volk zou dan ook behoefte hebben aan 5000 cellen voor de pollenopslag. Naast pollen heeft dit volk ook nog suikers nodig en hiervoor hebben ze 20.000 cellen nodig in de broedruimte. In totaal zijn er dus 77.500 cellen nodig in de broedruimte. Op een vierkante centimeter zitten 8 cellen en dit heb ik dan omgezet naar mijn Kempische kast. De broedramen zijn 340 x 290mm. De waswafel is 325 x 275mm en de 7.150 cellen per raam geven in een Kempische broedbak dus 85.800 cellen. Dit is dus ruim voldoende voor de ontwikkeling van het volk. Een enkele Kempische broedbak moet dus echt volstaan.

Ook de planten wachten vol spanning op de eerste mooie dagen. De crocussen bekennen begin februari kleur en de Hamamelis bloeit. Bij sneeuwval plooien ze zich wel even terug om daarna rustig verder te bloeien. De witte kopjes van de sneeuwklokjes zijn ook al zichtbaar. Begin van de maand bij vorstvrij weer begin ik aan de snoei van de appelaars en perelaars. Ook de bessenstruiken moeten nu dringend worden gesnoeid. Tegen het einde van de maand kan dan de noppenfolie van de serre worden verwijderd en een begin gemaakt met zaaien.

Bloeiers in januari

Winterjasmijn

winterjasmijnIs verdwenen tijdens de sneeuwperiode.

Winterakoniet is verschenen na de dooi.

winterakoniet

Het stinkend nieskruid is ook een echte winterbloeier.

stinkend nieskruid

Verder staan de bloempjes van de toverhazelaar klaar om te bloeien en de krulhazelaar. Ook de krokussen zijn klaar om open te gaan. Maar nog wel alleen diegene die vorig jaar zijn geplant. De ouderen laten nog maar pas hun groene neus zien. Ook de platte wilg heeft aan enkele mooie dagen genoeg om zijn stuifmeel te lossen. De bijen vlogen vandaag aan alle kasten. Overal was het opruimdag. Ik heb toch maar even geholpen met een stokje om het vlieggat te ontdoen van dode bijen. Maar het is een geruststelling dat de volken bezig zijn hun woning op te ruimen.

De imker is vandaag begonnen met de produktie van nieuwe raampjes. Tientallen meters op een breedte van 25mm en een dikte van 15mm. Dit worden de onder en bovenlatjes van de raampjes. De zijkanten maak ik van de restjes vermits dat de kortste stukjes zijn en die worden dunner geschaafd op 10mm. De boven en onderlat krijgen nog een draadgroef en draadgaten. De bovenlat moet dan ook nog oortjes krijgen van 10 mm dik. De foto’s volgen nog.