Honingoogst

Dit weekend de grote honingoogst gedaan. De lindes zijn op de meeste plaatsen zo goed als uitgebloeid. Er zitten nog wel enkele bloemetjes op de bomen. Ook op de kastanjes staan maar enkele bloemaren meer. Om de volken toch nog voldoende ruimte te geven, heb ik een bak met de slecht verzegelde ramen laten staan. Enkele volken hadden de drie bakken volledig verzegeld en die heb

ik pas een bak leeg geslingerde ramen gegeven. Deze enkele honingbak mogen ze nu houden tot 21 juli. Zijn de ramen dan verzegeld, worden ze geslingerd. Ze krijgen dan de lege of niet verzegelde ramen in een bak onder de broedbak. Eind juli is ook het moment om de zomerbehandeling tegen de varroamijt te starten.

Gisteren heb ik op vier uur alle ramen afgehaald. Dankzij de beesweeper gaat dit zeer vlot. Vandaag had ik zeven uur nodig om alle ramen te slingeren. Resultaat is nog niet allemaal gewogen, maar ligt toch boven de 250 kg. Het vochtgehalte is naar mijn mening spectaculair: 16 %RV.

Binnen twee dagen kan ik de vaten afschuimen. Alle deeltjes die niet zijn tegengehouden door de dubbele zeef, komen langzaam boven drijven. Dan kan dit witte schuim gemakkelijk worden verwijderd. Ik giet dan een deel in de automatische roerder en na enkele dagen kan ik dan de eerste potten vullen.

Enkele emmers met ca. 17 kg honing elk. Elk recipiënt wordt voorzien van een lotnummer. Ik gebruik hiervoor de datum van het slingeren. Dit nummer komt later ook op elke honingpot.

Honingoogst

Later dan vorig jaar maar vooral door tijdsgebrek. Momenteel ben ik begonnen met de eerste honingoogst van 2020. Uit drie kasten heb ik 25 volledig verzegelde ramen gehaald. Halve Kempische maat. Ongeveer 1,4 kg per raam. De volgende dagen heb ik nog minstens zes volken te doen. Vier hebben nog maar 1 honingbak en die oogst ik dus nog niet. Maar negen van de dertien vind ik niet slecht. Van deze volken heb ik dus ook al een broedaflegger gemaakt.

Ik kom thuis met 25 ramen en ik heb een radiaalslinger voor 9 ramen. Ik laat mijn honingramen niet graag enkele dagen in de slingerruimte staan, tot ik op alle standen ben geweest. Een uurtje en het is achter de rug. Maar hoe verdeel ik dan de balans in mijn slinger? Eerst en vooral, als de balans niet perfect is, begin ik aan zeer lage snelheid te slingeren en na een tijd komt alles van zelf in balans.

Negen, zes en drie ramen zijn dus perfect te slingeren. Maar ik had er zeven over. Zes ging, maar dat ene resterende is dan hopeloos. Dus slingerde ik er drie en probeerde de laatste vier tegelijk. Die waren per twee bijna perfect tegenover elkaar te plaatsen en door traag te beginnen, is dit mooi gelukt.

Het grote voordeel van de radiaalslinger is natuurlijk het feit dat je de ramen niet hoeft om te draaien. Je moet ook maar in één richting slingeren en het maakt niet uit in welke richting. Bovendien gaat het wasraam niet zo snel stuk vermits de krachten op de toplat inwerken in plaats van op de wasraat zelf.

Honing van de plaatselijke imker

Het wordt weer gevoelig kouder en de mensen voelen dan vaker de neiging om zich wat beter te wapenen tegen de natuurelementen. Er wordt dan ook beduidend meer honing aangeschaft. Honing van een plaatselijke imker bij voorkeur. Deze honing is een puur natuurproduct en geen mengsel van over de hele wereld. Maar vermits de bijen telkens weer op andere bloesems vliegen en ze ook niet tijdens elke bloei het ideale vliegweer kennen, is elke honingoogst weer een verrassing. We hebben in België geen grote monoculturen en bijgevolg hebben we ook geen monoflorale honing. Onze honingpotten zijn steeds gevuld met een mengsel van verschillende bloemen en planten. En dan is de samenstelling ook elke keer weer anders. De ene keer blijft hij lang vloeibaar, de andere keer wordt de honing snel hard. Het verharden gaat vaak veel verder dan zacht smeerbaar. Alleen door alle honing van het jaar met elkaar te mengen, kan ik een uniforme honing aanbieden tijdens het jaar. Maar ik vind de afwisseling tijdens het jaar juist zo interessant. Als de honing te hard is geworden, kan men hem makkelijk terug vloeibaarder krijgen door de pot warmer te zetten. Zolang je maar onder de 40 graden blijft. En als de honing met grove kristallen is uitgehard, is dat niet te wijten aan de toevoeging van suiker. Elke honingoogst kristalliseert namelijk anders.

Ik ga even uit de doeken doen hoe ik zelf te werk ga. De honingramen die volledig zijn verzegeld en waarvan de honing dus “rijp” is, neem ik mee naar huis.

De verzegelde cellen worden ontzegeld en de ramen worden leeggeslingerd . De honing die uit de cellen komt, wordt opgevangen in vaten na passage door een dubbele zeef. Dit om onzuiverheden zoals stukjes was te scheiden.

In de vaten blijft de honing dan nog twee dagen staan om te “klaren”. De kleinste onzuiverheden en de luchtbelletjes van het slingeren stijgen op en kunnen dan worden afgeschuimd. Hierna vul ik de honing in speciale voedselveilige zakken en zet ze in een afgesloten plastic emmer. Ook weer voedselveilige emmers.

De emmers worden dan in de kelder geplaatst tot de honing wordt ingepot. Hiervoor wordt de honing terug vloeibaar gemaakt in een bain-marie op 37 graden. Na 36 uur kan ik dan de honing uit de zakken gieten in een afvulemmer. Nog eens afschuimen na 12 uur en oproeren gedurende 10 minuten. Hierna vul ik de honingpotten met deze pure honing.

De etiketten, mijn eigen ontwerp, print ik af met een laserprinter en ze worden met melk op de pot gekleefd. Deze etiketten laten dan ook makkelijk los bij het afwassen van de lege potten. De gevulde potten, een dertigtal per keer, bewaar ik bij 13 graden, en aan de deur kan men zichzelf bedienen als ik niet thuis ben.

It is becoming considerably colder again and people often feel the tendency to arm themselves a bit better against the elements of nature. Significantly more honey is being purchased. Preferably honey from a local beekeeper. This honey is a pure natural product and not a mixture from all over the world. But since the bees constantly fly on different blossoms and there isn’t always the ideal flying weather during every bloom, every honey harvest is a surprise. We do not have large monocultures in Belgium and therefore we do not have monofloral honey. Our honey bottles are always filled with a mixture from different flowers and plants. And therefore the composition is different every time. The one time the honey stays liquid for a long time, the other time the honey hardens quickly. The hardening often goes much further than soft spreadable. Only by mixing all the honey of the year together can I offer a uniform honey during the year. But I find the variety during the year so interesting. If the honey has become too hard, it can easily be liquefied by heating the pot. As long as you stay below 40 degrees. And if the honey is cured with coarse crystals, this is not due to the addition of sugar. Every honey form granulated crystals in time.

I’m just going to explain how I work myself. I take home the honey only if completely sealed or capped and the honey is therefore “ripe”.

The capped cells are uncapped and the frames are hurled out with the extractor. The honey that comes out of the cells is collected in barrels after passing through a double strainer. This is to separate impurities such as pieces of wax.

The honey then remains in the barrels for two days to “clear”. The smallest impurities and air bubbles of the extracting proces rise and can then be skimmed off. After this I fill the honey in special food-safe bags and put them in a sealed plastic bucket. Again food-safe plastic.

The buckets are then placed in the basement until the honey is bottled. For this the honey is liquefied in a bain-marie at 37 degrees. After 36 hours I can then pour the honey out of the bags into a bottling bucket. Skim again after 12 hours and stir for 10 minutes. After this I fill the honey bottles with pure honey.

I print the labels, my own design, with a laser printer and they are stuck to the pot with milk. These labels also release easily when washing the empty pots. I keep the filled pots, about thirty at a time, at 13 degrees, and people can serve themselves at the front door when I’m not at home.

 

17 juli 201

dsc_2521-1

De honing van zondag is in zakken gedaan en dit brengt de totale honingopbrengst voor dit jaar op 39,5 kg per volk. Dit is 9 kg minder dan vorig jaar, maar 16 kg meer dan in 2017. Het is al bij al dus toch een goed jaar geweest. Ik kan nu morgen beginnen aan de grote schoonmaak. De honing is weg uit het slingerlokaal en nu kan ik daar royaal met water poetsen. Ik moet nog wel  wat darrenraat en alle ontzegelwas smelten en dan gebruik ik het lokaal pas terug tijdens de wintermaanden bij het gieten van de waswafels.

Alle bijenvolken kregen een honingzolder met natte honingramen onder zich en tevens de vliegspleetlat tegen roverij. De schuifjes van deze lat staan nog wel volledig open. De varroaschuif zit er nu even onder voor een telling van de natuurlijke mijtenval. Als ik niet dadelijk hoef te behandelen, krijgen ze eerst nog wat wintervoer. De kasten echt op gewicht zetten, doe ik pas in september.

De vliegplanken zijn dit jaar niet gebruikt en ze zijn ook echt niet nuttig voor de bijen. Ik heb ze allemaal omgebouwd tot muilkorven tegen de hoornaars. Doch dit jaar heb ik er nog geen gezien aan de bijenstand.

Honingoogst

Vanavond heb ik even wat ruimte gegeven aan de bijenvolken. Ik heb de verzegelde ramen uitgehaald. Het viel me wat tegen. Alhoewel de bakken zwaar waren, was er weinig verzegeld. De stootproef was wel negatief. Bij schudden met het raam drupte er geen honing uit. Het vochtgehalte van de honing zou dan voldoende laag zijn. Maar toch heb ik alleen de verzegelde ramen meegenomen. Slechts vier of vijf per volk waren verzegeld. Thuis heb ik met de refractometer de geslingerde honing gemeten en die gaf slechts 16% watergehalte aan. De honing is dus zeker voldoende rijp maar om rijpe honing te kunnen verzegelen, moet er tevens voldoende dracht zijn en dat is wat aan de minieme kant gebleven de voorbije weken. Bijen kunnen slechts voldoende was zweten als ze voldoende energie kunnen opnemen om zo hard te werken. Wellicht ga ik binnen een tiental dagen nog eens kijken. Want als de lindes volop bloeien en er is goede dracht, kunnen ze de rijpe honing wel eens heel snel verzegelen en zodoende toch plaatsgebrek krijgen.

De afname van de honingramen gaat met de beesweeper bliksemsnel. Die aankoop is zeker de moeite geweest. Op anderhalf uur heb ik zo vijftien honingzolders op vier verschillende standen gecontroleerd. Een pufje rook via de open varroabodem of langs het vlieggat en dan kan ik het dak afnemen. De dekplank ligt ook nog op het plastic om bovenbouw op de ramen te voorkomen. Als deze weg zijn, hef ik de verzegelde ramen uit en haal ze door de beesweeper. Als alle verzegelde ramen zijn uitgehaald, kieper ik de afgeveegde bijen in de ontstane open ruimte van de honingbak.

Morgen krijgen ze hun uitgeslingerde ramen terug. Ze zijn dan klaar voor de lindebloesem. De regen van gisteren en vanavond zal worden geapprecieerd door de planten. Maar door de felle onweders met windstoten, lagen er massa’s takken op de weg. Takken vol jonge bloesems. De natuur geeft en neemt. En wij stonden er bij en keken er naar.

27 april 2019

Vandaag de bijenvolken nagekeken. Het weer was niet ideaal maar ik verwachte een paar met zwermneiging en wou bijgevolg niet langer wachten. En inderdaad vond ik in enkele volken al belegde zwermdoppen die ik allemaal heb verwijderd. In een volk trof ik zelfs een gesloten dop aan en geen koningin. Ik heb die dop en twee andere op dat raam laten staan en alle andere vernietigd. Vermits mijn moeren geknipt zijn, keert de zwerm toch terug. En ook in dit geval waren er blijkbaar nog evenveel bijen aanwezig. Ook de honingvoorraad was niet verminderd. Volgende week weet ik meer over dit volk.

Terwijl ik toch bezig was, heb ik alle verzegelde honingramen mee naar huis genomen. En dat was toch wel even een verrassing: 78 stuks en dus meer dan 100 kg honing van de eerste oogst.

In vergelijking met vorig jaar: 36 kg op 6 mei. Afwachten wat er nog volgt dit jaar. Momenteel staan de meidoorn en de paardenkastanje in bloei.

Ik begon vanmiddag met de controle van de volken en om 21.30u was ik klaar met het ontzegelen en slingeren van alle ramen. Met dank aan de gemotoriseerde slinger en de nieuwe ontzegelbak/stoomwassmelter.

Morgen nog 3 volken op een andere locatie en daarna kan ik het materiaal weer zuiver maken. Als de honing van de ontzegeling is afgevloeid, hoef ik slechts de stoomgenerator aan te sluiten om de zegelwas te smelten.

Ondertussen heb ik er al 20 broedramen mee gesmolten, een volle lading gesneden darrenraat en nu dus de zegelwas.