Terrasjesweer

Eindelijk terrasjesweer deze week. Als imker heb ik het dan niet over de vele mensen die nu weer buiten komen. Ik bedoel dat ook de bijen nu volop buitenkomen om van de eerste zonnestralen te genieten. Ook voor hun is het terrasjesweer. Schuchter komen ze buiten tot ze het ideale ‘terras’ hebben gevonden. Een slokje water, een druppel nectar in een krokus of lenteklokje, maar vooral veel stuifmeel van de hazelaar en de els. Stuifmeel dat het kleine grut zo hard nodig heeft. Want moeder-koningin is thuisgebleven. Die doet nu niks anders meer dan eitjes leggen terwijl een massa nanny’s nodig zijn om haar beginnend broed te voeden en warm te houden. Ook deze werksters blijven binnen in het beginnend broednest. Want werksters zijn het. De koningin voeren. Haar voortdurend volgen en zorgen dat ze propere cellen te zien krijgt, waarin ze haar eitjes kan deponeren. Na vier dagen terug komen bij die cellen en de pas geboren larfjes voeren. En ondertussen het water, stuifmeel en nectar van de buitenvliegers in ontvangst nemen en gebruiken of stockeren. Stockeren in zuiver gepoetste cellen. Wie zou het gelukkigst zijn? De binnenblijvers die nog een half leven voor de boeg hebben of de terrashoppers die rondvliegen in het zachte voorjaarszonnetje maar misschien wel weten dat ze aan hun laatste weken bezig zijn. Gelukkig is het bijenvolk zeer goed georganiseerd en wordt het werk prima verdeeld. Daarom beschouwen we het bijenvolk ook als één geheel, één organisme. Want terwijl één bij een koudbloedig dier is, is een gans bijenvolk eerder te beschouwen als een warmbloedig organisme.

Ik heb er van geprofiteerd om de bodems van de bijenkasten proper te maken en de onderstaande honingzolders weg te nemen. Onder de broedbak plaats ik tijdens de winter namelijk een honingzolder. Hierdoor zit het volk toch wat hoger en verder weg van het koude vlieggat. Door nu de kast voor een deel te verkleinen, is de warmtehuishouding voor de bijen ook iets gemakkelijker. De gesloten bodemplaat heb ik op een kier geopend om condensatie en schimmel langs de koude kanten te voorkomen. Ook weer minder werk voor de bijtjes. Het kussen met schapenwol, onder het dak, blijft in de kast om de opstijgende warmte van het broednest niet verloren te laten gaan. En elke kast heeft ook nog een half pak voederdeeg op de raten voor de dagen dat ze dat extraatje zouden nodig hebben. Pas vanaf half maart krijgen ze dan die honingzolder terug maar boven op een moerrooster op de broedbak. Want vanaf half maart komt het eerste nectar in grotere hoeveelheden binnen. Rond die periode hangen de wilgen vol katjes en beginnen ook de eerste bloesembomen er aan. Met de sleepruim vaak als eerste.

Winterplanttijd

De winter is het ideale moment voor veel bomen en struiken om te worden aangeplant. Elk jaar probeer ik zo wel iets te verbeteren aan het nectaraanbod voor de bijen. In november heb ik zo bij Natuurpunt weer enkele planten aangekocht. Dit jaar ging ik voor Cornus mas (rode kornoelje), Euonymus europaeus (wilde kardinaalsmuts) en Tilia cordata (winterlinde).

Vandaag ben ik weer wat gaan ophalen. Deze keer gevonden op tweedehands. Heptacodium miconioides (zevenzonenboom) en Tetradium daniellii (bijenboom). Deze bloeien allebei wat later in de zomer en zijn bijgevolg een goede aanvulling in het bijendieet.

Ik heb van elk 10 exemplaren kunnen aanschaffen. De sering op de voorgrond kreeg ik er gratis bij.

Het was vandaag weer een dag met temperaturen boven 10°C en de bijen vlogen mooi uit. En de hazelaars laten nu bij dit droog, zonnig weer ook hun eerste stuifmeel los.

De beste wensen voor 2026!

Ook dit jaar maak ik weer foto’s van de bloeiende planten aan de bijenstand. En soms kan ik beelden van de wildcamera’s tonen. De bijen en de moestuin worden natuurlijk ook voortdurend opgevolgd. Laat ons beginnen met de eerste bloemen van het jaar of de laatste van vorig jaar. Alhoewel de bijen er nu weinig aan hebben, geeft het toch een warm gevoel als je ze even van dichtbij bekijkt. En de wildcamera’s geven soms leuke verrassingen.

De sneeuwbal Viburnum x bodnantense is een echte winterbloeier met een zeer lekkere geur.
De toverhazelaar of Hamamelis kan echt betoverend uit de schaduw treden. Ik heb hier een rode variëteit aangeplant.
Nog niet echt in bloei maar de mannelijke katjes van de hazelaar zwellen toch al serieus op.
Deze zeer bleke variëteit van de buizerd komt hier al jaren, maar ik zie hem nooit samen met het bruine koppel dat hier ook rondhangt. Deze lijkt wel een eenzaat.
Ik zie minder reeën dan enkele jaren geleden, maar er zijn nog enkele hindes en een bok. Tijdens de zomer waren er ook jongen.

Eind januari

Dit jaar ervaren de bijen een enorme jojo-beweging aan buitentemperatuur. De ene dag vriestemperaturen en de volgende dag 12 graden. Eergisteren en gisteren vlogen ze als gek en vandaag hangen ze op tros. Morgen wordt er een temperatuur van -4°C voorspeld. Om echt te kunnen profiteren van het stuifmeel van de hazelaar moet het niet alleen warm zijn, maar ook droger. Daar vrees ik dit jaar wat voor. De hazelaar is inmiddels klaar om zijn stuifmeel te lossen.

Maar door de hoeveelheden regen van de voorbije en volgende dagen zullen de bijen hier niet veel van profiteren. De volken zijn zelfs moeilijk bereikbaar op dit moment.

Door de hoge luchtvochtigheid, de lage buitentemperaturen en een begin van het broednest ontstaat er op dit moment vaak condensatie in de kasten. Om dit te voorkomen, heb ik alvast de bodemplaten verwijderd. Er gaat toch geen warmte verloren langs onder.

Ik heb momenteel slechts 1 volk met een pak voerdeeg. Maar volgende week krijgen ze allemaal een half pak op gelegd. Ze spreken dat wel aan als ze het nodig hebben. En resten voerdeeg die niet op zijn, geef ik later in honingpotten aan de jonge volken.

Wintersnoei

Vandaag ben ik alvast begonnen met het snoeien van bomen. De hazelaar laat nu duidelijk het verschil zien tussen jonge en oude takken. Hoe donkerder de bast, hoe ouder de tak. En als hij dan nog eens andere takken kruist, kan hij nu makkelijk worden verwijderd. De struik wordt ook veel luchtiger als we dit om de paar jaar doorvoeren.

Ook de knotwilgen kunnen al geknot worden. Ik knot de wilgen niet allemaal om de bijen steeds voldoende nectar te leveren. Ongeveer een vierde van de knotwilgen snoei ik elk jaar. Dat zijn er nog steeds vijftig per winter. De andere overloop ik alleen even om de vele afhangende takken weg te knippen. De knot krijgt na een gedeeltelijke snoei meer licht en de resterende takken groeien dikker. In de vierde winter levert de knotwilg dan mooi brandhout. De dunne tenen stapel ik in een houtwand.