Nestkasten reinigen

Het is weer tijd geworden om de nestkastjes voor volgend seizoen te controleren. Ze worden zuiver gemaakt, gerepareerd indien nodig en voorzien van een laagje verf. Dit jaar zijn er weer enkele compleet doorgerot van de boom gevallen. Enkele zijn doorboord door spechten en eentje wordt bevolkt door een familie hommels. Ik heb alvast vier nieuwe gemaakt. De rest heb ik verzameld en hersteld. Als grap heb ik ze nu ook van een nummer voorzien.

Een volle lading en ik ben benieuwd naar de inhoud.
Allemaal op twee na hadden een nestje in zich. Die twee werden volgens de aanwezige uitwerpselen ook wel vaak gebruikt als schuilplaats.
Zo snel mogelijk terug ophangen.

De kastjes waren dus goed in gebruik geweest. Maar ze waren nog wel bewoond. Door spinnen, huisjesslakken, oorwurmen en vele andere soorten. Ik kwam ook veel kriebelaars tegen op mijn handen bij het poetsen: bloedluizen. Dit is een van de redenen waarom vogels steeds nieuwe nesten maken en wij nestkastjes moeten zuiver maken. Maar de aanwezigheid van al deze diertjes in het oude nestmateriaal is volgens mij ook een teken dat dit nestmateriaal niet teveel is verontreinigd door menselijke bestrijdingsmiddelen.

Er blijkt een zeer grote overeenkomst te bestaan tussen de nestkastjes die we maken voor de vogels en de bijenkasten die we maken voor de bijen. Zelfs wat parasieten betreft zie ik een gelijkenis.

Vergelijking tussen twee muilkorven

Ik heb ondertussen al een duidelijk verschil opgemerkt tussen de beide muilkorven.

Het oude type met gaas van 6 mm werkt toch vertragend bij het binnenkomen, niettegenstaande ze beter langs boven kunnen.
Gaas van 8 mm is een veel betere doorgang. En de bijen zitten rustig achter deze ‘buis’ tegen de kastwand.
En bij temperaturen van 30 graden kan er zelfs een hoornaarveiliger baard worden gevormd.

Aan het Waterbroek heb ik nog geen Aziaat gezien, maar in Gerhagen zie ik ze om de paar minuten. De bijen met het nieuwe type lijken wel veel rustiger. In de zijflessen heb ik momenteel nog geen hoornaars gevonden maar wel meerdere darren laten hier het leven tijdens de darrenslacht. De uitgang in die zijflessen is natuurlijk ook slechts 6 mm.

Bijen voelen zich veiliger achter tralies

De leeggeslingerde ramen zijn drooggelikt op enkele bijenvolken en ik heb ze vandaag op torens gezet met azijnzuur. De honingkamers vol ramen zet ik op een toren met een lege honingkamer als bovenste. Hierin zet ik een schaaltje met een stukje spons. Ik giet daar dan azijnzuur op om traag maar zeker te verdampen. Hierdoor gaan de wasmotten het loodje leggen. Vermits de eitjes van de wasmot niet dood gaan, herhaal ik dit zodra al het azijnzuur is verdampt. De torens zijn zowel langs onder en boven volledig afgedicht met een metalen plaat.

Alle bijenvolken hebben nu een dekplaat met een voerbakje gekregen. Ik voer in juli en augustus wel maar tweemaal per week een halve liter. Gewoon om ze tijdens een drachtpauze toch bezig te houden. Pas in september voer ik ze dagelijks tot ze op inwinteringsgewicht zijn. De jonge volken en de nieuwe kunstzwermen krijgen wel volop bijgevoerd waardoor ze eind september bijna even groot zijn als de productievolken. Voeren van de bijen gebeurt vooral later op de avond om geen roverij uit te lokken. Maar ook het verkleinen van de vliegopening hoort hier bij. En zelfs de muilkorven tegen de Aziatische hoornaars helpen tegen roverij door andere bijenvolken. Het moment dus om deze te plaatsen. De vroegere modellen hebben gaas van 6 mm en de bijen kunnen bijgevolg het best binnen wandelen langs de bovenste spleet. Het nieuwe model heeft gaas van 8 mm maar volledig rondom. Er is een invliegopening gemaakt vooraan waardoor ook de hoornaar binnen kan. Maar die kan niet verder in de kast. Als de hoornaar de opening niet vindt, gaat hij langs de zijkant in een fles terecht komen. Momenteel zijn deze zijkanten nog afgesloten om de bijen te leren niet langs hier te gaan. We zullen dit seizoen zien of dit systeem beter is. Het is namelijk de bedoeling dat een hoornaar die aan een kast wordt gevangen, niet met een prooi naar het nest terug vliegt en daarna zijn makkers meebrengt. Het leek er wel direct op dat de bijen minder last hebben om te wennen aan het tweede type.

Smeerbare honing door enten

Niet tegenstaande ik de meeste honing vloeibaar verkoop, heb ik toch ook klanten die een potje smeerbare honing vragen. Die smeuïge honing heeft een zacht mondgevoel. Bevat dus geen grove kristallen. Deze worden door de klanten als suikerkorrels ervaren en bijgevolg vermoeden ze toevoeging van ordinaire suiker. De grofheid van kristallisatie is echter afhankelijk van het type honing en de daarin aanwezige glucose. Honing bevat naast glucose nog veel andere suikers maar zeker geen sacharose (onze bietsuiker). Fructose is een ander suikermolecule dat veel in honing voorkomt maar moeilijk kristalliseert. Bijvoorbeeld honing van acacia bevat veel meer fructose en zal daardoor vloeibaar blijven. Koolzaadhoning en wilgenhoning van het voorjaar bevat veel meer glucose en zal bijgevolg snel kristalliseren. Maar deze honing kristalliseert van nature zeer fijn en is dus zeer smeuïg. Onze zomerhoning daarentegen kristalliseert van nature zeer traag maar grof. De imkers die smeerbare honing wensen te verkopen, bekomen deze dan ook vaak door zeer lang en intens te roeren in de honing. Door het roeren bekomt men dat de kristallisatiekernen veel kleiner blijven en de honing vaster wordt maar toch zacht smeerbaar. Zodra de heldere honingmassa wit opaalachtig begint te verkleuren, kunnen de potten worden gevuld. Vermits men daar soms tot in september dagelijks tweemaal vijf minuten mee bezig is, zijn er andere manieren gezocht om de gewenste smeerbaarheid sneller en vlotter te bekomen.

Men kan de honing enten met een reeds zacht gekristalliseerde honing. Door bij de vloeibare zomerhoning een gedeelte van de fijne voorjaarshoning te voegen kan men de roertijd belangrijk inkorten. De kleine kristallen van de koolzaadhoning dienen dan als kristallisatiekernen voor de zomerhoning die bijgevolg ook zacht smeerbaar uitkristalliseert. Hiertoe gebruikt men vaak tot 10% van die voorjaarshoning. Stel u nu een rijpervat voor van 50 kilo. Daarvoor heeft men al snel 10 potten voorjaarshoning nodig. Sommige imkers hebben bijna geen voorjaarshoning meer over om tijdens de zomer hun zomeroogst te enten. Ook heeft niet elke hobbyimker de beschikking over een automatische roermachine om de dagenlange arbeid over te nemen.

Er is echter een manier om vrij eenvoudig smeerbare honing in bewerkbare hoeveelheden te bekomen. En dat op slechts één week. Met slechts één potje voorjaarshoning. Dat ene potje dat nog niet is verkocht.

Ik begin met één potje voorjaarshoning en één potje vloeibare zomerhoning. Dit wordt onder elkaar geroerd. De volgende dag worden aan deze twee potjes weer twee potjes vloeibare honing toegevoegd en onder elkaar geroerd. Op de derde dag worden er vier potjes vloeibare honing toegevoegd en geroerd. Elke volgende dag wordt de hoeveelheid verdubbeld om na een week een volle emmer smeerbare honing te kunnen inpotten. Vanaf de vierde dag gebruik ik een inox roerstaaf met boormachine in plaats van een spatel. Op dag zes is de emmer vol en op dag zeven vul ik de potten.

26 juni 2024

Deze week is dan eindelijk de temperatuur omhoog gegaan. Spijtig dat de lindes hier al zijn uitgebloeid. Dit weekend kan ik bijgevolg de zomerhoning binnen halen. Alhoewel ‘zomer’, dit is zelfs een ganse maand vroeger dan twintig jaar geleden als ik begon met imkeren. Toen was de linde hier pas uitgebloeid rond 21 juli. En dat was een vrije dag, dus ideaal om honing te oogsten.

Zaterdag is mijn allerlaatste werkdag en op zondag kan ik dan beginnen met het slingeren van de honing. Het afhalen van de honingzolders doe ik in alle vroegte, rond vijf uur. De bijen hebben dan nog geen verse nectar in de raten gedragen en bijgevolg is het vochtgehalte dan lager. De honing zou minder dan 19 % vocht moeten bevatten om goed te bewaren. Het slingeren kan deze keer gebeuren in de voormalige wachtkamer van de praktijk. Ik hoef dus het tuinhuis niet meer zuiver te maken op voorhand. Ik zal een filmpje posten van de honingoogst dit jaar.

Het bijenvolkje in de tuin werd ondertussen te groot voor de zesramer. Ik heb er toch al drie afleggers van gemaakt en deze keer heb ik ze overgehangen in een volle Kempische kast met twaalf ramen. Ze kregen dus weer zes waswafels bij. Maar na een week werd dit ook weer te klein. Ik heb ze dus ook nog eens een honingzolder gegeven.

Ik ben benieuwd wanneer de eerste klachten komen van mijn vrouw. Zodra ze wordt lastig gevallen, zal de kast verhuizen naar een andere stand. En anders levert dit volk me honing uit eigen tuin dit jaar.

Selectieve vallen Aziatische hoornaar

Op dit moment zitten de koninginnen in hun nest en zijn de selectieve voorjaarsvallen niet meer nodig. Daarom heb ik ze vandaag allemaal opgehaald en gereinigd. Ze kunnen nu proper worden weggezet tot volgend voorjaar.

Ik heb thuis vier hoornaars gevangen. Aan het Waterbroek vijf en in Gerhagen twee. Misschien een druppel op een hete plaat maar laat ons maar geloven dat het tenminste een klein beetje effect heeft.

Half juni: stand van zaken

Dit voorjaar heb ik van elk bijenvolk minstens één broedaflegger gemaakt. Elke stand op een ander tijdstip om het werk iets te kunnen verdelen. Het onstandvastig weer heeft er voor gezorgd dat ik op een stand van vier volken alle vier mooie broedafleggers bekwam terwijl op een andere stand van vijf volken er slechts één in orde kwam. Het zesramertje dat in de tuin staat, vertikte het om honing in de bokalen op te slaan. Daarom liep het kastje voortdurend vol en nam ik elke twee weken drie ramen weg. Ik heb er zo drie afleggers mee gemaakt en gisteren heb ik alle zes ramen in een grote kast gehangen. Alles te samen heb ik op deze manier toch al 12 jonge volken voor volgend jaar.

Door de hoge zwermdrift dit jaar, heeft het merendeel van de volken al een nieuwe koningin. De oude koninginnen zijn geknipt en bijgevolg zijn de bijen steeds teruggekeerd naar het eigen volk. Bij het weghalen van de overtollige doppen, werden sommige in de couveuse geplaatst en de uitlopende koninginnen daarna in een apideakastje gezet. Hiervan zijn er momenteel vier met een leggende koningin.

De bijen hebben een topjaar maar de imker heeft veel werk. Wat de honingopbrengst betreft: dit is een ander verhaal. Uit slechts enkele kasten heb ik wat verzegelde voorjaarshoning gehaald, 15 kg slechts. Het slechte weer zorgde voor veel bijen in de kast in plaats van buiten. Hierdoor steeg de zwermneiging en het eigen voedselverbruik. Er werd wel voortdurend ruimte bij gegeven in de vorm van verse honingzolders om de zwermneiging toch een beetje af te remmen. Deze honingkamers zijn telkens vlot in gebruik genomen, maar de verzegeling van rijpe honing laat op zich wachten. Hierdoor heb ik nu kempische kasten met drie tot zelfs vijf honingkamers. Echte wolkenkrabbers die met spanriemen aan de bomen zijn vastgelegd. Als dit het resultaat is van de klimaatopwarming en we hiermee moeten leren imkeren, zal ik een hoogtewerker moeten aanschaffen. In elk geval kan ik op deze manier elke week een goede fitnesstraining afwerken.

Momenteel zijn de meeste lindebomen hier al uitgebloeid. Met het mooie weer dat volgende week wordt voorspeld, zal ik binnen tien dagen de zomerhoning kunnen binnenhalen. Tegelijkertijd loopt ook de liguster op zijn einde en is de kastanje volop in bloei. Tot begin juli!

Pensioengerechtigd

Het is zo ver! Op het einde van de maand stopt mijn professionele loopbaan. Mijn collega-blogger Arnout Fierens bezorgde me een fantastische cartoon. Bekijk zeker ook zijn site eens.

En gisteren was het weer zo ver. Er kwam weer een klasje naar de bijenstand gewandeld. De Warrékast met een nieuw ingetrokken zwerm is ideaal om via het glazen kijkraam wat uitleg te geven over het binnenleven van een bijenvolk.