Waswafels gieten van eigen was

Eindelijk ben ik weer begonnen aan het gieten van de waswafels. Elke dag een tweetal uurtjes en telkens een 50-tal wafels kan mijn rechterheup nog wel verdragen. Na drie dagen heb ik nu voldoende broedwafels klaar. Als ik nu nog een tweetal dagen honingraten kan maken, voldoet mijn voorraad weer voor een jaar.

Het waswafeltoestel heb ik in 2011 aangekocht en dit voorjaar zou ik het graag even terugsturen om van nieuwe silicone te voorzien. Het heeft zeer goed dienst gedaan tijdens al die jaren en ik zou niet graag meemaken dat de matten volledig verslijten en doorscheuren tijdens het waswafelen. Tijdens de zomerperiode kan ik het wel voor een langere periode missen. Kostprijs van een herstelling zou 675 euro bedragen. Een nieuw toestel kost momenteel 1500 euro tegenover 800 euro 15 jaar geleden. Maar ongeveer 200 waswafels per jaar geeft dan wel 3000 wafels op 15 jaar. Als het hersteld toestel dan weer 15 jaar meegaat, kost een waswafel eigenlijk 0,225 euro. Ik reken dan wel niet de elektriciteit voor verwarming van de wasketel en het waterpompje. Maar aan 0,3 euro per KWh momenteel komt dat slechts op 1,5 euro voor de jaarlijkse 200 wafels.

Ik geef deze prijzen maar even mee om kritiek voor te blijven, maar het allerbelangrijkste is toch het plezier van het tijdsverdrijf zelf tijdens de winter en de voldoening die je krijgt van je eigen waskringloop.

De bijen in januari

Gisteren hadden we temperaturen boven de 10°C en de bijen hielden dus hun reinigingsvlucht. Eindelijk konden ze zich nog eens ontlasten. Ik heb de kasten toen natuurlijk allemaal gerust gelaten. Op zo’n moment gaan we ze niet extra verstoren.

Maar vandaag was het weer wat kouder (8°C) en geen enkele bij vloog uit. Daarom vond ik het nu wel het moment om de voedervoorraad te controleren. Even het dak en isolatiekussen wegnemen en door het plastic kijken naar het opgelegde pak voederdeeg. Enkele volken hadden al een nieuw pak nodig, maar de meesten hadden nog voldoende voor de volgende 14 dagen.

Terwijl ik dit controleer, check ik ook even de temperatuur in de kast. Ik meet hiervoor de opstijgende warmte tussen de raten. Zodra deze boven de 25°C komt, weet ik zeker dat ze een broednest hebben . In een broednest houden de bijen namelijk een temperatuur aan van ongeveer 35°C. Boven dit nest kan je dan makkelijk deze temperatuurstijging waarnemen. De buitenste ramen geven steeds dezelfde temperatuur weer als buiten de kast, maar meer naar het midden toe waar de bijen zich ophouden is de temperatuur veel hoger. Ik meet dan steeds temperaturen boven de 10°C en zodra er broed is, meet ik waarden rond 25°C. En dat is vaak maar in één enkel straatje (de ruimte tussen twee ramen). In februari is deze temperatuursverhoging dan al boven meerdere straatjes te meten. De temperatuur in de kast geeft op deze manier voldoende informatie en geruststelling zonder de bijen te verstoren.

Deze oude foto is genomen in november 2022 om te controleren of het volk toen broedloos was. Ook dan is een temperatuurmeting interessant.

Winterplanttijd

De winter is het ideale moment voor veel bomen en struiken om te worden aangeplant. Elk jaar probeer ik zo wel iets te verbeteren aan het nectaraanbod voor de bijen. In november heb ik zo bij Natuurpunt weer enkele planten aangekocht. Dit jaar ging ik voor Cornus mas (rode kornoelje), Euonymus europaeus (wilde kardinaalsmuts) en Tilia cordata (winterlinde).

Vandaag ben ik weer wat gaan ophalen. Deze keer gevonden op tweedehands. Heptacodium miconioides (zevenzonenboom) en Tetradium daniellii (bijenboom). Deze bloeien allebei wat later in de zomer en zijn bijgevolg een goede aanvulling in het bijendieet.

Ik heb van elk 10 exemplaren kunnen aanschaffen. De sering op de voorgrond kreeg ik er gratis bij.

Het was vandaag weer een dag met temperaturen boven 10°C en de bijen vlogen mooi uit. En de hazelaars laten nu bij dit droog, zonnig weer ook hun eerste stuifmeel los.

Winterrust voor de imker?

Als imker laten we onze bijen nog even met rust maar dat wil niet zeggen dat er niks te doen valt. Er moeten misschien nog wat zaken worden besteld en aangekocht. Als rasechte doe-het-zelver is er ook nog het een en ander te doen. De lege bijenkasten zijn zuiver gemaakt en gerepareerd, maar de moerroosters moeten nog worden proper gekrabd. Ik moet ook nog waswafels gieten. Want in 2026 heb ik weer 144 honingramen en 144 broedramen nodig. Daar ga ik volgende week toch eens aan beginnen.

De selectieve hoornaarvallen om vanaf februari de ontwakende koninginnen mee te vangen, zijn al even klaar.

Zo heb ik er 10 gemaakt. Ik plaats er nog een stukje spons in, doordrenkt met de lokvloeistof.

De lokvloeistof maak ik met een liter rode wijn, een liter bier, een liter grenadinesiroop, een pot honing en dat vul ik aan met water tot 10 liter in een siroopbidon. De gele kegeltjes bespuit ik bij elke controle met een beetje Trapit.

De muilkorven die ik plaats in de tweede helft van juli worden dit jaar vervangen door een ander model. Er zit nu een hoornaarval in verwerkt. Het effect heb ik vorig jaar al met één kast geprobeerd en het was ongeveer te vergelijken met de tenten. Ik heb er in elk geval al 12 klaar. Eén voor elke kast.

Ik bezit ook nog de tenten van Apicrosne die zeer effectief bleken te zijn maar wel zeer windgevoelig waren. Ik had er vorig jaar 10 gekocht van hun model 2025 en die hebben zeker heel goed hun werk gedaan. Apicrosne komt in 2026 met een nieuw model waar ik wel benieuwd naar ben. Ze hebben me in elk geval zeer mooi verrast door me voor elke tent die ik had gekocht twee nieuwe valdozen te bezorgen. Een zeer leuke attentie en ik kan er dus nog wel enkele jaren mee verder.

De hoornaarharpen zijn eveneens klaar. De vier die ik vorig jaar gebruikte op de eerste stand heb verbeterd. Het zonnepaneel van 200W met 2 batterijen was wel wat overkill, maar dat materiaal had ik nog liggen. Op de kleine stand met slechts twee volken had ik een stel gekochte harpen met accu en zonnepaneeltje van 50W dat zijn werk ook prima deed. Op de derde stand had ik vorig jaar mijn tenten gebruikt en hiervoor heb ik nu ook vijf harpen gemaakt.

Deze zullen ook worden gevoed door een 12V batterij met zonnepaneel. Hiervoor heb ik gekozen voor een pakket dat eenvoudig kan worden geplaatst op een tuinhuis of camper. Het zonnepaneel van 180W met alle kabels en benodigde MPPT heb ik vandaag aangekregen. De 12V batterij heb ik nog liggen. Ik zal de installatie wel voorbereiden maar voor de plaatsing heb ik nog wel even de tijd. Eerst staat mijn heupprothese in maart en daaropvolgende revalidatie nog op het programma.

DIY generator voor harpen

Let wel even op: het betreft hier elektriciteit en als je niet zeker bent, vraag je best hulp aan iemand die hier verstand van heeft.

Om te beginnen zoeken we alles samen om onze generator op te bouwen. We kopen een opbouw-elektriciteitsdoos voor buitengebruik. Ze moet natuurlijk waterdicht zijn. De rest bestellen we bijvoorbeeld bij AliExpress. We beginnen met een diode voor 12V.

Kies wel de diode voor 12V!

Deze gaat ervoor zorgen dat we geen componenten kapot maken als we per ongeluk de polariteit omwisselen. Een diode laat namelijk maar in één richting stroom door: van + naar – en niet andersom. En bij gelijkstroom zoals in dit geval is het namelijk belangrijk in welke richting de stroom vloeit. De stroom komt van + en stroomt naar -. Hij gaat een component binnen langs de + en verlaat de component langs de -. De diode heeft aan haar – zijde een streep. Deze streep komt aan de buitenkant want daar komt de stroom naar buiten. Mocht je ze verkeerd aansluiten, werkt de rest niet, maar geen probleem, je kan ze dan nog omdraaien.

Knip de uiteinden wel even op lengte.

De voedingskabel die naar onze generator komt, is een 12V draad. Deze komt van een batterij. En die batterij kan dan natuurlijk nog worden gevoed door een zonnepaneel. De negatieve draad van onze voedingskabel gaat via de diode naar de lichtschakelaar.

Kies ook hier weer voor de versie 12V.

Om het gemakkelijk te maken, kunnen we alle verbindingen maken met kroontjes of lusterklemmen maar we kunnen natuurlijk ook solderen.

De positieve draad van de voedingskabel bevestigen we in de positieve aansluiting en we lussen dan een tweede draadje door naar de positieve uitgang aan de andere kant van het plaatje. De – draad lussen we dadelijk verder naar de omvormer. Er zijn nu twee contactpunten om met de + verder te gaan naar de omvormer. Langs boven werkt de schakelaar tijdens de dag en langs onder tijdens de nacht. Wij wensen dat hij alleen tijdens de dag stroom levert aan onze harp. Mocht je dit verkeerd doen, moet je het andere contactje gebruiken. Het kaartje is eigenlijk een schakelaar op de + draad die de stroom doorlaat bij licht of bij duisternis, afhankelijk van welke uitgang je gebruikt.

Om stroom te voorzien bij daglicht gebruik ik dus het bovenste contactpunt.

De omvormer moeten we eerst nog even naar 3,7 V regelen.

Bij aanschaf staat de ingang op hetzelfde voltage als de uitgang. Met het kleine knopje rechtsonder kunnen we kiezen om met de display de ingang af te lezen ofwel de uitgang.

We zetten hem op uitgang en draaien dan het kleine schroefje bovenaan in tegenwijzerzin tot we ongeveer op 3,7 V uitkomen.

We maken van onze 12 V stroom dus een stroom met 3,7 V. En van daar gaan we verder naar de generator die deze 3,7 V kan omzetten naar 1800 V. Je regelt dus de omvormer zo dat hij het voltage levert waarmee de generator werkt.

Langs de kant van de felrode condensator bevindt zich de uitgang. De ingang heeft een rode (+) en een zwarte (-) draad.

De dunne draadjes van de uitgang, wit en blauw, verbind ik wel naar een dikkere draad en isoleer deze met een krimpkousje of eventueel isolatietape. De dikkere draad beschermt beter tegen doorslaan bij deze hoge voltages.

We moeten deze korte draadjes ook kunnen verbinden met de draden van onze harp. En we zorgen er zelfs voor dat de twee draden voldoende ver van elkaar blijven om geen vonk te geven of door te slaan naar elkaar toe. We gebruiken dus twee losse draden en komen ook apart uit de contactdoos.

Onze opbouwdoos voorzien we eerst nog van een opening waar één van de bijgeleverde dekseltjes juist in past. Deze dekseltjes zijn eigenlijk bijgeleverd om inwendig de bevestigingsschroeven af te dekken.

Maar ze zijn lichtdoorlatend, wat we nodig hebben voor onze lichtschakelaar.

Aan één kant van deze doos komen we met onze 12 V naar binnen en we gaan tegenoverliggend naar buiten met onze 1800 V. En dus liefst apart van elkaar, door een andere opening.

Alle componenten worden nu met een lijmpistool vastgezet en de kabeldoorvoeren worden ook met deze lijm dicht gesmolten.

De lichtsensor wordt eveneens met de lijm tegen het venstertje gekleefd.

Het resultaat:

***Nog een zeer belangrijk detail om nooit te vergeten! Als er stroom stond op de installatie, houdt de rode condensator nog even de 1800V stroom vast. Zelfs als je de stroom uitzet, kan de generator dus nog een schok geven. Na uitzetten van de stroom dien je even een contact te maken om de condensator te ontladen. Ook later als de harp is geïnstalleerd, kan deze nog een schok geven bij aanraking, als de stroom nog maar pas is uitgezet. Pas hier dus mee op!!!

Vermeld aan de harpen ook duidelijk dat er een gevaarlijke spanning opstaat. Dieren kunnen niet lezen, maar rondneuzende onbevoegden worden toch best gewaarschuwd.

De beste wensen voor 2026!

Ook dit jaar maak ik weer foto’s van de bloeiende planten aan de bijenstand. En soms kan ik beelden van de wildcamera’s tonen. De bijen en de moestuin worden natuurlijk ook voortdurend opgevolgd. Laat ons beginnen met de eerste bloemen van het jaar of de laatste van vorig jaar. Alhoewel de bijen er nu weinig aan hebben, geeft het toch een warm gevoel als je ze even van dichtbij bekijkt. En de wildcamera’s geven soms leuke verrassingen.

De sneeuwbal Viburnum x bodnantense is een echte winterbloeier met een zeer lekkere geur.
De toverhazelaar of Hamamelis kan echt betoverend uit de schaduw treden. Ik heb hier een rode variëteit aangeplant.
Nog niet echt in bloei maar de mannelijke katjes van de hazelaar zwellen toch al serieus op.
Deze zeer bleke variëteit van de buizerd komt hier al jaren, maar ik zie hem nooit samen met het bruine koppel dat hier ook rondhangt. Deze lijkt wel een eenzaat.
Ik zie minder reeën dan enkele jaren geleden, maar er zijn nog enkele hindes en een bok. Tijdens de zomer waren er ook jongen.

Nieuwe literatuur voor donkere dagen.

Het honingboek zou zeer informatief zijn over honing over gans de wereld. Dat ga ik zeer binnenkort lezen maar het boek over de hoornaar trok mijn aandacht toch nog iets meer. Ik vind het vooral intrigerend dat in 2025 een Engels boek wordt gepubliceerd dat de Britse imkers alle bekende truken uit Frankrijk en Spanje moet bijbrengen vooraleer de hoornaar bij hun ook een probleem wordt. En dat terwijl men in België nog steeds in het duister tast. Elke imker, elke vereniging is wel op zoek naar oplossingen. Maar zoals de schrijver stelt: het wiel moet niet steeds opnieuw worden uitgevonden. Daarom dit boek. Ik begin er nu direct aan.

Varroamijten op de bodemschuif

December en we hebben de vrije varroaval genoteerd van alle volken. Dit wil zeggen dat we de bodemschuif hebben zuiver gemaakt en 4 dagen later het aantal gevallen mijten hebben geteld. We weten nu dus hoeveel mijten er per dag vallen. Zijn er dat minder dan 1 per dag zou een winterbehandeling eigenlijk niet nodig zijn en zijn het er meer dan 2 is er absoluut wel een winterbehandeling nodig. De mijten die zijn gevallen, de vrije mijtenval dus, zijn de mijten die op de bijen zaten en door ouderdom of door poetsgedrag van de bijen naar beneden vallen. Men noemt dit vaak de phoretische mijten.

Maar een phoretisch organisme hecht zich slechts vast aan een ander organisme om zich te kunnen verplaatsen. En de varroamijt die op een bij zit, voedt zich op die bij. Eigenlijk zijn ze dus niet phoretisch. Het is eerder een fase in hun leven tussen twee voortplantingsperiodes in. Want ze heeft vermoedelijk die voeding nodig alvorens in een volgende broedcel te kruipen en daar eitjes te kunnen leggen. Ze kan dit 2-3 keer alvorens te sterven. Deze voedingsperiode op de bij duurt 4 tot 11 dagen als er broed is in het nest. Een reproductieve mijt kan zo 1 tot 2 maanden leven alvorens te sterven. Maar een niet-reproductieve mijt kan in de winter wel 3 maanden of langer leven en bijgevolg de winter samen met de bijen overleven. Een winterbehandeling is dus wel degelijk nodig en geen extraatje zoals vaak vermeld.

Na deze winterbehandeling tellen we na 4 dagen nogmaals het aantal gevallen mijten. Dit geeft dan het resultaat weer van de behandeling die liefst ruim boven de 90% effectief is. Wat wil zeggen dat er minder dan 10% van de mijten achterblijven in het volk.

Dit voorbeeld uit 2016 laat het resultaat zien van een behandeling met oxaalzuur.

Die donkerbruine ovale stipjes zijn de vrouwelijke mijten die dus ook een leven hebben buiten de broedcellen. Vinden we witte mijten die tevens iets kleiner zijn, betreft het mannelijke of onvolwassen vrouwelijke exemplaren die niet buiten de broedcel kunnen leven. Vermits de bijen nu broedloos zouden zijn en oxaalzuur niet werkt in de broedcel, zouden we deze witte exemplaren nu niet mogen vinden.

December 2025

We zijn bijna half december en de temperaturen zijn abnormaal hoog. Nog steeds vlot 10 graden halend en volgens de voorspellingen nog zeker 10 dagen. De bijen waren hier in het verleden steeds broedloos in december. De koningin stopt meestal met leggen als het volk op wintertros gaat. En ze gaan op tros als de temperaturen onder 5 graden liggen. Daarom hebben we steeds uitgekeken naar de eerste vrieskou in november om zeker te zijn dat ze dan drie weken later zonder broed zijn. Meestal kon ik dan behandelen rond sinterklaas of beter gezegd rond sint Ambrosius. Meestal is het dan minder dan 5 graden. De bijen zitten dan op tros en men kan door bedruppeling met oxaalzuur goede resultaten behalen.

De situatie is de voorbije jaren echter duchtig veranderd. Met temperaturen rond 10 graden is er geen wintertros. Gisteren vlogen de bijen zelfs even buiten. In november hebben we echter wel een koude week kunnen noteren en er is dus een kans dat ze toch broedloos zijn. Behandelen met oxaalzuur is dus zeker aan de orde. Alleen zitten de bijen niet op tros en bijgevolg werkt bedruppelen met oxaalzuur niet goed genoeg. Boven 5 graden wordt altijd aangeraden om te verdampen. Alleen is dat in België blijkbaar nog altijd een probleem. Of varroa nu verplicht moet worden bestreden of niet, is niet de kwestie. Elke dierenhouder heeft tenminste de morele plicht om zijn dieren gezond proberen te houden. En dat geldt dus even goed voor een imker.

De kasten die op dit moment leeg zijn, door virusbesmettingen, varroa, hoornaars of gelijk welke andere oorzaak, worden best direct opgeruimd. Ze laten staan, trekt alleen maar andere vuiligheid aan. Selecteren van ramen met voer of mooie ramen bewaren, om ze later aan andere volken te geven, doe ik nooit. Om elk risico op een kruisbesmetting te voorkomen, smelt ik alle ramen dadelijk uit. Deze week vond ik zo een lege kast bij het opleggen van voederdeeg. Het was een aflegger die veel last heeft gehad van de hoornaars en bijgevolg steeds kleiner werd. Verenigen van een zwak volk met een gezond volk doe ik uit principe ook nooit. Ik beschouw dit als een vorm van selectie. De broedbak en de onderstaande honingbak levert me nu tenminste nog een behoorlijke hoeveelheid was op om nieuwe waswafels te maken.

Bemerk boven op de toplatten de wasmotlarven. Ze zijn klaar om binnen enkele weken de ganse bak met wasramen te vernielen.
Er gaan 24 ramen in mijn stoomwassmelter: een volle broedbak en honingbak tegelijk.
Het resultaat aan was. Toch iets teveel om aan de wasmotten te geven.