Bloesems deze week

Deze week zijn de crocussen massaal open gegaan. Ook de azalea is b egonnen aan de bloei. 50% kans dat de bloesem afvriest elk jaar. Ik vrees dit jaar 100% als ik de weersvoorspellingen voor volgende week hoor. Aan de bijenstand heb ik ook de eerste bloem van het kleine hoefblad gevonden. De hazelaar is deze week ook begonnen met het vrijgeven van zijn stuifmeel.

crocussen

Azalea

Klein hoefblad

hazelaar stuifmeel

mul, bodemplaat

De bodemplaat van een kast en duidelijk is te zien dat ze over 11 straatjes actief zijn. Het broednest bevind zich normaal boven de bruine mul en de witte mul zijn suikerbrokjes uit de voederramen. Het geeft een idee van de grootte van een volk en samen met het gewicht van de kasten én de verandering van dat gewicht heb ik voorlopig voldoende informatie om de kasten nog gesloten te houden. Ik zie de bijen vliegen. Ze komen met water en stuifmeel terug. Ik zie de condensatie onder de plasticfolie en voel de warmte van het broednest . Ik hoor ze met een stetoscoop zachtjes zoemen. Ik volg het verloop van het kastgewicht wekelijks  en geef een pak apifonda als de tros tegen het plastic zit. Ze hebben dan immers geen voer meer boven zich. Met al deze gegevens heb ik momenteel genoeg informatie en voel nog niet de behoefte om het volk volledig door elkaar te halen. Binnen enkele weken vliegen we wel weer uit de startblokken.

Maart

 

Maart! De natuur laat zich nu niet meer stoppen. Net zoals onze bijenvolken. Weldra is de winterrust voorbij. Telkens de bijen op de vliegplank verschijnen, kan ik beginnen met de volken te vergelijken. Die ene kast vliegt wel en die andere niet. Of ze lijken veel zenuwachtiger. Op deze kasten zet ik dan een krijtmerk. Bij de latere voorjaarscontrole verdient zo’n volk iets meer aandacht. Is het volk moerloos, darrenbroedig of danig verzwakt door varroa, nosema of scheelt er iets anders. Door het deksel op te heffen, heb ik al condens gezien onder de plasticfolie wat duidt op de aanwezigheid van een broednest. Tijdens de mooie vliegdagen in maart zal ik nu ook snel stuifmeel zien binnendragen. Dit duidt eveneens op een mooi gezond volk met een fraai broednest. Het stuifmeel zal deze maand vooral komen van de wilgen. Eén wilgenboom per volk, op slechts enkele meters van de kast, zou natuurlijk ideaal zijn.

Het broednest dat nu snel groter wordt, heeft nog een andere behoefte dan stuifmeel: water. Het condenswater onder de plasticfolie volstaat nu wellicht niet meer om in de behoefte van het broedend volk te voorzien. Er komen dus ook meer en meer waterdraagsters zwaarbeladen terug naar de kast. België is weliswaar een nat land en behoefte aan een waterbron is er wellicht niet echt. Maar als de bijen op slechts enkele meters van de bijenstand een waterbron vinden, hoeven ze niet te verkleumen op een lange weg terug naar huis. Een bij op de terugweg die overvallen wordt door een plotse temperatuurdaling, bijvoorbeeld als de zon even achter de wolken verdwijnt, zou zo wel eens kunnen verloren gaan voor het volk. Misschien overdreven maar in het voorjaar mag de stuifmeelbron en het water toch niet te ver van de kast verwijderd zijn. En een waterplaats naast de stand is snel voorzien. Wel er goed zorg voor dragen dat de waterplaats niet voortdurend wordt overvlogen door zich ontlastende bijen. Een besmettingshaard voor nosema kunnen we missen. Dus liever naast dan onder de voornaamste vliegroutes plaatsen. Door de plasticfolie heb ik de vorige maand natuurlijk al veel gezien, maar in maart, met temperaturen boven 15°C, kan ik wel een betere controle doen. Bij het oplichten van de folie zullen de bijen zeer snel met de kopjes naast elkaar de straatjes opvullen. Het lijkt alsof ze me dan beschuldigend aankijken voor deze verstoring, maar het is slechts hun manier om het broednest van de plotse koude te vrijwaren. Ze sluiten de straatjes zo af om de warmte binnen te houden. Om dit broednest warm te houden, gebruiken de bijen nog een andere manier. In een broednest bevinden zich namelijk ook lege cellen en in deze lege cellen kan een bij zich nestelen om met haar hevig trillend achterlijf warmte te produceren. Op deze manier kan slechts één bij, door de specifieke raatstructuur, de zes omliggende larven van de benodigde warmte voorzien.

Bij de voorjaarscontrole ga ik de zo benodigde warmte dan ook niet teveel laten verloren gaan. Ik werk vooral snel en let op het nog aanwezige voer en gluur even of ik normaal verzegelde broedcellen zie. Ik neem bij deze eerste controle nog geen voer weg en geef ook nog geen extra ruimte. Pas tegen het einde van de maand gaan ze naar een goed gevulde broedbak. Ik reis niet naar het fruit en hoef ze dus niet te forceren. Ik laat elk volk aan hun eigen tempo groeien. Naast de controle van het voer en verzegeld broed, bekijk ik ook de bodems. Als er nog zeer veel dode bijen op de bodem liggen, krijgen dit volk een opmerking hierover met krijt op de kast. Het poetsgedrag van dit volk is dan niet voldoende en dit volk wordt uitgesloten van de latere selectie. Dit volk krijgt dan wel een nieuwe bodem. Normaal moet het volk de bodem zelf proper kunnen houden. De bodems worden bij mij niet systematisch vervangen in het voorjaar. In het tweede voorjaar na de opzet van het volk, krijgen ze namelijk allemaal een nieuwe bodem, samen met een nieuwe broedbak. Dit is echter werk voor begin april. Selectie van de volken gebeurt op basis van de kastkaarten. Deze maand beginnen we voor elk volk een nieuwe kaart. Na een controle wordt deze kastkaart dan ingevuld, maar met een krijtje noteer ik wel alle relevante info telkens dadelijk op de kast om bij de volgende controle dadelijk attent te zijn op het probleem met dat volk.

 

Bijvoeren bijenvolk

Vandaag heb ik de 5lichtste kasten een pak apifonda opgelegd. En volgende week als we de kasten weer wegen, leggen we misschien op een andere kast ook een pak op. Volgens de mul op de bodemplaat wordt het broednest nu snel groter en er is voor de bijen de eerste weken nog niks te halen. Het gewicht van de kasten kan zo snel dalen en ik zou op dit moment niet graag een volk verliezen door honger.

Knotwilgen

De knotwilgen die ik in het najaar van 2010 heb geplant, waren vorig jaar allemaal voorzien van een mooie kruin. Ik heb nu om de 4 bomen een exemplaar geknot. Elk jaar knot ik nu de volgende in de rij en kan zodoende elke boom om de 4 jaar knotten. De rij geeft dan echter geen kale indruk in de rij en de bijen hebben toch nog elk jaar voldoende pollen om te halen. Dit idee heb ik vorige maand weer ergens gelezen en direct interessant gevonden. De twijgen waren dit jaar natuurlijk nog niet erg dik, maar ik ga ze toch nog in de grond stoppen om de 10 cm om een levende afsluiting te creëeren. De herfstframboos is nu eveneens gesnoeid. Deze maakt zijn vruchten op hout van hetzelfde jaar en kan dus in het voorjaar worden gesnoeid. Voor het verdere verloopaan de bijenstand is het nu wachten op de bloei van crocus en toverhazelaar. De werkjes zitten er op. Vanaf maart kan er worden geploegd om de bloemenvelden in te zaaien. Tenminste van zodra de grond voldoende is opgedroogd en mijn frees niet in de bodem wegzakt. En wellicht kan er dan ook al worden rondgereden met de zitmaaier.

De produktie van de broed en honingramen is wel begonnen maar zal toch nog wel even duren. Maar ik geef me nog de ganse maand februari om deze in elkaar te lijmen en te nagelen. Om in de tweede helft van maart te beginnen heb ik nog wel een voorraad liggen.

Vorige week heb ik het schaakspel van Suske en Wiske gekocht. Dit zijn allemaal metalen figuren en pionnen. De pionnen zijn wagentjes uit de tuftufclub. De zwarte figuren zijn de booswichten en de vrienden van Suske en Wiske zijn de witte figuren. schaakspel, suske en wiske

Februari

Februari is begonnen. Met ongeduld wachten we op het voorjaar. De reinigingsvluchten, het eerste stuifmeel… De start van het seizoen. Vanaf nu worden de kasten wekelijks gecontroleerd. En dan bedoel ik hoegenaamd niet dat ze worden opengedaan. Elke week ga ik nu wel luisteren met de stetoscoop. Ik verwacht dan dat elke kast een rustig gezoem produceert. De kast wordt ook wekelijks gewogen en het gewicht met krijt op de achterkant genoteerd. Dit blijf  ik doen tot begin april. De bodemschuif wordt ook even uitgehaald om de mul te controleren. Een gezond volk moet nu minimum vier straten bezetten. Als een volk te zwak is, kan het op een ander zwak volk worden gezet. Ik ga er wel van uit dat het dan niet handelt om zieke volken. De bovenste bak wordt dan  simpelweg op een andere met koningenrooster gezet en de bijen gebruiken hetzelfde vlieggat. Ze hebben dan wel nog elk hun eigen koningin. Na enkele weken kan dan de bovenste op een eigen bodem naar de andere stand worden gebracht.

Elke kast die opvallend meer aan gewicht verliest dan een andere kast krijgt een pak apifonda opgelegd.

In de wintermaanden slaat bij de imker vaak de verveling toe en dit geeft stof tot nadenken… en lezen… en weer nadenken. Ook in februari zijn we hier nog mee bezig. Ik ben even een berekening gestart over de broedruimte in een Kempische kast. Als een koningin op een dag 25OO eieren kan leggen en elk eitje gedurende 21 dagen een cel bezet, hebben we dus 52.500 cellen nodig. Dit broed heeft pollen nodig en dit volk zou dan ook behoefte hebben aan 5000 cellen voor de pollenopslag. Naast pollen heeft dit volk ook nog suikers nodig en hiervoor hebben ze 20.000 cellen nodig in de broedruimte. In totaal zijn er dus 77.500 cellen nodig in de broedruimte. Op een vierkante centimeter zitten 8 cellen en dit heb ik dan omgezet naar mijn Kempische kast. De broedramen zijn 340 x 290mm. De waswafel is 325 x 275mm en de 7.150 cellen per raam geven in een Kempische broedbak dus 85.800 cellen. Dit is dus ruim voldoende voor de ontwikkeling van het volk. Een enkele Kempische broedbak moet dus echt volstaan.

Ook de planten wachten vol spanning op de eerste mooie dagen. De crocussen bekennen begin februari kleur en de Hamamelis bloeit. Bij sneeuwval plooien ze zich wel even terug om daarna rustig verder te bloeien. De witte kopjes van de sneeuwklokjes zijn ook al zichtbaar. Begin van de maand bij vorstvrij weer begin ik aan de snoei van de appelaars en perelaars. Ook de bessenstruiken moeten nu dringend worden gesnoeid. Tegen het einde van de maand kan dan de noppenfolie van de serre worden verwijderd en een begin gemaakt met zaaien.

Bloeiers in januari

Winterjasmijn

winterjasmijnIs verdwenen tijdens de sneeuwperiode.

Winterakoniet is verschenen na de dooi.

winterakoniet

Het stinkend nieskruid is ook een echte winterbloeier.

stinkend nieskruid

Verder staan de bloempjes van de toverhazelaar klaar om te bloeien en de krulhazelaar. Ook de krokussen zijn klaar om open te gaan. Maar nog wel alleen diegene die vorig jaar zijn geplant. De ouderen laten nog maar pas hun groene neus zien. Ook de platte wilg heeft aan enkele mooie dagen genoeg om zijn stuifmeel te lossen. De bijen vlogen vandaag aan alle kasten. Overal was het opruimdag. Ik heb toch maar even geholpen met een stokje om het vlieggat te ontdoen van dode bijen. Maar het is een geruststelling dat de volken bezig zijn hun woning op te ruimen.

De imker is vandaag begonnen met de produktie van nieuwe raampjes. Tientallen meters op een breedte van 25mm en een dikte van 15mm. Dit worden de onder en bovenlatjes van de raampjes. De zijkanten maak ik van de restjes vermits dat de kortste stukjes zijn en die worden dunner geschaafd op 10mm. De boven en onderlat krijgen nog een draadgroef en draadgaten. De bovenlat moet dan ook nog oortjes krijgen van 10 mm dik. De foto’s volgen nog.

Plantenruildag Verenigde Taxanders Tessenderlo

37e bloemen- en plantenruildag

Zondag 17 maart 2013
Meulenhof, Molenstraat 2c, 3980 Tessenderlo

13 u. aanvoeren van het ruilmateriaal.
14 u. ruilen van bloemen zaden en planten.
17 u. gratis tombola.

Vaste planten, bomen, kruiden, struiken en zaden voor iedereen.Gratis stand voor elke beginner.
De lente dient zich aan en onze handen jeuken om weer in de tuin te werken. Dit is de geschikte ruildag om ook in uw tuin aan vernieuwing te doen zonder kosten. Ruilen is gratis en zonder verplichting. Voor iedereen is er gratis tombola en een extra prijs voor iedere ruilstand.
Volg de pijlen.

Tot 17 maart in Tessenderlo.

Van harte welkom bij een glaasje mede
en een stukje taart.

 

Zegt een kleurige bloementuin u wel wat? Voor u het weet, doet ook u daadwerkelijk iets om het de bloembezoekende insecten gemakkelijker te maken. Bloemrijke vegetaties zijn niet alleen gunstig voor het voortbestaan van bijen, maar ook voor dagvlinders en andere insecten. Als het goed gaat met de honigbij gaat het ook goed met heel veel andere diersoorten. Steeds meer mensen leggen een grote bekommernis aan de dag wat betreft ons leefmilieu. De opwarming van de aarde en de toenemende verstedelijking hebben tot gevolg dat talloze diersoorten bedreigd zíjn of het in de nabije toekomst gaan worden. Bijen, gecatalogeerd als huisdieren en van rechtswege beschermd, hebben zwaar te lijden onder het hierboven vermelde fenomeen. Het is zelfs zo dat ze in de vrije natuur, zonder de hulp en verzorging van een imker, bijna geen overlevingskansen meer hebben. De meeste mensen associëren deze insecten met honingwinning en inderdaad is dit een belangrijk argument om een eigen imkerij op te starten. Veel belangrijker is echter de rol die de bijen hebben in de bestuiving van bomen en planten. We richten ons tot een ruim publiek maar in het bijzonder tot de hobbytuinier om zoveel mogelijk planten te kweken ten voordele van onze bijen.

De Verenigde Taxanders Tessenderlo