Verhaaltjes over de vrijetijdsbesteding van een gepensioneerde imker-dierenarts met veel liefde voor bijna alles wat groen is. KBO0637510922
Auteur: imkerijhetwaterbroek
Als gepensioneerd dierenarts en natuurgids ben ik al veel bezig met de natuur en dieren. Maar ook in mijn vrije tijd hou ik van tuinieren en mijn vele huisdieren.
De inwintering is afgelopen. Gedurende een drietal dagen hebben de bijen vrije toegang gekregen in het voerbakje waardoor deze zeer proper zijn gelikt. De voederplank heb ik nu vervangen door een muggengaas. De voederplank heb ik er nog wel op gelegd maar in de tweede helft van oktober gaat deze er af. Het gaas alleen moet er dan voor zorgen dat de kast kouder wordt en de bijen iets makkelijker broedloos worden. Ze zullen wel de gaatjes van het gaas dicht propoliseren. En vanaf Kerst leg ik een pak schapenwol op dit gaas onder het dak om het nieuwe broednest warmer te houden. De bedoeling van het gaas in plaats van een stuk plastiekzeil is om de broedbak beter te ventileren om schimmelvorming te voorkomen.
Ik heb drie volken opgeruimd wegens moerloos en te klein. Twee andere kleine maar gezonde volken heb ik samengevoegd. Nu heb ik hierdoor wel wat broedramen mee naar huis genomen om te smelten. Ik bewaar immers nooit broedramen. Ook de honingramen worden voor meer dan de helft gesmolten. De wassmelter kan nu weer enkele beurten draaien.
Na het uitsmelten van de ramen maak ik ze nog even zuiver met een spatel en daarbij krijg ik wel regelmatig bezoek van hoornaars. Ze vinden bij mij thuis geen bijen maar de luchtjes vinden ze toch interessant.
Momenteel zijn er veel hoornaars aan de bijenstand in Gerhagen. Op meerdere manieren probeer ik de bijenvolken te helpen. Elimineren van de nesten is één ding maar er zijn natuurlijk ook nog de jagende hoornaars voor de kasten. Ik probeer dit door de aanvliegopening van de bijenkast af te schermen met een versmalde vliegspleet achter een zogenaamde muilkorf. Als ik bij de stand ben, probeerde ik in eerste instantie met een elektrische vliegenmepper te helpen. Op een half uurtje had ik dan wel een tiental hoornaars gevat. Maar een schepnetje werkt toch net iets vlotter. Vermits ik niet altijd aanwezig ben, heb ik ook vallen geplaatst op elke kast. Deze lokken geen extra hoornaars meer want deze waren er al. Maar op sommige momenten vliegen de bijen minder en dan gaan de jagende hoornaars wel naar de vallen. De laatste val die ik heb gemaakt, is van een curverbox, voorzien van een dubbele bodem. In deze dubbele bodem heb ik een flesje bier gegoten en in de bovenste bak liggen stukjes vis en rotte vijgen. Het is de bedoeling dat ik ook nog een potje gistende honing in de onderste bodembak giet. De tijd zal uitwijzen welk systeem wordt afgevoerd en welk ik blijf gebruiken. In volgend filmpje is de opstelling aan de bijenstand zichtbaar.
De aangepaste muilkorven lijken beter te zijn voor de bijen. Ze zijn rustiger dan achter het eerste model. Ook kunnen ze beter de kast ventileren.
De hoornaar kan aan de voorkant in de muilkorf vliegen door een aanvliegopening in het gaas maar kan niet verder door naar de kast. De hoornaar vliegt dan maar naar de zijkanten waar hij in een fles terechtkomt.
In sommige flessen liggen toch nog teveel bijen. Daarom ga ik de flessen nog wat aanpassen met een grotere opening met 6 mm gaas en gericht naar de voorzijde in plaats van aan de zijkant. Dan zou een bij die hierin terechtkomt gemakkelijker door het gaas buiten raken.
Vandaag de fruitkooi proper gewied en enkele nieuwe soorten bijgezet. Een oud serregeraamte dat ik had bekleed met resten gaasdraad doet al jaren dienst als deel van de moestuin maar sinds vorig jaar staan er bessenstruiken.
De vogeltjes worden verwelkomd om schadelijke insecten te vangen. Maar toch heb ik graag voldoende bessen voor eigen gebruik. Kersen, pruimen en ander boomfruit is voor het grootste deel voor de vogels. Ik heb de boomgaard aangeplant voor de bijen. Enkele fruitbomen in bloei: daar kan geen bedje krokussen tegenop. En lang voor deze fruitbloesems genieten mijn bijen van het stuifmeel van tientallen hazelaars. Op dit moment geniet vooral rode pluimstaart van de vele nootjes.
De opgehangen nestkastjes bieden dan ook vooral nestgelegenheid voor de kleinere insecteneters.😉
Het is weer tijd geworden om de nestkastjes voor volgend seizoen te controleren. Ze worden zuiver gemaakt, gerepareerd indien nodig en voorzien van een laagje verf. Dit jaar zijn er weer enkele compleet doorgerot van de boom gevallen. Enkele zijn doorboord door spechten en eentje wordt bevolkt door een familie hommels. Ik heb alvast vier nieuwe gemaakt. De rest heb ik verzameld en hersteld. Als grap heb ik ze nu ook van een nummer voorzien.
Een volle lading en ik ben benieuwd naar de inhoud.Allemaal op twee na hadden een nestje in zich. Die twee werden volgens de aanwezige uitwerpselen ook wel vaak gebruikt als schuilplaats. Zo snel mogelijk terug ophangen.
De kastjes waren dus goed in gebruik geweest. Maar ze waren nog wel bewoond. Door spinnen, huisjesslakken, oorwurmen en vele andere soorten. Ik kwam ook veel kriebelaars tegen op mijn handen bij het poetsen: bloedluizen. Dit is een van de redenen waarom vogels steeds nieuwe nesten maken en wij nestkastjes moeten zuiver maken. Maar de aanwezigheid van al deze diertjes in het oude nestmateriaal is volgens mij ook een teken dat dit nestmateriaal niet teveel is verontreinigd door menselijke bestrijdingsmiddelen.
Er blijkt een zeer grote overeenkomst te bestaan tussen de nestkastjes die we maken voor de vogels en de bijenkasten die we maken voor de bijen. Zelfs wat parasieten betreft zie ik een gelijkenis.
Ik heb ondertussen al een duidelijk verschil opgemerkt tussen de beide muilkorven.
Het oude type met gaas van 6 mm werkt toch vertragend bij het binnenkomen, niettegenstaande ze beter langs boven kunnen.Gaas van 8 mm is een veel betere doorgang. En de bijen zitten rustig achter deze ‘buis’ tegen de kastwand.En bij temperaturen van 30 graden kan er zelfs een hoornaarveiliger baard worden gevormd.
Aan het Waterbroek heb ik nog geen Aziaat gezien, maar in Gerhagen zie ik ze om de paar minuten. De bijen met het nieuwe type lijken wel veel rustiger. In de zijflessen heb ik momenteel nog geen hoornaars gevonden maar wel meerdere darren laten hier het leven tijdens de darrenslacht. De uitgang in die zijflessen is natuurlijk ook slechts 6 mm.
De leeggeslingerde ramen zijn drooggelikt op enkele bijenvolken en ik heb ze vandaag op torens gezet met azijnzuur. De honingkamers vol ramen zet ik op een toren met een lege honingkamer als bovenste. Hierin zet ik een schaaltje met een stukje spons. Ik giet daar dan azijnzuur op om traag maar zeker te verdampen. Hierdoor gaan de wasmotten het loodje leggen. Vermits de eitjes van de wasmot niet dood gaan, herhaal ik dit zodra al het azijnzuur is verdampt. De torens zijn zowel langs onder en boven volledig afgedicht met een metalen plaat.
Alle bijenvolken hebben nu een dekplaat met een voerbakje gekregen. Ik voer in juli en augustus wel maar tweemaal per week een halve liter. Gewoon om ze tijdens een drachtpauze toch bezig te houden. Pas in september voer ik ze dagelijks tot ze op inwinteringsgewicht zijn. De jonge volken en de nieuwe kunstzwermen krijgen wel volop bijgevoerd waardoor ze eind september bijna even groot zijn als de productievolken. Voeren van de bijen gebeurt vooral later op de avond om geen roverij uit te lokken. Maar ook het verkleinen van de vliegopening hoort hier bij. En zelfs de muilkorven tegen de Aziatische hoornaars helpen tegen roverij door andere bijenvolken. Het moment dus om deze te plaatsen. De vroegere modellen hebben gaas van 6 mm en de bijen kunnen bijgevolg het best binnen wandelen langs de bovenste spleet. Het nieuwe model heeft gaas van 8 mm maar volledig rondom. Er is een invliegopening gemaakt vooraan waardoor ook de hoornaar binnen kan. Maar die kan niet verder in de kast. Als de hoornaar de opening niet vindt, gaat hij langs de zijkant in een fles terecht komen. Momenteel zijn deze zijkanten nog afgesloten om de bijen te leren niet langs hier te gaan. We zullen dit seizoen zien of dit systeem beter is. Het is namelijk de bedoeling dat een hoornaar die aan een kast wordt gevangen, niet met een prooi naar het nest terug vliegt en daarna zijn makkers meebrengt. Het leek er wel direct op dat de bijen minder last hebben om te wennen aan het tweede type.
Niet tegenstaande ik de meeste honing vloeibaar verkoop, heb ik toch ook klanten die een potje smeerbare honing vragen. Die smeuïge honing heeft een zacht mondgevoel. Bevat dus geen grove kristallen. Deze worden door de klanten als suikerkorrels ervaren en bijgevolg vermoeden ze toevoeging van ordinaire suiker. De grofheid van kristallisatie is echter afhankelijk van het type honing en de daarin aanwezige glucose. Honing bevat naast glucose nog veel andere suikers maar zeker geen sacharose (onze bietsuiker). Fructose is een ander suikermolecule dat veel in honing voorkomt maar moeilijk kristalliseert. Bijvoorbeeld honing van acacia bevat veel meer fructose en zal daardoor vloeibaar blijven. Koolzaadhoning en wilgenhoning van het voorjaar bevat veel meer glucose en zal bijgevolg snel kristalliseren. Maar deze honing kristalliseert van nature zeer fijn en is dus zeer smeuïg. Onze zomerhoning daarentegen kristalliseert van nature zeer traag maar grof. De imkers die smeerbare honing wensen te verkopen, bekomen deze dan ook vaak door zeer lang en intens te roeren in de honing. Door het roeren bekomt men dat de kristallisatiekernen veel kleiner blijven en de honing vaster wordt maar toch zacht smeerbaar. Zodra de heldere honingmassa wit opaalachtig begint te verkleuren, kunnen de potten worden gevuld. Vermits men daar soms tot in september dagelijks tweemaal vijf minuten mee bezig is, zijn er andere manieren gezocht om de gewenste smeerbaarheid sneller en vlotter te bekomen.
Men kan de honing enten met een reeds zacht gekristalliseerde honing. Door bij de vloeibare zomerhoning een gedeelte van de fijne voorjaarshoning te voegen kan men de roertijd belangrijk inkorten. De kleine kristallen van de koolzaadhoning dienen dan als kristallisatiekernen voor de zomerhoning die bijgevolg ook zacht smeerbaar uitkristalliseert. Hiertoe gebruikt men vaak tot 10% van die voorjaarshoning. Stel u nu een rijpervat voor van 50 kilo. Daarvoor heeft men al snel 10 potten voorjaarshoning nodig. Sommige imkers hebben bijna geen voorjaarshoning meer over om tijdens de zomer hun zomeroogst te enten. Ook heeft niet elke hobbyimker de beschikking over een automatische roermachine om de dagenlange arbeid over te nemen.
Er is echter een manier om vrij eenvoudig smeerbare honing in bewerkbare hoeveelheden te bekomen. En dat op slechts één week. Met slechts één potje voorjaarshoning. Dat ene potje dat nog niet is verkocht.
Ik begin met één potje voorjaarshoning en één potje vloeibare zomerhoning. Dit wordt onder elkaar geroerd. De volgende dag worden aan deze twee potjes weer twee potjes vloeibare honing toegevoegd en onder elkaar geroerd. Op de derde dag worden er vier potjes vloeibare honing toegevoegd en geroerd. Elke volgende dag wordt de hoeveelheid verdubbeld om na een week een volle emmer smeerbare honing te kunnen inpotten. Vanaf de vierde dag gebruik ik een inox roerstaaf met boormachine in plaats van een spatel. Op dag zes is de emmer vol en op dag zeven vul ik de potten.